Alle wetboeken › WER

Boek XI - Intellectuele eigendom en bedrijfsgeheimen › Titel 5 - Auteursrecht en naburige rechten

HOOFDSTUK 10 - Transparantie van het auteursrecht en de naburige rechten

XI.274–XI.288

Art. XI.274

<Opgeheven bij W 2016-06-29/01, art. 28, 036; Inwerkingtreding: 16-07-2016>

Art. XI.275

<Opgeheven bij W 2016-06-29/01, art. 28, 036; Inwerkingtreding: 16-07-2016>

Art. XI.276

<Opgeheven bij W 2016-06-29/01, art. 28, 036; Inwerkingtreding: 16-07-2016>

Art. XI.277

<Opgeheven bij W 2016-06-29/01, art. 28, 036; Inwerkingtreding: 16-07-2016>

Art. XI.278

<Opgeheven bij W 2016-06-29/01, art. 28, 036; Inwerkingtreding: 16-07-2016>

Art. XI.279

§ 1.De Controledienst oefent toezicht uit op de toepassing door de beheersvennootschappen:

1°van deze titel en van de uitvoeringsbesluiten ervan; en,

2°van hun statuten en hun regels van tarifering, inning en verdeling.

§ 2.De Controledienst ziet toe op de toepassing door de collectieve beheerorganisaties bedoeld in artikel XI, 246, § 1, tweede lid met betrekking tot hun activiteiten op het Belgisch grondgebied:

1°van de bepalingen opgesomd in artikel XI.246, § 1, tweede lid, en van de uitvoeringsbesluiten ervan;

2°van hun statuten en hun regels inzake tarifering, inning en verdeling; en

3°van de bepalingen van de hoofdstukken 1 tot 8 en 11 van deze titel toepasselijk op de exploitatiewijzen waarvoor de collectieve beheerorganisaties bedoeld in artikel XI.246, § 1, tweede lid, de rechten in België beheren.

De Controledienst ziet toe op de toepassing door de collectieve beheerorganisaties die geen bijkantoor in België hebben, met betrekking tot hun activiteiten op het Belgisch grondgebied:

1°van hun regels inzake tarifering, inning en verdeling; en

2°van de bepalingen van de hoofdstukken 1 tot 8 en 11 van deze titel toepasselijk op de exploitatiewijzen waarvoor de collectieve beheerorganisaties bedoeld in dit lid, de rechten in België beheren.

§ 3.De Controledienst ziet toe op de toepassing door de in België gevestigde onafhankelijke beheerentiteiten:

1°van de in artikel XI.246, § 1, derde lid, opgesomde bepalingen en van de uitvoeringsbesluiten ervan, en

2°van de bepalingen van de hoofdstukken 1 tot 8 en 11 van deze titel toepasselijk op de exploitatiewijzen waarvoor de in België gevestigde onafhankelijke beheerentiteiten de rechten beheren.

De Controledienst ziet toe op de toepassing door de in een andere lidstaat van de Europese Unie gevestigde onafhankelijke beheerentiteiten die een bijkantoor in België hebben, met betrekking tot hun activiteiten op het Belgisch grondgebied:

1°van de bepalingen opgesomd in artikel XI.246, § 1, vierde lid, en van de uitvoeringsbesluiten ervan; en

2°van de bepalingen van de hoofdstukken 1 tot 8 en 11 van deze titel toepasselijk op de exploitatiewijzen waarvoor de in het eerste lid bedoelde beheerentiteiten de rechten in België beheren.

De Controledienst ziet toe op de toepassing door de in een andere lidstaat van de Europese Unie gevestigde onafhankelijke beheerentiteiten die geen bijkantoor in België hebben, met betrekking tot hun activiteiten op het Belgisch grondgebied van de bepalingen van de hoofdstukken 1 tot 8 en 11 van deze titel toepasselijk op de exploitatiewijzen waarvoor de in het eerste lid bedoelde beheerentiteiten de rechten in België beheren.

