Alle wetboeken › ZIV-wet

TITEL VII - Controle en geschillen.

HOOFDSTUK II - Geneeskundige controle.

139–158

Art. 139

(In het Instituut wordt een Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle ingesteld, bestaande uit een centrale dienst en uitvoeringsdiensten in de zin van de wetten van 18 juli 1966 op het gebruik van de talen in bestuurszaken.)

De Koning bepaalt, bij besluit overlegd in Ministerraad, voor deze uitvoeringsdiensten:

1°het aantal;

2°het ambtsgebied;

3°de zetel.

In afwijking van het eerste lid, en in afwachting van de uitvoering door de Koning van de bevoegdheid Hem verleend door het tweede lid, is de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle, samengesteld als volgt: een centrale dienst, ten hoogste tien uitvoeringsdiensten waarvan het ambtsgebied overeenstemt met de provinciale omschrijving waarvan zij de naam dragen (Antwerpen, Limburg, Namen, Luxemburg, Luik, Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen, Henegouwen, Vlaams-Brabant en Waals-Brabant), en een dienst voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Hij wordt ermee belast:

1°Informatie te verstrekken aan de zorgverleners teneinde inbreuken op deze wet en zijn uitvoeringsbesluiten te voorkomen; de informatie betreft in het bijzonder de aanbevelingen en de indicatoren bedoeld in artikel 73.

2°De verstrekkingen van de verzekering voor geneeskundige verzorging te evalueren in het licht van de bepalingen van artikel 73 op basis van:

a)de indicatoren van manifeste afwijking in vergelijking met de aanbevelingen van goede medische praktijkvoering, als bedoeld in artikel 73, § 2;

b)de indicatoren, bepaald door het Comité voor evaluatie van de medische praktijk inzake geneesmiddelen, bedoeld in artikel 73, § 2, tweede lid;

c)de kwantiteit van de voorgeschreven of verleende verstrekkingen beoordeeld conform artikel 73, § 4;

3°de verstrekkingen van de verzekering voor geneeskundige verzorging te controleren op het vlak van de realiteit en conformiteit met de bepalingen van deze wet, van haar uitvoeringsbesluiten en verordeningen en van de overeenkomsten en akkoorden afgesloten krachtens deze zelfde wet;

4°de geneeskundige controle van de prestaties van de uitkerings- en moederschapsverzekering verzekeren;

5°(uitvoering te geven aan de beslissingen van zijn Leidend ambtenaar of door de door hem aangewezen ambtenaar, zijn Comité, de Kamers van eerste aanleg en de Kamers van beroep, bedoeld in artikel 144;)

(6° de betwistingen met de zorgverleners over de toepassing van artikel 73bis bij de Kamers van eerste aanleg aanhangig te maken, onder voorbehoud van de bevoegdheid van de Leidend ambtenaar zoals bepaald in artikel 143.

De Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle informeert daarenboven elke maand het Comité van de zaken die hij aanhangig heeft gemaakt bij de Kamers van eerste aanleg, (die hij afgesloten heeft met een waarschuwing of een opmerking), evenals de zaken waarin de zorgverlener vrijwillig de waarde van de ten onrechte geattesteerde verstrekkingen heeft terugbetaald;

7°beroep in te stellen tegen de beslissingen van de Kamers van eerste aanleg of administratief cassatieberoep in te stellen bij de Raad van State tegen beslissingen van de Kamers van beroep, zonder voorafgaandelijke machtiging van noch latere goedkeuring door het Comité.)

Art. 140

(140)§ 1. De Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle wordt bestuurd door een Comité dat samengesteld is uit:

1°(een voorzitter en twee ondervoorzitters, raadsheren bij het hof van beroep of het arbeidshof of leden van het parket-generaal bij het hof van beroep of het auditoraat-generaal bij het arbeidshof;)

2°(zes) werkende en acht plaatsvervangende leden, (artsen), gekozen uit de kandidaten die, in dubbel aantal van dat der toe te kennen mandaten, worden voorgedragen door de verzekeringsinstellingen; ter bepaling van de vertegenwoordiging der verzekeringsinstellingen wordt rekening gehouden met hun respectieve getalsterkte, met dien verstande dat iedere verzekeringsinstelling recht heeft op ten minste één mandaat (van werkend of plaatsvervangend lid);

3°(zes) werkende en acht plaatsvervangende leden, (artsen), gekozen uit de kandidaten die, in dubbel aantal van dat der toe te kennen mandaten, worden voorgedragen door de representatieve organisaties van het (artsenkorps);

Om de vertegenwoordiging van de representatieve organisaties van het geneesherenkorps te bepalen, wordt rekening gehouden met eventuele minderheden;

4°(twee) werkende en vier plaatsvervangende leden, lid van de Raden van de Orde der artsen, gekozen uit de kandidaten die, in dubbel aantal van dat der toe te kennen mandaten, worden voorgedragen door de Nationale raad van de Orde der artsen; (zij hebben een raadgevende stem;)

(4°bis twee werkende en twee plaatsvervangende leden, leden van de Raden van de Orde van de apothekers, gekozen uit de kandidaten die, in dubbel aantal van dat der toe te kennen mandaten, worden voorgedragen door de Nationale Raad van de Orde van apothekers; zij hebben een raadgevende stem;)

5°twee werkende en twee plaatsvervangende leden, tandheelkundigen, gekozen uit de kandidaten die, in dubbel aantal van dat der toe te kennen mandaten, worden voorgedragen door de representatieve organisaties van de tandheelkundigen;

6°twee werkende en twee plaatsvervangende leden, apothekers, gekozen uit de kandidaten die, in dubbel aantal van dat der toe te kennen mandaten, worden voorgedragen door de representatieve organisaties van het apothekerskorps;

(6°bis twee werkende en twee plaatsvervangende leden, ziekenhuisapothekers, gekozen uit de kandidaten die, in dubbel aantal van dat der toe te kennen mandaten, worden voorgedragen door de representatieve organisaties van de ziekenhuisapothekers;)

7°twee werkende en twee plaatsvervangende leden, gekozen uit de kandidaten die, in dubbel aantal van dat der toe te kennen mandaten, worden voorgedragen door de representatieve verenigingen van de verplegingsinrichtingen;

8°twee werkende en twee plaatsvervangende leden, gekozen uit de kandidaten die, in dubbel aantal van dat der toe te kennen mandaten, worden voorgedragen door de representatieve verenigingen van de vroedvrouwen;

9°twee werkende en twee plaatsvervangende leden, gekozen uit de kandidaten die, in dubbel aantal van dat der toe te kennen mandaten, worden voorgedragen door de representatieve verenigingen van de verpleegkundigen;

10°twee werkende en twee plaatsvervangende leden, gekozen uit de kandidaten die, in dubbel aantal van dat der toe te kennen mandaten, worden voorgedragen door de representatieve verenigingen van de kinesitherapeuten;

11°twee werkende en twee plaatsvervangende leden, gekozen uit de kandidaten die, in dubbel aantal van dat der toe te kennen mandaten, worden voorgedragen door de representatieve verenigingen van de bandagisten;

12°twee werkende en twee plaatsvervangende leden, gekozen uit de kandidaten die, in dubbel aantal van dat der toe te kennen mandaten, worden voorgedragen door de representatieve verenigingen van de orthopedisten;

13°twee werkende en twee plaatsvervangende leden, gekozen uit de kandidaten die, in dubbel aantal van dat der toe te kennen mandaten, worden voorgedragen door de representatieve verenigingen van de gehoorprothesisten;

14°twee werkende en twee plaatsvervangende leden, gekozen uit de kandidaten die, in dubbel aantal van dat der toe te kennen mandaten, worden voorgedragen door de representatieve verenigingen van de opticiens;

15°twee werkende en twee plaatsvervangende leden, gekozen uit de kandidaten die, in dubbel aantal van dat der toe te kennen mandaten, worden voorgedragen door de representatieve verenigingen van de logopedisten;

16°twee werkende en twee plaatsvervangende leden, gekozen uit de kandidaten die, in dubbel aantal van dat der toe te kennen mandaten, worden voorgedragen door de representatieve verenigingen van de (orthoptisten);

17°twee werkende en twee plaatsvervangende leden, gekozen uit de kandidaten die, in dubbel aantal van dat der toe te kennen mandaten, worden voorgedragen door de representatieve verenigingen van de verstrekkers van implantaten;

18°twee werkende en twee plaatsvervangende leden, gekozen uit de kandidaten die, in dubbel aantal van dat der toe te kennen mandaten, worden voorgedragen door de representatieve verenigingen van de licentiaten in de wetenschap, die door de minister bevoegd voor de Volksgezondheid zijn erkend om verstrekkingen uit te voeren als bedoeld in deze gecoördineerde wet;

19°twee werkende en twee plaatsvervangende leden, gekozen uit de kandidaten die, in dubbel aantal van dat der toe te kennen mandaten, worden voorgedragen door de representatieve verenigingen van de revalidatiecentra die behoren tot de bevoegdheid van de federale overheid;

20°...

21°...

De leden, bedoeld onder 2° tot en met 21°, bestaan voor de helft uit Nederlandstaligen en voor de helft uit Franstaligen.

De Koning benoemt de voorzitter, de ondervoorzitters en de leden.

Twee regeringscommissarissen van verschillende taalrol, die de Koning benoemt op voordracht van respectievelijk de minister bevoegd voor Sociale Zaken en de minister bevoegd voor de Volksgezondheid, wonen de vergaderingen van het Comité bij.

Ze zijn onder andere belast met het toezien op de uniformiteit tussen de dossiers van de verschillende taalrollen.

§ 2.Het Comité wordt in vergadering bijeengeroepen door zijn voorzitter, hetzij op diens initiatief, hetzij op verzoek van de minister, hetzij op verzoek van ten minste drie leden.

Het Comité houdt op geldige wijze zitting wanneer naast de voorzitter of een ondervoorzitter, tenminste de helft van de leden per categorie bedoeld onder (§ 1, 2° en 3°), aanwezig zijn, alsook de helft van de leden per categorie bedoeld onder § 1, 5° tot 21°, bij het onderzoek van de vragen die rechtstreeks de categorie die hen heeft voorgedragen, aanbelangen. Om na te gaan of het quorum bereikt is, wordt ieder regelmatig opgeroepen lid, dat zonder rechtvaardiging aangenomen door de voorzitter van de zitting, afwezig is, bij het aantal deelnemers meegeteld. Hij wordt geacht zich te onthouden bij de stemming over de beslissingen.

De vergaderingen van het Comité zijn niet openbaar. De leden moeten het vertrouwelijk karakter van de debatten en van de uitgedeelde documenten eerbiedigen. De Koning kan de toepasselijke sancties bepalen bij niet-eerbiediging van deze verplichting.

