Alle wetboeken › Ger.W.

DEEL IV Burgerlijke rechtspleging (art. 664–1385octiesdecies) › BOEK II _ GEDING.

HOOFDSTUK VI - Verschijning van de partijen na dagvaarding.

727–730

Art. 727

Op de dag in de dagvaardingen gesteld roept de griffier bij de opening van de zitting de zaken af in de volgorde waarin zij op de algemene rol zijn ingeschreven.

(NOTA: opgeheven door W 2006-07-10/39, art. 15, 078; Inwerkingtreding: 01-01-2017 (zie W 2014-12-19/24, art. 20) opgeheven zichzelf door art. 176, 9° van W 2016-12-25/14; Inwerkingtreding: 31-12-2016>

Art. 728

§ 1.Op het ogenblik van de rechtsingang en later dienen de partijen in persoon of bij advocaat te verschijnen.

§ 2.Voor de vrederechter, de ondernemingsrechtbank en de arbeidsgerechten mogen de partijen ook vertegenwoordigd worden door hun echtgenoot, hun wettelijk samenwonende of een bloed- of aanverwante houder van een schriftelijke volmacht en speciaal door de rechter toegelaten.

(§ 2bis. Op uitdrukkelijk verzoek van de belastingplichtige of van zijn advocaat, ingediend bij conclusie, kan de rechter de door de belastingplichtige gekozen accountant, beroepsboekhouder of bedrijfsrevisor horen in zijn schriftelijke of mondelinge toelichting ter terechtzitting. Het oproepen van de accountant, beroepsboekhouder of bedrijfsrevisor staat ter beoordeling van de rechter, die onderzoekt of het opportuun is in deze zaak raad in te winnen over elementen die slechts betrekking kunnen hebben op feiten of op rechtsvragen in verband met de toepassing van het boekhoudrecht.

Onder de in het vorige lid bedoelde accountant, beroepsboekhouder of bedrijfsrevisor wordt verstaan de persoon die zich gewoonlijk bezighoudt met de boekhouding van de belastingplichtige of die heeft meegewerkt aan het opstellen van de betwiste belastingaangifte of die de belastingplichtige heeft bijgestaan in de administratieve bezwaarprocedure.)

§ 2ter.Op uitdrukkelijk verzoek van de partij of van zijn advocaat, ingediend bij conclusie, hoort de rechter de volgende door de partij gekozen personen in hun schriftelijke of mondelinge toelichting ter terechtzitting:

1°de leden van het Instituut voor Octrooigemachtigden bedoeld in artikel XI.75/3, § 1, van het Wetboek van economisch recht;

2°de personen ingeschreven op de lijst van erkende gemachtigden bedoeld in artikel 134 van het Europees Octrooiverdrag en die tezelfdertijd ingeschreven zijn op de lijst bedoeld in artikel 48, paragraaf 3, van de Overeenkomst van 19 februari 2013 betreffende de oprichting van een eengemaakt octrooigerecht.

De uiteenzetting van de personen bedoeld in het eerste lid, mag slechts betrekking hebben op feiten, op technische overwegingen of op rechtsvragen die verband houden met de toepassing van het octrooirecht.

§ 3.Voor de arbeidsgerechten mag bovendien de afgevaardigde van een representatieve organisatie van arbeiders of bedienden die een schriftelijke volmacht heeft, de arbeider of bediende, partij in het geding, vertegenwoordigen, in zijn naam alle handelingen verrichten die bij deze vertegenwoordiging behoren, pleiten en alle mededelingen ontvangen betreffende de behandeling en de berechting van het geschil.

Voor dezelfde gerechten mag, op dezelfde wijze, de zelfstandige arbeider, in geschillen betreffende zijn eigen rechten en verplichtingen in die hoedanigheid of in de hoedanigheid van minder-valide, vertegenwoordigd worden door de afgevaardigde van een representatieve organisatie van zelfstandigen.

(Bij de geschillen voorzien in artikel 580, 8°, c (inzake het bestaansminimum en het recht op maatschappelijke integratie) en in artikel 580, 8°, d, inzake de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, inzake de betwistingen betreffende de toekenning van maatschappelijke dienstverlening, de herziening, de weigering, de terugbetaling door de rechthebbende, en de toepassing van de administratieve sancties bepaald door de wetgeving ter zake, mag de betrokkene zich bovendien doen bijstaan of vertegenwoordigen door een afgevaardigde van een maatschappelijke organisatie die zich over de groep van de in de desbetreffende wetgeving bedoelde personen ontfermt.)

