Alle wetboeken › KB ZIV

TITEL III - Uitkerings- en moederschapsverzekering. › HOOFDSTUK I - Organen. › Afdeling II - Geneeskundige raad voor invaliditeit.

E Tussenkomsten van de adviserend artsen, van de artsen van de Dienst voor uitkeringen, leden van de Geneeskundige raad voor invaliditeit en van de artsen-inspecteurs van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle met betrekking tot de staat van invaliditeit

177

Art. 177

§ 1.1° Tussen de eerste dag en de laatste dag van de voorlaatste maand voorafgaandelijk de aanvangsdatum van het tijdvak van invaliditeit deelt de adviserend arts of de medewerker van het multidisciplinaire team ten behoeve van de Geneeskundige raad voor invaliditeit een voorstel mee waarin alle gegevens voorkomen met betrekking tot de erkenning van de staat van invaliditeit in de zin van artikel 100 van de gecoördineerde wet en waarvan de maximale voorgestelde duur van de voorgestelde erkenning afhangt van de precieze situatie waarin de gerechtigde zich bevindt:

a)voor de gerechtigde overeenkomstig artikel 215decies/4, vijfde lid, geplaatst in de categorie 2 bedraagt de maximale duur vijf jaar, tenzij zijn letsels of functionele stoornissen al een erkenning van de staat van invaliditeit rechtvaardigen tot het einde van de maand waarin hij de wettelijke pensioenleeftijd bereikt bepaald in artikel 2 van het koninklijk besluit van 23 december 1996 tot uitvoering van de artikelen 15, 16 en 17 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels. Opdat in het voorstel de duur kan lopen tot het einde van de maand waarin de gerechtigde de wettelijke pensioenleeftijd bereikt, moeten de letsels of functionele stoornissen van de gerechtigde hetzij beantwoorden aan de criteria, vastgesteld door het Beheerscomité van de Dienst voor uitkeringen op advies van de Hoge commissie, hetzij aanleiding geven tot een voorstel dat, vóór de verzending naar de Geneeskundige raad voor invaliditeit met het oog op een beslissing door de arts van de Dienst voor uitkeringen, lid van de geneeskundige raad voor invaliditeit, gevalideerd is door een tweede adviserend arts of door een adviserend arts indien het voormelde voorstel door de medewerker van het multidisciplinaire team is opgesteld;

b)voor de gerechtigde overeenkomstig artikel 215decies/4, vijfde lid, geplaatst in de categorie 3 bedraagt de maximale duur twee jaar;

c)voor de gerechtigde overeenkomstig artikel 215decies/4, vijfde lid, geplaatst in de categorie 4 bedraagt de maximale duur één jaar;

d)onder voorbehoud van f), voor de gerechtigde die zich in een lopend re-integratietraject zoals bedoeld in hoofdstuk VI van boek I, titel 4, van de codex over het welzijn op het werk bevindt of die zich in een lopend "Terug Naar Werk-traject" bevindt dat is opgestart hetzij na een doorverwijzing van de gerechtigde door de adviserend arts of de medewerker van het multidisciplinair team naar de "Terug Naar Werk-coördinator" overeenkomstig artikel 215undecies, § 1, hetzij op vraag van de gerechtigde na een toestemming van de adviserend arts overeenkomstig artikel 215terdecies, § 1, bedraagt de maximale duur één jaar;

e)voor de gerechtigde die wordt geacht overeenkomstig artikel 100, § 1, achtste lid, van de gecoördineerde wet of overeenkomstig artikel 239 de vereiste graad van arbeidsongeschiktheid te bereiken, is de maximale duur gelijk aan de nog resterende duur van deze periode waarin hij geacht wordt de vereiste graad van arbeidsongeschiktheid te bereiken, vermeerderd met drie maanden, of, indien de einddatum niet gekend is van de periode waarin hij geacht wordt de vereiste graad van arbeidsongeschiktheid te bereiken, bedraagt de maximale duur één jaar.

f)voor de gerechtigde die een toelating heeft om overeenkomstig artikel 100, § 2 van de gecoördineerde wet een arbeid te hervatten, is de maximale duur gelijk aan:

-twee jaar wanneer de hervatting van de toegelaten arbeid de volledige re-integratie van de gerechtigde beoogt;

-vijf jaar wanneer de hervatting van de toegelaten arbeid niet of niet langer de volledige re-integratie van de gerechtigde beoogt.