§ 3.Wanneer het Comité de bevoegdheden uitoefent bedoeld in artikel 141, § 1, 1° tot 15°, 17° en 18°, en § 4, worden alle leden bedoeld in § 1, eerste lid, en de twee regeringscommissarissen uitgenodigd voor elke vergadering.

De voorzitter en de leden bedoeld in (§ 1, eerste lid, 2° en 3°), zijn stemgerechtigd. Zij beschikken elk over één stem.

De beslissingen worden genomen bij gewone meerderheid van de deelnemers aan de stemming, zonder rekening te houden met de onthoudingen.

§ 4....

§ 5....

Art. 141

(141)§ 1. Het Comité van de Dienst (voor geneeskundige evaluatie en controle) is er mede belast:

1°(met de medewerking van het personeel van die Dienst in te staan voor de geneeskundige evaluatie en controle van de prestaties van de verzekering voor geneeskundige verzorging en van de uitkerings- en moederschapsverzekering;)

2°de normen en richtlijnen vast te stellen met het oog op de organisatie van de geneeskundige controle;

(2°bis. Na te gaan dat de (kinesitherapeuten, verpleegkundigen en) paramedisch medewerkers waarop de adviserend artsen beroep doen ingevolge artikel 153, vierde lid, hun taken uitoefenen onder het toezicht en de verantwoordelijkheid van de adviserend artsen. Hiertoe delen de adviserend artsen aan het Comité de namen van de gemandateerden en de inhoud van het mandaat mede.)

3°de procedure te bepalen volgens welke de onderzoeken, bedoeld in artikel 146, § 2,, worden ingesteld en uitgevoerd en hierop tevens toezicht uit te oefenen, zonder dat evenwel afbreuk kan worden gedaan aan het initiatiefrecht van de Dienst (voor geneeskundige evaluatie en controle) en aan het geheim van het onderzoek zolang dit onderzoek niet is voltooid;

4°het reglement voor de erkenning van de adviserend artsen op te maken;

5°(de Koning het statuut, de bezoldiging en de accrediteringsvoorwaarden van de adviserend artsen voor te stellen;)

6°vast te stellen voor welk aantal rechthebbenden de verzekeringsinstellingen verplicht zijn een adviserend arts in dienst te nemen;

7°...

8°de werkingsregelen van de Dienst (voor geneeskundige evaluatie en controle) vast te stellen;

9°(...);

10°in hoger beroep de geschillen van geneeskundige aard tussen adviserend artsen en artsen-inspecteurs te beslechten, behoudens die waarbij de rechten van de rechthebbenden in het geding komen;

11°(het tuchtrecht uit te oefenen ten aanzien (...) van de adviserend arts bedoeld in artikel 153;)

12°de regelen voor te stellen tot het vergoeden van de kosten, door de Dienst gedragen voor het uitvoeren van andere taken die hem door de Koning worden opgedragen;

13°...

14°...

15°het Algemeen comité de begroting van de administratiekosten van de Dienst (voor geneeskundige evaluatie en controle) voor te stellen;

16°(aan de Koning de wijzigingen voor te stellen van de voorwaarden bedoeld in artikel 143, § 1, die de zaken verdelen tussen de Leidend ambtenaar van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle en de Kamers van eerste aanleg bedoeld in artikel 144;)

17°...

18°zijn huishoudelijk reglement op te stellen.

Wanneer het Comité de hem bij het eerste lid, 2°, 8°, en 18°, opgedragen taken niet vervult, wordt het daarom verzocht door de Minister.

Wordt aan dat verzoek geen gevolg gegeven binnen een termijn van dertig dagen, dan treft de Minister maatregelen in de plaats van het in gebreke blijvende Comité.

De Koning kan, na advies van het Comité, de (Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle) andere geneeskundige taken opdragen; Hij stelt eveneens de wijze van vergoeding van de met deze taken gepaard gaande kosten vast.

§ 2.(...)

§ 3.(...)

(§ 2. (oude § 4) Het Comité informeert regelmatig de Nationale Raad voor Kwaliteitspromotie en het Comité voor evaluatie van de medische praktijk inzake geneesmiddelen over de vaststellingen met betrekking tot de toepassing van de indicatoren bedoeld in artikel 73, § 2.)

§ 5.(...)

§ 6.(...)

§ 7.(...)

Art. 142

<Opgeheven bij W 2002-12-24/32, art. 29, 075; Inwerkingtreding: 15-02-2003 en hersteld bij W 2006-12-13/35, art. 99, 123; Inwerkingtreding: 15-05-2007> § 1. Onverminderd eventuele strafrechtelijke- en/of tuchtrechtelijke sancties, worden de zorgverleners en gelijkgestelden die zich niet schikken naar de bepalingen van artikel 73bis de hiernavolgende maatregelen opgelegd:

1°de terugbetaling van de waarde van de verstrekkingen die ten onrechte aan de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging werden ten laste gelegd en een administratieve geldboete van 50 % tot 200 % van de waarde van de terugbetaling, bij een inbreuk op de bepalingen van artikel 73bis, 1°;

2°de terugbetaling van de waarde van de verstrekkingen die ten onrechte aan de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging werden ten laste gelegd en/of een administratieve geldboete van 5 % tot 150 % van de waarde van de terugbetaling, bij een inbreuk op de bepalingen van artikel 73bis, 2°;

3°de terugbetaling van de waarde van de verstrekkingen die ten onrechte aan de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging werden ten laste gelegd en een administratieve geldboete van 5 % tot 100 % van de waarde van de terugbetaling, bij een inbreuk op de bepalingen van artikel 73bis, 3°;

4°de terugbetaling van de waarde van de verstrekkingen die ten onrechte aan de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging werden aangerekend gelegd en een administratieve geldboete van 5 % tot 100 % van de waarde van de terugbetaling, bij een inbreuk op de bepalingen van artikel 73bis, 4°;

5°een administratieve geldboete van 500 euro tot 50.000 euro bij een inbreuk op de bepalingen van artikel 73bis, 5°;

6°een administratieve geldboete van 500 euro tot 20.000 euro bij een inbreuk op de bepalingen van artikel 73bis, 6°;

7°een administratieve geldboete van 50 euro te vermenigvuldigen met het aantal betrokken sociaal verzekerden met een maximum van 5 000 euro bij een inbreuk op de bepalingen van artikel 73bis, 7°, 9° en 10°;

8°een administratieve geldboete van 1.000 euro tot 250.000 euro bij een inbreuk op de bepalingen van artikel 73bis, 8°.

Bij een inbreuk op de bepaling van artikel 73bis, 1° en 3°, slaat de terugbetaling op de volledige waarde van de verstrekkingen die ten onrechte aan de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging werden ten laste gelegd. In de gevallen voorzien in 2° en 4° van artikel 73bis komt de waarde van de terugbetaling overeen met de door de verzekering voor geneeskundige verzorging geleden financiële schade, zoals geraamd door de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle, op voorwaarde dat de schade nog niet werd vergoed op basis van een andere bepaling van deze wet.

Bij een inbreuk op de bepaling van artikel 73bis, 8°, kan de administratieve geldboete slechts worden opgelegd nadat de beslissing op grond van (4°, 5° en 6°), tegen de zorgverlener die werd aangezet tot het voorschrijven of uitvoeren van overbodige of onnodig dure verstrekkingen, definitief is geworden.

Wanneer een zorgverlener het voorwerp uitmaakt van strafrechtelijke vervolgingen..., kan het Instituut zich burgerlijke partij stellen met het oog op de terugvordering van de door de ziekteverzekering onverschuldigd terugbetaalde verstrekkingen. De alzo teruggevorderde bedragen worden gestort op de rekening van het Instituut en geboekt als inkomsten van de verzekering voor geneeskundige verzorging.

§ 1/1.De Kamers van eerste aanleg en de Kamers van beroep kunnen, op vraag van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle, een opschorting van het RIZIV-nummer opleggen als alternatief op de administratieve geldboete voor de inbreuken voorzien in artikel 73bis, 1° tot en met 4° wanneer de waarde van de betwiste verstrekkingen hoger is dan 35.000 euro.

Die opschorting kan opgelegd worden voor minimum één maand en maximum twee jaar.

De datum waarop de opschorting ingaat en de duur ervan, worden gespecifieerd in de uitgesproken beslissing. De zorgverleners mogen prestaties waarvan de prestatiedatum binnen de periode van opschorting valt niet aanrekenen of attesteren binnen de verzekering geneeskundige verzorging, ook niet na de periode van opschorting.

Tegelijk met de kennisgeving voorzien in artikel 156, § 2, communiceert de griffie een eensluidend afschrift van de beslissing, die de opschorting uitspreekt, aan de verzekeringsinstellingen.

De waarde van de aan een rechthebbende uitgekeerde prestaties wordt terugbetaald aan de verzekeringsinstelling door de zorgverlener die de opschorting niet respecteerde.

§ 2.De materiële bestanddelen van de in artikel 73bis bedoelde inbreuk, worden door de in artikel 146 bedoelde sociaal inspecteurs vastgesteld in een proces-verbaal overeenkomstig artikel 64 van het Sociaal Strafwetboek.

Op straffe van nietigheid, moeten deze vaststellingen plaatsvinden binnen de drie jaar:

a)te rekenen vanaf de datum waarop de verzekeringsinstellingen de documenten betreffende de betwiste verstrekkingen hebben ontvangen;

b)te rekenen vanaf de datum waarop de door de profielencommissie of door het Nationaal college van 5adviserend-artsen overgezonden vaststellingen worden ontvangen door de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle.

Deze processen-verbaal tot vaststelling van een inbreuk hebben bewijskracht tot het tegendeel bewezen is, voor zover een afschrift ervan ter kennis wordt gebracht van de vermoedelijke dader van de inbreuk, en, waar nodig, van de in artikel 164, tweede lid, bedoelde natuurlijke persoon of rechtspersoon binnen een termijn van veertien dagen die aanvangt de dag na de vaststelling van de inbreuk, door de in artikel 146 bedoelde sociaal inspecteurs.

De hoger bedoelde ambtenaren voegen bij het proces-verbaal van vaststelling een uitnodiging om vrijwillig over te gaan tot de gehele terugbetaling van de waarde van de verstrekkingen die ten onrechte ten laste werden gelegd van de verzekering voor geneeskundige verzorging.

De gehele terugbetaling gebeurt door overschrijving op rekening van het Instituut, uiterlijk binnen twee maanden die volgen op de dag nadat het proces-verbaal van vaststelling ter kennisgeving werd aangeboden.

Indien het terug te betalen bedrag lager of gelijk is aan 3.000 euro, sluit de gehele terugbetaling de administratiefrechtelijke vervolging uit en wordt het dossier afgesloten.

