Alle wetboeken › Bankwet

BOEK XI - HERSTEL EN AFWIKKELING VAN GROEPEN › TITEL V - Afwikkeling van groepen

HOOFDSTUK III - Afschrijving of omzetting van relevante kapitaalinstrumenten en in aanmerking komende schulden

457–458

Art. 457

§ 1.De afwikkelingsautoriteit oefent onverwijld de in artikel 250, § 1 bedoelde bevoegdheid uit wanneer ten minste één van de volgende voorwaarden vervuld is:

1°in het geval van door een dochteronderneming naar Belgisch recht uitgegeven relevante kapitaalinstrumenten en in aanmerking komende schulden bedoeld in artikel 250, § 2, die voor het vervullen van de reglementaire eigenvermogensvereisten op individuele en geconsolideerde basis zijn erkend, doen de geëigende autoriteit van de lidstaat van de consoliderende toezichthouder en de afwikkelingsautoriteit een gezamenlijke vaststelling in de vorm van een gezamenlijk besluit overeenkomstig artikel 465, § 2, dat luidt dat de groep niet langer levensvatbaar zal zijn, tenzij de afwikkelingsautoriteit die bevoegdheid uitoefent;

2°in het geval van door een moederonderneming naar Belgisch recht uitgegeven relevante kapitaalinstrumenten en in aanmerking komende schulden bedoeld in artikel 250, § 2, die voor het vervullen van de reglementaire eigenvermogensvereisten op individuele basis op het niveau van de moederonderneming naar Belgisch recht of op geconsolideerde basis zijn erkend, stelt de afwikkelingsautoriteit vast dat de groep niet langer levensvatbaar zal zijn, tenzij zij die bevoegdheid uitoefent.

§ 2.Door een dochteronderneming naar Belgisch recht uitgegeven relevante kapitaalinstrumenten en in aanmerking komende schulden worden niet in grotere mate afgeschreven of tegen minder gunstige voorwaarden omgezet krachtens § 1, 1°, dan kapitaalinstrumenten of in aanmerking komende schulden van dezelfde rang die op het niveau van de moederonderneming worden afgeschreven of omgezet.

§ 3.In het geval van door een dochteronderneming van een Belgische groep uitgegeven relevante kapitaalinstrumenten of in aanmerking komende schulden die voor het vervullen van de reglementaire eigenvermogensvereisten op individuele en geconsolideerde basis zijn erkend, kan de afwikkelingsautoriteit, in haar hoedanigheid van afwikkelingsautoriteit op groepsniveau, met de geëigende autoriteit van de lidstaat van de dochteronderneming een gezamenlijke vaststelling doen in de vorm van een gezamenlijk besluit overeenkomstig artikel 465, § 2, dat luidt dat de groep niet langer levensvatbaar zal zijn, tenzij de bevoegdheid tot afschrijving of omzetting van relevante kapitaalinstrumenten en in aanmerking komende schulden wordt uitgeoefend.

§ 4.Indien de relevante kapitaalinstrumenten overeenkomstig artikel 92 van Verordening nr. 575/2013 voor het vervullen van de eigenvermogensvereisten op individuele basis zijn erkend, is de autoriteit die verantwoordelijk is voor het doen van de in artikel 250, § 4 bedoelde vaststelling de geëigende autoriteit van de lidstaat waar overeenkomstig Titel III van Richtlijn 2013/36/EU aan de instelling of de entiteit bedoeld in artikel 424, 2° tot en met 4° vergunning is verleend.

Indien de relevante kapitaalinstrumenten of de in artikel 250, § 2 bedoelde in aanmerking komende passiva worden erkend voor het vervullen van het in artikel 267/5/4, § 1 bedoelde vereiste, is de autoriteit die verantwoordelijk is voor het doen van de in artikel 250, § 4 bedoelde vaststelling de geëigende autoriteit van de lidstaat waar overeenkomstig titel III van Richtlijn 2013/36/EU aan de instelling of de entiteit bedoeld in 424, 2° tot en met 4°, een vergunning is verleend.