§ 4.De vennoten van een beheersvennootschap, leden van een collectieve beheerorganisatie, rechthebbenden, gebruikers, beheersvennootschappen, collectieve beheerorganisaties en andere belanghebbende partijen kunnen de Controledienst in kennis stellen van activiteiten of omstandigheden die, volgens hen, een inbreuk op de bepalingen bedoeld in de paragrafen 1 en 3 vormen.

§ 5.Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van gerechtelijke politie, zijn de ambtenaren van de Controledienst, hiertoe aangewezen door de minister, eveneens bevoegd voor het opsporen en vaststellen van de inbreuken bedoeld in artikel XV.112.

Art. XI.279/1

§ 1.Een verzoek om informatie uitgaande van een daartoe aangewezen instantie van een andere lidstaat van de Europese Unie aangaande zaken met betrekking tot de activiteiten van de beheersvennootschappen wordt onverwijld door de Controledienst beantwoord mits het verzoek naar behoren gemotiveerd is.

De Controledienst die een verzoek ontvangt als bedoeld in het eerste lid, van een instantie van een andere lidstaat aangaande een beheersvennootschap, geeft binnen drie maanden een gemotiveerd antwoord.

§ 2.Wanneer de Controledienst van oordeel is dat een collectieve beheerorganisatie of een onafhankelijke beheerentiteit die in een andere lidstaat gevestigd is, maar op Belgisch grondgebied actief is, mogelijkerwijs niet voldoet aan de bepalingen van het nationale recht ter uitvoering van richtlijn 2012/26/EU van de lidstaat waar die beheerorganisatie of beheerentiteit gevestigd is, kan zij alle relevante informatie doorgeven aan de bevoegde instantie van de lidstaat waar de genoemde organisatie of entiteit gevestigd is, eventueel vergezeld, waar toepasselijk van een verzoek aan die instantie om onder haar bevoegdheid vallende passende maatregelen te nemen.

§ 3.De aangelegenheden als bedoeld in § 2, kunnen eveneens door de Controledienst worden verwezen naar de overeenkomstig artikel 41 van de richtlijn 2014/26/EU opgerichte groep van deskundigen.

Art. XI.280

De beheersvennootschappen moeten alle gegevens betreffende het beheer van de rechten bewaren, hetzij op de maatschappelijke zetel, hetzij op enige andere plaats die de minister of de daartoe aangestelde ambtenaar vooraf heeft toegestaan.

De collectieve beheerorganisaties bedoeld in artikel XI.246, § 1, tweede lid, moeten alle gegevens betreffende het beheer van de rechten bewaren hetzij in het Belgische bijkantoor hetzij op enige andere plaats die de minister of de daartoe aangestelde ambtenaar vooraf heeft toegestaan.

In het geval van de collectieve beheerorganisaties, betreft de verplichting bedoeld in het vorige lid de documenten met betrekking tot het beheer van de rechten ontstaan in België en van de rechten van de rechthebbenden gevestigd of verblijvend in België.

Onverminderd andere wettelijke bepalingen die een langere termijn voorschrijven, bedraagt de termijn gedurende welke de in het eerste en het tweede lid bedoelde documenten moeten worden bewaard, tien jaar te rekenen vanaf de inverdelingstelling van de bedragen waarop zij betrekking hebben.

Art. XI.281

De personeelsleden van de beheersvennootschappen, van de onafhankelijke beheerentiteiten gevestigd in België, van de bijkantoren in België van collectieve beheerorganisaties en van onafhankelijke beheerentiteiten gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie en alle andere personen die betrokken zijn bij de inning van de krachtens de hoofdstukken 5 tot 9 verschuldigde vergoedingen, moeten het beroepsgeheim bewaren over alle inlichtingen waarvan ze kennis hebben door of naar aanleiding van de uitvoering van hun opdracht.

Art. XI.282

§ 1.Binnen de FOD Economie wordt een comité opgericht met als doel:

1°het overleg te organiseren voor de uitwerking van de uitvoeringsmaatregelen van de bepalingen van hoofdstuk 9;

2°een overleg over de toepassing van de bepalingen van titel 5 inzake de audiovisuele werken, tussen de in de audiovisuele sector betrokken milieus, te organiseren.

