Alle wetboeken › Bankwet

BOEK II - KREDIETINSTELLINGEN NAAR BELGISCH RECHT › TITEL VIII - Afwikkeling van kredietinstellingen › HOOFDSTUK V - Afwikkelingsinstrumenten

Afdeling III - Instrument van de overbruggingsinstelling

260–264

Art. 260

§ 1.Indien de voorwaarden bedoeld in artikel 244, § 1, zijn vervuld, kan de afwikkelingsautoriteit, ten voordele van elke overbruggingsinstelling, elke daad van beschikking bevelen, inzonderheid elke verkoop, overdracht of inbreng, met betrekking tot de aandelen of andere eigendomsinstrumenten uitgegeven door de kredietinstelling of alle of een deel van haar activa, rechten of verbintenissen. Elke overbruggingsinstelling functioneert met inachtneming van de staatssteunregels van de Europese Unie en de afwikkelingsautoriteit kan haar dienovereenkomstig operationele beperkingen opleggen.

§ 2.De afwikkelingsautoriteit ziet erop toe dat de totale waarde van de aan de overbruggingsinstelling overgedragen verbintenissen niet hoger is dan deze van de rechten en activa overgedragen door de kredietinstelling of afkomstig uit andere bronnen.

§ 3.Onder voorbehoud van artikel 272, valt elke vergoeding betaald door de overbruggingsinstelling toe aan:

1°de eigenaars van de aandelen of andere eigendomsinstrumenten indien de overdracht aan de overbruggingsinstelling is uitgevoerd door overdracht van alle of een deel van deze aandelen of eigendomsinstrumenten;

2°de kredietinstelling indien de overdracht is uitgevoerd door overdracht van alle of een deel van haar activa.

§ 4.Het wettelijk bestuursorgaan en de effectieve leiding van de overbruggingsinstelling houden de toegang tot kritieke functies in stand met het oog op de toepassing van het bepaalde in artikel 261, 263 of 264.

Art. 261

§ 1.Na de toepassing van het instrument van de overbruggingsinstelling, kan de afwikkelingsautoriteit bevelen dat alle of een deel van de aandelen of andere eigendomsinstrumenten of activa, rechten of verbintenissen van de overbruggingsinstelling aan een derde worden overgedragen.

§ 2.Wanneer de afwikkelingsautoriteit beslist om de aandelen, andere eigendomsinstrumenten, activa, rechten of verbintenissen van de overbruggingsinstelling te verkopen, worden deze in de markt gezet volgens een open en transparante procedure, zonder een van de kandidaat-kopers te bevoordelen.

Deze verkoop geschiedt tegen marktvoorwaarden, rekening houdend met de omstandigheden en met inachtneming van de staatssteunregels van de Europese Unie.

Art. 262

§ 1.De afwikkelingsautoriteit verleent haar goedkeuring aan:

1°de statuten van de overbruggingsinstelling;

2°de samenstelling van haar wettelijk bestuursorgaan en haar effectieve leiding;

3°de identiteit, de verantwoordelijkheden en de bezoldiging van de personen belast met haar effectieve leiding; en

4°haar strategie en risicoprofiel.

§ 2.De overbruggingsinstelling moet in het bezit zijn van de nodige vergunning voor de uitoefening van de activiteiten en de levering van de diensten die aan haar worden overgedragen.

Niettegenstaande het eerste lid, mag de afwikkelingsautoriteit, voor zover toegelaten door de dwingende bepalingen van internationale verdragen of internationale akten genomen krachtens dergelijke verdragen, de overbruggingsinstelling tijdens een overgangsperiode en onder de door haar bepaalde voorwaarden, ontheffen van de vergunning bedoeld in het eerste lid.

§ 3.De overbruggingsinstelling, de leden van haar wettelijk bestuursorgaan en de leden van haar effectieve leiding zijn niet burgerlijk aansprakelijk voor hun handelen of niet-handelen in het kader van de uitvoering van de opdracht van de overbruggingsinstelling, behalve in geval van bedrog of zware fout.

Art. 263

§ 1.De afwikkelingsautoriteit beslist dat de overbruggingsinstelling niet langer dit statuut heeft, zo spoedig mogelijk zodra een van de volgende situaties zich voordoet:

1°de overbruggingsinstelling fuseert met een andere entiteit;

2°de instelling voldoet niet langer aan de criteria bepaald in artikel 242, 8°;

3°alle of het wezenlijk deel van de activa, rechten en verbintenissen van de overbruggingsinstelling worden verkocht of overgedragen aan een derde;

4°de termijn bedoeld artikel 264, § 1, of, in voorkomend geval, artikel 264, § 2, is verstreken;

5°de activa van de overbruggingsinstelling zijn volledig vereffend en haar verbintenissen zijn volledig voldaan.

§ 2.Wanneer een einde wordt gesteld aan het statuut van overbruggingsinstelling met toepassing van paragraaf 1, 3° of 4°, wordt de overbruggingsinstelling ontbonden en vereffend.

Na betaling of consignatie van de sommen nodig voor de betaling van de schulden van de overbruggingsinstelling, en onder voorbehoud van artikel 272, vallen alle opbrengsten die voortvloeien uit de vereffening van de overbruggingsinstelling, toe aan haar aandeelhouders.

Art. 264

§ 1.Indien geen van de situaties bedoeld in artikel 263, § 1, 1°, 2°, 3° of 5° zich voordoet, beëindigt de afwikkelingsautoriteit de werkzaamheden van de overbruggingsinstelling zo spoedig mogelijk en uiterlijk aan het einde van een termijn van vierentwintig maanden volgend op de datum waarop de laatste overdracht vanuit een kredietinstelling uit hoofde van het instrument van de overbruggingsinstelling plaatsvond.

§ 2.De afwikkelingsautoriteit kan de termijn bedoeld in paragraaf 1 met een of meer bijkomende termijnen van twaalf maanden verlengen indien deze verlenging:

1°in de hand werkt dat een van de situaties bedoeld in artikel 263, § 1, 1°, 2°, 3° of 5° zich voordoet; of

2°noodzakelijk is om de continuïteit van de kritieke functies te verzekeren.

Elke beslissing van de afwikkelingsautoriteit om de periode bedoeld in paragraaf 1 te verlengen, bevat een gedetailleerde beoordeling van de situatie, inclusief de marktomstandigheden en -vooruitzichten, die de verlenging rechtvaardigt.