Alle wetboeken › Bankwet

BOEK XI - HERSTEL EN AFWIKKELING VAN GROEPEN

TITEL IV - Groepsafwikkelingsplannen

439–452

Art. 439

§ 1.In haar hoedanigheid van afwikkelingsautoriteit op groepsniveau stelt de afwikkelingsautoriteit samen met de afwikkelingsautoriteiten van de dochterondernemingen en in voorkomend geval na raadpleging van de afwikkelingsautoriteiten van significante bijkantoren, een groepsafwikkelingsplan op voor de afwikkeling van iedere Belgische groep.

Het groepsafwikkelingsplan bevat maatregelen voor de afwikkeling van:

1°de Belgische EER-moederonderneming;

2°de in de EER gevestigde dochterondernemingen die deel uitmaken van de groep;

3°de in artikel 424, 2° en 3° bedoelde entiteiten die deel uitmaken van de groep;

4°onverminderd Hoofdstuk VI, de dochterondernemingen die deel uitmaken van de groep en die ressorteren onder een derde land.

Het groepsafwikkelingsplan bepaalt voor elke groep de af te wikkelen entiteiten en de af te wikkelen groepen.

§ 2.In haar hoedanigheid van afwikkelingsautoriteit op groepsniveau kan de afwikkelingsautoriteit eisen dat de groepsentiteiten assistentie verlenen bij het opstellen en actualiseren van het groepsafwikkelingsplan, en dat zij haar alle daarvoor noodzakelijke informatie verstrekken.

De afwikkelingsautoriteit kan de groepsentiteiten in het bijzonder verplichten om gedetailleerde gegevens bij te houden aangaande financiële contracten waarbij zij partij zijn. Indien alle of een deel van deze informatie reeds beschikbaar is bij een andere bevoegde autoriteit, maakt deze autoriteit die informatie over aan de afwikkelingsautoriteit.

§ 3.De afwikkelingsautoriteit deelt een samenvatting van de sleutelelementen van het groepsafwikkelingsplan mee aan de Belgische EER-moederonderneming.

Art. 440

§ 1.Het groepsafwikkelingsplan bepaalt de afwikkelingsmaatregelen die verondersteld worden van toepassing te zijn op af te wikkelen entiteiten indien de voorwaarden bepaald in artikel 244 of 454 zijn vervuld, evenals de gevolgen daarvan voor de andere entiteiten van de groep als bedoeld in artikel 424, 2°, tot 4°, voor de moederonderneming en voor dochterkredietinstellingen.

Het groepsafwikkelingsplan is er in het bijzonder op gericht om de continuïteit van de kritieke functies van de betrokken entiteiten te waarborgen, te vermijden dat de stabiliteit van het Belgische en internationale financiële stelsel wordt aangetast en de gewaarborgde deposito's te beschermen.

§ 2.In het groepsafwikkelingsplan wordt rekening gehouden met verschillende scenario's, waaronder de mogelijkheid dat het in gebreke blijven idiosyncratisch is dan wel zich voordoet in een context van algemene financiële instabiliteit of systeembrede gebeurtenissen.

§ 3.Het groepsafwikkelingsplan houdt geen rekening met enige uitzonderlijke overheidssteun, onverminderd de interventies van een financieringsregeling zoals bedoeld in artikel 100 van Richtlijn 2014/59/EU, en evenmin met enige noodfinanciering door centrale banken of enig beroep op andere faciliteiten voor liquiditeitsverstrekking door centrale banken onder voorwaarden inzake zekerheden, duur of interest die afwijken van standaardvoorwaarden.

Het plan bevat niettemin een analyse van hoe en wanneer een groepsentiteit een beroep zou kunnen doen op de faciliteiten van centrale banken, en geeft aan welke activa daarvoor als zekerheid in aanmerking kunnen komen.

Art. 441

§ 1.Het groepsafwikkelingsplan:

1°beschrijft, indien een groep uit meer dan één af te wikkelen groep bestaat, de te nemen afwikkelingsmaatregelen ten aanzien van de af te wikkelen entiteiten van elke af te wikkelen groep en de gevolgen van die maatregelen voor zowel andere entiteiten van de groep die tot dezelfde af te wikkelen groep behoren, als voor andere af te wikkelen groepen;

2°onderzoekt in welke mate de afwikkelingsinstrumenten en -bevoegdheden op gecoördineerde wijze op in de EER gevestigde af te wikkelen entiteiten kunnen worden toegepast en uitgeoefend, en bevat maatregelen die de aankoop door een derde van de groep als geheel of van afzonderlijke bedrijfsonderdelen of -activiteiten van een aantal of van bepaalde groepsentiteiten of af te wikkelen groepen faciliteren, en signaleert potentiële belemmeringen voor een gecoördineerde afwikkeling;

3°stelt, ingeval de groep entiteiten omvat die in derde landen zijn gevestigd, passende regelingen vast voor de samenwerking en coördinatie met de betrokken autoriteiten van die derde landen en de gevolgen voor afwikkeling binnen de EER;

