Alle wetboeken › WER

Boek XV - Rechtshandhaving › TITEL 3 - De strafrechtelijke handhaving van dit Wetboek en zijn uitvoeringsbesluiten › HOOFDSTUK 2 - De strafrechtelijk gesanctioneerde inbreuken...

Afdeling 8 - De straffen voor inbreuken op boek XI

XV.103–XV.114

Art. XV.103

§ 1.Wordt gestraft met een sanctie van niveau 6, hij die, in het economisch verkeer, met kwaadwillig of bedrieglijk opzet inbreuk maakt op de rechten van de houder van een product- of dienstmerk, van een uitvindingsoctrooi, van een aanvullend beschermingscertificaat, van een kwekersrecht, of van een tekening of model, zoals deze rechten bepaald worden door:

1) inzake merken:

a)artikel 2.20, eerste lid, a., b. en c., van het Benelux-Verdrag inzake intellectuele eigendom van 25 februari 2005 goedgekeurd bij de wet van 22 maart 2006;

b)artikel 9 van de Verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad van 26 februari 2009 inzake het Gemeenschapmerk;

2) inzake octrooien en aanvullende beschermingscertificaten:

a)artikel XI.29;

b)artikel 5 van de Verordening (EG) nr. 469/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende het aanvullend beschermingscertificaat voor geneesmiddelen;

c)artikel 5 van de Verordening (EG) nr. 1610/96 van 23 juli 1996 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de invoering van een aanvullend beschermingscertificaat voor gewasbeschermings-middelen;

3) inzake kwekersrecht:

a)de artikelen XI.113;

b)artikel 13 van de Verordening (EG) nr. 2100/94 van 27 juli 1994 van de Raad van de Europese Gemeenschappen inzake het communautair kwekersrecht;

4) inzake tekeningen of modellen:

a)artikel 3.16 van het Benelux-Verdrag inzake intellectuele eigendom van 25 februari 2005 goedgekeurd bij de wet van 22 maart 2006;

b)artikel 19 van de Verordening (EG) nr. 6/2002 van 12 december 2001 van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende Gemeenschapsmodellen.

Voor de toepassing van de vorige leden, moet worden geacht dat er inbreuk wordt gepleegd in het economisch verkeer vanaf het moment dat deze inbreuk gepleegd wordt in het kader van een commerciële activiteit waarvan de doelstelling is een economisch voordeel te realiseren.

§ 2.Paragraaf 1 van dit artikel is onder meer niet van toepassing op:

1) inzake merken:

a)de handelingen bepaald in artikel 2.23 van het Benelux-Verdrag inzake intellectuele eigendom van 25 februari 2005 goedgekeurd bij de wet van 22 maart 2006;

b)de handelingen bepaald in artikelen 12 en 13 van de Verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad van 26 februari 2009 inzake het Gemeenschapsmerk;

2) inzake octrooien en aanvullende beschermingscertificaten:

a)de handelingen bepaald in artikelen XI.32, XI.33, XI.34, § 1, en XI.36;

b)de handelingen die uitsluitend worden verricht in verband met noodzakelijke studies, testen en proeven overeenkomstig artikel 6bis, § 1, laatste lid, van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen;

3) inzake kwekersrecht:

a)de handelingen bepaald in de artikelen XI.114, XI.115, XI.116 en XI.117;

b)de handelingen bepaald in de artikelen 14, 15 en 16 van de Verordening (EG) nr. 2100/94 van 27 juli 1994 van de Raad van de Europese Gemeenschappen inzake het communautair kwekersrecht;

4) inzake tekeningen of modellen:

a)de handelingen bepaald in de artikelen 3.19 en 3.20 van het Benelux-Verdrag inzake intellectuele eigendom van 25 februari 2005 goedgekeurd door de wet van 22 maart 2006;

b)de handelingen bepaald in de artikelen 20 tot 23 van de Verordening (EG) nr. 6/2002 van 12 december 2001 van de Raad van de Europese Gemeenschappen betreffende Gemeenschaps-modellen.

Art. XV.104

De misdrijven bepaald in de artikelen XI.291, § 1, XI.292 en XI.293 worden gestraft met een sanctie van niveau 6.

Art. XV.105

De misdrijven bepaald in artikel XI. 304 worden gestraft met een gevangenisstraf van een sanctie van niveau 6.

Art. XV.106

De in de artikelen XI.316, § 1, XI.317 en XI.318 bepaalde misdrijven worden gestraft met een sanctie van niveau 6.

Art. XV.107

Wordt gestraft met een sanctie van niveau 1, diegene die zich met kwaadwillig of bedrieglijk opzet in het economisch verkeer onrechtmatig beroept op de hoedanigheid van houder of aanvrager van een product- of dienstmerk, van een uitvindingsoctrooi, een aanvullend beschermingscertificaat, een kwekersrecht, of een tekening of model.

Art. XV.108

Wordt gestraft met een sanctie van niveau 5, diegene die met kwaadwillig of bedrieglijk opzet, op om het even welke plaats, natuurlijke of rechtspersonen benadert om hen voor te stellen om:

-hetzij de inschrijving in niet-officiële registers of publicaties van de in artikel XV.103, § 1, bedoelde rechten uit te voeren, door hen te laten geloven dat desbetreffende inschrijving nodig is opdat de rechten zouden gevolgen hebben;

-hetzij om het even welke titel die zogenaamd uitvindingen of creaties zou beschermen te onderschrijven, maar die geen enkele nationale of internationale erkenning of officiële waarborg geniet, daarbij misbruik makend van het vertrouwen, de onwetendheid of de goedgelovigheid van deze personen.