De medewerker van het multidisciplinair team kan dit voorstel echter slechts doen als het fysieke contact bedoeld in artikel 215decies/3, eerste lid, met de adviserend arts heeft plaatsgevonden.

De beslissingen worden op grond van dit voorstel uiterlijk binnen de laatste dertig dagen van het tijdvak van primaire ongeschiktheid bedoeld in artikel 87 van de gecoördineerde wet genomen..

2°Tussen de eerste dag en de laatste dag van de voorlaatste maand voorafgaandelijk het verstrijken van elk tijdvak waarvoor de arts van de Dienst voor uitkeringen, lid van de Geneeskundige raad voor invaliditeit, de staat van invaliditeit heeft vastgesteld, deelt de adviserend arts of de medewerker van het multidisciplinaire team ten behoeve van de Geneeskundige raad voor invaliditeit een voorstel mee waarin een omstandig verslag voorkomt over de wenselijkheid om de staat van invaliditeit in de zin van artikel 100 van de gecoördineerde wet voor een nieuw tijdvak vast te stellen en waarvan de maximale voorgestelde duur afhangt van de precieze situatie waarin de gerechtigde zich bevindt:

a)voor de gerechtigde overeenkomstig artikel 215decies/5, vijfde lid, geplaatst in de categorie 2 bedraagt de maximale duur vijf jaar, tenzij zijn letsels of functionele stoornissen al een erkenning van de staat van invaliditeit rechtvaardigen tot het einde van de maand waarin hij de wettelijke pensioenleeftijd bereikt bepaald in artikel 2 van het koninklijk besluit van 23 december 1996 tot uitvoering van de artikelen 15, 16 en 17 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels. Opdat in het voorstel de duur kan lopen tot het einde van de maand waarin de gerechtigde de wettelijke pensioenleeftijd bereikt, moeten de letsels of functionele stoornissen van de gerechtigde hetzij beantwoorden aan de criteria, vastgesteld door het Beheerscomité van de Dienst voor uitkeringen op advies van de Hoge commissie, hetzij aanleiding geven tot een voorstel dat, vóór de verzending naar de Geneeskundige raad voor invaliditeit met het oog op een beslissing door de arts van de Dienst voor uitkeringen, lid van de geneeskundige raad voor invaliditeit, gevalideerd is door een tweede adviserend arts of door een adviserend arts indien het voormelde voorstel door de medewerker van het multidisciplinaire team is opgesteld;

a)voor de gerechtigde overeenkomstig artikel 215decies/5, vijfde lid, geplaatst in de categorie 3 bedraagt de maximale duur twee jaar;

b)voor de gerechtigde overeenkomstig artikel 215decies/5, vijfde lid, geplaatst in de categorie 4 bedraagt de maximale duur één jaar;

c)voor de gerechtigde die zich in een lopend re-integratietraject zoals bedoeld in hoofdstuk VI van boek I, titel 4, van de codex over het welzijn op het werk bevindt of die na een toestemming van de adviserend arts overeenkomstig artikel 215terdecies, § 1, op zijn vraag een "Terug Naar Werk-traject" heeft opgestart en dit traject is nog lopende, bedraagt de maximale duur één jaar;

d)onder voorbehoud van f), voor de gerechtigde die zich in een lopend re-integratietraject zoals bedoeld in hoofdstuk VI van boek I, titel 4, van de codex over het welzijn op het werk bevindt of die zich in een lopend "Terug Naar Werk-traject" bevindt dat is opgestart hetzij na een doorverwijzing van de gerechtigde door de adviserend arts of de medewerker van het multidisciplinair team naar de "Terug Naar Werk-coördinator" overeenkomstig artikel 215undecies, § 1, hetzij op vraag van de gerechtigde na een toestemming van de adviserend arts overeenkomstig artikel 215terdecies, § 1, bedraagt de maximale duur één jaar.

f)voor de gerechtigde die een toelating heeft om overeenkomstig artikel 100, § 2 van de gecoördineerde wet een arbeid te hervatten, is de maximale duur gelijk aan:

-twee jaar wanneer de hervatting van de toegelaten arbeid de volledige re-integratie van de gerechtigde beoogt;

-vijf jaar wanneer de hervatting van de toegelaten arbeid niet of niet langer de volledige re-integratie van de gerechtigde beoogt.

