Alle wetboeken › KB ZIV

TITEL III - Uitkerings- en moederschapsverzekering. › HOOFDSTUK I - Organen. › Afdeling II - Geneeskundige raad voor invaliditeit.

D De bevoegdheid van de artsen van de Dienst voor uitkeringen leden van de Geneeskundige raad voor invaliditeit, van de Hoge commissie en van de afdelingen van de Hoge commissie

171–176/3

Art. 171

De arts van de Dienst voor uitkeringen, lid van de Geneeskundige raad voor invaliditeit, neemt een beslissing om de staat van arbeidsongeschiktheid al dan niet te erkennen, en in voorkomend geval de duur ervan te bepalen, op basis van:

1°het voorstel van, naargelang het geval, de adviserend arts of de medewerker van het multidisciplinaire team, dat tot doel heeft de staat van arbeidsongeschiktheid, in de zin van artikel 100 van de gecoördineerde wet, te erkennen en de duur ervan te bepalen, onverminderd de toepassing van artikel 94, tweede lid, van de gecoördineerde wet;

2°het voorstel van de adviserend arts dat tot doel heeft de staat van arbeidsongeschiktheid te erkennen van gerechtigden die een werkzaamheid hebben verricht zonder de in artikel 100, § 2, van de gecoördineerde wet bedoelde toelating en die zich tijdens het in artikel 101, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wet bedoelde medisch onderzoek in een tijdvak van invaliditeit bevinden.

Als de arts van de Dienst voor uitkeringen, lid van de Geneeskundige raad voor invaliditeit, zich echter in de onmogelijkheid bevindt om een beslissing te nemen, verzoekt hij om een bijeenkomst van de afdeling van de Hoge commissie of vraagt hij dat er wordt overgegaan tot een medisch onderzoek van de gerechtigde door een andere arts van de Dienst voor uitkeringen, lid van de Geneeskundige raad voor invaliditeit.

Art. 172

In voorkomend geval komt de afdeling van de Hoge commissie bijeen op verzoek van de arts van de Dienst voor uitkeringen, lid van de Geneeskundige raad voor invaliditeit als die zich in de onmogelijkheid bevindt om overeenkomstig artikel 171 een beslissing te nemen.

Art. 173

In de afdeling van de Hoge commissie bespreken de arts van de Dienst voor uitkeringen, lid van de Geneeskundige raad voor invaliditeit, en, naargelang het geval, de adviserend arts of de medewerker van het multidisciplinaire team, de staat van arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 100 van de gecoördineerde wet van de gerechtigde.

Nadat de bijeenkomst van de afdeling van de Hoge commissie heeft plaatsgevonden, neemt de arts van de Dienst voor uitkeringen, lid van de Geneeskundige raad voor invaliditeit, een beslissing over de al dan niet erkenning van de staat van arbeidsongeschiktheid van de gerechtigde.

Indien de arts van de Dienst voor uitkeringen, lid van de Geneeskundige raad voor invaliditeit, zich echter na de bijeenkomst van de afdeling van de Hoge commissie nog steeds in de onmogelijkheid bevindt om een beslissing te nemen over de al dan niet erkenning van de staat van arbeidsongeschiktheid van de gerechtigde, vraagt hij dat er wordt overgegaan tot een medisch onderzoek van deze gerechtigde door een andere arts van de Dienst voor uitkeringen, lid van de Geneeskundige raad voor invaliditeit.

Art. 174

In geval van een medisch onderzoek van de gerechtigde door een andere arts van de Dienst voor uitkeringen, lid van de Geneeskundige raad voor invaliditeit, overeenkomstig artikel 171, tweede lid, of artikel 173, derde lid, stelt hij een omstandig verslag op dat hij vervolgens bezorgt aan de arts van de Dienst voor uitkeringen, lid van de Geneeskundige raad voor invaliditeit, die het medisch onderzoek heeft gevraagd zodat die laatste een beslissing over de al dan niet erkenning van de staat van arbeidsongeschiktheid van de gerechtigde kan nemen.

Het medisch onderzoek van de gerechtigden die niet gedomicilieerd zijn op het grondgebied van het tweetalige Brussels Hoofdstedelijk Gewest, kan in een van de provinciale zetels van het RIZIV worden verricht, afhankelijk van de woonplaats van die gerechtigden of van de mogelijkheid voor laatstgenoemden om zich te verplaatsen.