4°geeft aan welke maatregelen, waaronder de juridische en economische afsplitsing van bepaalde functies of bedrijfsonderdelen, nodig zijn om de afwikkeling van de groep te vergemakkelijken wanneer aan de voorwaarden voor groepsafwikkeling wordt voldaan;

5°stelt eventuele niet in deze wet beschreven aanvullende maatregelen vast die de afwikkelingsautoriteit, in haar hoedanigheid van afwikkelingsautoriteit op groepsniveau, voornemens is te nemen ten aanzien van de entiteiten binnen elke af te wikkelen groep;

6°geeft aan hoe de groepsafwikkelingsmaatregelen kunnen worden gefinancierd en zet indien de financieringsregeling nodig is, de beginselen uiteen voor de verdeling van de verantwoordelijkheid voor deze financiering over de financieringsbronnen in de verschillende lidstaten. Deze beginselen worden vastgesteld op basis van billijke en evenwichtige criteria en houden met name rekening met het effect op de financiële stabiliteit in alle betrokken lidstaten.

§ 2.Bij een in Ministerraad overlegd besluit, genomen op advies van de afwikkelingsautoriteit, kan de Koning het volgende nader bepalen:

1°de minimuminhoud van het groepsafwikkelingsplan; en

2°de informatie die door de groepsentiteiten aan de afwikkelingsautoriteit, in haar hoedanigheid van afwikkelingsautoriteit op groepsniveau, moet worden meegedeeld, en de frequentie waarmee dit dient te gebeuren.

Art. 442

De afwikkelingsautoriteit actualiseert het groepsafwikkelingsplan ten minste eenmaal per jaar en in ieder geval na elke wijziging in de juridische of organisatiestructuur, de werkzaamheden of de financiële positie van de groep, inclusief eventuele groepsentiteiten, die een significante invloed kan hebben op het plan of wijziging ervan vergt.

De in het vorige lid bedoelde actualisering wordt tevens verricht na het toepassen van een afwikkelingsmaatregel of het uitoefenen van de in de artikelen 250 of 457 bedoelde bevoegdheid tot afschrijving of omzetting van relevante kapitaalinstrumenten en in aanmerking komende schulden.

De afwikkelingsautoriteit zendt de wijzigingen van het afwikkelingsplan toe aan de betrokken bevoegde autoriteiten.

Art. 443

§ 1.De afwikkelingsautoriteit kan de kredietinstellingen bedoeld in artikel 239, § 1, vrijstellen van de verplichtingen van deze Titel.

§ 2.Wanneer de afwikkelingsautoriteit een vrijstelling verleent met toepassing van paragraaf 1, past zij de in deze Titel bepaalde vereisten toe op basis van de algemene situatie van de centrale instelling en de bij deze instelling aangesloten kredietinstellingen als bedoeld in artikel 239.

§ 3.De Belgische kredietinstellingen die krachtens artikel 6, leden 4 en 5, onder b), van de GTM-verordening onder het rechtstreeks toezicht van de Europese Centrale Bank staan of waarvan de werkzaamheden een belangrijk deel van het Belgische financiële stelsel uitmaken, kunnen niet worden vrijgesteld uit hoofde van paragraaf 1. Voor de toepassing van deze paragraaf worden de werkzaamheden van een instelling geacht een belangrijk deel van het Belgische financiële stelsel uit te maken indien voldaan is aan een van de volgende voorwaarden:

1°de totale waarde van haar activa is groter dan 30.000.000.000 EUR; of

2°de verhouding tussen haar totale activa en het bruto binnenlands product is groter dan 20%.

§ 4.De afwikkelingsautoriteit kan afwijken van de verplichtingen krachtens dit Hoofdstuk inzake de inhoud van het groepsafwikkelingsplan, de frequentie van actualisering van het plan of de informatieverstrekking door de Belgische EER-moederonderneming of de groepsentiteiten, voor zover een dergelijke afwijking verantwoord is in het licht van de impact die het in gebreke blijven en de vereffening van deze entiteiten in het kader van een vereffeningsprocedure kunnen hebben op de financiële markten, op andere kredietinstellingen, op de financierings-voorwaarden en op de economie in het algemeen.

Hierbij houdt de afwikkelingsautoriteit in het bijzonder rekening met de aard van de werkzaamheden van de betrokken entiteiten, hun aandeelhoudersstructuur, rechtsvorm, risicoprofiel, omvang en juridisch statuut, verwevenheid met andere kredietinstellingen of het financiële stelsel in het algemeen, de perimeter en complexiteit van haar werkzaamheden en de eventuele uitoefening van beleggingsdiensten- of activiteiten.

§ 5.De afwikkelingsautoriteit stelt de EBA in kennis van de wijze waarop zij de bepalingen van dit artikel heeft toegepast.