§ 2.Dit comité vergadert ten minste een maal per jaar en is samengesteld uit vertegenwoordigers:

1°van beheersvennootschappen die gemachtigd zijn hun activiteiten op het Belgische grondgebied uit te oefenen;

2°van organisaties die de auteurs, uitvoerende kunstenaars, producenten van audiovisuele werken of omroeporganisaties vertegenwoordigen;

3°van organisaties die de debiteuren van de rechten vertegenwoordigen, aangewezen door de minister;

4°van organisaties die de consumenten vertegenwoordigen, aangewezen door de minister;

5°van het Instituut der bedrijfsrevisoren;

6°van de Commissie voor de Boekhoudkundige Normen.

§ 3.De leden van het overlegcomité die door de minister aangeduid worden als vertegenwoordigers van de auteurs, uitvoerende kunstenaars, producenten, omroeporganisaties en gebruikers van audiovisuele werken, kunnen:

1°overleggen over de toepassing van de bepalingen van titel 5, m.b.t. de audiovisuele werken;

2°overeenkomstig de procedure bepaald door de Koning, collectieve overeenkomsten inzake de exploitatie van audiovisuele werken, sluiten.

De collectieve overeenkomsten bepaald in punt 2° kunnen bij koninklijk besluit algemeen verbindend verklaard worden ten aanzien van derden. De minister kan weigeren de Koning voor te stellen een collectieve overeenkomst bindend te maken op grond van het feit dat die overeenkomst kennelijk onwettige bepalingen bevat, of bepalingen die indruisen tegen het algemeen belang. Hij brengt de leden bepaald in het eerste lid op de hoogte van de redenen daarvoor.

Binnen de zes maanden na de inwerkingtreding van de huidige bepaling, en vervolgens elke twee jaar, richt het overlegcomité, dat is samengesteld uit leden die door de minister aangeduid worden als vertegenwoordigers van de auteurs, uitvoerende kunstenaars, producenten, omroeporganisaties en gebruikers van audiovisuele werken, een advies aan de minister over de toepassing van de bepalingen van titel 5, inzake de audiovisuele werken, en in het bijzonder inzake de artikelen XI.182, XI.183 en XI.206.

§ 4.De Koning bepaalt de samenstelling, de benoemingsvoorwaarden van de leden, alsook de organisatie en werking van het comité.

De minister duidt in het overlegcomité de leden aan die de auteurs, uitvoerende kunstenaars, producenten, omroeporganisaties en gebruikers van audiovisuele werken vertegenwoordigen en die gerechtigd zijn om de collectieve overeenkomsten bedoeld in paragraaf 3 te onderhandelen.

Art. XI.283

De bepalingen van hoofdstuk 9 en van afdeling 2 van dit hoofdstuk zullen door de Dienst worden geëvalueerd in het vierde jaar na de datum van inwerkingtreding van de wet van 10 december 2009 tot wijziging van de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten wat het statuut van en de controle op de vennootschappen voor het beheer van de rechten betreft.

Het verslag van deze evaluatie wordt door de minister overgezonden aan de Kamer van volksvertegenwoordigers.

Art. XI.284

Om het belang van het auteursrecht en de naburige rechten voor de economie in zijn geheel of voor bepaalde economische sectoren te evalueren, vervult de FOD Economie, op verzoek van de minister of van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, of op eigen initiatief, de volgende taken:

1°verzamelen, verwerken en analyseren van de statistische gegevens betreffende het auteursrecht en de naburige rechten;

2°observeren en analyseren van de markt van het auteursrecht en de naburige rechten;

3°uitvoeren van economische analyses;

4°organiseren van publieke raadplegingen;

5°uitwerken van een gegevensbank van nationale, Europese of internationale studies betreffende het economische belang van het auteursrecht en de naburige rechten, die door of op aanvraag van een autoriteit of de betrokken milieus werden uitgevoerd;

6°uitbrengen van adviezen aan de minister, in het kader van zijn analyseopdracht in verband met het economische belang van het auteursrecht en de naburige rechten.

