(100)§ 1. Wordt als arbeidsongeschikt erkend als bedoeld in deze gecoördineerde wet, de werknemer die alle werkzaamheid heeft onderbroken als rechtstreeks gevolg van het intreden of het verergeren van letsels of functionele stoornissen waarvan erkend wordt dat ze zijn vermogen tot verdienen verminderen tot een derde of minder dan een derde van wat een persoon, van dezelfde stand en met dezelfde opleiding, kan verdienen door zijn werkzaamheid in de beroepencategorie waartoe de beroepsarbeid behoort, door betrokkene verricht toen hij arbeidsongeschikt is geworden, of in de verschillende beroepen die hij heeft of zou kunnen uitoefenen hebben uit hoofde van zijn beroepsopleiding.
(Vrijwilligerswerk in de zin van de wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers wordt niet beschouwd als werkzaamheid, voor zover de adviserende geneesheer... vaststelt dat deze activiteiten verenigbaar zijn met de algemene gezondheidstoestand van de betrokkene.)
Een activiteit bedoeld in artikel 17, § 1, eerste lid, 1° en 3° tot 7°, van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders verricht op de eerste dag van de arbeidsongeschiktheid, wordt echter niet beschouwd als een werkzaamheid, voor zover deze activiteit een loutere voortzetting is van de uitvoering van een overeenkomst die reeds vóór de aanvang van de arbeidsongeschiktheid werd gesloten en effectief is uitgevoerd.
Een activiteit in het kader van niet-rechtstreekse toegankelijke zorg en ondersteuning voor een persoon met een handicap die wordt gefinancierd via een persoonlijk assistentiebudget overeenkomstig het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap of via een persoonsvolgend budget overeenkomstig het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en ondersteuning voor personen met een handicap en die wordt verricht op de eerste dag van de arbeidsongeschiktheid, wordt echter niet beschouwd als een werkzaamheid, voor zover deze activiteit een loutere voortzetting is van de uitvoering van een overeenkomst die reeds vóór de aanvang van de arbeidsongeschiktheid werd gesloten en effectief is uitgevoerd.
Het werk van mantelzorger in de zin van artikel 3 van de wet van 12 mei 2014 betreffende de erkenning van de mantelzorger wordt niet beschouwd als werkzaamheid voor zover de adviserend arts voorafgaandelijk de uitoefening van dit werk vaststelt dat deze activiteiten verenigbaar zijn met de algemene gezondheidstoestand van de betrokkene.
Indien die werknemer bovendien een beroepsopleiding heeft verworven tijdens een tijdvak van herscholing, wordt met die nieuwe opleiding rekening gehouden ter waardering van de vermindering van zijn vermogen tot verdienen. De Koning bepaalt de voorwaarden waaronder en de termijn binnen welke de arbeidsongeschiktheid opnieuw geëvalueerd wordt na een programma van beroepsherscholing.
Nochtans wordt die vermindering van het vermogen tot verdienen, over de eerste zes maanden primaire arbeidsongeschiktheid, gewaardeerd ten aanzien van het gewone beroep van de betrokkene, in zover de oorzakelijke aandoening voor een gunstig verloop of voor genezing vatbaar is binnen een tamelijk korte tijdspanne.
Is een werknemer opgenomen in een door de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, erkende verplegingsinrichting of in een militair ziekenhuis, dan wordt aangenomen dat hij de vereiste graad van arbeidsongeschiktheid bereikt.
De Koning kan, op voorstel van het Beheerscomité van de Dienst voor uitkeringen, de voorwaarden verruimen waaronder wordt aangenomen dat een werknemer de vereiste graad van arbeidsongeschiktheid bereikt.
De Koning kan, op voorstel van het Beheerscomité van de Dienst voor uitkeringen en in afwijking van de voorafgaande bepalingen, bijzondere voorwaarden en specifieke evaluatiecriteria vaststellen voor de categorieën van werknemers die Hij bepaalt.
§ 1/1.Als voor een arbeidsongeschikt erkende gerechtigde een re-integratie gelet op zijn arbeidspotentieel kan worden overwogen, wordt een "terug-naar-werk-traject" in samenspraak met deze gerechtigde opgestart.
Een "terug-naar-werk-traject" bedoeld in het eerste lid betreft elk traject dat tot doel heeft om de arbeidsongeschikt erkende gerechtigde na een doorverwijzing door de adviserend arts of de medewerker van het multidisciplinaire team op basis van een inschatting van zijn arbeidspotentieel of na een vraag van deze gerechtigde zelf, onder de coördinatie van, naargelang het geval, de preventieadviseur-arbeidsarts of de "terug-naar-werk-coördinator" zo snel mogelijk, naargelang het geval, te begeleiden of te ondersteunen bij het vinden van de gepaste begeleiding met het oog op de uitoefening van een tewerkstelling die past bij zijn mogelijkheden en noden.