In diezelfde geschillen, verschijnt het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn bij monde hetzij van een advocaat, hetzij van een door dit centrum afgevaardigd effectief lid of personeelslid; de Minister tot wiens bevoegdheid het maatschappelijk welzijn behoort, kan zich laten vertegenwoordigen door een ambtenaar tot wiens bevoegdheid het openbare welzijn behoort, kan zich laten vertegenwoordigen door een ambtenaar

§ 4.Zaakwaarnemers mogen niet als gevolmachtigden optreden.

(§ 5. In het geval bedoeld in artikel 1322quinquies lid 1 kan de verzoeker worden vertegenwoordigd door het openbaar ministerie.)

Art. 729

Wanneer de zaak bij de inleiding niet van die aard is dat ze kan worden gepleit, kunnen de advocaten van de partijen, in onderlinge overeenstemming, de in artikel 728 voorgeschreven verschijning vervangen door schriftelijk te verklaren dat zij in de zaak optreden en, in de mate van het mogelijke, hun standpunt toelichten inzake de instaatstelling van de zaak. Deze verklaring wordt vooraf aan de griffie gericht. Dit wordt vermeld op (het zittingsblad).

Art. 729/1

De advocaat die optreedt voor een partij die voordien geen advocaat had, de advocaat die een andere advocaat opvolgt en de advocaat die ophoudt voor een partij op te treden zonder te worden opgevolgd door een ander advocaat, geven daarvan onverwijld bij gewone brief kennis aan de griffie.

Die kennisgeving heeft uitwerking vanaf het ogenblik waarop ze wordt ontvangen.

Art. 730

§ 1.Een zaak kan op de algemene rol worden doorgehaald met instemming van partijen.

Een zaak die op de is doorgehaald kan alleen door een nieuwe dagvaarding weer op de rol worden gebracht, behoudens het recht van de partijen om vrijwillig te verschijnen.

§ 2.a) Vanaf 1 juni tot 30 september van elk kalenderjaar lijst de griffier de zaken op waarvoor sinds vierentwintig maanden geen zitting werd vastgesteld. De griffie brengt de bij die zaken betrokken partijen ter kennis dat, in afwezigheid van een aanvraag tot handhaving, hun zaak ambtshalve zal worden weggelaten van de algemene rol. Deze kennisgeving geschiedt op 30 september van dat kalenderjaar, of, indien 30 september op een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag valt, op de hierop volgende werkdag, door elektronische openbare bekendmaking overeenkomstig de door de Koning bepaalde nadere regels, en per aangetekende zending met ontvangstbewijs aan de partijen die niet door een advocaat noch door een afgevaardigde van een representatieve organisatie van arbeiders, bedienden of zelfstandigen, worden vertegenwoordigd of bijgestaan. Deze kennisgeving bevat de tekst van deze paragraaf en bepaalt dat, indien er elementen zijn opgedoken in het dossier tussen het tijdstip van de controle door de griffier en de kennisgeving, die kennisgeving als niet bestaande wordt beschouwd.

De partijen beschikken over een termijn van twee maanden, te rekenen vanaf de kennisgeving, om een aanvraag tot handhaving van de zaak op de algemene rol neer te leggen bij de griffie.

Alle zaken waarvoor geen aanvraag tot handhaving is gedaan door ten minste één partij, worden ambtshalve weggelaten van de algemene rol.

Een zaak die van de algemene rol werd weggelaten, kan terug ingeschreven worden op aanvraag van de meest gerede partij.

Deze paragraaf is niet van toepassing op de in artikel 755 bedoelde schriftelijke behandeling.

b)Indien bij de behandeling blijkt dat een zaak abnormaal lang aansleept, kan de zaak ambtshalve van de zittingsrol of van de algemene rol worden weggelaten.

Een zaak die van de zittingsrol of van de algemene rol is weggelaten, kan door de meest gerede partij alsnog op de rol worden gebracht zonder andere formaliteiten dan een verzoek aan de voorzitter van de kamer.

In dat geval echter kan ten aanzien van een partij geen verstekvonnis worden gewezen, indien de griffier haar geen kennis heeft gegeven van dag en uur van de zitting waarop verstek zal worden gevorderd. Deze kennisgeving geschiedt bij gerechtsbrief ten minste vijftien dagen vóór de zitting. Indien blijkt dat de kennisgeving de partij niet bereikt heeft ten gevolge van een omstandigheid die niet aan haar te wijten is, kan de rechter bevelen dat deze door een gerechtsdeurwaarder zal worden gedagvaard.

§ 3.Weglating van de rol doet noch het recht noch het geding vervallen. Doorhaling doet het geding vervallen.

(NOTA: gewijzigd door W 2006-07-10/39, art. 15, 079; Inwerkingtreding: 01-01-2017 (zie W 2014-12-19/24, art. 16), opgeheven zichzelf door art. 176, 9° van W 2016-12-25/14; Inwerkingtreding: 31-12-2016)