Alle wetboeken › Bankwet

BOEK II - KREDIETINSTELLINGEN NAAR BELGISCH RECHT › TITEL VIII - Afwikkeling van kredietinstellingen

HOOFDSTUK III - Waardering

246–249

Art. 246

§ 1.Vóór het nemen van een afwikkelingsmaatregel of het uitoefenen van de bevoegdheid om relevante kapitaalinstrumenten en in aanmerking komende schulden af te schrijven of om te zetten met toepassing van Hoofdstuk IV, ziet de afwikkelingsautoriteit erop toe dat een faire, voorzichtige en realistische waardering van de activa en passiva van de kredietinstelling wordt verricht door een persoon die onafhankelijk is zowel van enige overheid, met inbegrip van de afwikkelingsautoriteit, als van de kredietinstelling.

§ 2.De waardering heeft tot doel:

1°gegevens te verzamelen voor de vaststelling of aan de voorwaarden voor het initiëren van een afwikkelingsprocedure of voor de afschrijving of omzetting van kapitaalinstrumenten en in aanmerking komende schulden is voldaan;

2°indien aan de voorwaarden voor het initiëren van een afwikkelingsprocedure is voldaan, gegevens te verzamelen voor de keuze tussen de passende afwikkelingsmaatregelen;

3°wanneer wordt overwogen om de bevoegdheid tot afschrijving of omzetting van relevante kapitaalinstrumenten en in aanmerking komende schulden uit te oefenen, de berekeningsbasis te vormen voor de afschrijving die nodig is om verliezen aan te zuiveren, en voor de omvang van de omzetting die nodig is om de kredietinstelling te herkapitaliseren;

3°/1 wanneer wordt overwogen om het instrument van interne versterking toe te passen, gegevens te verzamelen zodat een beslissing kan worden genomen over het bedrag van de afschrijving of de omzetting van bail-inbare schulden;

4°wanneer de toepassing van het instrument van verkoop van de onderneming wordt overwogen, gegevens te verzamelen om uit te maken welke aandelen of andere eigendomsinstrumenten of activa, rechten of verbintenissen moeten worden overgedragen, en om te bepalen wat commerciële voorwaarden zijn voor de toepassing van artikel 256, § 2;

5°wanneer de toepassing van het instrument van de overbruggingsinstelling of het instrument van afsplitsing van activa wordt overwogen, gegevens te verzamelen om uit te maken welke aandelen of andere eigendomsinstrumenten of activa, rechten of verbintenissen moeten worden overgedragen, alsook om de waarde te bepalen van elke vergoeding die aan de kredietinstelling of, in voorkomend geval, aan de eigenaars van de aandelen of andere eigendomsinstrumenten dient te worden betaald;

6°ervoor te zorgen dat met ieder verlies op de activa van de kredietinstelling ten volle rekening wordt gehouden op het ogenblik dat het afwikkelingsinstrument wordt toegepast of op het ogenblik dat de bevoegdheid tot afschrijving of omzetting van de kapitaalinstrumenten en in aanmerking komende schulden wordt uitgeoefend.

Art. 247

§ 1.De waardering is gebaseerd op voorzichtige hypothesen, onder meer met betrekking tot wanbetalingspercentages en de ernst van de verliezen. Zij houdt geen rekening met enige toekomstige uitzonderlijke overheidssteun, noch met enige noodfinanciering door centrale banken of enig beroep op andere faciliteiten voor liquiditeitsverstrekking door centrale banken onder voorwaarden inzake zekerheden, duur of interest die afwijken van standaardvoorwaarden.

Daarnaast wordt bij de waardering in aanmerking genomen dat, indien een afwikkelingsinstrument wordt toegepast:

1°de afwikkelingsautoriteit en het Afwikkelingsfonds alle redelijke en op rechtmatige wijze gemaakte kosten kunnen terugvorderen van de kredietinstelling in afwikkeling, overeenkomstig artikel 272;

2°de financieringsregeling voor de afwikkeling kan voorzien in rente of vergoedingen voor elke aan de kredietinstelling in afwikkeling toegekende lening of waarborg, overeenkomstig artikel 6/1 van de wet van 28 december 2011 op het Afwikkelingsfonds.

