Alle wetboeken › WER

Boek XI - Intellectuele eigendom en bedrijfsgeheimen › Titel 5 - Auteursrecht en naburige rechten

HOOFDSTUK 5 De vergoeding voor de reproductie voor eigen gebruik van werken en prestaties

XI.229–XI.234

Art. XI.229

De auteurs, de uitvoerende kunstenaars en de producenten van fonogrammen en van audiovisuele werken hebben recht op een vergoeding voor de reproductie voor eigen gebruik van hun werken en prestaties, wanneer die reproductie plaatsvindt onder de voorwaarden bepaald in de artikelen XI.190, 9° en 17° en XI.217, 7° en 16°.

De vergoeding wordt betaald door de fabrikant, de invoerder of de intracommunautaire aankoper van dragers die kennelijk gebruikt worden voor het reproduceren voor eigen gebruik van werken en prestaties..., dan wel van apparaten die kennelijk gebruikt worden voor deze reproductie op de datum waarop die dragers en die apparaten op het nationale grondgebied in de handel worden gebracht.

Overeenkomstig de in artikel XI.232 bepaalde nadere regels, stelt de Koning vast welke apparaten en dragers kennelijk gebruikt worden voor het reproduceren voor eigen gebruik van werken en prestaties....

Onverminderd de internationale overeenkomsten, verdelen de beheersvennootschappen en/of collectieve beheerorganisaties die in België de in het eerste lid bedoelde vergoeding beheren overeenkomstig artikel XI.234 de vergoeding onder de auteurs, de uitvoerende kunstenaars,... en de producenten.

Overeenkomstig de door Hem gestelde voorwaarden en nadere regels, belast de Koning een beheersvennootschap die representatief is voor alle beheersvennootschappen of collectieve beheersorganisaties die in België de in het eerste lid bedoelde vergoeding beheren, met de inning en de verdeling van de vergoeding.

Wanneer een auteur of een uitvoerende kunstenaar zijn recht op een vergoeding voor het kopiëren voor eigen gebruik heeft afgestaan, behoudt hij het recht op een billijke vergoeding voor het kopiëren voor eigen gebruik.

Art. XI.230

De in het kader van dit hoofdstuk door de Koning aangewezen beheersvennootschap kan de nodige inlichtingen voor het uitvoeren van haar opdracht in naleving van artikel XI.281 en XV.113 bekomen bij:

-de Administratie der Douane en Accijnzen met toepassing van artikel 320 van de algemene wet van 18 juli 1977 inzake douane en accijnzen vervangen bij de wet van 27 december 1993;

-de Administratie van de btw met toepassing van artikel 93bis van het BTW-Wetboek van 3 juli 1969;

-en de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid in toepassing van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid.

Art. XI.231

Onverminderd artikel XI.281 en XV.113 kan de aangewezen beheersvennootschap inlichtingen doorgeven aan de Administratie der Douane en Accijnzen en aan de BTW-Administratie op hun verzoek.

Onverminderd artikel XI.281 en XV.113 kan de aangewezen beheersvennootschap inlichtingen doorgeven aan en krijgen van:

-de dienst Controle en Bemiddeling van de FOD Economie;

-de beheersvennootschappen en collectieve beheerorganisaties die een gelijkaardige activiteit uitoefenen in het buitenland, mits wederkerigheid.

Art. XI.232

De Koning bepaalt, per categorie van technische soortgelijke dragers en apparaten die Hij definieert, of deze kennelijk gebruikt worden voor het reproduceren voor eigen gebruik van werken en prestaties... en bepaalt de nadere regels met betrekking tot de inning en de verdeling van en de controle op de vergoeding, alsmede het tijdstip waarop ze verschuldigd is.

De Koning kan, op een specifieke lijst, de categorieën van technisch soortgelijke dragers en apparaten vaststellen die niet kennelijk worden gebruikt voor het reproduceren voor eigen gebruik van werken en prestaties... en die niet onderworpen zijn aan de vergoeding voor het kopiëren voor eigen gebruik.

De computers of categorieën van computers zoals deze door de Koning worden gedefinieerd, kunnen slechts bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Miniterraad onderworpen worden aan de vergoeding of ingeschreven worden in de specifieke lijst zoals bedoeld in het tweede lid.

Op hetzelfde moment dat Hij het statuut van de apparaten en dragers vaststelt, stelt de Koning bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de in artikel XI.229 bedoelde vergoeding vast.

Deze vergoeding wordt vastgesteld per categorie van technisch soortgelijke apparaten en dragers.

Een apparaat dat kennelijk gebruikt wordt voor het reproduceren voor eigen gebruik van werken en prestaties... en die op voortdurende wijze een drager incorporeert, is slechts aan een enkele vergoeding onderworpen.

