Alle wetboeken › Sv.

BOEK II — TITEL II Rechtspleging voor de vonnisgerechten (art. 217–406) › TITEL II - Het hof van assisen › HOOFDSTUK IV › AFDELING I

Onderafdeling 7 De schuldvraag

322–340

Art. 322

De voorzitter herinnert de gezworenen aan de ambtsverrichtingen die zij te vervullen hebben alvorens zij zich terugtrekken voor de beraadslaging.

Hij stelt de vragen zoals hierna bepaald is.

Art. 323

De vraag die uit de akte van beschuldiging volgt, wordt gesteld in de volgende bewoordingen:

" Is de beschuldigde schuldig aan die bepaalde doodslag, die bepaalde diefstal of dat ander bepaalde misdrijf ?"

Art. 324

Indien de debatten een of meer verzwarende omstandigheden naar voren doen komen, die niet vermeld zijn in de akte van beschuldiging, stelt de voorzitter nog de volgende vraag:

" Heeft de beschuldigde het misdrijf gepleegd met die of die omstandigheid ?"

Art. 325

Wanneer de beschuldigde een verschonend feit heeft aangevoerd, dat als zodanig door de wet wordt aangemerkt, wordt de vraag aldus gesteld:

" Staat dat feit vast ?

Art. 326

Na de vragen gesteld te hebben, overhandigt de voorzitter die aan de gezworenen...; hij overhandigt hun tevens de akte van beschuldiging, in voorkomend geval de akte van verdediging, de processen-verbaal die het misdrijf vaststellen, en de processtukken.

De voorzitter herinnert de gezworenen aan de door hen afgelegde eed. Hij wijst hen erop dat een veroordeling enkel kan worden uitgesproken indien uit de toegelaten en aan de tegenspraak van de partijen onderworpen bewijselementen voortvloeit dat de beschuldigde boven elke redelijke twijfel schuldig is aan de hem ten laste gelegde feiten.

In voorkomend geval waarschuwt de voorzitter de gezworenen dat getuigenverklaringen die ingevolge de toepassing van de artikelen 86bis, 86ter, 112bis, § 6, 294, 298, § 5, en 299, §§ 4 en 5. werden verkregen slechts in aanmerking kunnen genomen worden als bewijs op voorwaarde dat zij in afdoende mate steun vinden in andere bewijsmiddelen.

....

De voorzitter van het hof van assisen geeft aan de gezworenen bij het overhandigen van de vragen kennis van de wijze waarop zij behoren tewerk te gaan en te stemmen. De artikelen 329bis tot 329sexies worden gedrukt met grote letters en aangeplakt in de beraadslagingskamer....

Hij doet de beschuldigde uit de zittingszaal verwijderen.

Art. 327

Nadat de vragen gesteld zijn, begeven de gezworenen zich met het hof naar de beraadslagingskamer.

Het aldus samengestelde college, voorgezeten door de voorzitter van het hof, beraadslaagt over de schuldvraag.

Alvorens de beraadslaging te beginnen, leest de voorzitter aan dit college de volgende aanwijzingen voor, die bovendien in grote letters op de meest in het oog vallende plaats van de beraadslagingskamer worden opgehangen: " De wet voorziet dat een veroordeling enkel kan worden uitgesproken indien uit de toegelaten bewijselementen voortvloeit dat de beschuldigde boven elke redelijke twijfel schuldig is aan de ten laste gelegde feiten.

Art. 327bis

<Opgeheven bij W 2009-12-21/14, art. 138, 020; Inwerkingtreding: 21-01-2010>

Art. 328

De leden van het college mogen de beraadslagingskamer eerst verlaten wanneer zij hun verklaring hebben opgemaakt.

Niemand heeft tijdens de beraadslaging, om welke reden ook, toegang tot de beraadslagingskamer, zonder schriftelijk verlof van de voorzitter..... Van het incident wordt melding gemaakt in het proces-verbaal.

De voorzitter geeft het bepaalde bevel schriftelijk aan de bevelhebber van de betrokken politiedienst om de uitgangen van de beraadslagingskamer te doen bewaken.

De voorzitter neemt de maatregelen die nodig zijn opdat de plaatsvervangende gezworenen gedurende de beraadslaging van de het college niet in contact komen met andere personen.