Indien het terug te betalen bedrag hoger is dan 3.000 euro sluit de gehele terugbetaling de administratiefrechtelijke vervolging niet uit, en staat dat het opleggen van de in paragraaf 1 bedoelde maatregelen niet in de weg. Hetzelfde geldt, ongeacht het totale bedrag dat moet terugbetaald worden, wanneer een nieuw proces-verbaal van vaststelling ter kennisgeving is aangeboden binnen drie jaar volgend op de uitnodiging om over te gaan tot vrijwillige terugbetaling.

Elke uitgevoerde terugbetaling wordt geboekt als inkomsten van de verzekering voor geneeskundige verzorging.

De uitnodiging om over te gaan tot vrijwillige terugbetaling schorst de in paragraaf 3 bepaalde termijnen voorgeschreven op straffe van verval.

§ 3.Op straffe van verval moeten:

1°de betwistingen vermeld in artikel 73bis, 8°, beslecht worden door de Leidend ambtenaar of de door hem aangewezen ambtenaar, binnen twee jaar volgend op de definitieve beslissing zoals bedoeld in artikel 142, (§ 1, 4°, 5° en 6°);

2°de betwistingen bedoeld (in artikel 73bis, 1°, 2°, 3°, 4°, 5°, 6°, 7°, 9° en 10°, die tot de bevoegdheid van de leidend ambtenaar of de door hem aangewezen ambtenaar behoren, worden ingeleid, binnen twee jaar volgend op de datum van het proces-verbaal van vaststelling, met de in artikel 143, § 2, derde lid, bedoelde uitnodiging om de verweermiddelen te bezorgen;

3°de betwistingen bedoeld in artikel 73bis, die overeenkomstig (artikel 144, § 2, 1°), tot de bevoegdheid van de Kamers van eerste aanleg behoren, bij deze Kamers worden ingeleid binnen twee jaar volgend op de datum van het proces-verbaal.

De voornoemde termijnen zijn geschorst tijdens de burgerlijke, strafrechtelijke of tuchtrechtelijke procedures waarin de zorgverlener partij is, en waarvan de uitspraak doorslaggevend kan zijn bij het onderzoek van de zaak door de Leidend ambtenaar of de Kamer van eerste aanleg.

(NOTA: Artikel 142, § 3, tweede lid, wordt als volgt geïnterpreteerd:

" De voornoemde termijnen zijn slechts van toepassing op inbreuken gepleegd vanaf 15 mei 2007 en worden opgeschort gedurende elke burgerlijke, strafrechtelijke of tuchtrechtelijke procedure waar de zorgverlener bij betrokken is, wanneer de afloop van deze procedure bepalend kan zijn voor het onderzoek van de zaak door de Leidend ambtenaar of de Kamer van eerste aanleg. ")

De beslechting van de betwistingen met de zorgverleners zoals bepaald in artikel 73bis, behoort tot de uitsluitende bevoegdheid van de organen bedoeld in de artikelen 143 en 144.

Art. 143

<Opgeheven bij W 2002-12-24/32, art. 29, 075; Inwerkingtreding: 15-02-2003 en hersteld bij W 2006-12-13/35, art. 100, 123; Inwerkingtreding: 15-05-2007> § 1. De Leidend ambtenaar van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle, of de door hem aangewezen ambtenaar, neemt kennis van de betwistingen betreffende:

1°de inbreuken bedoeld in artikel 73bis, 1°, 2°, 3° en 4°, van de wet, wanneer de waarde van de betwiste verstrekkingen lager is dan 35 000 euro;

2°de inbreuken bedoeld in artikel 73bis, 5°, 6°, 7°, 8°, 9 en 10°.

De verdeling van de zaken tussen de Leidend ambtenaar van die Dienst en de Kamers van eerste aanleg bedoeld in artikel 144, zal voor de eerste maal geëvalueerd worden drie jaar na de inwerkingtreding van deze bepaling.

§ 2.(De leidend ambtenaar of de door hem aangewezen ambtenaar brengt door een aangetekende zending of door middel van de elektronische diensten bedoeld in artikel 146quater de overtreder op de hoogte van de vastgestelde inbreuken die hem ten laste worden gelegd. Wanneer nodig, wordt dezelfde mededeling gedaan aan de fysieke of rechtspersonen, bedoeld in artikel 164, tweede lid.

De voornoemde mededelingen gedaan via een aangetekende zending, worden geacht te zijn ontvangen de tweede werkdag na de datum van de overhandiging aan de aanbieder van postdiensten.

Hij nodigt de overtreder, en waar nodig, de natuurlijke of rechtspersoon bedoeld onder artikel 164, tweede lid, uit hem binnen de twee maanden door een aangetekende zending of door middel van de elektronische diensten bedoeld in artikel 146quater zijn verweermiddelen te bezorgen.)

§ 3.In geval van een inbreuk op de bepalingen van artikel 73bis, 1°, 2°, 3°, 4°, 5°, 7°, 8°, 9° en 10° beslist de Leidend ambtenaar, of de door hem aangewezen ambtenaar, over de toepassing van de in artikel 142 opgesomde maatregelen. De beslissing moet ter kennis gebracht worden binnen de drie maanden volgend op de ontvangst van de verweermiddelen of, bij ontstentenis daarvan, binnen de drie maanden volgend op het verstrijken van de in artikel 143, § 2, derde lid, bedoelde termijn.

§ 4.De Leidend ambtenaar stelt jaarlijks een verslag op waarin de genomen beslissingen vermeld worden, opdat het Comité de éénvormigheid van de administratieve rechtspraak zou kunnen nagaan.

§ 5.De Leidend ambtenaar van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle, of de door hem aangewezen ambtenaar, neemt de beslissingen in het kader van de schorsingsprocedure betreffende de uitbetalingen door de verzekeringsinstellingen in het kader van de derdebetalersregeling, indien er ernstige, nauwkeurige en met elkaar overeenstemmende aanwijzingen van bedrog voorhanden zijn, overeenkomstig de bepalingen van artikel 77sexies.

Art. 144

§ 1.Bij de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle worden Kamers van eerste aanleg en Kamers van beroep ingesteld, administratieve rechtscolleges bedoeld in artikel 161 van de Grondwet.

§ 2.De Kamers van eerste aanleg nemen met volle rechtsmacht kennis van:

1°de inbreuken op de bepalingen van artikel 73bis, behoudens de inbreuken die tot de bevoegdheid van de Leidend ambtenaar behoren zoals bepaald in artikel 143;

2°de beroepen tegen de beslissingen van de Leidend ambtenaar of van de door hem aangewezen ambtenaar genomen overeenkomstig artikel 143, § 3;

3°...

4°de beroepen tegen de beslissingen van de Leidend ambtenaar, of de door hem aangewezen ambtenaar, genomen op grond van de artikelen 77sexies en 143, § 5.

§ 3.De Kamers van beroep nemen met volle rechtsmacht kennis van:

1°de beroepen tegen de beslissingen van de Kamers van eerste aanleg;

2°de beroepen tegen de beslissingen van het Comité zoals bedoeld in artikel 155, § 2.

§ 3/1.In de gevallen voorzien in § 2, 1°, op vraag van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle, kunnen de Kamers van eerste aanleg en de Kamers van beroep een verbod op de toepassing van de derdebetalersregeling opleggen als maatregel, bijkomend aan de maatregelen van artikel 142, § 1, ten aanzien van zorgverleners die misbruik maken van die regeling.

Dat verbod kan opgelegd worden voor minimum vijf dagen en maximum twee jaar.

De datum waarop het verbod ingaat en de duur er van, worden gespecifieerd in de uitgesproken beslissing. De zorgverleners mogen prestaties waarvan de prestatiedatum binnen de periode van het verbod valt, niet aanrekenen met toepassing van de derdebetalersregeling na de periode van het verbod.

Tegelijk met de kennisgeving voorzien in artikel 156, § 2, communiceert de griffie een eensluidend afschrift van de beslissing, die het verbod op de toepassing van de derdebetalersregeling uitspreekt, aan de verzekeringsinstellingen.

§ 4.Titel IV van boek II van deel IV van het Gerechtelijk Wetboek is niet van toepassing op de Kamers van eerste aanleg en de Kamers van beroep.

Art. 145

§ 1.De Kamers van eerste aanleg en de Kamers van beroep bestaan uit een Kamer die kennis neemt van alle zaken die in het Nederlands moeten worden behandeld, de andere Kamer neemt kennis van de zaken die in het Frans en in het Duits moeten worden behandeld. Voor de zaken die in het Duits moeten worden behandeld kan, indien nodig, een beroep gedaan worden op tolken of vertalers. De taal van de rechtspleging is de taal die de zorgverlener heeft gekozen bij zijn eerste verhoor door de ambtenaar bedoeld in artikel 146, § 1, eerste lid.

Elke Kamer van eerste aanleg bestaat uit:

1°een door de Koning benoemde stemgerechtigde voorzitter, rechter in functie of emeritus, plaatsvervangend of toegevoegd, bij de in artikel 40 van de Grondwet bedoelde rechtbank van eerste aanleg of arbeidsrechtbank, of magistraat van het Openbaar ministerie bij deze gerechten, als werkend lid;

2°twee stemgerechtigde leden, artsen, benoemd door de Koning uit de kandidaten door de verzekeringsinstellingen voorgedragen op dubbele lijsten, als werkende leden;

3°twee stemgerechtigde leden benoemd door de Koning uit de kandidaten die op dubbele lijsten worden voorgedragen door de groepen die respectievelijk zijn bedoeld in artikel 140, (§ 1,) eerste lid, 3°, 5° tot 21°, als werkende leden. Deze leden hebben slechts zitting voor de zaken welke de groep die hen heeft voorgedragen, rechtstreeks aanbelangen.

Elke Kamer van beroep bestaat uit:

1°een door de Koning benoemde voorzitter, raadsheer, in functie of emeritus, plaatsvervangend of toegevoegd, (bij het in artikel 40) van de Grondwet bedoelde (hof van beroep of arbeidshof), of een magistraat van het Openbaar ministerie bij deze hoven, als werkend lid;

2°twee leden, artsen, met raadgevende stem, benoemd door de Koning uit de kandidaten door de verzekeringsinstellingen voorgedragen op dubbele lijsten, als werkende leden;

3°twee leden, met raadgevende stem, benoemd door de Koning uit de kandidaten die op dubbele lijsten worden voorgedragen door de groepen die respectievelijk zijn bedoeld in artikel 140, (§ 1,) eerste lid, 3°, 5° tot 21°, als werkende leden. Deze leden hebben slechts zitting voor de zaken welke de groep die hen heeft voorgedragen, rechtstreeks aanbelangen.