Indien het voorstel bedoeld in 1° door de medewerker van het multidisciplinaire team is meegedeeld, kan echter enkel de adviserend arts het eerste voorstel krachtens deze bepaling meedelen.

De beslissingen worden op grond van dit voorstel genomen uiterlijk binnen de laatste dertig dagen voor het verstrijken van het tijdvak waarvoor de staat van invaliditeit werd erkend.

3°Wanneer ofwel de arts-inspecteur van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle, ofwel de adviserend arts het einde van de staat van invaliditeit vaststelt, bericht deze laatste zulks onmiddellijk aan de Geneeskundige raad voor invaliditeit.

4°Afgezien van de onder 1° tot 3° bepaalde verslagen, neemt de adviserend arts of de medewerker van het multidisciplinaire team in bijkomende verslagen, die hij aan de Geneeskundige raad voor invaliditeit meedeelt zodra zij zijn opgemaakt, alle opmerkingen op waardoor de prognose kan gewijzigd worden die hij in zijn vorig verslag had opgenomen met betrekking tot de evolutie van de staat van invaliditeit van een gerechtigde.

Voorts stelt de adviserend arts elk verslag op dat door de Geneeskundige raad voor invaliditeit of door één van haar leden nuttig wordt geacht en zendt haar dit dringend door.

5°Ingeval de staat van arbeidsongeschiktheid opnieuw optreedt binnen drie maanden na het einde van een tijdvak van invaliditeit, kan de staat van invaliditeit door de adviserend arts voor ten hoogste dertig dagen te rekenen van de dag waarop die staat van arbeidsongeschiktheid opnieuw is opgetreden, worden erkend.

Indien de adviserend arts oordeelt dat de staat van invaliditeit moet worden erkend voor een periode die dertig dagen niet overschrijdt te rekenen van de dag waarop die staat opnieuw optreedt, stelt zijn beslissing tezelfdertijd het einde van de staat van invaliditeit vast bij het verstrijken van het erkende tijdvak.

Indien de adviserend arts oordeelt dat de periode van arbeidsongeschiktheid dertig dagen kan overschrijden, deelt hij ten behoeve van de Geneeskundige raad voor invaliditeit een voorstel mee dat de staat van invaliditeit voor een nieuw tijdvak vaststelt.

Indien de adviserend arts beslist het wederoptreden van de staat van arbeidsongeschiktheid te ontkennen, bericht hij dit onmiddellijk aan de Geneeskundige raad voor invaliditeit.

Deze bepalingen zijn eveneens van toepassing op de arts-inspecteur van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle of op de arts van de Dienst voor uitkeringen, lid van de Geneeskundige raad voor invaliditeit, die de gerechtigde op aanvraag van de adviserend arts onderzoekt. Deze laatste is ermede belast de voor de Geneeskundige raad voor invaliditeit bestemde documenten mee te delen.

6°De adviserend arts deelt de Geneeskundige raad voor invaliditeit onmiddellijk de namen mede van de gerechtigden in staat van invaliditeit wanneer deze spontaan de arbeid hebben hervat.

Zo ook deelt de verzekeringsinstelling onmiddellijk aan de Geneeskundige raad voor invaliditeit elke gebeurtenis mede die de administratieve toestand van de gerechtigde wijzigt.

7°....

§ 2.De voorstellen en de beslissingen, bedoeld in § 1, vergezeld van de gegevens waarop ze zijn gebaseerd, worden, naargelang het geval, door de adviserend artsen of de medewerkers van het multidisciplinaire team aan de medische directie van hun verzekeringsinstelling meegedeeld die ze vervolgens langs elektronische weg in het beheersysteem van de gegevens over de arbeidsongeschiktheid aan de Geneeskundige raad voor invaliditeit zendt.