Het hof kan de gezworene die het bevel overtreedt, straffen met een straf van niveau 1. Ieder ander die het bevel overtreedt, of hij die het niet doet uitvoeren, kan worden gestraft met dezelfde straf.

Art. 329

Het college beraadslaagt voor elke beschuldigde over het hoofdfeit en daarna over elke omstandigheid.

Art. 329bis

Over de vragen gesteld ingevolge de artikelen 323 en volgende wordt... gestemd bij gesloten briefjes.

Ten dien einde, worden de briefjes gedrukt en gestempeld met het zegel van het hof van assisen.

Deze bevatten bovenaan de woorden: " in eer en geweten, mijn antwoord is ";

In het midden, met zeer leesbare letters, het woord: " ja ";

En onderaan, met zeer leesbare letters, het woord: " neen ".

Art. 329ter

Na de beraadslaging, ontvangt elke gezworene een van deze briefjes, dat hem door de voorzitter ongesloten wordt overhandigd.

De gezworene die verkiest " ja " te antwoorden, haalt het woord " neen " door. De gezworene die verkiest " neen " te antwoorden, haalt het woord " ja " door.

Daarna sluit hij het briefje en overhandigt het aan de voorzitter, die het in een daartoe bestemde bus legt.

Art. 329quater

De voorzitter van het hof van assisen overhandigt aan de gezworenen de vragen waarop zij behoren afzonderlijk en de ene na de andere te antwoorden, vooreerst op het hoofdfeit, daarna op elke verzwarende omstandigheid.

De gezworenen antwoorden elk afzonderlijk en de ene na de andere op elke vraag die aldus wordt gesteld en, desnoods op elke vraag die in de bij artikel 325 bepaalde gevallen wordt gesteld.

Art. 329quinquies

De tafel dienende tot de werkzaamheden van het college wordt zodanig geschikt dat niemand kan zien waarmee een ander lid van het college bezig is.

Art. 329sexies

Het stembriefje waarop beide woorden " ja " en " neen " of de overeenkomstige woorden in het Frans of het Duits zijn doorgehaald, of waarop geen van deze beide woorden is doorgehaald, wordt berekend als bevattende een gunstig antwoord voor de beschuldigde.

Na iedere stemopneming worden de briefjes in tegenwoordigheid van het college verbrand.

Art. 330

Na iedere stemming neemt de voorzitter de stemmen op in tegenwoordigheid van het college en tekent de beslissing onmiddellijk aan naast de vraag, zonder het aantal stemmen te vermelden, behalve in geval dat de bevestigende verklaring omtrent het hoofdfeit slechts bij eenvoudige meerderheid is tot stand gekomen.

Art. 331

De beslissing van de jury voor of tegen de beschuldigde wordt genomen bij meerderheid van stemmen, op straffe van nietigheid.

Bij staking van stemmen is de beslissing ten gunste van de beschuldigde.

Art. 332

<Opgeheven bij W 2016-02-05/11, art. 110, 027; Inwerkingtreding: 29-02-2016>

Art. 333

<Opgeheven bij W 2016-02-05/11, art. 111, 027; Inwerkingtreding: 29-02-2016>

Art. 334

....

Zonder dat het moet antwoorden op alle neergelegde conclusies, formuleert het college de voornaamste redenen van de beslissing van de jury.

De vragenlijst met de beslissing van de jury wordt bij de formulering van de redenen gevoegd.

De beslissing wordt ondertekend door de voorzitter... en de griffier.

Art. 335

Indien de beschuldigde slechts bij eenvoudige meerderheid aan het hoofdfeit schuldig wordt verklaard, spreekt het hof zich uit. De beschuldigde wordt vrijgesproken indien de meerderheid van het hof het standpunt van de meerderheid van de jury niet volgt.

Art. 335bis

<Opgeheven bij W 2009-12-21/14, art. 152, 020; Inwerkingtreding: 21-01-2010>

Art. 336

Indien het hof naar aanleiding van het opstellen van de motivering, eenparig overtuigd is dat de gezworenen zich kennelijk hebben vergist betreffende de voornaamste redenen, inzonderheid wat betreft het bewijs, de inhoud van juridische begrippen of de toepassing van rechtsregels, die hebben geleid tot de beslissing, verklaart het hof, bij een met redenen omkleed arrest, dat de zaak wordt uitgesteld en het verwijst ze naar een nieuwe zitting, om te worden onderworpen aan een nieuwe jury en aan een nieuw hof. Geen van de eerste gezworenen of beroepsrechters mag hiervan deel uitmaken.