Voor de uitvoering van de opdrachten, nader bepaald in 1°, 2°, 3°, 4° en 5°, kan de FOD Economie alleen handelen, of de taken toevertrouwen aan een derde die garantie op onafhankelijkheid en objectiviteit biedt.

Art. XI.285

De FOD Economie, of de derde die hij aanwijst, kan van ambtswege aan de natuurlijke personen en aan de fysieke personen en rechtspersonen van publiek- en privaatrecht elke informatie vragen, die nuttig kan zijn voor de uitvoering van de in artikel XI.284 gedefinieerde taken.

De Koning bepaalt de manier waarop en de termijnen waarbinnen die informatie door de FOD Economie moet worden aangevraagd en aan hem moet worden verstrekt door de fysieke personen en rechtspersonen van publiek- en privaatrecht.

De fysieke personen en rechtspersonen van publiek- en privaatrecht verstrekken op verzoek van de FOD Economie, of van de door hem aangewezen derde, een kopie van de licentieovereenkomsten die ze hebben gesloten bij toepassing van deze titel, zowel met de beheersvennootschappen als met andere personen, alsook de informatie betreffende de uitvoering van deze overeenkomsten.

De leden van de FOD Economie of van de derde die hij aanwijst, die belast zijn met het verzamelen of analyseren van de gegevens, zijn gebonden aan de vertrouwelijkheidsplicht ten opzichte van de individuele gegevens die ze behandelen. Die gegevens en informatie mogen enkel op anonieme en geaggregeerde wijze worden gepubliceerd.

De informatie die op grond van dit artikel werd verkregen kan niet worden gebruikt voor een ander doel of reden dan de economische analyse van het autuersrecht en de naburige rechten.

Art. XI.286

§ 1.Onverminderd de paragrafen 2 en 3 en artikel XI.288, zijn de ambtenaren van de Controledienst gehouden tot een vertrouwelijkheidsplicht ten aanzien van vertrouwelijke informatie waarvan zij kennis hebben in het kader van de uitoefening van hun functie. Zij mogen na de beëindiging van hun functie gedurende één jaar geen enkele functie uitoefenen in een vennootschap die onderworpen is aan de controle bepaald in hoofdstuk 9 of in een grote vennootschap in de zin van artikel 15 van het Wetboek van Vennootschappen waarvan meer dan de helft van de bedrijfsopbrengsten rechtstreeks voortvloeien uit de exploitatie in België van beschermde werken of prestaties.

§ 2.De Controledienst kan zich bij het verrichten van de opdrachten die hem zijn toegekend, laten bijstaan door onafhankelijke deskundigen die aan hem verslag uitbrengen. Deze deskundigen zijn gehouden tot een vertrouwelijkheidsplicht ten aanzien van vertrouwelijke informatie waarvan zij kennis hebben in het kader van de uitoefening van hun opdracht.

§ 3.De Controledienst kan:

1°vertrouwelijke gegevens meedelen in het kader van gerechtelijke procedures ingesteld nadat een rechtspersoon failliet is verklaard of een gerechtelijke reorganisatie heeft verkregen;

2°vertrouwelijke gegevens meedelen over de rechtspersonen of de natuurlijke personen:

a)op bevel van een rechtbank;

b)aan de Belgische of Europese autoriteiten belast met het toezicht op de naleving van de wetgeving inzake de bescherming van de economische mededinging;

c)aan de organen betrokken bij de vereffening en het faillissement van rechtspersonen of bij andere soortgelijke procedures;

d)aan de personen belast met de wettelijke controle van de rekeningen van rechtspersonen;

e)aan de autoriteiten belast met het toezicht op de organen betrokken bij de vereffening en het faillissement van rechtspersonen of bij andere soortgelijke procedures.

