§ 1.Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
1°publiek debat: het doen van enige verklaring of activiteit door een natuurlijke persoon of een rechtspersoon in de uitoefening van het recht op vrijheid van meningsuiting en van informatie, vrijheid van kunsten en wetenschappen, of vrijheid van verzameling en vereniging, alsmede enige daarmee rechtstreeks verband houdende voorbereidende, ondersteunende of bijstandsverlenende activiteiten en die betrekking hebben op een zaak van algemeen belang;
2°zaak van algemeen belang: alle zaken die het publiek zodanig raken dat het publiek er om legitieme redenen interesse voor kan hebben;
3°misbruik van procesrecht gericht tegen het publiek debat: een gerechtelijke procedure die niet wordt ingeleid om daadwerkelijk een recht te doen gelden of uit te oefenen, maar die als voornaamste doel het voorkomen, beperken of bestraffen van het publiek debat heeft, en waarbij volledig of gedeeltelijk ongegronde vorderingen worden ingesteld.
§ 2.Dit hoofdstuk is niet van toepassing op fiscale zaken, douanezaken en bestuursrechtelijke zaken, noch op de aansprakelijkheid van de Staat voor handelingen of omissies in de uitoefening van het overheidsgezag.
Dit hoofdstuk is niet van toepassing op arbitrage of strafzaken en laat het Wetboek van strafvordering en het strafprocesrecht onverlet.