De auteurs hebben recht op een vergoeding voor de reproductie op papier of op een soortgelijke drager van hun werken, wanneer die reproductie plaatsvindt onder de voorwaarden bepaald in de artikelen XI.190, 5° en XI.191, § 1, 1°.
Boek XI - Intellectuele eigendom en bedrijfsgeheimen › Titel 5 - Auteursrecht en naburige rechten
HOOFDSTUK 6 De vergoeding voor reprografie
XI.235–XI.239
Art. XI.236
De in het artikel XI.235 bedoelde vergoeding bestaat uit een evenredige vergoeding die bepaald wordt in functie van het aantal reproducties van werken.
Deze is verschuldigd door de natuurlijke personen of de rechtspersonen die reproducties van werken vervaardigen of, in voorkomend geval, met décharge van eerstgenoemden, door hen die onder bezwarende titel of gratis een reproductieapparaat ter beschikking stellen van anderen.
Art. XI.237
De in het kader van dit hoofdstuk door de Koning aangewezen beheersvennootschap kan de nodige inlichtingen voor het uitvoeren van haar opdracht in naleving van artikel XI.281 en XV.113 bekomen bij:
-de Administratie der Douane en Accijnzen met toepassing van artikel 320 van de algemene wet inzake douane en accijnzen van 18 juli 1977,...;
-de Administratie van de btw met toepassing van artikel 93bis van het BTW-wetboek van 3 juli 1969;
-en de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid in toepassing van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid.
Art. XI.238
Onverminderd artikel XI.281 en XV.113 kan de aangewezen beheersvennootschap inlichtingen doorgeven aan de Administratie der Douane en Accijnzen en btw-Administratie op hun verzoek.
Onverminderd artikel XI.281 en XV.113 kan de aangewezen beheersvennootschap inlichtingen doorgeven aan en krijgen van:
-de dienst Controle en Bemiddeling en van de FOD Economie;
-de beheersvennootschappen en collectieve beheerorganisaties die een gelijkaardige activiteit uitoefenen in het buitenland, mits wederkerigheid.
Art. XI.239
De Koning bepaalt bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de in de artikel XI.236 bedoelde vergoeding.
Deze vergoeding kan worden aangepast naar gelang van de betrokken sectoren.
De Koning bepaalt de nadere regels voor de inning en de verdeling van en de controle op die vergoeding, alsmede het tijdstip waarop ze verschuldigd is.
Onverminderd de internationale overeenkomsten, wordt de in artikel XI.236 bedoelde vergoeding toegewezen aan de auteurs. Deze bepaling is van dwingend recht.
De in artikel XI.236 bedoelde vergoeding waarop de auteurs recht hebben, is onoverdraagbaar.
Overeenkomstig de door Hem gestelde voorwaarden en de nadere regels, belast de Koning een beheersvennootschap die representatief is voor alle beheersvennootschappen en collectieve beheersorganisaties die in België de in artikel XI.235 en XI.236 bedoelde vergoeding beheren, met de inning en de verdeling van de vergoeding.
Het bedrag van deze vergoeding kan om de drie jaar worden herzien.
Indien de omstandigheden die het bepalen van het bedrag hebben gerechtvaardigd, kennelijk en duurzaam gewijzigd zijn, kan dit bedrag voor het verstrijken van de termijn van drie jaar worden herzien.
Indien de Koning het bedrag binnen de termijn van drie jaar herziet, motiveert Hij zijn beslissing door de wijziging van de initiële omstandigheden.