Alle wetboeken › Sw. 2024

Boek II De gemeenrechtelijke misdrijven en hun straffen › Titel 3 Misdrijven tegen de persoon

Hoofdstuk 9 Misdrijven tegen het privéleven

342–357

Art. 342

Schending van het geheim van privécommunicatie of privégegevens van een informaticasysteem

Schending van het geheim van privécommunicatie en privégegevens van een informaticasysteem is het:

1°opzettelijk, met behulp van enig toestel, onderscheppen, kennis nemen van of opnemen van niet voor het publiek toegankelijke communicatie, waaraan men zelf niet deelneemt, zonder de toestemming van alle deelnemers aan die communicatie;

2°opstellen van enig toestel met het oogmerk een van de in de bepaling onder 1° omschreven misdrijven te plegen;

3°opzettelijk onder zich houden, aan een andere persoon onthullen of verspreiden, of enig gebruik maken van de inhoud van niet voor het publiek toegankelijke communicatie of van niet voor het publiek toegankelijke gegevens van een informaticasysteem die onwettig onderschept of opgenomen zijn of waarvan onwettig kennis genomen is.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.

Art. 343

Verzwaarde schending van het geheim van privécommunicatie of privégegevens van een informaticasysteem

Schending van het geheim van privécommunicatie en privégegevens van een informaticasysteem wordt bestraft met een straf van niveau 3 wanneer zij wordt gepleegd door een persoon met een openbare functie in het kader van de uitoefening van deze functie, buiten de gevallen die de wet bepaalt of zonder inachtneming van de vormen die zij voorschrijft.

Art. 344

Bedrieglijk gebruik van wettig gemaakte opnamen van privécommunicatie of privégegevens van een informaticasysteem

Bedrieglijk gebruik van wettig gemaakte opnamen van privécommunicatie of privégegevens van een informaticasysteem is het, met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden en buiten de gevallen die de wet bepaalt of zonder inachtneming van de vormen die zij voorschrijft, gebruik maken van een wettig gemaakte opname van voor het publiek niet toegankelijke communicatie of voor het publiek niet toegankelijke gegevens van een informaticasysteem.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.

Art. 345

Verzwaard bedrieglijk gebruik van wettig gemaakte opnamen van privécommunicatie of privégegevens van een informaticasysteem

Bedrieglijk gebruik van wettig gemaakte opnamen van privécommunicatie of privégegevens van een informaticasysteem wordt bestraft met een straf van niveau 3 wanneer het wordt gepleegd door een persoon met een openbare functie in het kader van de uitoefening van deze functie.

Art. 346

Onwettig bezit of onwettige terbeschikkingstelling van afluistermateriaal

Onwettig bezit of terbeschikkingstelling van afluistermateriaal is het opzettelijk onrechtmatig bezitten, produceren, verkopen, verkrijgen met het oog op het gebruik ervan, invoeren, verspreiden of op enige andere manier ter beschikking stellen, buiten de gevallen die de wet bepaalt of zonder inachtneming van de vormen die zij voorschrijft, van een instrument, met inbegrip van informaticagegevens, dat hoofdzakelijk is ontworpen of aangepast om het misdrijf van schending van het geheim van privécommunicatie en gegevens van een informaticasysteem mogelijk te maken.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.

Art. 347

Schending van het briefgeheim

Schending van het briefgeheim is het opzettelijk:

-wegmaken van een aan een postoperator toevertrouwde brief of openen van een zodanige brief om het geheim ervan te schenden;

-wegmaken van een brief van een gerechtsdeurwaarder of openen van een zodanige brief, om het geheim ervan te schenden, behalve, in dit laatste geval, wanneer de dader de vader of de moeder is van het betrokken minderjarig kind, ofwel de echtgenoot, de voogd, de bewindvoerder of de curator van de betrokken persoon.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1.

Art. 348

Huisvredebreuk of schending van een bewoonde plaats

Huisvredebreuk of schending van een bewoonde plaats is het opzettelijk binnentreden in een door een ander bewoonde woonplaats, huis, appartement, kamer of verblijf, of in de aanhorigheden ervan, dit goed bezetten of erin verblijven zonder toestemming van de bewoners, buiten de gevallen die de wet bepaalt of zonder inachtneming van de vormen die zij voorschrijft.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.