Onverminderd het vorige lid, betreft een "terug-naar-werk-traject" bedoeld in het eerste lid ook elk traject dat tot doel heeft om, na een doorverwijzing van de arbeidsongeschikt erkende gerechtigde door, hetzij de adviserend arts of de medewerker van het multidisciplinaire team op basis van een inschatting van zijn arbeidspotentieel, hetzij de preventieadviseur-arbeidsarts overeenkomstig artikel I.4-76, § 3, van de codex over het welzijn op het werk, naar de bevoegde dienst of instelling van de Gewesten en de Gemeenschappen die deelneemt aan de socioprofessionele re-integratie, of na een rechtstreekse contactname door de arbeidsongeschikt erkende gerechtigde met deze bevoegde dienst of instelling van de Gewesten en de Gemeenschappen, deze gerechtigde zo snel mogelijk gepast te begeleiden met het oog op de uitoefening van een tewerkstelling die past bij zijn mogelijkheden en noden. De Koning bepaalt vanaf wanneer de arbeidsongeschikt erkende gerechtigde dit rechtstreekse contact kan opnemen.
De Koning bepaalt de minimale voorwaarden die moeten zijn vervuld om als "Terug Naar Werk-coördinator" binnen het ziekenfonds te kunnen fungeren, evenals de opdrachten van de "Terug Naar Werk-coördinator" in het kader van het "Terug Naar Werk-traject" bedoeld in het eerste lid.
De Koning bepaalt de betrokken actoren bij het opstellen van het multidisciplinair re-integratieplan bedoeld in het tweede lid, evenals de inhoud en de modaliteiten van dit re-integratieplan. Hij bepaalt eveneens de modaliteiten van de regelmatige opvolging van dit multidisciplinair re-integratieplan.
...
§ 1/2.In het kader van het "Terug Naar Werk-traject" van de arbeidsongeschikt erkende gerechtigde bedoeld in paragraaf 1/1 wordt een elektronisch "Terug Naar Werk-dossier" in de verzekeringsinstelling gecreëerd. De "Terug-Naar-Werk-coördinator", de adviserend arts en de medewerker van het multidisciplinaire team hebben toegang tot dit "Terug Naar Werk-dossier". De volgende categorieën van gegevens worden in dit "Terug Naar Werk-dossier" geregistreerd:
1°de identiteitsgegevens van de gerechtigde die deelneemt aan het "Terug Naar Werk-traject", namelijk het identificatienummer bedoeld in artikel 8 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, de naam, de voornaam, het geslacht, de geboortedatum en de hoofdverblijfplaats;
2°de gezondheidsgegevens verbonden met de inschatting van het functioneren en de mogelijkheden voor de gerechtigde om, mits begeleiding, terug aan het werk te gaan;
3°de loopbaangegevens van de gerechtigde;
4°de registratie door, naargelang het geval, de adviserend arts, de medewerker van het multidisciplinaire team of de "Terug Naar Werk-coördinator" van de verschillende contactmomenten en acties, inclusief het in voorkomend geval opgestelde multidisciplinair re-integratieplan, in de loop van het "Terug Naar Werk-traject".
De verwerking van de persoonsgegevens bedoeld in het vorige lid, beoogt de volgende verwerkingsdoeleinden na de uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de gerechtigde:
1°het beheer van het "Terug Naar Werk-traject" door de "Terug Naar Werk-coördinator" zoals de organisatie van de verschillende contactmomenten met de gerechtigde en de opvolging van de verschillende afgesproken geregistreerde acties;
2°de opvolging van het "Terug Naar Werk-traject" door de adviserend arts in samenspraak met de "Terug Naar Werk-coördinator";
3°de gegevensuitwisseling met elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die betrokken is in het kader van de uitvoering van het "Terug Naar Werk-traject" van deze gerechtigde om na zijn instemming de verschillende stappen van het voormelde traject uit te voeren en, in voorkomend geval, het multidisciplinair re-integratieplan op te stellen en de opvolging ervan te verrichten;
4°de gegevensuitwisseling met de preventieadviseur-arbeidsarts in het kader van de doorverwijzing van de door een arbeidsovereenkomst verbonden gerechtigde na zijn instemming en met de nodige ondersteuning... naar de preventieadviseur-arbeidsarts met het oog op de aanvraag tot een bezoek voorafgaand aan de werkhervatting bedoeld in artikel I.4-36 van de codex over het welzijn op het werk of de opstart van een re-integratietraject bedoeld in hoofdstuk VI van boek I, titel 4 van de voormelde codex, evenals wanneer de preventieadviseur-arbeidsarts wordt geïnformeerd dat voor deze gerechtigde in het kader van een "Terug Naar Werk-traject" nader wordt onderzocht welke aanpassings- en/of begeleidingsacties voor hem passend zijn.
De verzekeringsinstellingen treden, ieder in het kader van hun bevoegdheid, op als verwerkingsverantwoordelijke voor de persoonsgegevens bedoeld in het eerste lid.
De persoonsgegevens bedoeld in het eerste lid worden bewaard gedurende drie jaar. Deze termijn gaat in op 1 januari volgend op de afsluiting van het arbeidsongeschiktheidsdossier in de verzekeringsinstelling.