Bij het vaststellen van deze vergoeding wordt onder andere rekening gehouden met het al dan niet toepassen van de in artikel I.13, 7°, XI.291 en XV.69 bedoelde technische voorzieningen op de betrokken werken of prestaties.

Het bedrag van deze vergoeding kan om de drie jaar worden herzien.

Indien de omstandigheden die het bepalen van het bedrag hebben gerechtvaardigd, kennelijk en duurzaam gewijzigd zijn, kan dit bedrag voor het verstrijken van de termijn van drie jaar worden herzien.

Indien de Koning het bedrag binnen de termijn van drie jaar herziet, motiveert Hij zijn beslissing door de wijziging van de initiële omstandigheden.

Het gebrek aan gebruik van technische voorzieningen kan geen afbreuk doen aan het recht op vergoeding zoals gedefinieerd in artikel XI.229.

Art. XI.233

De vergoeding bedoeld in artikel XI.229 wordt terugbetaald op de wijze bepaald door de Koning:

1°aan de producenten van geluidswerken en audiovisuele werken;

2°aan de omroeporganisaties;

3°aan de instellingen die door de overheid officieel erkend en gesubsidieerd worden met het oog op de bewaring van geluidsmateriaal of audiovisueel materiaal. De vergoeding wordt enkel terugbetaald voor de dragers die zijn bestemd om geluidsmateriaal en audiovisueel materiaal te bewaren en ter plaatse beluisterd of bekeken te worden;

4°aan blinden, slechtzienden, doven en slechthorenden, evenals aan de erkende instellingen, opgericht ten behoeve van deze personen;

5°aan de erkende onderwijsinstellingen, die geluidsmateriaal en audiovisueel materiaal gebruiken voor didactische of wetenschappelijke doeleinden;

6°aan de erkende ziekenhuizen, gevangenissen en instellingen voor jeugdzorg.

Bovendien kan de Koning, bij een na overleg in de Ministerraad vastgesteld koninklijk besluit, de categorieën van fysieke personen en rechtspersonen bepalen die:

1°hetzij genieten van een gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de vergoeding die is geïnd en doorgerekend op de dragers en apparaten die zij verworven hebben;

2°hetzij voor deze waarvoor de betalingsplichtigen van de vergoeding zoals bedoeld in artikel XI.229, geheel of gedeeltelijk hiervan zijn vrijgesteld of worden terugbetaald voor de dragers en apparaten verworven door deze personen.

De terugbetaling of de vrijstelling van de vergoeding bedoeld in het vorige lid, dient behoorlijk met redenen omkleed te zijn:

1°hetzij door de noodzaak om, zonder afbreuk te doen aan de creatie, de meest gelijke toegang te waarborgen voor elkeen tot de nieuwe informatie- en communicatietechnologieën, daar de vergoeding in kwestie een obstakel zou vormen voor deze toegang;

2°hetzij door de noodzaak om de verwerving van dragers en apparaten te waarborgen door personen die dit materieel kennelijk niet aanwenden voor de reproducties bedoeld in artikel XI.229.

De Koning bepaalt de voorwaarden van de terugbetaling of de vrijstelling.

Art. XI.234

§ 1.Met betrekking tot de in artikel XI.229 bedoelde vergoeding, kan de Koning de verdeelsleutel vaststellen tussen de volgende categorieën van werken:

1) de werken van letterkunde;

2) de werken van beeldende of grafische kunst;

3) de geluidswerken;

4) de audiovisuele werken.

Het gedeelte van de in artikel XI.229 bedoelde vergoeding dat betrekking heeft op de geluidswerken en audiovisuele werken, wordt naar rata van een derde, verdeeld tussen auteurs, uitvoerende kunstenaars en producenten.

Het gedeelte van de in artikel XI.229 bedoelde vergoeding dat betrekking heeft op de werken van letterkunde en de werken van beeldende of grafische kunst, wordt toegewezen aan de auteurs.

Het tweede en het derde lid zijn van dwingend recht.

Het gedeelte van de in artikel XI.229 bedoelde vergoeding dat betrekking heeft op de geluidswerken en audiovisuele werken, waarop de auteurs en de uitvoerende kunstenaars recht hebben, is onoverdraagbaar.

De in artikel XI.229 bedoelde vergoeding die betrekking heeft op de werken van letterkunde en de werken van beeldende of grafische kunst, waarop de auteurs recht hebben, is onoverdraagbaar.

§ 2.De Gemeenschappen en de Federale Staat kunnen besluiten om dertig procent van de opbrengst van de vergoeding waarvan sprake is in de voorgaande paragraaf, te gebruiken ter aanmoediging van de schepping van werken, en zulks door middel van een samenwerkingsakkoord met toepassing van artikel 92bis, § 1, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.