Wanneer een zorgverlener behoort tot verschillende beroepscategorieën zoals bedoeld in artikel 140, beslist de Voorzitter van de Kamer van eerste aanleg of van de Kamer van beroep over de samenstelling van zijn Kamer. Bij zijn verklaring van verschijning en voor ieder ander rechtsmiddel, moet de zorgverlener, op straffe van verval, de beroepscategorie aanwijzen waartoe hij behoort. Desgevallend hoort de Voorzitter in raadkamer de zorgverlener en de andere in het geding betrokken partijen, waarna in een beschikking omtrent de samenstelling van de Kamer wordt beslist. Tegen deze beschikking staat geen rechtsmiddel open. De beschikking wordt binnen zeven dagen ter kennis gegeven aan de partijen.

Wanneer feiten toerekenbaar zijn aan meerdere zorgverleners die tot verschillende beroepscategorieën behoren zoals bedoeld in artikel 140, en zij onderling zo nauw verbonden zijn dat het wenselijk is ze samen te behandelen en te berechten, teneinde oplossingen te vermijden die onverenigbaar zijn wanneer de feiten afzonderlijk worden berecht, beslist de Voorzitter van de Kamer van eerste aanleg of van de Kamer van beroep over de samenstelling van de Kamer. Hij waakt erover dat:

1°van elke beroepscategorie waartoe de zorgverleners behoren, minstens één vertegenwoordiger deel uitmaakt van de Kamer;

2°er een gelijke vertegenwoordiging is van de beroepscategorieën waartoe de zorgverleners behoren en van de verzekeringsinstellingen.

§ 2.Voor elke voorzitter benoemt de Koning twee plaatsvervangers en voor elk lid in de Kamers van eerste aanleg en in de Kamers van beroep benoemt Hij vier plaatsvervangers. Het mandaat van de werkende en plaatsvervangende leden in deze Kamers is onverenigbaar met dat van lid van het Comité van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle.

Een lid kan niet benoemd worden wanneer hij in de vijf jaar voorafgaand aan zijn benoeming veroordeeld werd voor een inbreuk zoals bedoeld in artikel 73bis of als hij door de rechterlijke macht veroordeeld werd voor valsheid, gebruik van valse stukken, onjuiste of onvolledige verklaringen of oplichting zoals bedoeld in het Sociaal Strafwetboek in verband met de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. Een lid kan ook niet benoemd worden wanneer hij nog een schuld ten aanzien van het Instituut moet voldoen.

Het mandaat van de voorzitters en de leden in de Kamers van eerste aanleg en de Kamers van beroep duurt vier jaar; het mandaat is hernieuwbaar. Het mandaat van de overleden of ontslagnemende leden wordt beëindigd door hun opvolgers.

Om de continuïteit van de normale rechtsgang niet in gevaar te brengen, worden de mandaten van de voorzitters en de leden die zouden verstrijken, automatisch verlengd totdat in hun vervanging of in hun herbenoeming is voorzien.

De leeftijdsgrens van de leden en de voorzitters is 70 jaar.

De Koning beëindigt vroegtijdig het mandaat van een lid wanneer hij niet meer voldoet aan de benoemingsvoorwaarden.

§ 3.De Kamers van eerste aanleg en de Kamers van beroep zetelen te Brussel in de lokalen van het Instituut.

De Kamers van eerste aanleg en van beroep worden bijgestaan door een griffie. De leden ervan worden aangewezen door de Leidend ambtenaar van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle uit de personeelsleden van deze dienst. Zij voeren de taken uit die zijn bepaald in de gecoördineerde wet, de uitvoeringsbesluiten en de taken voorgeschreven door de (voorzitters) van de Kamers.

§ 4.De zorgverlener of de adviserend geneesheer in de tuchtzaken bedoeld in artikel 155, § 1, 2°, mag zich laten bijstaan of laten vertegenwoordigen door een persoon van zijn keuze. De Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle wordt vertegenwoordigd door een advocaat of een ambtenaar die door de Leidend ambtenaar van die dienst is aangewezen.

§ 5.De Leidend ambtenaar van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle of de door hem aangewezen ambtenaar maakt, zonder voorafgaandelijke machtiging of zonder goedkeuring achteraf van het Comité, de zaken aanhangig bij de Kamers van eerste aanleg, stelt beroep in tegen de beslissingen van de Kamers van eerste aanleg, en stelt cassatieberoep in bij de Raad van State.

§ 6.De Koning bepaalt de werkingsregels en maakt het Procedurereglement van de Kamers van eerste aanleg en van de Kamers van beroep op.

§ 7.De Koning bepaalt de verdeling van de mandaten van de vertegenwoordigers van de verzekeringsinstellingen. Hierbij houdt Hij rekening met de respectieve getalsterkte, met dien verstande dat iedere verzekeringsinstelling recht heeft op ten minste één mandaat.

§ 8.De magistraat-voorzitter van de Kamer van eerste aanleg of van de Kamer van beroep behandelt alleen zetelend de beroepen die zijn aangetekend tegen de tuchtmaatregelen die in artikel 155, § 1, 2°, zijn vermeld en tegen de beslissingen ingeval van een inbreuk tegen artikel 73bis, 8°.

§ 9.De in § 1, tweede lid, 2° en 3°, bedoelde leden van de Kamer van eerste aanleg leggen in handen van de Voorzitter van de Kamer van eerste aanleg, in persoon of schriftelijk, de eed af die voorgeschreven is door artikel 2 van het decreet van 20 juli 1831 betreffende de eedaflegging bij de aanvang der grondwettelijke vertegenwoordigende monarchie.

De in § 1, derde lid, 2° en 3°, bedoelde leden van de Kamer van beroep leggen in handen van de Voorzitter van de Kamer van beroep, in persoon of schriftelijk, de eed af die voorgeschreven is door artikel 2 van het decreet van 20 juli 1831 betreffende de eedaflegging bij de aanvang der grondwettelijke vertegenwoordigende monarchie.

§ 10.Wanneer een werkend lid, opgeroepen voor een zitting, verhinderd is om die zitting bij te wonen, meldt hij dat onverwijld aan de griffie, waarna een plaatsvervangend lid ter vervanging wordt uitgenodigd.

Wanneer die procedure wordt gevolgd, blijft de zetel geldig samengesteld op de zittingsdag wanneer naast de Voorzitter minstens ook aanwezig zijn:

-een van de in § 1, tweede lid, 2°, bedoelde leden en een van de in § 1, tweede lid, 3°, bedoelde leden voor wat de Kamer van eerste aanleg betreft;

-een van de in § 1, derde lid, 2°, bedoelde leden en een van de in § 1, derde lid, 3°, bedoelde leden voor wat de Kamer van beroep betreft.

Wanneer de voorzitter vaststelt dat de leden van een groep talrijker zijn dan die van een andere groep, wijst hij ter herstelling van het evenwicht, het jongste lid aan dat niet zal zetelen. Dat zal worden vermeld op het proces-verbaal van de terechtzitting.

Art. 146

(146)§ 1. Om de in artikel 139, vierde lid, 1° tot 7°, bedoelde opdrachten te vervullen, beschikt de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle over inspecterend personeel alsook over administratief personeel bekleed met verschillende graden.

Onder inspecterend personeel wordt verstaan: de artsen-inspecteurs, de apothekers-inspecteurs, de verpleegkundigen-controleurs, en de inspecteurs die een andere beroepskwalificatie hebben.

Het inspecterend personeel is sociaal inspecteur in de zin van artikel 16, 1°, van het Sociaal strafwetboek. Zij leggen de eed af overeenkomstig artikel 175.

Het inspecterend personeel is bevoegd voor het gehele Belgische grondgebied, ongeacht hun administratieve standplaats.

Tweede lid opgeheven..

(Het aantal artsen-inspecteurs wordt vastgesteld op één arts per schijf van 80 000 rechthebbenden, dat van de apothekers-inspecteurs bedraagt één apotheker per volledige schijf van 1 miljoen rechthebbenden.)

...

(§ 2.) (De (Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle) gaat over tot iedere (onderzoek) of (vaststelling), hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van zijn comité of op behoorlijk gemotiveerd verzoek van de minister, een van de bijzondere diensten van het instituut, de verzekeringsinstellingen of een in het comité van de (Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle) vertegenwoordigde beroepsorganisatie. In het raam van de controle op de verzekering voor geneeskundige verzorging, maakt de (Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle) de opmerkingen en waarschuwingen die hij nuttig acht ten aanzien van de personen en inrichtingen die gemachtigd zijn om geneeskundige verstrekkingen te verlenen.

Tweede lid opgeheven.

§ 2/1.Om de in artikel 73bis bedoelde inbreuken vast te stellen en de waarde te berekenen van de prestaties die ten onrechte werden terugbetaald door de verplichte ziekteverzekering, kan het in paragraaf 1 bedoelde inspecterend personeel onder andere gebruik maken van de controlemethode via steekproeftrekking en extrapolatie.

Deze methode bestaat uit:

1°het vaststellen van een steekproefkader door het identificeren en definiëren van een reeks onafhankelijke gevallen die onderzocht zullen worden;

2°het uitvoeren van een willekeurige steekproeftrekking uit dat steekproefkader teneinde een steekproef samen te stellen en het documenteren van de methode van steekproeftrekking;

3°het analyseren van de gevallen in deze steekproef en het berekenen binnen de steekproef van het percentage van de bedragen die onterecht zijn terugbetaald door de verplichte ziekteverzekering;

4°het berekenen van de waarde waarvoor geldt dat de kans dat het percentage op populatieniveau dat men probeert te schatten, zich eronder bevindt, kleiner is dan 2,5 %;

5°het gebruiken van die waarde om het terug te vorderen bedrag te berekenen voor alle prestaties in het steekproefkader.

(§ 3.) (De (Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle) kan bij de betrokken tuchtrechtelijke instanties eveneens de feiten, verzameld tijdens zijn onderzoeken, aanklagen, in zoverre die inlichtingen deze laatsten kunnen aanbelangen bij de uitoefening van het toezicht waarmee ze belast zijn.

De genoemde instanties brengen de (Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle) eveneens op de hoogte van de definitieve beslissingen die zij hebben uitgesproken betreffende feiten die de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen schade hebben toegebracht.

De provinciale raden en de raden van beroep van de Orde der artsen delen in het bijzonder aan de voormelde dienst de straffen mee, die werden uitgesproken wegens misbruiken van de diagnostische en therapeutische vrijheid.

Deze mededelingen vermelden de motivering en het beschikkend gedeelte van die beslissingen tot sanctie.)

Art. 146bis

§ 1.Na melding door de verzekeringsinstellingen, de profielencommissies of op eigen initiatief verzamelt de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle de gegevens over de verstrekkingen bedoeld door de indicatoren, vermeld in artikel 73, § 2.