Art. 458

§ 1.Wanneer de afwikkelingsautoriteit overweegt een in artikel 250, § 4, 2° of 3° of artikel 457, § 1 of § 3 bedoelde vaststelling te doen ten aanzien van een dochteronderneming die relevante kapitaalinstrumenten of in aanmerking komende schulden bedoeld in artikel 250, § 2 uitgeeft met het oog op het voldoen aan het vereiste op individuele basis bedoeld in artikel 267/5/4, die voor het vervullen van de reglementaire eigenvermogensvereisten op individuele en geconsolideerde basis zijn erkend, geeft de afwikkelingsautoriteit, na raadpleging van de afwikkelingsautoriteit van de betrokken af te wikkelen entiteit en binnen 24 uur na die raadpleging, kennis aan:

1°de consoliderende toezichthouder alsook, in voorkomend geval, de geëigende autoriteit van de lidstaat waar de consoliderende toezichthouder is gevestigd;

2°de afwikkelingsautoriteiten van andere entiteiten binnen dezelfde af te wikkelen groep die direct of indirect in artikel 267/5/4, § 2, bedoelde schulden hebben gekocht van de onder artikel 267/5/4, § 1, vallende entiteit.

§ 2.Wanneer de afwikkelingsautoriteit overweegt een in artikel 457, § 1, 1° en § 3 bedoelde vaststelling te doen, stelt zij de bevoegde autoriteit van elke kredietinstelling of holding als bedoeld in artikel 424, 1°, 2°, 3° en 4° die relevante kapitaalinstrumenten heeft uitgegeven ten aanzien waarvan de afschrijvings- of omzettingsbevoegdheid zou moeten worden uitgeoefend indien die vaststelling zou worden gedaan, onverwijld daarvan in kennis, alsook, in voorkomend geval, de geëigende autoriteit van de lidstaat waar die bevoegde autoriteit is gevestigd.

§ 3.De in § 1 en § 2 bedoelde kennisgeving gaat vergezeld van een toelichting van de redenen waarom de afwikkelingsautoriteit overweegt de vaststelling te doen.

§ 4.Wanneer zij een kennisgeving als bedoeld in § 1 of § 2 heeft verricht, gaat de afwikkelingsautoriteit, na raadpleging van de autoriteiten waaraan die kennisgeving is gericht overeenkomstig paragraaf 1, 1° of paragraaf 2, na of er voor de uitoefening van de in artikel 250, § 1 bedoelde bevoegdheid een alternatieve maatregel beschikbaar is.

Wanneer de afwikkelingsautoriteit oordeelt dat er een alternatieve maatregel beschikbaar is, zorgt zij ervoor dat deze maatregel wordt toegepast.

Wanneer de afwikkelingsautoriteit oordeelt dat er geen alternatieve maatregelen beschikbaar zijn, besluit zij of de in § 1 of § 2 bedoelde vaststelling die zij in overweging heeft genomen, passend is.

§ 5.Voor de toepassing van § 4 wordt onder " alternatieve maatregelen " de herstelmaatregelen of een middelen- of kapitaaloverdracht van de moederonderneming verstaan die binnen een adequaat tijdsbestek de omstandigheden kunnen aanpakken die anders een vaststelling als bedoeld in § 1 of § 2 zouden vereisen.

§ 6.Bij het doen van de in § 1 en § 2 bedoelde vaststelling houdt de afwikkelingsautoriteit rekening met de mogelijke gevolgen van de uitoefening van de in artikel 250, § 1 bedoelde bevoegdheid in alle lidstaten waar de kredietinstelling of de groep actief is.

§ 7.Wanneer de afwikkelingsautoriteit een in artikel 457, § 1, 1° bedoelde vaststelling doet, stelt zij de geëigende autoriteiten van de lidstaten waar de dochterondernemingen zijn gevestigd, onverwijld daarvan in kennis.