Indien de gezondheidstoestand van de gerechtigde het vereist, kan het medisch onderzoek ook bij hem thuis worden uitgevoerd.

Wanneer er wordt overgegaan tot een medisch onderzoek overeenkomstig het eerste lid, wordt de staat van arbeidsongeschiktheid geacht te zijn erkend tot het ogenblik waarop een beslissing wordt genomen waarin met de uitslag van dat onderzoek wordt rekening gehouden.

Art. 174/1

De arts van de Dienst voor uitkeringen, lid van de Geneeskundige raad voor invaliditeit, brengt de volgende beslissingen genomen overeenkomstig artikel 171, eerste lid, artikel 173, tweede lid, of artikel 174, eerste lid, ter kennis van de gerechtigde:

1°de beslissingen tot erkenning van de staat van arbeidsongeschiktheid die:

a)de intrede in het tijdvak van invaliditeit bedoeld in artikel 93 van de gecoördineerde wet tot gevolg hebben;

b)op basis van een medisch onderzoek bedoeld in artikel 174 een verlenging van een tijdvak van erkende invaliditeit bedoeld in artikel 93 van de gecoördineerde wet tot gevolg hebben.

2°de beslissingen tot weigering van de erkenning van de staat van arbeidsongeschiktheid.

Art. 175

§ 1 De Hoge commissie heeft als opdracht:

1°haar huishoudelijk reglement, alsmede dat van haar afdelingen, op te maken;

2°volgens de bij haar huishoudelijk reglement bepaalde modaliteiten een aanwezigheidsrol van haar werkende en plaatsvervangende leden op te maken;

3°te waken over de goede werking van de afdelingen van de Hoge commissie; ter vervulling van die opdracht...;

4°overeenkomstig artikel 82, eerste lid, 5°, van de gecoördineerde wet, een onderzoek te voeren naar de gegevens over de arbeidsongeschiktheid die door de verzekeringsinstellingen zijn doorgegeven volgens de modaliteiten en binnen de termijn bepaald door het Beheerscomité van de Dienst voor uitkeringen;

5°...;

6°...;

7°...;

8°op voorstel van de adviserend arts de tenlasteneming door de uitkeringsverzekering van de programma's van beroepsherscholing, bedoeld in artikel 215quater, ten gunste van de rechthebbenden van de uitkeringsverzekering toe te staan;

9°op voorstel van de adviserend arts, onder de in artikel 215quinquies bepaalde voorwaarden, de tenlasteneming door de uitkeringsverzekering toe te staan van de kosten die samenhangen met de effectieve integratie van de rechthebbende na een programma van beroepsherscholing;

10°een advies uit te brengen over het verslag van elke thematische controle die wordt uitgevoerd door de artsen van de Dienst voor uitkeringen, leden van de Geneeskundige raad voor invaliditeit, om de staat van arbeidsongeschiktheid van een groep van gerechtigden na te gaan;

11°de adviserend arts te verzoeken elk verslag dat ze nuttig acht dringend op te maken en haar toe te sturen;

12°overeenkomstig artikel 82 van de gecoördineerde wet te adviseren over de kwesties met betrekking tot het tijdvak van invaliditeit, welke haar hetzij door de Minister, hetzij door het Beheerscomité of door de Leidend ambtenaar van de Dienst voor uitkeringen, hetzij door de verzekeringsinstellingen worden voorgelegd; dit advies moet worden uitgebracht binnen de maand na de datum waarop het wordt ingewonnen;

13°...;

14°het Beheerscomité van de Dienst voor uitkeringen elk kwartaal verslag uit te brengen over de werking van de Geneeskundige raad voor invaliditeit;

15°het Beheerscomité van de Dienst voor uitkeringen jaarlijks verslag uit te brengen over haar werkzaamheden bedoeld in 8° en 9°.

§ 2....

