Hoofdstraffen
De straf van niveau 8 bestaat uit een geldboete van meer dan 4.000.000 euro tot ten hoogste 5.760.000 euro. Bij aanneming van verzachtende omstandigheden wordt die straf vervangen door een van de straffen van niveau 7, 6, 5, 4 of 3.
De straf van niveau 7 bestaat uit een geldboete van meer dan 1.600.000 euro tot ten hoogste 4.000.000 euro. Bij aanneming van verzachtende omstandigheden wordt die straf vervangen door een van de straffen van niveau 6, 5, 4 of 3.
De straf van niveau 6 bestaat uit een geldboete van meer dan 1.200.000 euro tot ten hoogste 1.600.000 euro. Bij aanneming van verzachtende omstandigheden wordt die straf vervangen door een van de straffen van niveau 5, 4, 3 of 2.
De straf van niveau 5 bestaat uit een geldboete van meer dan 800.000 euro tot ten hoogste 1.200.000 euro. Bij aanneming van verzachtende omstandigheden wordt die straf vervangen door een van de straffen van niveau 4, 3 of 2.
De straf van niveau 4 bestaat uit een geldboete van meer dan 600.000 euro tot ten hoogste 800.000 euro. Bij aanneming van verzachtende omstandigheden wordt die straf vervangen door een van de straffen van niveau 3 of 2.
De straf van niveau 3 bestaat uit een geldboete van meer dan 360.000 euro tot ten hoogste 600.000 euro. Bij aanneming van verzachtende omstandigheden wordt die straf vervangen door een van de straffen van niveau 2 of 1.
De straf van niveau 2 bestaat uit een van de volgende straffen:
1°de geldboete van meer dan 20.000 euro tot ten hoogste 360.000 euro;
2°de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap, geraamd op een bedrag van meer dan 20.000 euro tot ten hoogste 360.000 euro;
3°de probatiestraf van meer dan twaalf maanden tot ten hoogste twee jaar;
4°de cumulatie van twee straffen van niveau 1;
5°de veroordeling bij schuldigverklaring.
Bij aanneming van verzachtende omstandigheden wordt de straf van niveau 2 vervangen door een van de straffen van niveau 1.
De straf van niveau 1 bestaat uit een van de volgende straffen:
1°de geldboete van 200 euro tot ten hoogste 20.000 euro;
2°de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap, geraamd op een bedrag van 200 euro tot ten hoogste 20.000 euro;
3°de probatiestraf van zes maanden tot ten hoogste twaalf maanden;
4°het verbod om een activiteit die deel uitmaakt van het voorwerp uit te oefenen voor een periode van een jaar tot ten hoogste tien jaar;
5°de verbeurdverklaring, met inbegrip van de verruimde verbeurdverklaring;
6°de geldstraf vastgesteld op basis van het verwachte of uit het misdrijf behaalde voordeel;
7°de sluiting van de inrichting;
8°de veroordeling bij schuldigverklaring.
Wanneer de wet voorziet in een bijkomende straf voor een misdrijf dat wordt bestraft met een hoofdstraf van niveau 1, kan de rechter bij aanneming van verzachtende omstandigheden die bijkomende straf uitspreken in plaats van de hoofdstraf.