De door de profielencommissies overgezonden vaststellingen gelden tot bewijs van het tegendeel. Zij kunnen als dusdanig door het inspecterend personeel van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle gebruikt worden om de inbreuken zoals beschreven in artikel 73bis, 4°, 5° en 6°, vast te stellen.

§ 2.Na melding door de verzekeringsinstellingen, een profielencommissie of op eigen initiatief, verzamelt de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle de gegevens over de verstrekkingen bedoeld in artikel 73, § 4.

De door de profielencommissies overgezonden vaststellingen gelden tot bewijs van het tegendeel. Zij kunnen door het inspecterend personeel van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle gebruikt worden om de inbreuken zoals beschreven in artikel 73bis, 4°, 5° en 6°, vast te stellen.

Art. 146ter

§ 1.Het Instituut stelt een dossier op een beveiligde elektronische drager (hierna: "elektronisch dossier"), ter beschikking aan de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle, voor de behandeling van onderzoeken van het inspecterend personeel van de dienst en voor de behandeling van procedures voor de organen bedoeld in artikel 143 en 144.

Het Instituut wordt beschouwd als de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG.

Het Instituut neemt alle gepaste technische en organisatorische maatregelen om de oorsprong en integriteit van de inhoud van het elektronisch dossier, het behoud van zijn confidentiële elementen en de opname en de tijdsvermelding van zijn documenten te garanderen.

§ 2.Het elektronisch dossier bevat alle gegevens die noodzakelijk zijn om de opdrachten van de dienst bedoeld in artikel 139, vierde lid, te kunnen uitoefenen.

Het bevat elk elektronisch gegenereerd document en elk document dat voortkomt uit de digitalisering van papieren stukken.

De documenten die niet technisch converteerbaar zijn in een elektronisch formaat, wegens hun ouderdom en/of hun volume, worden op een papieren drager of op een andere duurzame drager bijgehouden.

§ 3.De bewijswaarde van de inhoud van het elektronisch dossier wordt geregeld door artikel 36/1 van de wet van 21 augustus 2008 houdende oprichting en organisatie van het eHealth-platform en diverse bepalingen en het Koninklijk besluit van 7 december 2016 over de bewijskracht van de gegevens die door de instellingen van sociale zekerheid worden verwerkt.

De bewaring van het elektronisch dossier wordt verzekerd gedurende dertig jaar of tot dat alle rechtsmiddelen van elke lopende procedure waarop de op deze drager bewaarde gegevens betrekking hebben, uitgeput zijn. De bewaartermijn van dertig jaar betreft enkel de dossiers die het voorwerp uitmaakten van een procedure voor de organen bedoeld in artikel 143 en 144. Voor de andere dossiers, is de bewaartermijn beperkt tot tien jaar te rekenen vanaf het sluiten van het dossier.

Art. 146quater

§ 1.Het Instituut stelt beveiligde elektronische diensten ter beschikking van de in § 2 bedoelde personen onder de in artikel 146ter vermelde voorwaarden.

Tijdens het eerste verhoor van een zorgverlener door het inspecterend personeel wordt hem gevraagd of hij alle latere kennisgevingen via de elektronische diensten op het door hem opgegeven e-mailadres wenst te ontvangen. Er wordt hem ook aangegeven dat hij op een later tijdstip toegang kan krijgen tot elektronische diensten.

§ 2.De elektronische diensten zijn beschikbaar via de website van het Instituut.

De volgende personen kunnen toegang krijgen tot het elektronisch dossier door middel van elektronische diensten: zorgverleners en de in artikel 164, tweede lid, bedoelde natuurlijke of rechtspersonen die betrokken zijn bij een onderzoek of bij een procedure voor de organen bedoeld in artikel 143 en 144, hun advocaat of raadsman, de advocaat van de dienst en, in voorkomend geval, elke wettelijk gemachtigde derde.

De toegangsrechten worden beheerd door het personeel aangewezen voor dit doel door de leidend ambtenaar van de dienst, volgend op een verzoek gedaan via de elektronische diensten.

Het verzoek bevat de volgende gegevens:

1°de naam en voornaam van de verzoeker;

2°zijn rijksregisternummer;

3°de taalrol;

4°zijn e-mailadres;

5°het referentienummer van het betrokken dossier;

6°de professionele hoedanigheid van de verzoeker.

De verzoeker wordt, via het e-mailadres dat is vermeld in zijn verzoek, op de hoogte gesteld van de goedkeuring tot toegang tot het dossier onder vermelding van de referentie ervan. Wanneer de toegang wordt geweigerd, wordt de reden daarvan vermeld.

De toegangsrechten zullen beperkt zijn in de tijd. Ze zullen ingetrokken worden aan het einde van de procedures voor de organen bedoeld in artikelen 143 en 144 en, in geval van administratief cassatieberoep, aan het einde van de procedure voor de Raad van State bedoeld in artikel 156, § 2, tweede lid.

§ 3.De elektronische diensten laten de raadpleging van de inhoud van het elektronisch dossier en het downloaden van de stukken van dat dossier toe.

Zij maken ook elke kennisgeving of communicatie mogelijk vereist in het kader van een onderzoek gevoerd door het inspecterend personeel en in het kader van een procedure voor de organen bedoeld in artikel 143 en 144.

Elk document dat niet technisch converteerbaar is in een elektronisch formaat, kan worden neergelegd in een papieren formaat tegen ontvangstbewijs of verzonden worden met een ter post aangetekende brief met ontvangstbevestiging.

§ 4.De documenten die via de elektronische diensten worden ter kennis gegeven of meegedeeld, hebben dezelfde bewijskracht als de documenten die worden ter kennis gegeven of meegedeeld op papier, tot het bewijs van het tegendeel.

Elk document dat via de elektronische diensten wordt ter kennis gegeven of meegedeeld, wordt geacht het origineel van dat document te zijn.

De datum van de kennisgeving of de mededeling van het document, is de datum van haar neerlegging via de elektronische diensten. De datum van neerlegging wordt vermeld in het elektronisch dossier.

§ 5.Wanneer de bestemmeling een e-mail ontvangt dat er een document beschikbaar is via de elektronische diensten, wordt hij verondersteld, tot het bewijs van het tegendeel, kennis van het document te hebben genomen op de eerste werkdag die volgt op de verzending van die e-mail.

§ 6.Wanneer het gebruik van de elektronische diensten niet mogelijk is wegens overmacht, en in het bijzonder in geval van een storing of defect van het systeem, kan elke verzending gebeuren op papier, ten laatste op de dag die volgt op de termijn voorzien voor de verzendingen op papier en dat ofwel met een ter post aangetekende brief met ontvangstbevestiging, ofwel door neerlegging tegen ontvangstbewijs.

Die verzendingen of neergelegde stukken op papier worden nadien gescand met bewijskracht en opgenomen in het elektronisch dossier.

Art. 146quinquies

Het personeel van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle, de Leidend ambtenaar, de Kamers van eerste aanleg en de Kamers van beroep, gebruiken de gekwalificeerde elektronische handtekening in de zin van artikel 3.12. van verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van richtlijn 1999/93/EG.

Wanneer het wegens technische redenen niet mogelijk is om de gekwalificeerde elektronische handtekening te gebruiken binnen de termijnen voorgeschreven op straffe van nietigheid of verval, wordt er gebruik gemaakt van de eigenhandige handtekening.

Art. 147

(147)De artsen-inspecteurs hebben tot opdracht de uitvoering van de aan de adviserend artsen opgedragen taken te controleren. Te dien einde doen zij alle nodige onderzoekingen en, gebeurlijk, het lichamelijk onderzoek van de rechthebbenden.

Overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 90 en 94 mogen de artsen-inspecteurs de gerechtigden onderzoeken en een beslissing nemen over de staat van arbeidsongeschiktheid.

(De apothekers-inspecteurs hebben eveneens als taak de correcte uitvoering na te gaan van de controles toevertrouwd aan de adviserend artsen met betrekking tot de terugbetaling van farmaceutische specialiteiten en van magistrale bereidingen.)

Art. 148

(148)Onverminderd de opdracht die aan de adviserend artsen is toevertrouwd, staan de artsen-inspecteurs in individuele gevallen in voor de geneeskundige controle op de arbeidsongeschiktheid, hetzij op verzoek van de werkgevers of van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening, hetzij op grond van de verslagen betreffende de enquêtes die door de met de controle belaste ambtenaren van de (Diensten voor geneeskundige evaluatie en controle) en voor administratieve controle zijn verricht binnen het bestek van hun opdrachten zoals deze zijn omschreven in de artikelen 146 en 162.

In dat geval doen de artsen-inspecteurs uitspraak over de staat van arbeidsongeschiktheid en geven van hun beslissing kennis onder de in artikel 149 bepaalde voorwaarden.

Art. 149

De beslissingen van de artsen-inspecteurs over de staat van arbeidsongeschiktheid worden aan de gerechtigde en de adviserend geneesheer de dag zelf ter kennis gebracht. Die beslissingen zijn onmiddellijk uitvoerbaar.

Die artsen-inspecteurs delen aan de Geneeskundige raad voor invaliditeit de gegevens over de arbeidsongeschiktheid mee. Het Beheerscomité van de Dienst voor uitkeringen stelt, op advies van de Hoge commissie van de Geneeskundige raad voor invaliditeit, de inhoud van deze gegevens, evenals de nadere regels en de termijn waarbinnen deze gegevens aan de Geneeskundige raad voor invaliditeit moeten worden meegedeeld, vast.

Art. 150

(150)(Onverminderd de bepalingen van het Sociaal Strafwetboek zijn de werkgevers, de verzekeringsinstellingen, de verzorgingsinrichtingen, de tariferingsdiensten, alsmede hun aangestelden of gevolmachtigden, de personen die de bij deze gecoördineerde wet omschreven geneeskundige verstrekkingen mogen verlenen, en de rechthebbenden ertoe gehouden het inspecterend personeel van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle alle inlichtingen en bescheiden te verstrekken welke zij ter uitoefening van hun controleopdracht behoeven. Alle natuurlijke en rechtspersonen, alsmede hun aangestelden of gevolmachtigden, en in het bijzonder de producenten of leveranciers van medische apparatuur en toestellen, van terugbetaalde geneesmiddelen en farmaceutische specialiteiten, en andere terugbetaalde producten, die inlichtingen of documenten onder zich hebben die de hierboven bedoelde inspecteurs behoeven voor de uitoefening van hun controleopdracht, zijn eveneens gehouden tot die verplichting. De mededeling en het gebruik van die inlichtingen en bescheiden zijn afhankelijk gesteld van eerbiediging van het geneeskundig geheim.)

(Wat de verzekeringsinstellingen en de tarificatiediensten betreft, moet die mededeling van inlichtingen en stukken geschieden binnen een maximumtermijn van dertig dagen te rekenen vanaf de datum van aanvraag.)

