(NOTA: zie verder niet-federale vorm(en) van dit artikel.) Uitgenomen voor de vrederechter, voor de rechter zitting houdend in kort geding en voor de beslagrechter, worden op straffe van nietigheid aan het openbaar ministerie meegedeeld:
1°de vorderingen betreffende de staat van personen wanneer minderjarigen of onbekwamen bij het geding betrokken zijn;
1°/1 de vorderingen tot opheffing van het verbod een huwelijk aan te gaan bedoeld in de artikelen 164 en 353-13 van het Burgerlijk Wetboek;
2°de vorderingen (betreffende... de verklaring van afwezigheid en de gerechtelijke verklaring van overlijden), de voogdij over een minderjarige......;
3°de vorderingen betreffende de akten van de burgerlijke stand;
4°de vorderingen die burgerrechtelijk ingesteld zijn wegens een drukpersmisdrijf;
5°de vorderingen tot betichting van valsheid in burgerlijke zaken;
6°de vorderingen tot herroeping van het gewijsde;
7°de vorderingen tot wraking;
(8° de (vorderingen tot gerechtelijke reorganisatie), de vorderingen tot faillietverklaring, tot verdaging van de datum van staking van betaling, alsook de (vorderingen tot intrekking van een reorganisatieplan) en tot sluiting van het faillissement;)
9°de vorderingen en oproepingen met toepassing van artikel 2:74 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, tot gerechtelijke ontbinding van vennootschappen bedoeld in artikel 2:74 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
9bis°. de vorderingen tot gerechtelijke ontbinding van verenigingen zonder winstoogmerk en van stichtingen respectievelijk bedoeld in de de artikelen 2:113, § 1, 4°, en 2:114, § 1, 5°, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
10°de vorderingen bepaald in de artikelen 578, 11°, 580, 2°, 3°, 6° tot 18°, 581, 2°, 3°, 9° en 10°, 582, 1°, 2°, 6°, 8°, 9° en 12°, 583 en 587septies;
11°alle vorderingen waarvan de mededelingen aan het openbaar ministerie is voorgeschreven bij de bijzondere wetten.
(12° de vorderingen ingesteld op grond van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie;
...
13°de vorderingen ingesteld op grond van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden;
14°de vorderingen ingesteld op grond van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen.)
16°de burgerrechtelijke vorderingen betreffende de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen houdende veroordeling tot een bijzondere verbeurdverklaring, een geldboete en de gerechtskosten in het kader van het strafrechtelijk uitvoeringsonderzoek.
17°de vorderingen betreffende de aanpassing van de registratie van het geslacht van een persoon in zijn akte van geboorte.
Het openbaar ministerie kan zich alle andere zaken laten meedelen wanneer het zulks dienstig acht. Met uitzondering van de in artikel 138bis, § 2, eerste lid, bedoelde rechtsvordering, kan de rechtbank of het hof de mededeling ook ambtshalve bevelen.
Het openbaar ministerie verleent in de meest aangewezen vorm advies wanneer het zulks dienstig acht.
In afwijking van het derde lid verleent het openbaar ministerie in de gevallen bedoeld in het eerste lid, 9°, 9bis° en 10° steeds advies wanneer de rechtbank hierom verzoekt.
Het college van procureurs-generaal geeft richtlijnen in welke zaken bedoeld in het eerste lid advies wordt verstrekt. Deze richtlijnen zijn bindend voor alle leden van het openbaar ministerie. De procureurs-generaal bij de hoven van beroep staan in voor de tenuitvoerlegging van deze richtlijnen binnen hun rechtsgebied.
Art. 764. (WAALS GEWEST)
Uitgenomen voor de vrederechter, voor de rechter zitting houdend in kort geding en voor de beslagrechter, worden op straffe van nietigheid aan het openbaar ministerie meegedeeld:
1°de vorderingen betreffende de staat van personen wanneer minderjarigen of onbekwamen bij het geding betrokken zijn;
2°de vorderingen (betreffende... de verklaring van afwezigheid en de gerechtelijke verklaring van overlijden), de voogdij over een minderjarige of een onbekwaamverklaarde, het beheer over de goederen van een persoon ten aanzien van wie een beschermingsmaatregel is genomen met toepassing van de wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke;
3°de vorderingen betreffende de akten van de burgerlijke stand;
4°de vorderingen die burgerrechtelijk ingesteld zijn wegens een drukpersmisdrijf;
5°de vorderingen tot betichting van valsheid in burgerlijke zaken;
6°de vorderingen tot herroeping van het gewijsde;
7°de vorderingen tot wraking;
(8° de (vorderingen tot gerechtelijke reorganisatie), vorderingen tot faillietverklaring, tot verdaging van de datum van staking van betaling, alsook de (vorderingen tot intrekking van een reorgan) en tot sluiting van het faillissemenisatieplant;)
9°(...);
10°de vorderingen bepaald in de artikelen 578, 11°, 580, 2°, 3°, 6° tot 18°, 581, 2°, 3°, 9° en 10°, 582, 1°, 2°, 6°, 8° en 9°, 583 en 587septies;
11°alle vorderingen waarvan de mededelingen aan het openbaar ministerie is voorgeschreven bij de bijzondere wetten.
