Alle wetboeken › KB ZIV

TITEL II - Verzekering voor geneeskundige verzorging. › Fbis

G Gemene bepalingen ter zake van de erkenningsraden.

99–106bis

Art. 99

(§ 1.) De leden van de erkenningsraden worden benoemd voor zes jaar. Hun mandaat kan om de drie jaar per helft worden hernieuwd.

Het mandaat der leden van genoemde raden werd evenwel voor het eerst hernieuwd op 1 januari 1967 en de uittredende leden werden bij loting aangewezen.

Het mandaat der uittredende leden kan worden hernieuwd.

Binnen drie maanden wordt in de vervanging voorzien van ieder lid dat, vóór de normale afloopdatum van zijn mandaat, geen deel meer uitmaakt van zijn raad. Het aldus aangewezen nieuwe lid voltooit het mandaat van het lid dat hij vervangt.

(§ 2. Nochtans worden de leden van de erkenningsraad voor kinesitherapeuten benoemd voor vier jaar.

Het mandaat van de uittredende leden is hernieuwbaar.

Binnen de drie maanden wordt in de vervanging voorzien van ieder lid dat, vóór de normale afloopdatum van zijn mandaat, geen deel meer uitmaakt van zijn raad. Het nieuwe lid voltooit het mandaat van het lid dat hij vervangt.)

Art. 100

Een plaatsvervangend lid heeft enkel zitting bij afwezigheid van een werkend lid.

Wanneer de voorzitter verhinderd is, wordt hij vervangen door een plaatsvervangend voorzitter die door de Koning wordt benoemd onder de in artikel 215, § 3, van de gecoördineerde wet gestelde voorwaarden.

Art. 101

Alle leden van de erkenningsraden zijn stemgerechtigd.

Art. 102

De erkenningsraden worden door hun voorzitter in vergadering bijeengeroepen.

Een raad houdt deugdelijk zitting indien ten minste de helft van zijn leden aanwezig is.

De beslissingen worden genomen bij eenvoudige meerderheid van de leden die aan de stemming deelnemen, er wordt geen rekening gehouden met de onthoudingen. Bij stemmenstaking is het voorstel afgewezen.

Art. 103

De functies van secretaris en adjunct-secretaris van de erkenningsraden worden waargenomen door personeelsleden van de Dienst voor geneeskundige verzorging, aangewezen door de leidend ambtenaar van genoemde dienst.

Art. 104

De erkenning wordt behouden door de personen die daarom verzoeken en die, op 31 december 1963, erkend zijn bij toepassing van de bepalingen van het organiek koninklijk besluit van 22 september 1955 van de ziekte- en invaliditeitsverzekering.

Die erkenning heeft evenwel slechts betrekking op de verstrekkingen waarvoor die personen als bevoegd erkend waren hetzij bij toepassing van de voorheen geldende tarieven voor geneeskundige verzorging, hetzij volgens de vermelding op het erkenningsgetuigschrift.

Die personen kunnen evenwel verzoeken dat een uitbreiding van hun bevoegdheid wordt erkend; daartoe moeten zij een technisch examen afleggen waarvan het programma door de Koning wordt bepaald na advies van de erkenningsraad.

Art. 105

Ieder erkend persoon behoort de doktersvoorschriften stipt in acht te nemen.

Art. 106

(opgeheven)

Art. 106bis

Elk van die Erkenningsraden maakt zijn huishoudelijk reglement dat het Verzekeringscomité ter goedkeuring wordt voorgelegd.