Art. 444

§ 1.In haar hoedanigheid van afwikkelingsautoriteit op groepsniveau geeft de afwikkelingsautoriteit de overeenkomstig artikel 439, § 2 meegedeelde relevante informatie door aan:

1°de EBA;

2°de buitenlandse afwikkelingsautoriteiten van dochterondernemingen;

3°de buitenlandse afwikkelingsautoriteiten in jurisdicties waar significante bijkantoren gevestigd zijn, indien relevant voor hen;

4°de autoriteiten die deelnemen aan de in artikel 178 bedoelde colleges van bevoegde autoriteiten; en

5°de buitenlandse afwikkelingsautoriteiten van de lidstaten waar de entiteiten bedoeld in artikel 424, § 1, 2° en 3° zijn gevestigd.

§ 2.De informatie die de afwikkelingsautoriteit, in haar hoedanigheid van afwikkelingsautoriteit op groepsniveau, verstrekt aan de voor de dochterondernemingen bevoegde autoriteiten, aan de buitenlandse afwikkelingsautoriteiten in de jurisdicties waar significante bijkantoren zijn gevestigd en aan de autoriteiten die deelnemen aan de in artikel 178 bedoelde colleges van bevoegde autoriteiten, omvat ten minste alle informatie die relevant is voor de dochteronderneming of het significante bijkantoor.

De informatie die aan de EBA wordt verstrekt, omvat alle informatie die relevant is voor de rol van de EBA met betrekking tot de groepsafwikkelingsplannen.

Indien het informatie betreft in verband met dochterondernemingen in derde landen, is de afwikkelingsautoriteit niet verplicht die informatie door te geven zonder toestemming van de toezichthoudende autoriteit of de afwikkelingsautoriteit van het betrokken derde land.

Art. 445

§ 1.In haar hoedanigheid van afwikkelingsautoriteit op groepsniveau stelt de afwikkelingsautoriteit het groepsafwikkelingsplan op in een afwikkelingscollege samen met de buitenlandse afwikkelingsautoriteiten bedoeld in artikel 444, § 1 en na raadpleging van de betrokken bevoegde autoriteiten, met inbegrip van de bevoegde autoriteiten in jurisdicties waar significante bijkantoren gevestigd zijn indien dit voor deze bijkantoren relevant is.

§ 2.In haar hoedanigheid van afwikkelingsautoriteit op groepsniveau stelt de afwikkelingsautoriteit alles in het werk om samen met de buitenlandse afwikkelingsautoriteiten die het niet oneens zijn, een gezamenlijk besluit tot vaststelling van het groepsafwikkelingsplan te nemen binnen vier maanden vanaf de datum van de toezending van de in artikel 444, § 2 bedoelde informatie.

Indien een groep uit meer dan één af te wikkelen groep bestaat, wordt de in artikel 441, § 1, 1° bedoelde planning van de afwikkelingsmaatregelen opgenomen in een gezamenlijk besluit als bedoeld in het vorige lid.

De afwikkelingsautoriteit kan de EBA krachtens artikel 31, onder c) van Verordening nr. 1093/2010 verzoeken om bijstand bij het bereiken van een gezamenlijk besluit.

§ 3.Als de afwikkelingsautoriteit en de buitenlandse afwikkelingsautoriteiten niet binnen vier maanden tot een gezamenlijk besluit komen, neemt de afwikkelingsautoriteit, in haar hoedanigheid van afwikkelingsautoriteit op groepsniveau, zelf een besluit over het groepsafwikkelingsplan.

Het besluit wordt volledig gemotiveerd en houdt rekening met de standpunten en voorbehouden van de buitenlandse afwikkelingsautoriteiten die het oneens zijn.

Indien een buitenlandse afwikkelingsautoriteit binnen de in paragraaf 2 bedoelde termijn de zaak krachtens artikel 19 van Verordening nr. 1093/2010 aan de EBA heeft voorgelegd, stelt de afwikkelingsautoriteit haar besluit uit in afwachting van een eventueel door de EBA genomen besluit.

Zij neemt haar besluit in overeenstemming met het besluit van de EBA. Het besluit wordt door de afwikkelingsautoriteit aan de Belgische EER-moederonderneming verstrekt en ter kennis gebracht van de andere leden van het afwikkelingscollege.

Wat het afwikkelingsplan op individueel niveau betreft, formuleert de afwikkelingsautoriteit, in haar hoedanigheid van afwikkelingsautoriteit op groepsniveau, haar standpunten en voorbehouden alvorens de buitenlandse afwikkelingsautoriteiten die het oneens zijn zelf een besluit nemen en een afwikkelingsplan opstellen voor de entiteiten in hun rechtsgebied.

In haar hoedanigheid van afwikkelingsautoriteit op groepsniveau kan de afwikkelingsautoriteit tot aan het einde van de in paragraaf 2 bedoelde termijn en zolang er geen gezamenlijk besluit is genomen, de zaak krachtens artikel 19 van Verordening nr. 1093/2010 voorleggen aan de EBA.

§ 4.In haar hoedanigheid van afwikkelingsautoriteit op groepsniveau neemt de afwikkelingsautoriteit het initiatief tot een herbeoordeling van het groepsafwikkelingsplan waartoe gezamenlijk besloten is, met inbegrip van het minimumvereiste voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva, wanneer een buitenlandse afwikkelingsautoriteit die het oneens is, oordeelt dat het onderwerp waarover onenigheid bestaat, afbreuk doet aan de budgettaire verantwoordelijkheden van haar lidstaat.