De (Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle) heeft toegang tot alle gegevens en documenten die door verzekeringsinstellingen,, tariferingsdiensten zorgverleners, verplegingsinrichtingen en andere inrichtingen of diensten voor geneeskundige verzorging dienen meegedeeld te worden in het kader van deze gecoördineerde wet.

De (Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle) heeft rechtstreekse toegang tot de profielgegevens en de verwerking ervan bij de Dienst voor geneeskundige verzorging en de Dienst voor uitkeringen.

(De Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle heeft op aanvraag toegang tot de gegevens bedoeld in artikel 165, achtste lid bij de Dienst voor geneeskundige verzorging.)

Art. 150/1

§ 1.In het kader van zijn controleopdrachten kan het inspecterend personeel van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle aan het centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten gehouden door de Nationale Bank van België de nodige gegevens vragen voor de identificatie van de titularis van de bankrekening waarop de betalingen van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging worden verricht.

Er wordt een protocolakkoord afgesloten tussen de Nationale Bank van België en het Instituut, overeenkomstig artikel 20 van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens.

Wanneer deze gegevens nog niet beschikbaar zijn bij het centraal aanspreekpunt van rekeningen en financiële contracten gehouden door de Nationale Bank van België, kunnen zij specifiek worden gevraagd aan een bank-, wissel-, krediet- of spaarinstelling.

§ 2.Deze gegevens betreffen het IBAN-rekening-nummer, de volledige identiteit van de titularis van de bankrekening, met inbegrip van het identificatienummer van het Rijksregister van de natuurlijke personen indien het een natuurlijke persoon betreft of zijn inschrijvingsnummer bij de Kruispuntbank van Ondernemingen indien het een rechtspersoon betreft.

Zij worden bewaard in het elektronisch dossier bedoeld in artikel 146ter.

§ 3.Het Instituut neemt alle geschikte technische en organisatorische maatregelen om, onder haar verantwoordelijkheid, te waarborgen dat:

1°het inspecterend personeel dat de gegevens bedoeld in de paragrafen 1 en 2 opvraagt ondubbelzinnig en gelegitimeerd geïdentificeerd is;

2°iedere gegevensaanvraag legitiem en gemotiveerd is en de door de wet gedefinieerde finaliteit respecteert;

3°iedere gegevensaanvraag geregistreerd en traceerbaar is;

4°de vertrouwelijkheid van de verkregen gegevens wordt bewaard;

5°de verkregen gegevens niet worden gebruikt, herwerkt of verspreid voor doeleinden die onverenigbaar zijn met de door de wet voorziene finaliteit.

Het aantal aanvaarde en geweigerde gegevensaanvragen maakt het voorwerp uit van jaarlijkse statistieken en wordt bekendgemaakt.

Art. 151

De gewestelijke directeur en het inspecterend personeel van elke gewestelijke dienst staan onder de leiding van twee artsen-inspecteurs, die onder de leiding staan van de arts-directeur-generaal, leidend ambtenaar. Het administratief personeel staat onder de leiding van een administratief verantwoordelijke.

Art. 152

(152)De geschillen van geneeskundige aard tussen de adviserend artsen de artsen-inspecteurs, behoudens die waarbij de rechten van de rechthebbenden in het geding komen, worden de gewestelijk directeur ter beslissing voorgelegd.

De betrokkenen kunnen tegen de beslissingen van de eerstaanwezend arts-inspecteur-hoofd van dienst hoger beroep instellen bij het Comité van de (Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle).

De Koning stelt vast in welke vormen en binnen welke termijnen de (arts-inspecteur-directeur) en het Comité uitspraak behoren te doen.

Het beroep bij de (arts-inspecteur-directeur) en het hoger beroep bij het Comité hebben schorsende werking.

Art. 153

§ 1.De adviserend geneesheren hebben als opdrachten:

1) de sociaal verzekerden advies, informatie en sociale begeleiding te verlenen, teneinde ervoor te zorgen dat hen de meest geschikte verzorging en behandeling tegen de beste prijs wordt verleend, rekening houdende met de globale middelen van de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen;

2) de zorgverleners te informeren, teneinde de correcte toepassing van de reglementering betreffende de verzekering voor geneeskundige verzorging voor hen te verduidelijken, door toe te zien op het optimale gebruik van de middelen van deze verzekering;

3) de arbeidsongeschiktheid te controleren, overeenkomstig de bepalingen van titel IV, hoofdstuk III, afdelingen I en II en de regels uitgevaardigd bij toepassing van artikel 86, § 3 van deze wet;

4) de geneeskundige verstrekkingen te controleren, overeenkomstig de bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen.

De adviserend geneesheren moeten de richtlijnen van het Comité van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle naleven en de therapeutische vrijheid van de zorgverleners in acht nemen bij de vervulling van hun opdrachten bedoeld onder 1), 2) en 4) en de richtlijnen van het Beheerscomité van de Dienst voor uitkeringen bij de vervulling van hun opdrachten bedoeld onder 3) naleven.

De beslissingen van de adviserend geneesheren zijn bindend voor de verzekeringsinstellingen.

§ 2.In het kader van de controle van de arbeidsongeschiktheid, zenden de adviserend artsen, onder de voorwaarden en binnen de termijnen die door de Koning zijn vastgesteld, de in artikel 94, eerste lid, bedoelde verslagen naar de Geneeskundige raad voor invaliditeit, en oefenen zij de bevoegdheden uit die hun zijn toegewezen krachtens de artikelen 23, § 1 en 94, tweede lid.

De adviserend artsen zien eveneens toe op de sociaalprofessionele re-integratie van de arbeidsongeschikte gerechtigden en maken in dit kader een inschatting van hun arbeidspotentieel. In voorkomend geval verwijzen zij de gerechtigden met het oog op de opstart van een "Terug Naar Werk-traject" bedoeld in artikel 100, § 1/1 of in artikel 110, § 1 door naar de naargelang het geval, de preventieadviseur-arbeidsarts, de naargelang het geval, de preventieadviseur-arbeidsarts, de "terug-naar-werk-coördinator" of de bevoegde dienst of instelling van de Gewesten en de Gemeenschappen die deelneemt aan de socioprofessionele re-integratie," of de bevoegde dienst of instelling van de Gewesten en de Gemeenschappen die deelneemt aan de socioprofessionele re-integratie,"of gaan zij de verenigbaarheid van de uitvoering van een dergelijk traject met de algemene gezondheidstoestand van de arbeidsongeschikte gerechtigden na als die laatsten zelf de "Terug Naar Werk-coördinator" met het oog op de opstart van dit traject hebben gecontacteerd. Met het akkoord van deze gerechtigden kunnen zij elke natuurlijke persoon of rechtspersoon contacteren die kan bijdragen tot hun sociaalprofessionele re-integratie. De adviserend artsen nemen ook deel aan het in artikel 109bis bedoelde traject van beroepsherscholing, onder de door de Koning bepaalde voorwaarden.

De adviserend geneesheren bezorgen de Dienst voor uitkeringen de verslagen betreffende de controle van de arbeidsongeschiktheid, binnen de termijn en volgens de modaliteiten bepaald door voornoemde Dienst.

§ 2/1.De feitelijke en medische vaststellingen die de adviserend geneesheren tijdens de uitoefening van hun controletaken verrichten hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel. Deze vaststellingen mogen, met hun bewijswaarde, worden gebruikt door de inspecteurs en controleurs bedoeld in de artikelen 146 en 162 met het oog op de vaststelling van inbreuken.

De Koning kan, op voorstel van het Comité van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle, voor de uitvoering van controletaken op de in artikel 34 bedoelde geneeskundige verstrekkingen en de opvolging van de opdrachten van de adviserend artsen uit § 1 een Nationaal College van adviserend-artsen instellen, alsook lokale colleges die onder het toezicht van hogervermeld nationaal college worden geplaatst en die naast ten minste één verantwoordelijke adviserend arts, ook door adviserend-artsen van de verzekeringsinstellingen gemandateerde verpleegkundigen of kinesitherapeuten kunnen omvatten. De Koning bepaalt, op voorstel van het Comité van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle, de samenstelling, de werking en het soort opdrachten van dat nationaal college en die lokale colleges. De minister, het Comité van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle, de Leidend ambtenaar van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle en de Hoge raad van artsen-directeurs kunnen het Nationaal College van adviserend-artsen verzoeken een opdracht uit te voeren. Daarnaast kan het Nationaal College ook ambtshalve optreden.

§ 3.Binnen het kader van de controle op de verstrekkingen van de verzekering voor geneeskundige verzorging, gaan de adviserend geneesheren na of de medische terugbetalingsvoorwaarden van de geneeskundige verstrekkingen zijn nageleefd en verlenen zij de vastgestelde machtigingen. Zij kunnen meewerken aan de evaluatie van het optimaal gebruik van de middelen van de verzekering geneeskundige verzorging onder de voorwaarden bepaald door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en met naleving van het beginsel van de therapeutische vrijheid vastgesteld in artikel 11 van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen. Voor de uitvoering van deze evaluatieopdracht mogen de adviserend artsen slechts die gegevens gebruiken waartoe zij bij toepassing van deze wet toegang hebben, met eerbiediging van de regelgeving inzake de verwerking van persoonsgegevens en het beroepsgeheim.

De adviserend artsen stellen verslagen op betreffende de controle op de geneeskundige verstrekkingen, binnen de termijnen en in de vorm bepaald door het Comité van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle.

Zij gaan eveneens na of alle in de artikelen 35, vierde lid, en 37, §§ 12 en 13, bedoelde voorwaarden zijn vervuld en brengen van de vastgestelde inbreuken verslag uit aan de betrokken instanties, namelijk:

1°de Dienst voor administratieve controle voor de aanwezigheid en de bezoldigingsvoorwaarden van het personeel;

2°de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle voor het daadwerkelijk verlenen van de verzorging die is gedekt door de in artikel 37, §§ 12 en 13, bedoelde tegemoetkomingen;

3°de Dienst voor geneeskundige verzorging voor de andere vastgestelde onregelmatigheden.

De hogervermelde verslagen worden aan de voornoemde instanties meegedeeld door de arts-directeur, als bedoeld in § 4.

Les accords prévus à l'article 42 sont négociés et conclus au sein du Service des soins de santé et les projets de conventions visés à l'article 22, 6° et 6° bis, sont rédigés au sein du Service des soins de santé, par des commissions d'accords groupant un nombre égal de représentants des organismes assure.

§ 4.De organisatie en de coördinatie van de activiteit van de adviserend artsen in elke verzekeringsinstelling worden toevertrouwd aan een arts-directeur. De artsen-directeurs zien erop toe dat de adviserend geneesheren over een paramedische en administratieve ondersteuning beschikken, die naargelang van hun behoeften bestaat uit kinesitherapeuten, verpleegkundigen, paramedische en administratieve medewerkers, personeelsleden van de verzekeringsinstellingen, aan wie zij enkel de opdrachten die zijn bepaald door het Comité van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle kunnen delegeren.