Art. XV.109

Met een sanctie van niveau 4 worden gestraft, zij die met opzet de aangestelde beambten vermeld in artikel XI.43, § 2 en XI.128, § 2 vrijwillig verhinderen of beletten bij de uitvoering van de hen door dit Wetboek toevertrouwde opdracht.

Op valse aangifte staan dezelfde straffen.

Worden onder meer geacht het vervullen van de opdracht vrijwillig te beletten of te belemmeren, zij die:

1) weigeren de gevraagde inlichtingen of bescheiden mede te delen;

2) wetens en willens onjuiste inlichtingen of bescheiden bezorgen.

Art. XV.110

Met een sanctie van niveau 3 worden gestraft:

1°de gebruikers die met opzet de bepalingen van artikel XI.261, § 2, niet naleven;

2°de actoren uit de professionele kunsthandel die met opzet de uitoefening van het recht op informatie bedoeld in artikel XI.178, § 4, verhinderen of beletten.

Op valse aangifte staan dezelfde straffen.

Worden onder meer geacht de uitoefening van het recht op inlichtingen vrijwillig te beletten of te belemmeren, zij die:

1) weigeren de gevraagde inlichtingen of bescheiden mede te delen;

2) wetens en willens onjuiste inlichtingen of bescheiden bezorgen.

Art. XV.111

§ 1.In het geval dat het merk, het octrooi, het aanvullend beschermingscertificaat, het kwekersrecht, de tekening of het model waarvan de schending wordt ingeroepen, nietig werd verklaard, vervallen is of geschrapt werd door een gerechtelijke beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan of ten gevolge van een administratieve beslissing of de wil of de nalatigheid van de houder ervan, kan geen enkele straf worden uitgesproken voor handelingen die gesteld werden na de datum waarop de nietigheid, het verval of het teniet gaan van het recht van kracht is geworden.

§ 2.In afwijking van artikel 15 van het Wetboek van Strafvordering, als de beklaagde een uitzondering opwerpt die hij put uit de ongeldigheid, de nietigheid of het verval van het intellectuele eigendomsrecht waarvan de schending wordt ingeroepen en indien de bevoegdheid betreffende het onderzoek van deze vraag door de wet of door een verordening van de Europese Unie uitsluitend is voorbehouden aan een andere autoriteit, stelt de rechtbank haar vonnis hierover uit en kent zij hem een termijn toe om de gepaste vordering voor de bevoegde instantie in te stellen.

De verjaring van de strafvordering wordt geschorst totdat de vordering tot nietigverklaring, en de vordering tot vervallenverklaring zoals bedoeld in het eerste lid, of de vordering tot staking bepaald in artikelen XVII.2 en volgende van dit Wetboek, het voorwerp heeft uitgemaakt van een beslissing die in kracht van gewijsde is gegaan. Indien de bevoegde instantie de exceptie gegrond verklaart of indien de beslissing over de exceptie bij de zaak zelf wordt gevoegd, wordt de verjaring niet geschorst.

Art. XV.112

§ 1.Met een sanctie van niveau 4 worden gestraft, zij die de voorschriften overtreden voorzien door of krachtens de artikelen:

1°XI.247, § 1;

2°XI.248, § 6;

3°XI.248/7;

4°XI.248/9, § 2;

5°XI.250;

6°XI.257;

7°XI.258;

8°XI.273/17, § 1.

§ 2.Met een sanctie van niveau 4 worden gestraft, zij die met opzet de personen vermeld in artikel XV.25/4 hinderen of beletten bij de uitvoering van hun opdracht om overtredingen of niet-naleving van de bepalingen voorzien in § 1 op te sporen en vast te stellen.

§ 3.Met een sanctie van niveau 3 worden gestraft zij die in de hoedanigheid van commissaris of van onafhankelijke deskundige rekeningen, jaarrekeningen, balansen en resultaatsrekeningen of geconsolideerde rekeningen, periodieke staten, verrichtingen of inlichtingen hebben geattesteerd, goedgekeurd of bevestigd terwijl niet is voldaan aan de bepalingen van boek XI, titel 5, hoofdstuk 9, of van de uitvoeringsbesluiten, en zij daarvan kennis hebben.

§ 4.Met een sanctie van niveau 3 worden gestraft zij die de bijdragen verschuldigd aan het organiek fonds voor de controle van de vennootschappen voor het beheer van rechten niet, niet volledig of niet tijdig betalen.

§ 5.Wanneer de feiten voorgelegd aan de rechtbank het voorwerp zijn van een vordering tot staking, kan maar over de strafvordering beslist worden nadat een in kracht van gewijsde gegane beslissing is genomen over de vordering tot staking.

Art. XV.113

Met een sanctie van niveau 4 worden gestraft, zij die het in artikel XI.281 voorziene beroepsgeheim schenden.

Art. XV.114

Met een sanctie van niveau 1 wordt gestraft, diegene die in het economisch verkeer de titel van "octrooigemachtigde", "mandataire en brevets" of "Patentanwalt" voert, buiten de omstandigheden bedoeld in artikel XI.75/12.

Met een sanctie van niveau 1 wordt eveneens gestraft, diegene die in het economisch verkeer een beroepstitel voert die verbonden is aan de beroepsuitoefening van Europees octrooigemachtigde zoals bedoeld in artikel XI.75/12, buiten de omstandigheden bedoeld in hetzelfde artikel.