§ 5.In haar hoedanigheid van afwikkelingsautoriteit op groepsniveau neemt de afwikkelingsautoriteit geen gezamenlijk besluit als bedoeld in paragraaf 2, zolang de maatregelen om de wezenlijke belemmeringen voor de afwikkelbaarheid van de groep weg te nemen niet zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 450.

§ 6.Indien de afwikkelingsautoriteit, in haar hoedanigheid van afwikkelingsautoriteit op groepsniveau, oordeelt dat een onderwerp waarover onenigheid bestaat, waarover een individueel besluit wordt genomen krachtens § 3, lid 4 en dat aan de EBA is voorgelegd, op een of andere wijze afbreuk kan doen aan de budgettaire verantwoordelijkheden van België, kan zij die bezorgdheid ter kennis brengen van de EBA en de betrokken buitenlandse afwikkelingsautoriteiten.

Art. 446

§ 1.In haar hoedanigheid van autoriteit die bevoegd is voor de afwikkeling van groepsentiteiten naar Belgisch recht die dochterondernemingen zijn van een EER-moederonderneming, stelt de afwikkelingsautoriteit alles in het werk om samen met de buitenlandse afwikkelingsautoriteit op groepsniveau tot een gezamenlijk besluit te komen over de vaststelling van een groepsafwikkelingsplan voor de betrokken groepsentiteiten, en dit binnen vier maanden vanaf de datum waarop de buitenlandse afwikkelingsautoriteit op groepsniveau de informatie bedoeld in artikel 13, lid 1 van Richtlijn 2014/59/EU heeft toegezonden.

Indien een groep uit meer dan één af te wikkelen groep bestaat, wordt de in artikel 441, § 1, 1°, bedoelde planning van de afwikkelingsmaatregelen opgenomen in een gezamenlijk besluit als bedoeld in het vorige lid.

Bij verschil van mening kan de afwikkelingsautoriteit de buitenlandse afwikkelingsautoriteit op groepsniveau verzoeken om de EBA te raadplegen.

§ 2.Bij ontstentenis van een gezamenlijk besluit als bedoeld in paragraaf 1, neemt de afwikkelingsautoriteit, in haar hoedanigheid als bedoeld in paragraaf 1, zelf een besluit en wijst zij in voorkomend geval de af te wikkelen entiteit aan en stelt zij een afwikkelingsplan op voor de af te wikkelen groep die bestaat uit entiteiten in haar rechtsgebied.

Het besluit wordt volledig gemotiveerd, bevat de redenen waarom de afwikkelingsautoriteit het niet eens is met het voorgestelde groepsafwikkelingsplan en houdt rekening met de standpunten en voorbehouden van de andere bevoegde autoriteiten en de buitenlandse afwikkelingsautoriteiten.

Indien een andere afwikkelingsautoriteit binnen de in de paragraaf 1 bedoelde termijn de zaak krachtens artikel 19 van Verordening nr. 1093/2010 aan de EBA heeft voorgelegd, stelt de afwikkelingsautoriteit haar besluit uit in afwachting van een eventueel door de EBA genomen besluit.

Zij neemt haar besluit in overeenstemming met het besluit van de EBA. De afwikkelingsautoriteit brengt haar besluit ter kennis van de andere leden van het afwikkelingscollege.

In haar hoedanigheid als bedoeld in paragraaf 1, maakt de afwikkelingsautoriteit aan de buitenlandse afwikkelingsautoriteit op groepsniveau haar standpunten en voorbehouden over betreffende het besluit dat de buitenlandse afwikkelingsautoriteit op groepsniveau overweegt te nemen over het groepsafwikkelingsplan.

De afwikkelingsautoriteit kan tot aan het einde van de in paragraaf 1 bedoelde termijn en zolang er geen gezamenlijk besluit is genomen, de zaak krachtens artikel 19 van Verordening nr. 1093/2010 voorleggen aan de EBA.

In haar hoedanigheid als bedoeld in paragraaf 1, maakt de afwikkelingsautoriteit aan de buitenlandse afwikkelingsautoriteiten die een individueel besluit over een afwikkelingsplan zullen nemen, haar standpunten en voorbehouden over betreffende dat besluit.

De afwikkelingsautoriteit kan tot aan het einde van de in paragraaf 1 bedoelde termijn en zolang er geen gezamenlijk besluit is genomen, de zaak krachtens artikel 19 van Verordening nr. 1093/2010 voorleggen aan de EBA.

§ 3.Wanneer de afwikkelingsautoriteit, in haar hoedanigheid als bedoeld in paragraaf 1, oordeelt dat een onderwerp waarover onenigheid bestaat en waarover een gezamenlijk besluit wordt genomen, afbreuk doet aan de budgettaire verantwoordelijkheden van België, kan zij die bezorgdheid ter kennis brengen van de buitenlandse afwikkelingsautoriteit op groepsniveau en verzoeken om een herbeoordeling van het groepsafwikkelingsplan.