Niemand heeft het recht deze maatregel uit te lokken; het hof kan hem slechts ambtshalve gelasten, naar aanleiding van het opstellen van de motivering inzake de schuldvraag, en alleen in geval de beschuldigde schuldig is bevonden; nooit wanneer hij niet schuldig is verklaard.

Art. 337

Het hof en de gezworenen komen daarna in de zittingszaal terug en nemen opnieuw hun plaats in.

De voorzitter doet de beschuldigde binnenkomen en leest in zijn aanwezigheid het beschikkend gedeelte van het arrest voor, zelfs in afwezigheid van de andere rechters maar in aanwezigheid van het openbaar ministerie. Het arrest bevat de beslissing van het college, en maakt melding van de motivering.

Het gepseudonimiseerde arrest wordt binnen een redelijke termijn bekendgemaakt via het Centraal register bedoeld in artikel 782, § 4, van het Gerechtelijk Wetboek.

In afwijking van het derde lid en bij een met redenen omklede beslissing die in het arrest wordt opgenomen, kan het hof dat het arrest wijst, ambtshalve of op verzoek van een partij en na de partijen gehoord te hebben, de bekendmaking van het gepseudonimiseerde arrest verbieden, of beslissen dat bepaalde onderdelen van de in het arrest opgenomen motivering worden weggelaten uit het publiek raadpleegbare gepseudonimiseerde arrest, wanneer de bekendmaking van dit gepseudonimiseerde arrest of de betrokken onderdelen ervan onevenredig het recht op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de partijen of andere personen betrokken in de zaak aantast, of hun andere fundamentele rechten en vrijheden, zoals zij zijn erkend in de Grondwet en in de internationale instrumenten die België binden. Indien het hof gebruik maakt van deze mogelijkheid, wordt het arrest integraal uitgesproken of ter beschikking gesteld van het publiek in de zittingszaal tot aan het einde van de zitting. Tegen de beslissing van het hof over de omvang van de pseudonimisering of houdende verbod op bekendmaking van het gepseudonimiseerd arrest, staat geen enkel rechtsmiddel open.

Ingeval de bekendmaking bedoeld in het derde lid onmogelijk is, spreekt de voorzitter het arrest integraal uit, of stelt hij het arrest ter beschikking van het publiek in de zittingszaal tot aan het einde van die zitting. De bekendmaking vindt plaats van zodra de onmogelijkheid ophoudt te bestaan.

Onverminderd het derde lid kan de voorzitter van de kamer die het arrest heeft gewezen, in alle gevallen, hetzij ambtshalve, hetzij op een met redenen omkleed verzoek van een van de partijen, beslissen de uitspraak van het arrest in openbare terechtzitting niet te beperken tot het beschikkend gedeelte.

Behoudens in geval van vrijspraak..., dient de voorziening in cassatie tegen dit arrest te worden ingesteld samen met de voorziening in cassatie tegen het eindarrest....

Art. 338

Wanneer de beschuldigde niet-schuldig verklaard wordt, spreekt de voorzitter hem vrij van de beschuldiging en beveelt dat hij in vrijheid zal worden gesteld, indien hij niet om een andere reden wordt gevangen gehouden.

Art. 339

De beschuldigde die door een hof van assisen is vrijgesproken kan niet meer worden vervolgd wegens dezelfde feiten, ongeacht de juridische omschrijving daarvan.

Art. 340

Wanneer in de loop van de debatten een ander feit aan de beschuldigde wordt ten laste gelegd, hetzij op grond van stukken, hetzij op grond van verklaringen van getuigen, geeft de voorzitter, na hem te hebben vrijgesproken van de beschuldiging, het bevel dat hij wegens het nieuwe feit zal worden vervolgd; dientengevolge verwijst hij hem naar de bevoegde procureur des Konings.

Deze bepaling wordt alleen toegepast ingeval het openbaar ministerie, vóór het sluiten van de debatten, voorbehoud heeft gemaakt met het oog op vervolging.