§ 1/3.Met het oog op een jaarlijkse evaluatie van de tijdens het vorige kalenderjaar uitgevoerde "Terug Naar Werk-trajecten" bedoeld in paragraaf 1/1 bezorgt de verzekeringsinstelling de gegevens met betrekking tot de verschillende acties in het "Terug Naar Werk-traject" van de betrokken arbeidsongeschikt erkende gerechtigden via een elektronisch bericht aan het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering dat als derde-ontvanger van deze gegevens fungeert. De Koning bepaalt de modaliteiten van deze evaluatie.
§ 1/4.Om te kunnen nagaan of het werk kan worden hervat met, in voorkomend geval, het aanvatten van een "terug-naar-werktraject" bedoeld in paragraaf 1/1, is de arbeidsongeschikt erkende gerechtigde ertoe gehouden:
1°op verzoek van de adviserend arts of de medewerker van het multidisciplinaire team de gegevens te bezorgen die noodzakelijk zijn voor de inschatting van zijn arbeidspotentieel, evenals een gevolg te geven aan de uitnodiging van de adviserend arts of de medewerker van het multidisciplinaire team voor een fysiek contact dat in voorkomend geval wordt georganiseerd als de voor deze inschatting van zijn arbeidspotentieel vereiste gegevens niet worden bezorgd;
2°een gevolg te geven aan de uitnodiging van de preventieadviseur-arbeidsarts bedoeld in artikel I.4-73, § 2, van de Codex over het welzijn op het werk voor een fysiek contact met het oog op een re-integratiebeoordeling;
3°een gevolg te geven aan de uitnodiging van de "terug-naar-werk-coördinator" voor een eerste contactmoment in het kader van het voormelde "terug-naar- werktraject".
Om de begeleidende acties binnen een "terug-naar-werktraject" bedoeld in paragraaf 1/1 te kunnen bepalen en te kunnen uitvoeren, is de arbeidsongeschikt erkende gerechtigde die niet verbonden is door een arbeidsovereenkomst en voldoende arbeidspotentieel heeft, ertoe gehouden:
1°zich binnen veertien dagen na de doorverwijzing in te schrijven bij de bevoegde dienst of instelling van de Gewesten en de Gemeenschappen die deelneemt aan de socioprofessionele re-integratie met het oog op een begeleiding door deze dienst of instelling;
2°een gevolg te geven aan de uitnodiging van de begeleider van de bevoegde dienst of instelling van de Gewesten en de Gemeenschappen die deelneemt aan de socioprofessionele re-integratie of van een partner van de voormelde dienst of instelling voor een contactmoment in het kader van zijn re-integratie.
De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, onder welke voorwaarden en nadere regels:
1°de toekenning van de uitkering wordt stopgezet wanneer de arbeidsongeschikt erkend gerechtigde zonder geldige rechtvaardiging afwezig is op de fysieke contacten bedoeld in het eerste lid, 1° en 2°,...;
2°het dagbedrag van de uitkering met 10 procent wordt verminderd wanneer de arbeidsongeschikt erkende gerechtigde zonder geldige rechtvaardiging afwezig is op het eerste contactmoment bedoeld in het eerste lid, 3°, of op het contactmoment bedoeld in het tweede lid, 2°, of wanneer de arbeidsongeschikt erkende gerechtigde zich zonder geldige rechtvaardiging niet overeenkomstig het tweede lid, 1°, heeft ingeschreven bij de bevoegde dienst of instelling van de Gewesten en de Gemeenschappen die deelneemt aan de socioprofessionele re-integratie.
Voor de toepassing van het derde lid kan de afwezigheid of de niet-inschrijving" van de gerechtigde worden gerechtvaardigd door elementen zowel van medische aard als van niet-medische aard.
§ 2.Wordt als arbeidsongeschikt erkend, de werknemer die een toegelaten arbeid hervat op voorwaarde dat hij, van een geneeskundig oogpunt uit, een vermindering van zijn vermogen van ten minste 50 pct. behoudt.
De Koning bepaalt binnen welke termijn en onder welke voorwaarden de toelating tot werkhervatting als bedoeld in het eerste lid wordt verleend.
De Koning bepaalt eveneens onder welke voorwaarden en in welke mate de uitkeringen worden toegekend in geval van niet naleving van de termijn of de voorwaarden bepaald met toepassing van het tweede lid.
De weigeringsbeslissing om de toelating tot werkhervatting te verlenen of de beslissing die een einde aan de arbeidsongeschiktheid stelt omdat de gerechtigde, van een geneeskundig oogpunt uit, geen vermindering van zijn vermogen van ten minste 50 pct behoudt, heeft uitwerking ten vroegste vanaf de dag na de datum van de verzending of overhandiging van de beslissing aan de gerechtigde. De Koning bepaalt onder welke voorwaarden en in welke mate de uitkeringen worden toegekend voor de periode die de ingangsdatum van de hogervermelde beslissingen voorafgaat.