§ 4.Indien de afwikkelingsautoriteit oordeelt dat een onderwerp waarover onenigheid bestaat, waarover een individueel besluit wordt genomen en dat aan de EBA is voorgelegd, op een of andere wijze afbreuk kan doen aan de budgettaire verantwoordelijkheden van België, kan zij die bezorgdheid ter kennis brengen van de EBA en de betrokken buitenlandse andere afwikkelingsautoriteiten.

Art. 447

De gezamenlijke besluiten en de besluiten genomen bij ontstentenis van een gezamenlijk besluit, als bedoeld in de artikelen 445 en 446:

1°worden door de afwikkelingsautoriteit erkend als definitief en in voorkomend geval toegepast binnen België;

2°worden jaarlijks geactualiseerd.

Art. 448

§ 1.Bij de opstelling en actualisering van het groepsafwikkelingsplan volgens de besluitvormingsprocedure als bedoeld in artikel 445, beoordeelt de afwikkelingsautoriteit, in haar hoedanigheid van afwikkelingsautoriteit op groepsniveau, samen met de buitenlandse afwikkelingsautoriteiten van dochterondernemingen, na raadpleging van de consoliderende toezichthouder, de bevoegde autoriteiten voor de dochterondernemingen en de buitenlandse afwikkelingsautoriteiten van de jurisdicties waar significante bijkantoren gevestigd zijn, in welke mate Belgische groepen afwikkelbaar zijn.

§ 2.Bij de opstelling en actualisering van het groepsafwikkelingsplan volgens de besluitvormingsprocedure als bedoeld in artikel 446, beoordeelt de afwikkelingsautoriteit, in haar hoedanigheid van autoriteit die bevoegd is voor de afwikkeling van groepsentiteiten naar Belgisch recht die dochterondernemingen zijn van een EER-moederonderneming, samen met de buitenlandse afwikkelingsautoriteit op groepsniveau en de andere bevoegde autoriteiten in welke mate deze groep afwikkelbaar is.

§ 3.De beoordeling bedoeld in de paragrafen 1 en 2 wordt uitgevoerd in een afwikkelingscollege.

§ 4.Voor de toepassing van de paragrafen 1 en 2, wordt een groep geacht afwikkelbaar te zijn indien de afwikkelingsautoriteiten op geloofwaardige wijze hetzij de groepsentiteiten in vereffening kunnen stellen volgens een liquidatieprocedure, hetzij die groep kunnen afwikkelen door toepassing van een of meer afwikkelingsinstrumenten en -bevoegdheden ten aanzien van de af te wikkelen entiteiten van die groep, waarbij in de mate van het mogelijke significante nadelige gevolgen voor de financiële stelsels van België of andere lidstaten worden vermeden, mede in geval van algemene financiële instabiliteit of systeembrede gebeurtenissen, en met als doelstelling om de continuïteit van de kritieke functies van de groepsentiteiten te waarborgen.

Indien een groep uit meer dan één af te wikkelen groep bestaat, beoordeelt de afwikkelingsautoriteit de afwikkelbaarheid van elke af te wikkelen groep overeenkomstig het vorige lid. Deze beoordeling wordt uitgevoerd in aanvulling op de beoordeling van de afwikkelbaarheid van de hele groep en wordt verricht in het kader van de besluitvormingsprocedure bedoeld in artikel 446.

§ 5.Bij een in Ministerraad overlegd besluit, genomen op advies van de afwikkelingsautoriteit, kan de Koning de elementen nader bepalen die de afwikkelingsautoriteiten dienen te onderzoeken om de afwikkelbaarheid van een groep overeenkomstig dit artikel te beoordelen.

§ 6.Bij de beoordeling van de afwikkelbaarheid van een groep gaan de afwikkelingsautoriteiten niet uit van enige uitzonderlijke overheidssteun, onverminderd de interventies van een financieringsregeling zoals bedoeld in artikel 100 van Richtlijn 2014/59/EU, noch van enige noodfinanciering door centrale banken of enig beroep op andere faciliteiten voor liquiditeitsverstrekking door centrale banken onder voorwaarden inzake zekerheden, duur of interest die afwijken van standaardvoorwaarden.

§ 7.In haar hoedanigheid van afwikkelingsautoriteit op groepsniveau stelt de afwikkelingsautoriteit de EBA tijdig in kennis wanneer een groep niet afwikkelbaar wordt geacht.

Art. 449

Indien de afwikkelingsautoriteit, na beoordeling van de afwikkelbaarheid overeenkomstig artikel 448, § 1, vaststelt dat er belangrijke belemmeringen bestaan voor de afwikkelbaarheid van een entiteit bedoeld in artikel 424, brengt zij deze vaststelling schriftelijk ter kennis van de betrokken entiteit, de bevoegde autoriteit en de buitenlandse afwikkelingsautoriteiten in de jurisdicties waar significante bijkantoren gevestigd zijn.

Binnen vier maanden na de datum van ontvangst van de in het eerste lid bedoelde kennisgeving, stelt de entiteit aan de afwikkelingsautoriteit maatregelen voor om de vastgestelde belemmeringen te verminderen of op te heffen.

