Alle wetboeken › Bankwet

BOEK II - KREDIETINSTELLINGEN NAAR BELGISCH RECHT › TITEL VIII - Afwikkeling van kredietinstellingen

HOOFDSTUK I - Definities

242

Art. 242

Voor de toepassing van Boek II, Titel IV en Titel VIII en van Boek XI, evenals van de besluiten en reglementen vastgesteld ter uitvoering ervan, dient te worden verstaan onder:

1°afwikkelingsmaatregel: de beslissing van de afwikkelingsautoriteit om de kapitaalinstrumenten en in aanmerking komende schulden van een kredietinstelling om te zetten of af te schrijven of om een afwikkelingsinstrument toe te passen op een kredietinstelling of om ten aanzien van een dergelijke instelling een afwikkelingsbevoegdheid uit te oefenen;

2°afwikkelingsbevoegdheid: een bevoegdheid bedoeld in artikel 276, 277, 279, 280, 281, 281/1 of 281/2;

3°instrument van verkoop van de onderneming: het mechanisme dat de afwikkelingsautoriteit toelaat om aandelen of andere eigendoms-instrumenten uitgegeven door een kredietinstelling in afwikkeling, of activa, rechten of verbintenissen van een dergelijke kredietinstelling, te doen overdragen aan een overnemer overeenkomstig artikel 256;

4°instrument van de overbruggingsinstelling: het mechanisme dat de afwikkelingsautoriteit toelaat om aandelen of andere eigendoms-instrumenten uitgegeven door een kredietinstelling in afwikkeling, of activa, rechten of verbintenissen van een dergelijke kredietinstelling, te doen overdragen aan een overbruggingsinstelling overeenkomstig artikel 260;

5°instrument van afsplitsing van activa: het mechanisme dat de afwikkelingsautoriteit toelaat om activa, rechten of verbintenissen van een kredietinstelling in afwikkeling te doen overdragen aan een vehikel voor activabeheer overeenkomstig artikel 265;

5°/1 instrument van interne versterking: het mechanisme voor het verrichten van de uitoefening door de afwikkelingsautoriteit van de bevoegdheden voor het afschrijven of omzetten van de passiva van een kredietinstelling in afwikkeling, overeenkomstig artikel 267/1;

5°/2 derivaat: een derivaat in de zin van artikel 2, lid 5 van Verordening nr. 648/2012;

5°/3 Verordening nr. 648/2012: Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters;

6°ontvanger: een overnemer, een overbruggingsinstelling of een vehikel voor activabeheer, naargelang het geval;

7°overnemer: een rechtspersoon die geen overbruggingsinstelling of vehikel voor activabeheer is, aan wie aandelen, andere eigendomsinstrumenten, activa, rechten of verbintenissen van een kredietinstelling in afwikkeling worden overgedragen;

8°overbruggingsinstelling: een rechtspersoon die geheel of gedeeltelijk wordt aangehouden door een of meer overheden, die wordt gecontroleerd door de afwikkelingsautoriteit, en die is opgericht voor het verwerven van aandelen, andere eigendomsinstrumenten, activa, rechten of verbintenissen van een of meer kredietinstellingen in afwikkeling, met het oog op het voortzetten van alle of een deel van de werkzaamheden en diensten van die instellingen;

9°vehikel voor activabeheer: een rechtspersoon die geheel of gedeeltelijk wordt aangehouden door een of meer overheden, die wordt gecontroleerd door de afwikkelingsautoriteit, en die is opgericht voor het verwerven van activa, rechten of verbintenissen van een of meer kredietinstellingen in afwikkeling of van een of meer overbruggingsinstellingen;

10°bail-inbare schulden: verbintenissen of schulden en kapitaalinstrumenten van een kredietinstelling, die geen tier 1-kernkapitaalinstrumenten, aanvullend-tier 1-instrumenten of aanvullend-tier 2-instrumenten zijn en die tot geen van de volgende categorieën behoren:

a)gewaarborgde deposito's;

b)door zekerheid gedekte verplichtingen, met inbegrip van covered bonds;

c)verplichtingen die ontstaan door het aanhouden van activa of gelden van cliënten, voor zover de aanspraken van deze cliënten worden erkend onder het faillissementsrecht;