Art. 176

Onverminderd de opdracht inzake de beslissing over de al dan niet erkenning van de staat van arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 100 van de gecoördineerde wet na ontvangst van het voorstel van, naargelang het geval, de adviserend arts of de medewerker van het multidisciplinaire team overeenkomstig artikel 171, kan de arts van de Dienst voor uitkeringen, lid van de Geneeskundige raad voor invaliditeit, vanaf de eerste dag van de zevende maand van het tijdvak van primaire ongeschiktheid bedoeld in artikel 87 van de gecoördineerde wet op elk ogenblik overgaan tot een evaluatie van de staat van arbeidsongeschiktheid op basis van de elementen die in het medisch dossier voorkomen en een beslissing over deze staat van arbeidsongeschiktheid van de gerechtigde nemen.

Als de arts van de Dienst voor uitkeringen, lid van de Geneeskundige raad voor invaliditeit, zich echter in de onmogelijkheid bevindt om een beslissing te nemen, verzoekt hij om een bijeenkomst van de afdeling van de Hoge Commissie of vraagt hij dat er wordt overgegaan tot een medisch onderzoek van de gerechtigde door een andere arts van de Dienst voor uitkeringen, lid van de Geneeskundige raad voor invaliditeit.

Art. 176/1

In de afdeling van de Hoge commissie zoals bijeengekomen met toepassing van artikel 176, tweede lid, bespreken de arts van de Dienst voor uitkeringen, lid van de Geneeskundige raad voor invaliditeit, en, naargelang het geval, de adviserend arts of de medewerker van het multidisciplinaire team, de staat van arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 100 van de gecoördineerde wet van de gerechtigde.

Nadat de bijeenkomst van de afdeling van de Hoge commissie heeft plaatsgevonden, neemt de arts van de Dienst voor uitkeringen, lid van de Geneeskundige raad voor invaliditeit, een beslissing over de al dan niet erkenning van de staat van arbeidsongeschiktheid van de gerechtigde.

Indien de arts van de Dienst voor uitkeringen, lid van de Geneeskundige raad voor invaliditeit, zich na de bijeenkomst van de afdeling van de Hoge commissie nog steeds in de onmogelijkheid bevindt om een beslissing te nemen over de al dan niet erkenning van de staat van arbeidsongeschiktheid van de gerechtigde, vraagt hij dat er wordt overgegaan tot een medisch onderzoek van deze gerechtigde door een andere arts van de Dienst voor uitkeringen, lid van de Geneeskundige raad voor invaliditeit.

Art. 176/2

In geval van een medisch onderzoek van de gerechtigde door een andere arts van de Dienst voor uitkeringen, lid van de Geneeskundige raad voor invaliditeit, overeenkomstig artikel 176, tweede lid, of artikel 176/1, derde lid, stelt die laatste een omstandig verslag op dat hij vervolgens bezorgt aan de arts van de Dienst voor uitkeringen, lid van de Geneeskundige raad voor invaliditeit, die het medisch onderzoek heeft gevraagd zodat die laatste een beslissing over de al dan niet erkenning van de staat van arbeidsongeschiktheid van de gerechtigde kan nemen.

Het medisch onderzoek van de gerechtigden die niet gedomicilieerd zijn op het grondgebied van het tweetalige Brussels Hoofdstedelijk Gewest, kan in een van de provinciale zetels van het RIZIV worden verricht, afhankelijk van de woonplaats van die gerechtigden of van de mogelijkheid voor laatstgenoemden om zich te verplaatsen.

Indien de gezondheidstoestand van de gerechtigde het vereist, kan het medisch onderzoek ook bij hem thuis worden uitgevoerd.

Wanneer er wordt overgegaan tot een medisch onderzoek overeenkomstig het eerste lid, wordt de staat van arbeidsongeschiktheid geacht te zijn erkend tot het ogenblik waarop een beslissing wordt genomen waarin met de uitslag van dat onderzoek wordt rekening gehouden.

Art. 176/3

De arts van de Dienst voor uitkeringen, lid van de Geneeskundige raad voor invaliditeit, brengt de volgende beslissingen genomen overeenkomstig artikel 176, eerste lid, artikel 176/1, tweede lid, en artikel 176/2, eerste lid, ter kennis van de gerechtigde:

1°de beslissingen die op basis van een medisch onderzoek bedoeld in artikel 176/2 een verlenging van een tijdvak van erkende invaliditeit bedoeld in artikel 93 van de gecoördineerde wet tot gevolg hebben;

2°de beslissingen tot weigering van de erkenning van de staat van arbeidsongeschiktheid.