De adviserend artsen zijn verantwoordelijk voor de correcte uitvoering van de taken die zijn toevertrouwd aan de medewerkers die hen bijstaan.

§ 5.Bij de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle wordt een Hoge raad van artsen-directeurs ingesteld die bestaat uit de artsen-directeurs van de verzekeringsinstellingen, de arts-directeur-generaal en de artsen-inspecteurs-generaal van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle.

De Hoge raad van arts-directeur is belast met het zoeken naar en bevorderen van een georganiseerde aanpak in de medische controle- of evaluatieopdrachten, zowel tussen verzekeringsinstellingen, als ter aanvulling van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle en dit bij de uitoefening van hun respectievelijke opdrachten in het kader van de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. Daartoe informeren de artsen-directeurs de Hoge raad over de genomen initiatieven binnen het kader van hun opdrachten, onder andere binnen het domein van de evaluatie, bedoeld in artikel 153, § 2, tweede lid en binnen het domein van de informatieverlening aan de zorgverleners over de juiste toepassing van de reglementering van de verzekering voor geneeskundige verzorging. De geneesheren-directeurs delen tevens aan de Hoge Raad de in § 2, derde lid en § 3, tweede lid, bedoelde verslagen mee.

Op basis van die verslagen en de mededelingen met betrekking tot de initiatieven die door de artsen-directeurs van de verzekeringsinstellingen zijn genomen, kan de hoge raad aan het Comité van de Dienst voor Geneeskundige Evaluatie en Controle voorstellen voorleggen ter aanpassing van de richtlijnen en de normen die door het comité in toepassing van artikel 141, § 1, 2°, zijn gedefinieerd.

De Hoge raad van artsen-directeurs is eveneens belast met het beheer van de accrediteringsprocedure van de adviserend artsen, overeenkomstig de krachtens artikel 154, zesde lid, door de Koning vastgestelde modaliteiten.

De Koning kan aanvullende regels vaststellen met betrekking tot de samenstelling en de werking van de Hoge Raad van Geneesheren-directeurs.

Art. 153

Vlaams Gewest

§ 1.De adviserend geneesheren hebben als opdrachten:

1) de sociaal verzekerden advies, informatie en sociale begeleiding te verlenen, teneinde ervoor te zorgen dat hen de meest geschikte verzorging en behandeling tegen de beste prijs wordt verleend, rekening houdende met de globale middelen van de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen;

2) de zorgverleners te informeren, teneinde de correcte toepassing van de reglementering betreffende de verzekering voor geneeskundige verzorging voor hen te verduidelijken, door toe te zien op het optimale gebruik van de middelen van deze verzekering;

3) de arbeidsongeschiktheid te controleren, overeenkomstig de bepalingen van titel IV, hoofdstuk III, afdelingen I en II en de regels uitgevaardigd bij toepassing van artikel 86, § 3 van deze wet;

4)...

De adviserend geneesheren moeten de richtlijnen van het Comité van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle naleven en de therapeutische vrijheid van de zorgverleners in acht nemen bij de vervulling van hun opdrachten bedoeld onder 1), 2) en 4) en de richtlijnen van het Beheerscomité van de Dienst voor uitkeringen bij de vervulling van hun opdrachten bedoeld onder 3) naleven.

De beslissingen van de adviserend geneesheren zijn bindend voor de verzekeringsinstellingen.

§ 2.In het kader van de controle van de arbeidsongeschiktheid, zenden de adviserend artsen, onder de voorwaarden en binnen de termijnen die door de Koning zijn vastgesteld, de in artikel 94, eerste lid, bedoelde verslagen naar de Geneeskundige raad voor invaliditeit, en oefenen zij de bevoegdheden uit die hun zijn toegewezen krachtens de artikelen 23, § 1 en 94, tweede lid.

De adviserend artsen zien eveneens toe op de sociaalprofessionele re-integratie van de arbeidsongeschikte gerechtigden en maken in dit kader een inschatting van hun restcapaciteiten. In voorkomend geval verwijzen zij de gerechtigden met het oog op de opstart van een "Terug Naar Werk-traject" bedoeld in artikel 100, § 1/1 of in artikel 110, § 1 door naar de "Terug Naar Werk-coördinator" of gaan zij de verenigbaarheid van de uitvoering van een dergelijk traject met de algemene gezondheidstoestand van de arbeidsongeschikte gerechtigden na als die laatsten zelf de "Terug Naar Werk-coördinator" met het oog op de opstart van dit traject hebben gecontacteerd. Met het akkoord van deze gerechtigden kunnen zij elke natuurlijke persoon of rechtspersoon contacteren die kan bijdragen tot hun sociaalprofessionele re-integratie. De adviserend artsen nemen ook deel aan het in artikel 109bis bedoelde traject van beroepsherscholing, onder de door de Koning bepaalde voorwaarden.

De adviserend geneesheren bezorgen de Dienst voor uitkeringen de verslagen betreffende de controle van de arbeidsongeschiktheid, binnen de termijn en volgens de modaliteiten bepaald door voornoemde Dienst.

§ 2/1.De feitelijke en medische vaststellingen die de adviserend geneesheren tijdens de uitoefening van hun controletaken verrichten hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel. Deze vaststellingen mogen, met hun bewijswaarde, worden gebruikt door de inspecteurs en controleurs bedoeld in de artikelen 146 en 162 met het oog op de vaststelling van inbreuken.

§ 3.Binnen het kader van de controle op de verstrekkingen van de verzekering voor geneeskundige verzorging, gaan de adviserend geneesheren na of de medische terugbetalingsvoorwaarden van de geneeskundige verstrekkingen zijn nageleefd en verlenen zij de vastgestelde machtigingen. Zij kunnen meewerken aan de evaluatie van het optimaal gebruik van de middelen van de verzekering geneeskundige verzorging onder de voorwaarden bepaald door de Koning bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en met naleving van het beginsel van de therapeutische vrijheid vastgesteld in artikel 11 van het koninklijk besluit nr. 78 van 10 november 1967 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen. Voor de uitvoering van deze evaluatieopdracht mogen de adviserend artsen slechts die gegevens gebruiken waartoe zij bij toepassing van deze wet toegang hebben, met eerbiediging van de regelgeving inzake de verwerking van persoonsgegevens en het beroepsgeheim.

De adviserend artsen stellen verslagen op betreffende de controle op de geneeskundige verstrekkingen, binnen de termijnen en in de vorm bepaald door het Comité van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle.

Zij gaan eveneens na of alle in de artikelen 35, vierde lid, en 37, §§ 12 en 13, bedoelde voorwaarden zijn vervuld en brengen van de vastgestelde inbreuken verslag uit aan de betrokken instanties, namelijk:

1°de Dienst voor administratieve controle voor de aanwezigheid en de bezoldigingsvoorwaarden van het personeel;

2°de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle voor het daadwerkelijk verlenen van de verzorging die is gedekt door de in artikel 37, §§ 12 en 13, bedoelde tegemoetkomingen;

3°de Dienst voor geneeskundige verzorging voor de andere vastgestelde onregelmatigheden.

De hogervermelde verslagen worden aan de voornoemde instanties meegedeeld door de arts-directeur, als bedoeld in § 4.

De Koning kan, op voorstel van het Comité van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle, voor de uitvoering van controletaken voor de in artikel 34, 1e lid, 1°, b), bedoelde verstrekkingen en de in artikel 34, 1e lid, 11° en 12° bedoelde instellingen die zijn opgedragen aan de adviserend artsen, een Nationaal College van adviserend artsen instellen, alsook lokale colleges die onder het toezicht van hogervermeld nationaal college worden geplaatst en die naast ten minste één verantwoordelijke adviserend artsen, ook door adviserend geneesheren van de verzekeringsinstellingen gemandateerde verpleegkundigen of kinesitherapeuten kunnen omvatten. De Koning bepaalt, op voorstel van het Comité van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle, de samenstelling, de werking en de opdrachten van dat nationaal college en die lokale colleges.

§ 4.De organisatie en de coördinatie van de activiteit van de adviserend artsen in elke verzekeringsinstelling worden toevertrouwd aan een arts-directeur. De artsen-directeurs zien erop toe dat de adviserend geneesheren over een paramedische en administratieve ondersteuning beschikken, die naargelang van hun behoeften bestaat uit kinesitherapeuten, verpleegkundigen, paramedische en administratieve medewerkers, personeelsleden van de verzekeringsinstellingen, aan wie zij enkel de opdrachten die zijn bepaald door het Comité van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle kunnen delegeren.

De adviserend artsen zijn verantwoordelijk voor de correcte uitvoering van de taken die zijn toevertrouwd aan de medewerkers die hen bijstaan.

§ 5.Bij de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle wordt een Hoge raad van artsen-directeurs ingesteld die bestaat uit de artsen-directeurs van de verzekeringsinstellingen, de arts-directeur-generaal en de artsen-inspecteurs-generaal van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle.

De Hoge raad van arts-directeur is belast met het zoeken naar en bevorderen van een georganiseerde aanpak in de medische controle- of evaluatieopdrachten, zowel tussen verzekeringsinstellingen, als ter aanvulling van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle en dit bij de uitoefening van hun respectievelijke opdrachten in het kader van de verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. Daartoe informeren de artsen-directeurs de Hoge raad over de genomen initiatieven binnen het kader van hun opdrachten, onder andere binnen het domein van de evaluatie, bedoeld in artikel 153, § 2, tweede lid en binnen het domein van de informatieverlening aan de zorgverleners over de juiste toepassing van de reglementering van de verzekering voor geneeskundige verzorging. De geneesheren-directeurs delen tevens aan de Hoge Raad de in § 2, derde lid en § 3, tweede lid, bedoelde verslagen mee.

Op basis van die verslagen en de mededelingen met betrekking tot de initiatieven die door de artsen-directeurs van de verzekeringsinstellingen zijn genomen, kan de hoge raad aan het Comité van de Dienst voor Geneeskundige Evaluatie en Controle voorstellen voorleggen ter aanpassing van de richtlijnen en de normen die door het comité in toepassing van artikel 141, § 1, 2°, zijn gedefinieerd.

De Hoge raad van artsen-directeurs is eveneens belast met het beheer van de accrediteringsprocedure van de adviserend artsen, overeenkomstig de krachtens artikel 154, zesde lid, door de Koning vastgestelde modaliteiten.

De Koning kan aanvullende regels vaststellen met betrekking tot de samenstelling en de werking van de Hoge Raad van Geneesheren-directeurs.

Art. 154

(154)De adviserend-artsen worden door de verzekeringsinstellingen in dienst genomen en bezoldigd.