Art. 349

Verzwaarde huisvredebreuk of verzwaarde schending van een bewoonde plaats

Huisvredebreuk of schending van een bewoonde plaats wordt bestraft met een straf van niveau 3 wanneer:

1°de feiten werden gepleegd met behulp van bedreiging of geweld;

2°het feit werd gepleegd door zich te beroepen op een vals bevel van het openbaar gezag of door gebruik te maken van de kledij, herkenningstekens, de naam of hoedanigheid van een agent van het openbaar gezag;

3°de dader of een van de daders een wapen bij zich had.

Art. 350

Onwettige bezetting van een niet-bewoonde plaats

Onwettige bezetting van een niet-bewoonde plaats is het opzettelijk, zonder een bevel van de overheid of zonder toestemming van een houder van een titel die of een recht dat toegang verschaft tot de betrokken plaats of gebruik van of verblijf in het betrokken goed toestaat en buiten de gevallen waarin de wet het toelaat, op eender welke manier binnendringen in, bezetten van of verblijven in andermans niet bewoonde huis, appartement, kamer of verblijf, of de aanhorigheden ervan, of enige andere niet bewoonde ruimte of andermans roerend goed dat al dan niet als verblijf kan dienen, zonder zelf houder te zijn van voormelde titel of recht.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1.

Art. 351

Weigering om gevolg te geven aan een beslissing tot ontruiming of tot uithuiszetting

Weigering om gevolg te geven aan een beslissing tot ontruiming of tot uithuiszetting is het opzettelijk geen gevolg geven, binnen de gestelde termijn, aan het bevel tot ontruiming bedoeld in artikel 12, § 1, van de wet van 18 oktober 2017 betreffende het onrechtmatig binnendringen in, bezetten van of verblijven in andermans goed of tot uithuiszetting bedoeld in artikel 1344decies van het Gerechtelijk Wetboek.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1.

Art. 352

Schending van het beroepsgeheim

Schending van het beroepsgeheim is het opzettelijk door een persoon die uit hoofde van zijn staat of beroep kennis draagt van geheimen die hem zijn toevertrouwd, bekend maken van deze geheimen buiten het geval dat hij geroepen wordt om in rechte of voor een parlementaire onderzoekscommissie getuigenis af te leggen en buiten het geval dat de wet hem verplicht of toelaat die geheimen bekend te maken.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.

Art. 353

Afwijkingen van het beroepsgeheim

§ 1.Eenieder, die uit hoofde van zijn staat of beroep houder is van geheimen en hierdoor kennis heeft van een misdrijf zoals omschreven in de artikelen 96 tot 101, 134 tot 149, 151 tot 165, 171 tot 174, 194 tot 202, 206 tot 211, 258, 310 tot 315, 328 tot 330, en 333 tot 337, gepleegd op een minderjarige, op een persoon in een kwetsbare toestand in de zin van artikel 79, 2°, of op een persoon in een kwetsbare toestand ten gevolge van partnergeweld of het gebruiken van geweld in naam van culturele drijfveren, gewoontes, religie, tradities of de zogenaamde "eer", kan, onverminderd de verplichtingen hem opgelegd door artikel 299, het misdrijf ter kennis brengen van de procureur des Konings in de volgende gevallen:

-hetzij wanneer er een ernstig en dreigend gevaar bestaat voor de fysieke of psychische integriteit van de minderjarige of de bedoelde persoon in een kwetsbare toestand en hij deze integriteit niet zelf of met hulp van anderen kan beschermen;

-hetzij wanneer er aanwijzingen zijn van een gewichtig en reëel gevaar dat andere minderjarigen of zoals hierboven bedoelde personen in een kwetsbare toestand het slachtoffer zouden worden van de in voormelde artikelen bedoelde misdrijven en hij deze integriteit niet zelf of met hulp van anderen kan beschermen.

