§ 1.Het vonnis wordt in gedematerialiseerde vorm opgemaakt. De Koning bepaalt de technische voorwaarden waaraan het in gedematerialiseerde vorm opgemaakte vonnis moet voldoen.
Indien het onmogelijk is het vonnis overeenkomstig het eerste lid in gedematerialiseerde vorm op te maken, kan het worden opgemaakt in niet-gedematerialiseerde vorm.
§ 2.Voor de uitspraak wordt het vonnis ondertekend door de rechters die het hebben gewezen en door de griffier.
Het eerste lid is evenwel niet van toepassing indien de rechter of rechters oordelen dat het vonnis onmiddellijk na de debatten kan worden uitgesproken. In dat geval wordt het vonnis binnen de drie dagen ondertekend door de rechters die het hebben gewezen en door de griffier.
Indien het vonnis in gedematerialiseerde vorm is opgemaakt, wordt het ondertekend met een gekwalificeerde elektronische handtekening in de zin van artikel 3.12. van de Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG.
§ 3.Van zodra het vonnis is ondertekend overeenkomstig paragraaf 2, wordt het opgenomen in het Centraal register bedoeld in paragraaf 4.
§ 4.Bij de Federale Overheidsdienst Justitie wordt een "Centraal register voor de beslissingen van de rechterlijke orde" opgericht, hierna "Centraal register" genoemd.
Het Centraal register is een geïnformatiseerde gegevensbank met als doelen:
1°het gecentraliseerd opnemen en bewaren van de vonnissen in gedematerialiseerde vorm teneinde de uitoefening van de wettelijke opdrachten van de rechterlijke orde te vergemakkelijken;
2°te fungeren als authentieke bron, bedoeld in artikel 2, eerste lid, 6°, van de wet van 15 augustus 2012 houdende oprichting en organisatie van een federale dienstenintegrator, van de vonnissen waarvan de minuut of een door de griffier eensluidend verklaard gedematerialiseerd afschrift van de minuut erin is opgenomen;
3°de raadpleging via elektronische weg van de in het Centraal register opgenomen gegevens, bedoeld in paragraaf 5, eerste lid, 1° tot 3°, toe te laten door de personen en actoren die deze met toepassing van paragraaf 8, eerste lid, 2°, mogen raadplegen;
4°de verwerking van de in het Centraal register opgenomen gegevens, bedoeld in paragraaf 5, eerste lid, 1° tot 3°, voor het verbeteren van de kwaliteit van die gegevens;
5°de verwerking van de in het Centraal register opgenomen gegevens, bedoeld in paragraaf 5, eerste lid, 4°, voor het optimaliseren van de organisatie van de rechterlijke orde, om een efficiënter beheer, een betere beleidsondersteuning, een betere impactanalyse van wetswijzigingen en een betere toewijzing van de menselijke en logistieke middelen binnen de rechterlijke orde mogelijk te maken;
6°de verwerking van de in het Centraal register opgenomen gegevens voor de ondersteuning van de leden van de rechterlijke orde, opgenomen in de in artikel 315ter, § 1, eerste lid, bedoelde elektronische lijst, bij de uitoefening van hun wettelijke opdrachten;
7°de verwerking van een geheel van of van individuele in het Centraal register opgenomen gegevens, voor historische of wetenschappelijke doeleinden;
8°de verwerking van gespecifieerde individuele in het Centraal register opgenomen gegevens, bedoeld in paragraaf 5, eerste lid, 1° tot 3°, voor journalistieke doeleinden;
9°het ter beschikking stellen aan het publiek van de gepseudonimiseerde vonnissen als onderdeel van hun openbare bekendmaking in de zin van artikel 149 van de Grondwet, die onder meer de transparantie van en controle op de werking van de rechterlijke macht als doel heeft;
10°de verwerking voor statistische doeleinden, binnen de grenzen gesteld door titel 4 van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, van de in het Centraal register opgenomen gegevens, bedoeld in paragraaf 5, eerste lid, 4°.
§ 5.In het Centraal register worden de volgende gegevens opgenomen:
1°de minuut van het vonnis opgemaakt overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid;
2°een door de griffier eensluidend verklaard gedematerialiseerd afschrift van de minuut van het vonnis opgemaakt in niet-gedematerialiseerde vorm overeenkomstig paragraaf 1, tweede lid;
3°de metagegevens noodzakelijk voor het bereiken van de doelen bedoeld in paragraaf 4, tweede lid, te weten:
a)de gegevens betreffende het gerecht dat het vonnis heeft gewezen;
b)de gegevens betreffende het vonnis;
c)de gegevens betreffende de zitting waarop het vonnis werd gewezen;
d)de noodzakelijke identificatiegegevens van de in het vonnis vermelde personen;
e)het unieke identificatienummer van het vonnis;
f)de gegevens waarvan de wet vereist dat deze met het vonnis worden verbonden na zijn opmaak;
4°de gepseudonimiseerde vonnissen bedoeld in de artikelen 782bis en 1109 en in de artikelen 163, 176, 190, 209, 337 et 346 van het Wetboek van strafvordering, en elk vonnis waarvan het gerecht dat het heeft gewezen beveelt dat het in gepseudonimiseerde vorm moet worden bekendgemaakt via het Centraal register.