Art. 449/1

De entiteit stelt, binnen twee weken na de datum van ontvangst van een overeenkomstig artikel 449 gedane kennisgeving, aan de afwikkelingsautoriteit mogelijke maatregelen en het tijdpad ter uitvoering ervan voor om te verzekeren dat de entiteit voldoet aan artikel 267/5/3 of 267/5/4 en aan het globaal vereiste van een tier 1-kernkapitaalbuffer, indien een wezenlijke belemmering voor de afwikkelbaarheid te wijten is aan een van de volgende situaties:

1°de entiteit voldoet aan het globaal vereiste van een tier 1-kernkapitaalbuffer, wanneer dit vereiste in beschouwing wordt genomen naast elk van de vereisten als bedoeld in artikel 98/1, maar zij voldoet niet aan het globaal vereiste van een tier 1-kernkapitaalbuffer wanneer het in beschouwing wordt genomen naast de in de artikelen 267/5/1 en 267/5/2 bedoelde vereisten als berekend overeenkomstig artikel 267/3, § 2, 1°; of

2°de entiteit voldoet niet aan de in de artikel 92bis en artikel 494 van Verordening nr. 575/2013 bedoelde vereisten, noch aan de in de artikel 267/5/1 en artikel 267/5/2 bedoelde vereisten.

In het tijdpad voor de uitvoering van de in het eerste lid voorgestelde maatregelen wordt rekening gehouden met de redenen voor de wezenlijke belemmering.

De afwikkelingsautoriteit beoordeelt, na raadpleging van de toezichthouder, of de krachtens dit artikel voorgestelde maatregelen de desbetreffende wezenlijke belemmering daadwerkelijk aanpakken of wegnemen.

Art. 450

§ 1.In haar hoedanigheid van afwikkelingsautoriteit op groepsniveau stelt de afwikkelingsautoriteit samen met de buitenlandse afwikkelingsautoriteiten van de dochterondernemingen alles in het werk om tot een gezamenlijk besluit te komen over maatregelen die met betrekking tot alle af te wikkelen entiteiten en hun dochterondernemingen die entiteiten zijn als bedoeld in artikel 424 en die deel uitmaken van een Belgische groep, kunnen worden genomen met het oog op het opheffen of verminderen van belemmeringen voor de afwikkelbaarheid van de groep.

De in het eerste lid genoemde afwikkelingsautoriteiten kunnen in het bijzonder, ten aanzien van de betrokken entiteiten en via gezamenlijk besluit, de maatregelen eisen zoals bedoeld in artikel 232, tweede lid.

Het gezamenlijk besluit wordt genomen in het afwikkelingscollege, na raadpleging van het college van bevoegde autoriteiten en van de buitenlandse afwikkelingsautoriteiten in de jurisdicties waar bijkantoren gevestigd zijn, voor zover een en ander relevant is voor het significante bijkantoor, en met inachtneming van de krachtens artikel 448 gemaakte beoordeling.

§ 2.In haar hoedanigheid van afwikkelingsautoriteit op groepsniveau stelt de afwikkelingsautoriteit in samenwerking met de consoliderende toezichthouder en met de EBA, en na raadpleging van de bevoegde autoriteiten, een verslag op met minstens de volgende inhoud:

1°een analyse van de belangrijke belemmeringen voor de doeltreffende toepassing van de afwikkelingsinstrumenten en uitoefening van de afwikkelingsbevoegdheden met betrekking tot de groep en tot de af te wikkelen groepen indien een groep uit meer dan één af te wikkelen groep bestaat;

2°de impact op het bedrijfsmodel van de groepsentiteiten;

3°de maatregelen bedoeld in artikel 232, tweede lid die volgens de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau nodig of passend zijn om deze belemmeringen weg te nemen.

Indien een belemmering voor de afwikkelbaarheid van de groep te wijten is aan een in artikel 449/1 bedoelde situatie van een entiteit van een groep, brengt de afwikkelingsautoriteit haar beoordeling van die belemmering ter kennis van de Belgische EER-moederonderneming na raadpleging van de afwikkelingsautoriteit van de af te wikkelen entiteit en de afwikkelingsautoriteiten van haar dochterondernemingen.

De afwikkelingsautoriteit dient het verslag in bij de Belgische EER-moederonderneming, bij de buitenlandse afwikkelingsautoriteiten van de dochterondernemingen en bij de buitenlandse afwikkelingsautoriteiten in de jurisdicties waar significante bijkantoren gevestigd zijn.

§ 3.Binnen vier maanden na de datum van ontvangst van de in paragraaf 2 bedoelde kennisgeving, kan de Belgische EER-moederonderneming opmerkingen indienen en aan de afwikkelingsautoriteit alternatieve maatregelen voorstellen waarmee de in het verslag genoemde belemmeringen kunnen worden verminderd of opgeheven.