§ 2.De waardering wordt aangevuld met de volgende informatie:

1°een geactualiseerde balans en een verslag over de financiële positie van de kredietinstelling;

2°een analyse van de boekwaarde van de activa;

3°de lijst van de opeisbare passiva, met inbegrip van passiva buiten balans, met vermelding van de schuldeisers en hun rangorde in geval van samenloop van schuldeisers.

§ 3.Indien nodig wordt, teneinde gegevens te verzamelen om de beslissingen bedoeld in artikel 246, § 2, 4° en 5°, te onderbouwen, de informatie bedoeld in paragraaf 2, 2°, aangevuld met een schatting en een analyse van de marktwaarde van de activa en passiva van de kredietinstelling.

§ 4.Het waarderingsverslag geeft de onderverdeling van de schuldeisers in verschillende categorieën aan overeenkomstig hun rangorde in geval van samenloop van schuldeisers, en geeft een inschatting van de behandeling die elke categorie van aandeelhouders en schuldeisers naar verwachting zou hebben gekregen indien de kredietinstelling zou zijn vereffend volgens een liquidatieprocedure.

Art. 248

§ 1.... indien aan alle vereisten bepaald in de artikelen 246 en 247 is voldaan, wordt de waardering geacht definitief te zijn.

§ 2.Indien het wegens spoedeisende omstandigheden onmogelijk is om een waardering te verrichten die voldoet aan alle vereisten bepaald in de artikelen 246 en 247, laat de afwikkelingsautoriteit overgaan tot een voorlopige waardering van de activa en passiva van de kredietinstelling.

De voorlopige waardering voldoet, voor zover dit, in acht genomen de omstandigheden, redelijkerwijze mogelijk is, aan de vereisten van de artikelen 246 en 247. Zij omvat een buffer voor bijkomende verliezen, waarvan het bedrag wordt gemotiveerd.

De voorlopige waardering verricht overeenkomstig deze paragraaf volstaat voor de afwikkelingsautoriteit om afwikkelingsmaatregelen te nemen of om de bevoegdheid tot het afschrijven of omzetten van relevante kapitaalinstrumenten en in aanmerking komende schulden uit te oefenen.

§ 3.De voorlopige waardering wordt zo spoedig mogelijk gevolgd door een definitieve waardering die ten volle voldoet aan alle voorwaarden bepaald in de artikelen 246 en 247. Deze waardering wordt los van of samen met de in artikel 283 bedoelde waardering verricht.

Ingeval uit de definitieve waardering een waarde blijkt die hoger is dan deze volgens de voorlopige waardering, bepaalt de afwikkelingsautoriteit in voorkomend geval het prijssupplement dat de overbruggingsinstelling of het vehikel voor activabeheer aan de kredietinstelling of, naargelang het geval, aan de eigenaars dient te betalen als vergoeding voor de aandelen, andere eigendomsinstrumenten, activa of rechten overgedragen met toepassing van het instrument van de overbruggingsinstelling of het instrument van afsplitsing van activa of oefent zij in voorkomend geval haar bevoegdheid uit om de waarde te verhogen van relevante kapitaalinstrumenten of bail-inbare schulden die met toepassing van het instrument van interne versterking zijn afgeschreven.

§ 4.De waardering vormt een integraal onderdeel van het besluit om een afwikkelingsmaatregel te nemen of om de bevoegdheid om relevante kapitaalinstrumenten en in aanmerking komende schulden af te schrijven of om te zetten uit te oefenen. De waardering zelf is niet vatbaar voor een afzonderlijk beroep maar kan vatbaar zijn voor een beroep samen met dat besluit, in toepassing van het bepaalde in Hoofdstuk IX van deze Titel.

Art. 249

Bij een in Ministerraad overlegd besluit, genomen op advies van de afwikkelingsautoriteit, kan de Koning:

1°de voorwaarden bepalen volgens dewelke een persoon wordt geacht onafhankelijk te zijn in de zin van artikel 246, § 1;

2°de methode of methoden bepalen die moeten worden aangewend voor het waarderen van de marktwaarde van de activa en passiva van de kredietinstelling voor de toepassing van artikel 247, § 3; en

3°de methode of methoden bepalen die moeten worden aangewend voor de berekening van de buffer voor bijkomende verliezen bedoeld in artikel 248, § 2, tweede lid.