De Koning bepaalt, na advies van de in paragraaf 6, eerste lid, bedoelde beheerder en de Gegevensbeschermingsautoriteit, de exacte gegevens bedoeld in het eerste lid, 3°, opgenomen in het register.
Voorafgaand aan de opname van een vonnis in het Centraal register met het oog op de bewaring ervan als gegeven bedoeld in het eerste lid, 4°, worden de volgende gegevens gepseudonimiseerd in de zin van artikel 4, 5), van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van de Richtlijn 95/46/EG, dit in overeenstemming met de technische en praktische standaarden van kracht op het ogenblik van de pseudonimisering:
1°de identiteitsgegevens van de natuurlijke personen vermeld in het vonnis, met uitzondering van de identiteitsgegevens van de magistraten, de leden van de griffie en de advocaten;
2°elk element in het vonnis dat toelaat natuurlijke personen vermeld in het vonnis, met uitzondering van de magistraten, de leden van de griffie en de advocaten, rechtstreeks of onrechtstreeks te identificeren, binnen de limieten van de leesbaarheid en begrijpelijkheid van het vonnis;
3°in afwijking van de bepalingen onder 1° en 2°, op beslissing van de korpschef van het gerecht na advies van het openbaar ministerie 1 of, wanneer het de veiligheid van een advocaat of zijn entourage betreft, na advies van de bevoegde stafhouder 1, indien de verspreiding ervan de veiligheid van de magistraten, de leden van de griffie, de advocaten of hun entourage in het gedrang kan brengen, de identiteitsgegevens van deze personen vermeld in het vonnis evenals, binnen de limieten van zijn leesbaarheid en begrijpelijkheid, elk element in het vonnis dat toelaat deze personen rechtstreeks of onrechtstreeks te identificeren;
4°in afwijking van de bepalingen onder 1° en 2°, de identiteitsgegevens van de magistraten, de leden van de griffie en de advocaten vermeld in het vonnis dat betrekking heeft op strafzaken betreffende de misdrijven bedoeld in de artikelen 371 tot 388 en 406 tot 409 van het Strafwetboek, evenals, binnen de limieten van zijn leesbaarheid en begrijpelijkheid, elk element in het vonnis dat toelaat deze personen rechtstreeks of onrechtstreeks te identificeren.
Indien de in het derde lid bedoelde pseudonimisering op geautomatiseerde wijze plaatsvindt middels informaticatechnieken, wordt het resultaat van deze geautomatiseerde pseudonimisering onderworpen aan een menselijke controle. De Koning wijst de instantie aan die wordt belast met deze controle. Deze instantie hangt rechtstreeks af van de rechterlijke macht of staat onder haar controle.
Elke belanghebbende die meent dat bepaalde niet-gepseudonimiseerde gegevens vermeld in een gepseudonimiseerd vonnis moeten worden gepseudonimiseerd overeenkomstig het derde lid, kan hiertoe een schriftelijk verzoek indienen bij de door de Koning aangewezen instantie belast met de menselijke controle bedoeld in het vierde lid.
De identiteitsgegevens van magistraten, leden van de griffie en advocaten mogen niet het voorwerp uitmaken van een hergebruik met als doel of als gevolg het evalueren, analyseren, vergelijken of voorspellen van hun werkelijke of veronderstelde professionele praktijken. De overtreding van dit verbod wordt bestraft met een straf van niveau 1, waarbij in afwijking van de artikelen 36 en 38 van het Strafwetboek de geldboete ten hoogste 160.000 euro bedraagt.
De Koning bepaalt, na advies van de beheerder en de Gegevensbeschermingsautoriteit, de nadere regels voor de pseudonimisering bedoeld in het derde lid en voor de menselijke controle bedoeld in het vierde lid.
De Koning bepaalt de technische voorwaarden waaraan het gedematerialiseerd afschrift bedoeld in het eerste lid, 2°, moet voldoen.
§ 6.Bij de Federale Overheidsdienst Justitie wordt een beheerscomité van het Centraal register voor de beslissingen van de rechterlijke orde en van het videoconferentiesysteem van Justitie opgericht, hierna "de beheerder" genoemd.