Indien de in het verslag vastgestelde belemmeringen te wijten zijn aan een situatie bedoeld in artikel 449/1 waarin een entiteit van de groep zich bevindt, stelt de Belgische EER-moederonderneming, binnen twee weken na de datum van ontvangst van een overeenkomstig paragraaf 2, tweede lid gedane kennisgeving, aan de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau mogelijke maatregelen alsmede het tijdpad ter uitvoering ervan voor, teneinde te waarborgen dat de entiteit van de groep voldoet aan de vereisten als bedoeld in 267/5/3 of artikel 267/5/4, uitgedrukt als een percentage van het totaal van de risicoposten, berekend overeenkomstig artikel 92, lid 3, van Verordening nr. 575/2013 en, waar van toepassing, het globaal vereiste van een tier 1-kernkapitaalbuffer, alsmede aan de vereisten, bedoeld in artikel 267/5/3 en artikel 267/5/4, uitgedrukt als een percentage van de totale blootstellingsmaatstaf als bedoeld in artikel 429 en artikel 429bis van Verordening nr. 575/2013.

In het tijdpad voor de uitvoering van de in het voorgaande lid voorgestelde maatregelen wordt rekening gehouden met de redenen voor de wezenlijke belemmering. Na raadpleging van de toezichthouder oordeelt de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau of de wezenlijke belemmering met deze maatregelen daadwerkelijk wordt aangepakt of weggenomen.

In haar hoedanigheid van afwikkelingsautoriteit op groepsniveau deelt de afwikkelingsautoriteit de aldus voorgestelde maatregelen mee aan de toezichthouder, de EBA, de buitenlandse afwikkelingsautoriteiten van de dochterondernemingen en de buitenlandse afwikkelingsautoriteiten in de jurisdicties waar significante bijkantoren gevestigd zijn, mits dit relevant is voor het significante bijkantoor.

§ 4.Binnen vier maanden na de indiening van de in paragraaf 3 bedoelde opmerkingen of voorstellen van de Belgische EER-moederonderneming, nemen de afwikkelingsautoriteit en de buitenlandse afwikkelingsautoriteiten van de dochterondernemingen en de significante bijkantoren, na raadpleging van de bevoegde autoriteiten, binnen het afwikkelingscollege een gezamenlijk besluit met betrekking tot:

1°de vaststelling van de belangrijke belemmeringen;

2°indien nodig, de beoordeling van de maatregelen die zijn voorgesteld door de Belgische EER-moederonderneming, en

3°de door de autoriteiten geëiste maatregelen om de belemmeringen te verminderen of op te heffen, rekening houdend met de mogelijke gevolgen van de maatregelen in alle lidstaten waar de groep actief is.

Het gezamenlijke besluit met betrekking tot de belemmering voor de afwikkelbaarheid als gevolg van een in artikel 449/1 bedoelde situatie wordt genomen binnen twee weken na de indiening van opmerkingen door de Belgische EER-moederonderneming overeenkomstig paragraaf 3, tweede lid.

De afwikkelingsautoriteit kan de EBA krachtens artikel 31, onder c) van Verordening nr. 1093/2010 verzoeken om bijstand bij het bereiken van een gezamenlijk besluit.

Het gezamenlijk besluit wordt gemotiveerd en door de afwikkelingsautoriteit, in haar hoedanigheid van afwikkelingsautoriteit op groepsniveau, verstrekt aan de Belgische EER-moederonderneming.

Art. 450/1

§ 1.Indien de afwikkelingsautoriteit, in haar hoedanigheid van afwikkelingsautoriteit op groepsniveau, en de buitenlandse afwikkelingsautoriteiten niet tot een gezamenlijk besluit komen binnen de relevante termijn bedoeld in artikel 450, § 4, zijn de hierna volgende paragrafen van toepassing.

§ 2.De afwikkelingsautoriteit, in haar hoedanigheid van afwikkelingsautoriteit op groepsniveau, neemt zelf een besluit over de maatregelen die overeenkomstig artikel 450, § 1 op groepsniveau moeten worden genomen.

Het besluit wordt volledig gemotiveerd en houdt rekening met de standpunten en voorbehouden van de andere afwikkelingsautoriteiten.

De afwikkelingsautoriteit deelt het besluit mee aan de Belgische EER-moederonderneming en brengt het ter kennis van de andere leden van het afwikkelingscollege.

§ 3.De afwikkelingsautoriteit van de betrokken af te wikkelen entiteit neemt zelf een besluit over de passende maatregelen die overeenkomstig artikel 450, § 1 op het niveau van de af te wikkelen groep moeten worden genomen.

Het besluit wordt volledig gemotiveerd en houdt rekening met de standpunten en voorbehouden van de afwikkelingsautoriteiten van andere entiteiten van dezelfde af te wikkelen groep en de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau.

De bevoegde afwikkelingsautoriteit deelt dit besluit mee aan de af te wikkelen entiteit en brengt het ter kennis van de andere leden van het afwikkelingscollege.

§ 4.De afwikkelingsautoriteit van de dochteronderneming die niet aangemerkt is als af te wikkelen entiteit krachtens artikel 439, § 1, lid 3, neemt zelf een besluit over de passende maatregelen die overeenkomstig artikel 232 op individueel niveau moeten worden genomen.