d)verplichtingen die ontstaan ingevolge een fiduciaire relatie tussen de kredietinstelling als fiduciaris en een andere persoon als begunstigde, voor zover de aanspraken van deze begunstigde worden erkend onder het faillissementsrecht of het burgerlijk recht;

e)verplichtingen jegens niet-verbonden kredietinstellingen of beleggingsondernemingen met een looptijd van minder dan zeven dagen;

f)verplichtingen met een resterende looptijd van minder dan zeven dagen ten aanzien van systemen of exploitanten van systemen die zijn aangewezen voor de toepassing van Richtlijn 98/26/EG, of ten aanzien van de deelnemers daarin, en die voortvloeien uit de deelneming aan een dergelijk systeem, of ten aanzien van vergunde of erkende centrale tegenpartijen overeenkomstig de artikelen 14 of 25 van Verordening nr. 648/2012;

g)verplichtingen ten aanzien van werknemers met betrekking tot hun loon, pensioenuitkeringen of andere vaste vergoedingen, met uitzondering van de niet bij collectieve arbeidsovereenkomst geregelde variabele component van de bezoldiging en van de variabele component van de bezoldiging van personen die risiconemende functies uitoefenen;

h)verplichtingen ten aanzien van schuldeisers die voortvloeien uit de levering aan de kredietinstelling van informaticadiensten en nutsvoorzieningen, de huur, het onderhoud en het herstel van kantoorruimte of andere goederen of diensten die onontbeerlijk zijn voor de dagelijkse werkzaamheden van de instelling;

i)schulden ten aanzien van belastingautoriteiten en socialezekerheidsinstanties, voor zover de corresponderende schuldvorderingen voorrang genieten volgens het toepasselijke recht;

j)schulden ten aanzien van depositogarantiestelsels voor de betaling van de bijdragen verschuldigd overeenkomstig Richtlijn 2014/49/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 inzake depositogarantiestelsels; en

k)schulden ten aanzien van kredietinstellingen of entiteiten bedoeld in artikel 424, 1° /1 tot en met 4°, die deel uitmaken van dezelfde af te wikkelen groep maar zelf geen af te wikkelen entiteiten zijn, ongeacht de looptijd ervan, behalve indien die verplichtingen in de crediteurenrangorde volgens het nationaal recht inzake liquidatieprocedures, lager gerangschikt zijn dan gewone ongedekte verplichtingen;

10/1° in aanmerking komende schulden: bail-inbare schulden die, voor zover van toepassing, aan de voorwaarden van artikel 267/5 of artikel 267/5/4, § 2, 1°, voldoen, evenals tier 2-instrumenten die aan de voorwaarden van artikel 72bis, lid 1, punt b) van Verordening nr. 575/2013 voldoen;

10/2° achtergestelde in aanmerking komende instrumenten: instrumenten die voldoen aan alle in artikel 72bis van Verordening nr. 575/2013 bedoelde voorwaarden met uitzondering van artikel 72ter, leden 3 tot en met 5 van die verordening;

11°door zekerheid gedekte verplichting: een verplichting waarbij het recht van de schuldeiser op betaling of een andere vorm van tenuitvoerlegging wordt gedekt door een recht, een pand, een voorrecht of een zekerheidsregeling, met inbegrip van verplichtingen die voortvloeien uit cessie-retrocessietransacties (repos) en andere zekerheidsovereenkomsten met eigendomsoverdracht;

12°relevante kapitaalinstrumenten: aanvullend-tier 1-instrumenten en tier 2-instrumenten die voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 52, lid 1, en artikel 63 van Verordening nr. 575/2013;

12/1° dochteronderneming:

a)een dochteronderneming in de zin van artikel 4, lid 1, punt 16) van Verordening nr. 575/2013, en

b)voor de toepassing van de artikelen 250 tot 254, 267/3 tot 267/5/9, 418, 425 tot 429, 439 tot 447, 449 tot 451, 458, 465 tot 467 en 472 tot 477, op af te wikkelen groepen als bedoeld in punt 13° /2, b) van dit artikel, kredietinstellingen die blijvend aangesloten zijn bij een centrale instelling, de centrale instelling zelf en hun respectieve dochterondernemingen, zoals aangeduid door de afwikkelingsautoriteit overeenkomstig artikel 267/5/3, § 3;

12/2° dochteronderneming van wezenlijk belang: een dochteronderneming van wezenlijk belang als gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 135 van Verordening nr. 575/2013;

13°groep: de groep gevormd door een kredietinstelling naar Belgisch recht en haar Belgische en buitenlandse dochterondernemingen, die als dusdanig is onderworpen aan een toezicht op geconsolideerde basis.