De beheerder is samengesteld uit:
1°vier vertegenwoordigers gemandateerd door het College van de hoven en rechtbanken;
2°twee vertegenwoordigers gemandateerd door het Hof van Cassatie;
3°twee vertegenwoordigers gemandateerd door het College van het openbaar ministerie;
4°twee vertegenwoordigers gemandateerd door de Federale Overheidsdienst Justitie;
5°een vertegenwoordiger gemandateerd door de Orde van advocaten bij het Hof van Cassatie;
6°een vertegenwoordiger gemandateerd door de Ordre des Barreaux francophones et germanophone;
7°een vertegenwoordiger gemandateerd door de Orde van Vlaamse Balies;
8°een vertegenwoordiger gemandateerd door het Instituut voor Gerechtelijke Opleiding, als waarnemer;
9°een vertegenwoordiger gemandateerd door de beleidscel van de minister van Justitie, als waarnemer.
De vertegenwoordigers bedoeld in het tweede lid, 4°, hebben stemrecht in de aangelegenheden die betrekking hebben op de inzet van de middelen, de technische aspecten en de voor het publiek toegankelijke onderdelen van het Centraal register, in zoverre deze laatsten geen invloed hebben op de inhoud of begrijpelijkheid van de gepseudonimiseerde vonnissen. Zij zetelen als waarnemer in aangelegenheden die louter betrekking hebben op de interne werking van de rechterlijke orde.
De vertegenwoordigers bedoeld in het tweede lid, 5° tot 7°, zetelen met raadgevende stem.
De beheerder wordt voorgezeten door een voorzitter, die wordt bijgestaan door een ondervoorzitter. Beiden zijn lid van de zittende magistratuur.
De voorzitter en de ondervoorzitter worden verkozen uit de leden bedoeld in het tweede lid, 1° en 2°, door de leden bedoeld in het tweede lid, 1° tot 4°, voor een hernieuwbaar mandaat van drie jaar.
Indien de verkozen voorzitter een lid is bedoeld in het tweede lid, 1°, wordt de ondervoorzitter verkozen onder de leden bedoeld in het tweede lid, 2°, en omgekeerd.
Bij gelijke stemming is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
De beheerder staat in voor de inrichting en het beheer van het Centraal register. Hij heeft in het bijzonder als opdracht:
1°het bewaken van het respecteren van de doelen van het Centraal register en van de maximale afwezigheid van ongemachtigd massief downloaden van vonnissen of gegevens;
2°het toezien op de werking van het Centraal register, met inbegrip van het toezicht op het toegangsbeleid en het uitoefenen van de controle hierop;
3°het schriftelijk en onder voorwaarden machtigen van de derden bedoeld in paragraaf 8, eerste lid, 5°, voor de verwerkingen bedoeld in paragraaf 4, tweede lid, 6°, 7° of 8°;
4°het bewaken van de instroom van de beslissingen van de rechterlijke orde in het Centraal register;
5°het toezien op de technische infrastructuur van het Centraal register;
6°het regelmatig verslag uitbrengen over de werking van het Centraal register en over de uitoefening van de opdrachten bedoeld in de bepalingen onder 1° tot 5°.
Het verslag bedoeld in het negende lid, 6°, wordt jaarlijks neergelegd bij de minister van Justitie en bij de functionaris voor gegevensbescherming bedoeld in paragraaf 8, eerste lid, 2°, d). Het verslag is publiek.
De Koning bepaalt de nadere regels van de samenstelling en de werking van de beheerder.
§ 7.De in de beheerder vertegenwoordigde entiteiten bedoeld in paragraaf 6, tweede lid, 1° tot 4°, treden met betrekking tot het Centraal register op als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken in de zin van artikel 26 van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.
De in het eerste lid bedoelde entiteiten dragen geen verwerkingsverantwoordelijkheid in de aangelegenheden waarin zij zetelen als waarnemer.