Het besluit wordt volledig gemotiveerd en houdt rekening met de standpunten en voorbehouden van de andere afwikkelingsautoriteiten.

De bevoegde afwikkelingsautoriteit deelt het besluit mee aan de betrokken dochteronderneming en aan de af te wikkelen entiteit van dezelfde af te wikkelen groep, aan de afwikkelingsautoriteit van die af te wikkelen entiteit en aan de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau. De bevoegde afwikkelingsautoriteit brengt het besluit ter kennis van de andere leden van het afwikkelingscollege.

§ 5.Indien een afwikkelingsautoriteit binnen de in artikel 450, § 4 bedoelde relevante termijn een zaak als bedoeld in artikel 452 krachtens artikel 19 van Verordening nr. 1093/2010 aan de EBA heeft voorgelegd, stellen de afwikkelingsautoriteiten bedoeld in de paragrafen 2, 3 of 4 hun besluit uit in afwachting van een eventueel door de EBA genomen besluit. De afwikkelingsautoriteiten nemen hun besluiten in overeenstemming met het besluit van de EBA.

De in artikel 450, § 4 bedoelde relevante termijn wordt beschouwd als verzoeningsfase in de zin van Verordening nr. 1093/2010. De EBA neemt binnen één maand een besluit. De zaak wordt niet meer aan de EBA voorgelegd na het einde van de in artikel 450, § 4 bedoelde relevante termijn of nadat een gezamenlijk besluit is genomen. Indien de EBA niet tot een besluit komt, zijn de respectievelijke besluiten van de afwikkelingsautoriteiten bedoeld in de paragrafen 2, 3 en 4 van toepassing.

Art. 450/2

De gezamenlijke besluiten en de besluiten genomen bij ontstentenis van een gezamenlijk besluit, als bedoeld in artikel 450 en 450/1, worden door de afwikkelingsautoriteit erkend en in voorkomend geval toegepast in België.

Art. 451

§ 1.De afwikkelingsautoriteit, in haar hoedanigheid van autoriteit bevoegd voor de afwikkeling van dochterondernemingen naar Belgisch recht, stelt alles in het werk om samen met de buitenlandse afwikkelingsautoriteit op groepsniveau tot een gezamenlijk besluit te komen over maatregelen die met betrekking tot alle af te wikkelen entiteiten en hun dochterondernemingen die entiteiten zijn als bedoeld in artikel 424 en die deel uitmaken van de groep, kunnen worden genomen met het oog op het opheffen of verminderen van de belemmeringen voor de afwikkelbaarheid van de groep, en dit binnen de relevante termijn bedoeld in artikel 18, lid 5 van Richtlijn 2014/59/EU.

Wanneer de afwikkelingsautoriteit, in de hoedanigheid van autoriteit bevoegd voor de afwikkeling van dochterondernemingen naar Belgisch recht, van de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau het verslag ontvangt bedoeld in artikel 18, lid 2, eerste alinea van Richtlijn 2014/59/EU, zendt zij dit door aan de dochterondernemingen waarvoor zij bevoegd is.

Het gezamenlijk besluit wordt genomen in het afwikkelingscollege, na raadpleging van het college van bevoegde autoriteiten en van de afwikkelingsautoriteiten in de jurisdicties waar significante bijkantoren gevestigd zijn, voor zover een en ander relevant is voor die bijkantoren, en met inachtneming van de krachtens artikel 16 van Richtlijn 2014/59/EU gemaakte beoordeling.

Bij verschil van mening kan de afwikkelingsautoriteit de buitenlandse afwikkelingsautoriteit op groepsniveau verzoeken om de EBA te raadplegen.

§ 2.Bij ontstentenis van een gezamenlijk besluit als bedoeld in paragraaf 1, is het bepaalde in artikel 450/1 naar analogie van toepassing.

De afwikkelingsautoriteit maakt aan de andere afwikkelingsautoriteiten haar standpunten en voorbehouden over betreffende de besluiten die deze afwikkelingsautoriteiten zelf zullen nemen.

De afwikkelingsautoriteit kan, tot aan het einde van de in artikel 18, lid 5 van Richtlijn 2014/59/EU bedoelde relevante termijn en zolang er geen gezamenlijk besluit is genomen, een zaak als bedoeld in artikel 452 krachtens artikel 19 van Verordening nr. 1093/2010 voorleggen aan de EBA.

§ 3.De gezamenlijke besluiten en de besluiten genomen bij ontstentenis van een gezamenlijk besluit, als bedoeld in dit artikel, worden door de afwikkelingsautoriteit erkend en in voorkomend geval toegepast in België.

Art. 452

Bij het uitblijven van een gezamenlijk besluit over het nemen van maatregelen als bedoeld in artikel 232, tweede lid, 7° of 8° dan wel als bedoeld in artikel 17, lid 5, onder g), h) of k) van Richtlijn 2014/59/EU, kan de afwikkelingsautoriteit de EBA overeenkomstig artikel 19, lid 3 van Verordening nr. 1093/2010 om bijstand verzoeken bij het bereiken van overeenstemming.