§ 1.Op het ogenblik van de rechtsingang en later dienen de partijen in persoon of bij advocaat te verschijnen.
§ 2.Voor de vrederechter, de ondernemingsrechtbank en de arbeidsgerechten mogen de partijen ook vertegenwoordigd worden door hun echtgenoot, hun wettelijk samenwonende of een bloed- of aanverwante houder van een schriftelijke volmacht en speciaal door de rechter toegelaten.
(§ 2bis. Op uitdrukkelijk verzoek van de belastingplichtige of van zijn advocaat, ingediend bij conclusie, kan de rechter de door de belastingplichtige gekozen accountant, beroepsboekhouder of bedrijfsrevisor horen in zijn schriftelijke of mondelinge toelichting ter terechtzitting. Het oproepen van de accountant, beroepsboekhouder of bedrijfsrevisor staat ter beoordeling van de rechter, die onderzoekt of het opportuun is in deze zaak raad in te winnen over elementen die slechts betrekking kunnen hebben op feiten of op rechtsvragen in verband met de toepassing van het boekhoudrecht.
Onder de in het vorige lid bedoelde accountant, beroepsboekhouder of bedrijfsrevisor wordt verstaan de persoon die zich gewoonlijk bezighoudt met de boekhouding van de belastingplichtige of die heeft meegewerkt aan het opstellen van de betwiste belastingaangifte of die de belastingplichtige heeft bijgestaan in de administratieve bezwaarprocedure.)
§ 2ter.Op uitdrukkelijk verzoek van de partij of van zijn advocaat, ingediend bij conclusie, hoort de rechter de volgende door de partij gekozen personen in hun schriftelijke of mondelinge toelichting ter terechtzitting:
1°de leden van het Instituut voor Octrooigemachtigden bedoeld in artikel XI.75/3, § 1, van het Wetboek van economisch recht;
2°de personen ingeschreven op de lijst van erkende gemachtigden bedoeld in artikel 134 van het Europees Octrooiverdrag en die tezelfdertijd ingeschreven zijn op de lijst bedoeld in artikel 48, paragraaf 3, van de Overeenkomst van 19 februari 2013 betreffende de oprichting van een eengemaakt octrooigerecht.
De uiteenzetting van de personen bedoeld in het eerste lid, mag slechts betrekking hebben op feiten, op technische overwegingen of op rechtsvragen die verband houden met de toepassing van het octrooirecht.
§ 3.Voor de arbeidsgerechten mag bovendien de afgevaardigde van een representatieve organisatie van arbeiders of bedienden die een schriftelijke volmacht heeft, de arbeider of bediende, partij in het geding, vertegenwoordigen, in zijn naam alle handelingen verrichten die bij deze vertegenwoordiging behoren, pleiten en alle mededelingen ontvangen betreffende de behandeling en de berechting van het geschil.
Voor dezelfde gerechten mag, op dezelfde wijze, de zelfstandige arbeider, in geschillen betreffende zijn eigen rechten en verplichtingen in die hoedanigheid of in de hoedanigheid van minder-valide, vertegenwoordigd worden door de afgevaardigde van een representatieve organisatie van zelfstandigen.
(Bij de geschillen voorzien in artikel 580, 8°, c (inzake het bestaansminimum en het recht op maatschappelijke integratie) en in artikel 580, 8°, d, inzake de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, inzake de betwistingen betreffende de toekenning van maatschappelijke dienstverlening, de herziening, de weigering, de terugbetaling door de rechthebbende, en de toepassing van de administratieve sancties bepaald door de wetgeving ter zake, mag de betrokkene zich bovendien doen bijstaan of vertegenwoordigen door een afgevaardigde van een maatschappelijke organisatie die zich over de groep van de in de desbetreffende wetgeving bedoelde personen ontfermt.)
In diezelfde geschillen, verschijnt het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn bij monde hetzij van een advocaat, hetzij van een door dit centrum afgevaardigd effectief lid of personeelslid; de Minister tot wiens bevoegdheid het maatschappelijk welzijn behoort, kan zich laten vertegenwoordigen door een ambtenaar tot wiens bevoegdheid het openbare welzijn behoort, kan zich laten vertegenwoordigen door een ambtenaar
§ 4.Zaakwaarnemers mogen niet als gevolmachtigden optreden.
(§ 5. In het geval bedoeld in artikel 1322quinquies lid 1 kan de verzoeker worden vertegenwoordigd door het openbaar ministerie.)