§ 8.Hebben toegang tot het Centraal register:
1°voor het neerleggen, aanvullen en verbeteren van de in paragraaf 5, eerste lid, bedoelde gegevens, de personen opgenomen in de in artikel 315ter, § 1, eerste lid, bedoelde elektronische lijst, van wie deze gegevens uitgaan, binnen de grenzen van hun wettelijke opdrachten;
2°voor het raadplegen van de in paragraaf 5, eerste lid, 1° tot 3°, bedoelde gegevens:
a)de personen opgenomen in de in artikel 315ter, § 1, eerste lid, bedoelde elektronische lijst van wie deze gegevens uitgaan, binnen de grenzen van hun wettelijke opdrachten;
b)op een met redenen omklede aanvraag, de personen opgenomen in de in artikel 315ter, § 1, eerste lid, bedoelde elektronische lijst met het oog op een noodzakelijke opzoeking van een of meerdere gespecifieerde vonnissen in het kader van een onderzoek dat door de aanvrager wordt gevoerd of in het kader van een zaak die voor de aanvrager aanhangig is of waarin de aanvrager beroepshalve optreedt, en waarin de debatten nog niet zijn gesloten;
c)de partijen bij een in het Centraal register opgenomen vonnis, evenals, in voorkomend geval, hun advocaat of vertegenwoordiger in rechte, waarbij de raadpleging beperkt blijft tot dat vonnis en de eraan verbonden gegevens;
d)de functionaris voor gegevensbescherming aangesteld door de gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken, binnen de grenzen van zijn wettelijke opdrachten;
e)de andere personen en actoren dan diegenen bedoeld in de bepalingen onder a) tot d) aan wie een in het Centraal register opgenomen vonnis overeenkomstig de wet ter kennis moet worden gebracht, of die op andere wijze overeenkomstig de wet toegang moeten hebben tot een dergelijk vonnis of een gedeelte ervan, waarbij de raadpleging beperkt blijft tot dat vonnis of vonnisdeel;
3°ten uitzonderlijken titel, wanneer de vereisten van hun opdracht deze toegang onontbeerlijk maken, en voor de gegevensverwerking bedoeld in paragraaf 4, tweede lid, 4°, de door de beheerder aangestelde personen belast met het technisch en operationeel beheer van het Centraal register, handelend binnen het kader van hun functie;
4°voor de gegevensverwerking bedoeld in paragraaf 4, tweede lid, 5°:
a)de gerechtelijke overheden belast met het beheer en de organisatie van de hoven en rechtbanken;
b)de diensten belast met statistische analyse bij de in de beheerder vertegenwoordigde entiteiten bedoeld in § 6, tweede lid, 1° tot 4° en 8°;
5°voor de gegevensverwerking bedoeld in paragraaf 4, tweede lid, 6°, 7° of 8°, de door de beheerder schriftelijk gemachtigde derden, overeenkomstig de door de beheerder bepaalde voorwaarden;
6°voor de gegevensverwerking bedoeld in paragraaf 4, tweede lid, 10°, de publieke overheden;
7°de individuele gegevens bedoeld in paragraaf 5, eerste lid, 4°, zijn publiek.
Behoudens de krachtens het eerste lid voorziene uitzonderingen, zijn het massief downloaden en de verwerking van een geheel van in het Centraal register openomen gegevens, verboden. De overtreding van dit verbod wordt bestraft met een straf van niveau 1, waarbij in afwijking van de artikelen 36 en 38 van het Strafwetboek de geldboete ten hoogste 120.000 euro bedraagt.
In geval van een raadpleging als bedoeld in het eerste lid, 2°, b), die een resultaat opleverde, worden de partijen tijdig in kennis gesteld van de raadpleging en haar resultaat om hieromtrent hun recht op tegenspraak te kunnen uitoefenen tijdens de tegensprekelijke fase van de rechtspleging waarbinnen de aanvraag plaats vond of van de rechtspleging die volgt op het onderzoek waarbinnen de aanvraag plaats vond.
De Koning bepaalt, na advies van de beheerder en de Gegevensbeschermingsautoriteit, de nadere regels en procedures betreffende de toegang tot het Centraal register, met inbegrip van de parameters voor het beoordelen van de motivering bedoeld in het eerste lid, 2°, b, en de wijze waarop de aanvraag bedoeld in diezelfde bepaling onder b) wordt gedaan.
Hij die in welke hoedanigheid dan ook deelneemt aan het verzamelen of aan de registratie van gegevens in het Centraal register of aan de verwerking of de mededeling van de erin geregistreerde gegevens, of kennis heeft van die gegevens, moet, in voorkomend geval, het vertrouwelijk karakter ervan in acht nemen. Artikel 352 van het Strafwetboek is op hem van toepassing.
Wanneer de beheerder vaststelt dat ongerechtvaardigd gebruik wordt gemaakt van de toegang tot het Centraal register, brengt hij dit ter kennis van de overheid die krachtens de wet bevoegd is om een tuchtprocedure in te stellen ten aanzien van de betrokken gebruiker.
§ 9.De gegevens die zijn opgenomen in het Centraal register worden bewaard voor onbepaalde duur.
§ 10.De Koning bepaalt, na advies van de beheerder en de Gegevensbeschermingsautoriteit, de nadere technische en materiële regels voor de inrichting en werking van het Centraal register, die echter geen invloed kunnen hebben op de inhoud of de begrijpelijkheid van de in het Centraal register opgenomen rechterlijke beslissingen.