§ 1.Indien de voorwaarden bedoeld in artikel 244, § 1, zijn vervuld, kan de afwikkelingsautoriteit, ten voordele van elke overbruggingsinstelling, elke daad van beschikking bevelen, inzonderheid elke verkoop, overdracht of inbreng, met betrekking tot de aandelen of andere eigendomsinstrumenten uitgegeven door de kredietinstelling of alle of een deel van haar activa, rechten of verbintenissen. Elke overbruggingsinstelling functioneert met inachtneming van de staatssteunregels van de Europese Unie en de afwikkelingsautoriteit kan haar dienovereenkomstig operationele beperkingen opleggen.
§ 2.De afwikkelingsautoriteit ziet erop toe dat de totale waarde van de aan de overbruggingsinstelling overgedragen verbintenissen niet hoger is dan deze van de rechten en activa overgedragen door de kredietinstelling of afkomstig uit andere bronnen.
§ 3.Onder voorbehoud van artikel 272, valt elke vergoeding betaald door de overbruggingsinstelling toe aan:
1°de eigenaars van de aandelen of andere eigendomsinstrumenten indien de overdracht aan de overbruggingsinstelling is uitgevoerd door overdracht van alle of een deel van deze aandelen of eigendomsinstrumenten;
2°de kredietinstelling indien de overdracht is uitgevoerd door overdracht van alle of een deel van haar activa.
§ 4.Het wettelijk bestuursorgaan en de effectieve leiding van de overbruggingsinstelling houden de toegang tot kritieke functies in stand met het oog op de toepassing van het bepaalde in artikel 261, 263 of 264.