§ 2.Er is geen misdrijf wanneer iemand die uit hoofde van zijn staat of beroep houder is van geheimen, deze meedeelt in het kader van een overleg dat wordt georganiseerd, hetzij bij of krachtens een wet, hetzij bij een met redenen omklede toestemming van de procureur des Konings.

Dit overleg kan uitsluitend worden georganiseerd, hetzij met het oog op de bescherming van de fysieke en psychische integriteit van de persoon of van derden, hetzij ter voorkoming van de... misdrijven bedoeld in titel 4, hoofdstuk 1, of van de misdrijven gepleegd in het raam van een criminele organisatie, bedoeld in artikel 406.

De in het eerste lid bedoelde wet of de met redenen omklede toestemming van de procureur des Konings bepalen ten minste wie aan het overleg kan deelnemen, met welke finaliteit en volgens welke modaliteiten het overleg zal plaatsvinden.

De deelnemers zijn tot geheimhouding verplicht wat betreft de tijdens het overleg meegedeelde geheimen. Eenieder die dit geheim schendt, wordt gestraft met een straf van niveau 2. De geheimen die tijdens dit overleg worden meegedeeld, kunnen slechts aanleiding geven tot de strafrechtelijke vervolging van de misdrijven waarvoor het overleg werd georganiseerd.

§ 3.De paragrafen 1 en 2 zijn niet van toepassing op de advocaat voor wat betreft het meedelen van vertrouwelijke informatie van zijn cliënt wanneer die zijn cliënt mogelijk aan strafvervolging blootstelt.

Art. 354

Aantasting van de vrije uitoefening van een eredienst

De aantasting van de vrije uitoefening van een eredienst is het opzettelijk:

1°door geweld of bedreiging een of meer personen dwingen of verhinderen een eredienst uit te oefenen, de uitoefening van die eredienst bij te wonen, bepaalde godsdienstige feesten te vieren, bepaalde rustdagen te onderhouden en dientengevolge hun werkhuizen, winkels of magazijnen te openen of te sluiten en een bepaalde arbeid te verrichten of te staken;

2°door het verwekken van stoornis of wanorde verhinderen, belemmeren of onderbreken van de uitoefening van een eredienst, gehouden in een plaats die bestemd is of gewoonlijk dient voor de eredienst of bij openbare plechtigheden van die eredienst;

3°door daden, woorden, gebaren of bedreigingen beschimpen van de voorwerpen van een eredienst, hetzij in plaatsen die bestemd zijn of gewoonlijk dienen voor de uitoefening ervan, hetzij bij openbare plechtigheden van die eredienst.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1.

Art. 355

Verzwarende factor bij de aantasting van de vrije uitoefening van een eredienst

Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor het misdrijf bedoeld in artikel 354, 1°, neemt de rechter in overweging dat het misdrijf werd gepleegd ten nadele van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand.

Art. 356

Schending van de persoonlijke levenssfeer van de minderjarigen

Schending van de persoonlijke levenssfeer van de minderjarigen is het opzettelijk publiceren of verspreiden, door welk procedé ook, van:

1°het verslag van de debatten voor de jeugdrechtbank, voor de onderzoeksrechter of voor de kamers van het hof van beroep die bevoegd zijn om over het hoger beroep tegen hun beslissingen te oordelen, uitgezonderd de motieven en het beschikkend gedeelte van de in openbare terechtzitting uitgesproken rechterlijke beslissing onder voorbehoud van de toepassing van de bepaling onder 2°;

2°teksten, tekeningen, foto's, beelden of geluidsfragmenten waaruit de identiteit kan blijken van een persoon die wordt vervolgd wegens het plegen van een als misdrijf omschreven feit terwijl hij minderjarig was of ten aanzien van wie een beschermingsmaatregel is genomen door een jeugdgerecht.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.

Art. 357

Strafuitsluitende verschoningsgrond

De in dit hoofdstuk bedoelde gedragingen kunnen niet worden bestraft indien de persoon met een openbare functie die een niet-manifest onrechtmatig bevel uitvoert, heeft gehandeld op bevel van zijn meerderen, in zaken die tot hun bevoegdheid behoren en waarin hij zijn meerdere als ondergeschikte gehoorzaamheid verschuldigd was.