13/1° af te wikkelen entiteit: een in de EER gevestigde rechtspersoon die door de afwikkelingsautoriteit wordt aangemerkt als een entiteit ten aanzien waarvan het groepsafwikkelingsplan in een afwikkelingsmaatregel voorziet, of een kredietinstelling die geen deel uitmaakt van een groep die aan geconsolideerd toezicht is onderworpen en ten aanzien waarvan het overeenkomstig artikel 226 opgestelde afwikkelingsplan voorziet in afwikkelingsmaatregelen;

13/2° af te wikkelen groep:

a)een af te wikkelen entiteit en haar dochterondernemingen voor zover die dochterondernemingen zelf geen af te wikkelen entiteiten zijn, geen dochterondernemingen zijn van andere af te wikkelen entiteiten of geen in een derde land gevestigde entiteiten zijn als bedoeld in artikel 424 die volgens het afwikkelingsplan geen deel uitmaken van de af te wikkelen groep en de dochterondernemingen daarvan; of

b)kredietinstellingen die blijvend aangesloten zijn bij een centrale instelling en de centrale instelling zelf, indien ten minste een van deze kredietinstellingen of het centrale orgaan een af te wikkelen entiteit is, en hun respectieve dochterondernemingen;

L'autorité de résolution informe l'ABE de l'exigence minimale de fonds propres et de dettes éligibles qui a été fixée conformément à l'article 267/5/3 ou à l'article 267/5/4, y compris les décisions prises en vertu de l'article 267/5/4, § 1er, alinéa 4, pour chaque entité relevant de sa compétence.

14°Richtlijn 98/26/EG: Richtlijn 98/26/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen;

15°rechtbank: de ondernemingsrechtbank te Brussel.

16°het hof van beroep: het hof van beroep te Brussel;

17°beschikkingsbeslissing: de beslissing van de afwikkelingsautoriteit om aandelen, andere eigendomsinstrumenten, activa, rechten of verbintenissen te doen overgaan, de afschrijving of de omzetting van passiva met toepassing van een afwikkelingsinstrument of de beslissing om de bevoegdheden bedoeld in artikel 250 of in artikel 276, § 2, 2°, 3°, 4°, 4° /1, 4° /2, 4° /3, 4° /4 en 5° uit te oefenen;

18°eigenaars: natuurlijke of rechtspersonen die, op de datum van de afwikkelingsmaatregel, eigenaars zijn van de aandelen, andere eigendomsinstrumenten of activa, of houders zijn van vorderingen of andere rechten, die het voorwerp uitmaken van een daad van beschikking bevolen door de afwikkelingsautoriteit in het kader van een afwikkelingsmaatregel;

19°compensatoir bedrag: de som van de bedragen die de eigenaars van eenzelfde categorie effectief hebben gerecupereerd, of die zij redelijkerwijze kunnen verwachten te recupereren, op hun aandelen, andere eigendomsinstrumenten, activa, vorderingen of andere rechten in het kader van een afwikkelingsprocedure, zoals berekend of geraamd volgens de nadere regels vastgesteld door de Koning, met inbegrip van, naargelang het geval, het deel van de prijs dat de aandeelhouders toekomt krachtens de artikelen 256, § 3, 1°, of 260, § 4, 1°, hun deel van de netto-opbrengst van de vereffening van de kredietinstelling en, in voorkomend geval, het prijssupplement bedoeld in artikel 248, § 2, en de compensatie bedoeld in artikel 284;

20°beëindigingsrecht: een recht om een contract te beëindigen, een recht om een verplichting te versnellen, voortijdig te beëindigen of te verrekenen, dan wel een soortgelijke bepaling die een verplichting van een partij bij het contract opschort, wijzigt of nietig verklaart of een bepaling die het ontstaan belet van een verplichting uit hoofde van het contract die anders zou zijn ontstaan;

21°schuldinstrumenten: voor de toepassing van artikel 276, § 2, 4° /3 en 4° /4, obligaties en andere vormen van overdraagbare schuld, instrumenten die een schuld creëren of erkennen en instrumenten die recht geven op het verwerven van schuldinstrumenten.