Het ambt van adviserend-arts mag evenwel slechts aan door de (Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle) beëdigde geneesheren opgedragen worden. De adviserend-artsen leggen de eed af ten overstaan van de voorzitter van het Comité van die Dienst. Om tot de eedaflegging als adviserend-arts toegelaten te worden, dient hij vooraf door een verzekeringsinstelling voorgedragen en door het Comité van de Dienst voor geneeskundige controle erkend te zijn.

Vooraleer een adviserend-arts te erkennen, verzoekt het Comité de bevoegde Provinciale raad van de Orde der geneesheren om advies; verstrekt de Provinciale raad van de Orde van artsen het advies niet binnen de door het Comité van de (Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle) bepaalde termijn, dan wordt deze formaliteit geacht te zijn vervuld.

De adviserend-artsen mogen door de verzekeringsinstellingen slechts worden afgezet of ontslagen als het Comité van de (Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle) de intrekking van hun erkenning heeft uitgesproken of, in geval van ambtsopheffing, met de instemming van dat Comité en onder de in het statuut van de adviserend-artsen bepaalde voorwaarden.

(Het statuut en de bezoldiging van de adviserend-artsen worden door de Koning bepaald op voorstel van het Comité van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle, na raadpleging van de verzekeringsinstellingen en het Algemeen beheerscomité.)

(De Koning bepaalt de regels en de procedure met betrekking tot de toekenning van de accreditering van de adviserend-artsen door de Hoge raad van artsen-directeurs, na het advies van het Comité van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle te hebben ingewonnen. Hij stelt eveneens het financieel voordeel vast dat aan de accreditering is gekoppeld. De uitgaven die voortvloeien uit de accreditering vallen ten laste van de begroting voor de administratiekosten van het Instituut.)

...

...

Art. 155

(155)§ 1. Het Comité van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle kan:

1°...

2°de in artikel 154 bedoelde adviserend-artsen die zich niet schikken naar de verzekeringsregelen, naar de richtlijnen van het comité naar de richtlijnen van het Comité van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle, naar de richtlijnen van het Beheerscomité van de Dienst voor uitkeringen of naar de voorwaarden en de regelen vastgesteld met toepassing van artikel 127, § 3, van de wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, gecoördineerd op 10 juli 2008, de volgende tuchtstraffen opleggen: de waarschuwing, de afkeuring, de berisping, de schorsing van het recht tot uitoefening van hun ambt over een termijn van niet langer dan twee jaar en het definitief verbod tot uitoefening van dat ambt.

Het statuut van de adviserend-artsen bepaalt volgens welke regelen de krachtens het eerste lid uitgesproken tuchtstraffen ter kennis worden gebracht van de verzekeringsinstellingen.

Het Comité kan ook de accreditering van de adviserend-arts die zich niet schikt naar de hoger vermelde normen en richtlijnen tijdelijk of definitief intrekken.

In het statuut van de adviserend-artsen worden de modaliteiten bepaald op basis waarvan de krachtens het eerste lid uitgesproken tuchtstraffen ter kennis van de verzekeringsinstellingen worden gebracht.

§ 2.Tegen de tuchtrechtelijke beslissingen van het Comité bedoeld in § 1, 2°, kan beroep aangetekend worden bij daartoe ingestelde Kamers van beroep bedoeld in artikel 144, § 1,; het beroep schorst de uitvoering van de tuchtstraf.

§ 3.Bovendien kan het Comité, telkens als het belang van de dienst of het algemeen belang zulks vereist, die adviserend-artsen preventief schorsen over een tijdvak van ten hoogste twee maanden.

§ 4....

§ 5.Zowel voor het Comité van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle als voor de Kamers van beroep, moet de adviserend geneesheer... vooraf worden gehoord en mag hij zich laten bijstaan door een persoon die hij kiest.

§ 6....

Art. 156

<Opgeheven bij W 2002-12-24/32, art. 29, 075; Inwerkingtreding: 15-02-2003 en hersteld bij W 2006-12-13/35, art. 108, 123; Inwerkingtreding: 15-05-2007> § 1. De beslissingen van de Leidend ambtenaar van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle of van de door hem aangewezen ambtenaar, zoals bedoeld in artikel 143, de beslissingen van de Kamers van eerste aanleg zoals bedoeld in artikel 142, en de beslissingen van de Kamers van beroep, zoals bedoeld in artikelen 142 en 155, zijn van rechtswege uitvoerbaar bij voorraad niettegenstaande beroep. Betalingstermijnen kunnen enkel worden toegestaan op een met redenen omklede aanvraag en gestaafd door alle nuttige bewijsstukken die moeten toelaten de gegrondheid te beoordelen..

De verschuldigde sommen worden binnen de dertig dagen volgend op de kennisgeving van de in het eerste lid bedoelde beslissingen betaald. Bij gebrek aan betaling binnen die termijn, brengen de nog verschuldigde sommen van rechtswege interesten op tegen de wettelijke rentevoet in sociale zaken zoals voorzien in artikel 2, § 3, van de wet van 5 mei 1865 betreffende de lening, te rekenen vanaf het verstrijken van die termijn.

Ingeval de schuldenaar in gebreke blijft, kunnen de verzekeringsinstellingen in toepassing van artikel 206bis, § 1, of de Algemene Administratie van de inning en de invordering in toepassing van artikel 206bis, § 2 worden belast met de invordering van de verschuldigde bedragen.

(§ 2.) In de kennisgeving van de beslissing van de Kamers van eerste aanleg wordt vermeld dat op straffe van niet ontvankelijkheid binnen de maand, te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing, beroep kan worden ingesteld bij de Kamers van beroep. De termijn loopt vanaf de eerste werkdag die volgt op deze waarop de aangetekende zending met ontvangstbewijs werd aangeboden in de woonplaats van de bestemmeling of, in voorkomend geval, in zijn verblijfplaats, of in zijn gekozen woonplaats. Het beroep schort de uitvoering van de beslissing niet op. De kennisgeving herneemt de dienstige bepalingen van het Procedurereglement.

(In de kennisgeving van de beslissing van de Kamers van beroep wordt vermeld dat op straffe van niet ontvankelijkheid, een administratief cassatieberoep kan worden ingesteld bij de Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak, binnen de termijn bepaald in artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit van 30 november 2006 tot vaststelling van de cassatieprocedure bij de Raad van State.) Het beroep schort de uitvoering van de beslissing niet op. De kennisgeving meldt eveneens dat het administratief kortgeding bij de Raad van State, zoals bedoeld in de artikelen 17 en volgende van de gecoördineerde wetten van 12 januari 1973 op de Raad van State, niet ontvankelijk is tegen beslissingen in betwiste zaken zoals bedoeld in artikel 14, § 2, van diezelfde wetten.

§ 3.(oude § 2) In de kennisgeving van de beslissing van de Leidend ambtenaar van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle of van de door hem aangewezen ambtenaar, wordt vermeld dat op straffe van niet ontvankelijkheid, binnen de maand, te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing, beroep kan worden ingesteld bij de Kamers van eerste aanleg. Die termijn gaat in met de dag van verzending van de ter post aangetekende brief; de postdatum heeft bewijskracht. De termijn loopt vanaf de eerste werkdag die volgt op deze waarop de aangetekende zending met ontvangstbewijs werd aangeboden in de woonplaats van de bestemmeling of, in voorkomend geval, in zijn verblijfplaats, of in zijn gekozen woonplaats. Het beroep schort de uitvoering van de beslissing niet op. De kennisgeving herneemt de dienstige bepalingen van het Procedurereglement.

§ 4.Wanneer de kennisgeving bedoeld in §§ 2 en 3 wordt uitgevoerd door middel van de elektronische diensten bedoeld in artikel 146quater, begint de beroepstermijn te lopen op de eerste werkdag die volgt na de verzending van de e-mail waarin de bestemmeling wordt meegedeeld dat de beslissing via de elektronische diensten bedoeld in artikel 146quater kan worden geraadpleegd.

Art. 157

<Opgeheven bij W 2002-12-24/32, art. 29, 075; Inwerkingtreding: 15-02-2003 en hersteld bij W 2006-12-13/35, art. 108, 123; Inwerkingtreding: 15-05-2007> § 1. (De Leidend ambtenaar of de door hem aangewezen ambtenaar, de Kamer van eerste aanleg of de Kamer van beroep, kan beslissen dat het uitstel geheel of gedeeltelijk wordt toegestaan bij de uitvoering van de beslissingen waarmee een administratieve geldboete wordt opgelegd, bedoeld in artikel 142.

Het uitstel kan toegestaan worden gedurende één tot drie jaar, wanneer binnen de drie jaar voorafgaand aan de uitspraak, geen administratieve geldboete, noch een terugbetaling van ten onrechte aangerekende verstrekkingen aan de betrokkene werd opgelegd door een administratieve of jurisdictionele instantie, ingesteld binnen of bij het Instituut.

Het uitstel wordt van rechtswege herroepen wanneer de zorgverlener veroordeeld is vanwege een nieuwe inbreuk, bedoeld in artikel 73bis, gepleegd gedurende de proeftermijn.)

§ 2.De stagemeester is verantwoordelijk voor de inbreuken die door de stagiair in het kader van zijn stageplan zijn gepleegd, in die mate dat deze inbreuken hem kunnen ten laste gelegd worden.

De zorgverlener die aan de oorsprong ligt van overbodige of onnodig dure verstrekkingen in de zin van artikel 73, § 2, of § 4, is hiervoor verantwoordelijk, net zoals de zorgverlener die het voorschrijven of het uitvoeren heeft voortgezet. Hij kan eveneens, al naargelang het geval, de sancties oplopen voorzien in artikel 142.

§ 3.De definitieve beslissingen van de Leidend ambtenaar of van de door hem aangewezen ambtenaar, de Kamers van eerste aanleg en van de Kamers van beroep, behalve in tuchtmaatregelen zoals bedoeld in artikel 155, worden gepseudonimiseerd en gepubliceerd op het internetadres van het RIZIV.

§ 4.Het totaal van de geldboetes en de terug te betalen bedragen wordt op de rekening van het Instituut gestort en zijn inkomsten van de verzekering voor geneeskundige verzorging. De geldboetes en de terug te betalen bedragen genieten het voorrecht bedoeld in artikel 19, eerste lid, 4°, van de Hypotheekwet van 16 december 1851.

Art. 158

(158)De Koning stelt alle regelen vast die van toepassing zijn op de adviserend artsen van de Kas der geneeskundige verzorging van HR Rail en Hij bepaalt, bij een in Ministerraad overlegd besluit, de voorwaarden waaronder de bepalingen die betrekking hebben op de adviserend artsen, bedoeld in de afdelingen I, II, III en IV, tot hen kunnen worden verruimd.