(12° de vorderingen ingesteld op grond van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie;
(12° de verhalen betreffende de wijziging van het geslacht van een persoon.)
(NOTA: Voor de invoeging van 12° in artikel 764 heeft de wetgever geen rekening gehouden met de vroegere invoeging van 12° in artikel 764, gebracht door W 2007-05-10/37, art. 14)
13°de vorderingen ingesteld op grond van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden;
14°de vorderingen ingesteld op grond van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen.)
15°de aanvragen gegrond op het decreet van 6 november 2008 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie, met inbegrip van de discriminatie tussen vrouwen en mannen inzake economie, tewerkstelling en beroepsopleiding.
16°de burgerrechtelijke vorderingen betreffende de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen houdende veroordeling tot een bijzondere verbeurdverklaring, een geldboete en de gerechtskosten in het kader van het strafrechtelijk uitvoeringsonderzoek.
Het openbaar ministerie kan zich alle andere zaken laten meedelen wanneer het zulks dienstig acht. Met uitzondering van de in artikel 138bis, § 2, eerste lid, bedoelde rechtsvordering, kan de rechtbank of het hof de mededeling ook ambtshalve bevelen.
Het openbaar ministerie verleent in de meest aangewezen vorm advies wanneer het zulks dienstig acht.
In afwijking van het derde lid verleent het openbaar ministerie in de gevallen bedoeld in het eerste lid, 10°, steeds advies wanneer de rechtbank hierom verzoekt.
Het college van procureurs-generaal geeft richtlijnen in welke zaken bedoeld in het eerste lid advies wordt verstrekt. Deze richtlijnen zijn bindend voor alle leden van het openbaar ministerie. De procureurs-generaal bij de hoven van beroep staan in voor de tenuitvoerlegging van deze richtlijnen binnen hun rechtsgebied.
Art. 764. (VLAAMSE OVERHEID)
Uitgenomen voor de vrederechter, voor de rechter zitting houdend in kort geding en voor de beslagrechter, worden op straffe van nietigheid aan het openbaar ministerie meegedeeld:
1°de vorderingen betreffende de staat van personen wanneer minderjarigen of onbekwamen bij het geding betrokken zijn;
2°de vorderingen (betreffende... de verklaring van afwezigheid en de gerechtelijke verklaring van overlijden), de voogdij over een minderjarige..., het beheer over de goederen van een persoon ten aanzien van wie een beschermingsmaatregel is genomen met toepassing van de wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke;
3°de vorderingen betreffende de akten van de burgerlijke stand;
4°de vorderingen die burgerrechtelijk ingesteld zijn wegens een drukpersmisdrijf;
5°de vorderingen tot betichting van valsheid in burgerlijke zaken;
6°de vorderingen tot herroeping van het gewijsde;
7°de vorderingen tot wraking;
(8° de (vorderingen tot gerechtelijke reorganisatie), vorderingen tot faillietverklaring, tot verdaging van de datum van staking van betaling, alsook de (vorderingen tot intrekking van een reorgan) en tot sluiting van het faillissemenisatieplant;)
9°(...);
10°de vorderingen bepaald in de artikelen 578, 11°, 580, 2°, 3°, 6° tot 18°, 581, 2°, 3°, 9° en 10°, 582, 1°, 2°, 6°, 8°, 9° et 15°, 583 en 587septies;
11°alle vorderingen waarvan de mededelingen aan het openbaar ministerie is voorgeschreven bij de bijzondere wetten.
(12° de vorderingen ingesteld op grond van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie;
(12° de verhalen betreffende de wijziging van het geslacht van een persoon.)
(NOTA: Voor de invoeging van 12° in artikel 764 heeft de wetgever geen rekening gehouden met de vroegere invoeging van 12° in artikel 764, gebracht door W 2007-05-10/37, art. 14)
13°de vorderingen ingesteld op grond van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden;
14°de vorderingen ingesteld op grond van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen.)
16°de burgerrechtelijke vorderingen betreffende de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen houdende veroordeling tot een bijzondere verbeurdverklaring, een geldboete en de gerechtskosten in het kader van het strafrechtelijk uitvoeringsonderzoek.
Het openbaar ministerie kan zich alle andere zaken laten meedelen wanneer het zulks dienstig acht. Met uitzondering van de in artikel 138bis, § 2, eerste lid, bedoelde rechtsvordering, kan de rechtbank of het hof de mededeling ook ambtshalve bevelen.
Het openbaar ministerie verleent in de meest aangewezen vorm advies wanneer het zulks dienstig acht.
In afwijking van het derde lid verleent het openbaar ministerie in de gevallen bedoeld in het eerste lid, 10°, steeds advies wanneer de rechtbank hierom verzoekt.
Het college van procureurs-generaal geeft richtlijnen in welke zaken bedoeld in het eerste lid advies wordt verstrekt. Deze richtlijnen zijn bindend voor alle leden van het openbaar ministerie. De procureurs-generaal bij de hoven van beroep staan in voor de tenuitvoerlegging van deze richtlijnen binnen hun rechtsgebied.