Alle wetboeken › Ger.W.

DEEL II Rechterlijke organisatie (art. 58–555/16) › BOEK II - GERECHTELIJKE AMBTEN. › TITEL II - Uitoefening van gerechtelijke ambten.

HOOFDSTUK V - Vakantie en vakantiekamers.

334–339

Art. 334

Het gerechtelijk jaar begint op 1 september en eindigt op 30 juni. Van 1 juli tot 31 augustus houden de hoven en rechtbanken vakantiezittingen.

De zaken worden opgeroepen en de pleidooien gehoord, tot en met 30 juni, met dien verstande dat, zo nodig, de debatten kunnen voortgezet worden na de hervatting van de werkzaamheden van de hoven en rechtbanken.

De behandeling en berechting van strafzaken wordt noch vertraagd noch onderbroken.

Art. 335

Er is in het Hof van Cassatie een vakantiekamer, die opdracht heeft de strafzaken, alsook alle spoedeisende zaken af te doen.

(In de hoven van beroep, in de arbeidshoven, in de rechtbanken van eerste aanleg, in de arbeidsrechtbanken en in de ondernemingsrechtbanken zijn er één of meer vakantiekamers.

In het hof van beroep en in de rechtbank van eerste aanleg is er ten minste één kamer met drie magistraten en één kamer met één magistraat.)

Die vakantiekamers zijn belast met de behandeling van de spoedeisende zaken, en bij het hof van beroep en de rechtbank van eerste aanleg met de dienst van de correctionele kamers, de raadkamer en de kamer van inbeschuldigingstelling.

De vakantiekamers worden ieder jaar derwijze vernieuwd dat alle leden van het hof of de rechtbank er beurtelings dienst doen. Zij worden samengesteld met inachtneming van de bepalingen van de wet op het gebruik van de talen in gerechtszaken.

De kamervoorzitters, de voorzitters en de ondervoorzitters doen er beurtelings dienst, en in rechtbanken waar geen ondervoorzitter is, de voorzitter en de oudstbenoemde rechter.

Art. 335bis

De voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank organiseert de vakantiezittingen in de vredegerechten en politierechtbanken.

Art. 336

De vakantiekamers van de hoven en van de rechtbanken houden ten minste twee zittingen per week, buiten de zittingen van het hof van beroep en de rechtbank van eerste aanleg voor het berechten van de strafzaken en van de inbeschuldigingstellingen, waarmede zij mochten belast worden.

Art. 337

Bij gebreke van één of meer rechters wordt er een voldoend aantal opgeroepen uit degenen die geen vakantiedienst hebben.

Art. 338

Het ambt van het openbaar ministerie bij de vakantiekamers wordt waargenomen door de magistraten die de procureur-generaal, (de federale procureur,) de procureur voor de verkeersveiligheid, de procureur des Konings of de arbeidsauditeur daartoe aanwijst.

Art. 339

De hoven en rechtbanken komen zo nodig tijdens de vakantie in om het even welke zaak bijeen om hun beslissingen uit te spreken.