§ 1.De afwikkelingsautoriteit mag de overdracht van alle of een deel van de activa, rechten of verbintenissen van een kredietinstelling of van een overbruggingsinstelling aan een of meer vehikels voor activabeheer enkel bevelen in een van de volgende gevallen:
1°de situatie op de specifieke markt voor die activa is van die aard dat een vereffening van die activa in het kader van een liquidatieprocedure een risico meebrengt van nadelige gevolgen voor een of meer financiële markten;
2°de overdracht is noodzakelijk om de goede werking van de kredietinstelling of de overbruggingsinstelling te verzekeren; of
3°de overdracht is noodzakelijk om de opbrengsten van de vereffening te maximaliseren.
§ 2.De afwikkelingsautoriteit bepaalt de waarde van de vergoeding, die in voorkomend geval nominaal of negatief kan zijn, waartegen alle of een deel van de activa, rechten en verbintenissen aan het vehikel voor activabeheer worden overgedragen, overeenkomstig de beginselen bepaald in de artikelen 246 tot 248 en met inachtneming van de staatssteunregels van de Europese Unie.
§ 3.Onverminderd artikel 272, § 1, valt elke door het vehikel voor activabeheer met betrekking tot de rechtstreeks van de kredietinstelling in afwikkeling verworven activa, rechten of verbintenissen betaalde vergoeding, toe aan de kredietinstelling in afwikkeling. Vergoedingen kunnen betaald worden in de vorm van door het vehikel voor activabeheer uitgegeven schuldpapier.
§ 4.Indien het instrument van een overbruggingsinstelling is toegepast, kan een vehikel voor activabeheer, ten vervolge van de toepassing van het instrument van een overbruggingsinstelling, activa, rechten of verbintenissen van de overbruggingsinstelling verwerven.