Gegevens mogen slechts meegedeeld worden met het oog op de uitoefening door de ontvanger ervan van zijn wettelijke opdracht zoals omschreven in het eerste lid.

Voor zover dit voor de ontvanger van de informatie die meegedeeld werd door de Controledienst geen afbreuk doet aan de vervulling van zijn opdracht, wordt een kopie hiervan meegedeeld aan de betrokken rechtspersoon of natuurlijke persoon.

Art. XI.287

§ 1.Er wordt een organiek fonds opgericht voor de transparantie van het auteursrecht en de naburige rechten.

De ontvangsten toegewezen aan het fonds bedoeld in het eerste lid, alsook de mogelijke uitgaven ten laste van het fonds, zijn vermeld bij het genoemde fonds, in de bij organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen gevoegde tabel.

§ 2.Om het fonds bedoeld in paragraaf 1 te spijzen en volgens de nadere regels bepaald door de Koning zijn de beheersvennootschappen, de collectieve beheerorganisaties bedoeld in artikel XI.246, § 1, tweede lid, de onafhankelijke beheerentiteiten bedoeld in artikel XI.246, § 1, derde en vierde lid, ertoe gehouden een jaarlijkse bijdrage te betalen.

In geval van intrekking van de vergunning in toepassing van boek XV, blijven de beheersvennootschap en de collectieve beheerorganisaties onderworpen aan de verplichting tot bijdrage tot 31 december van het jaar waarin de beslissing van intrekking in werking is getreden.

In geval van doorhaling bij de Kruispuntbank voor ondernemingen van haar maatschappelijke zetel of van haar bijkantoor, blijft de onafhankelijke beheerentiteit onderworpen aan de bijdrage tot 31 december van het jaar tijdens hetwelk de doorhaling plaats heeft.

De jaarlijkse bijdrage is eenmalig en ondeelbaar verschuldigd.

§ 3.De bijdrage van elke beheersvennootschap, collectieve beheerorganisatie en onafhankelijke beheerentiteit, bedoeld in paragraaf 2, wordt berekend op grond van de auteursrechten en van de naburige rechten die ze int op het nationale grondgebied en op grond van de auteursrechten en van de naburige rechten die ze in het buitenland int voor rekening van personen die op het nationale grondgebied verblijven.

§ 4.De bijdrage verschuldigd door iedere beheersvennootschap, collectieve beheerorganisatie en onafhankelijke beheerentiteit, bedoeld in paragraaf 2 bestaat in een percentage van de berekeningsgrondslag zoals bepaald in paragraaf 3.

Onverminderd het derde lid moet het percentage aan de volgende voorwaarden voldoen:

1°gelijk zijn voor alle beheersvennootschappen;

2°gelijk zijn voor alle collectieve beheerorganisaties bedoeld in artikel XI.246, § 1, tweede lid;

3°gelijk zijn voor alle onafhankelijke beheerentiteiten bedoeld in artikel XI.246, § 1, derde en vierde lid;

4°ervoor zorgen dat met de totale opbrengst van de bijdragen het geheel van de kosten kan worden gedekt die voortvloeien uit het toezicht op grond van dit hoofdstuk;

5°0,4 % van de berekeningsgrondslag bepaald in paragraaf 3 niet overschrijden.

De Koning bepaalt het percentage van de berekeningsbasis, in overeenstemming met de voorwaarden bepaald in het vorige lid. Dit percentage kan verschillend zijn voor de beheersvennootschappen, de collectieve beheerorganisaties en de onafhankelijke beheerentiteiten.

Het percentage mag 0,1 % niet overschrijden van de in paragraaf 3 bepaalde berekeningsgrondslag, voor de bijdrage verschuldigd door de beheersvennootschappen die representatief zijn voor alle beheersvennootschappen en collectieve beheersorganisaties, aangeduid door de Koning overeenkomstig de artikelen XI.229, vijfde lid, XI.239, achtste lid, XI.242, derde lid en XI.244, vierde lid, voor wat betreft de vergoedingsrechten geïnd door deze vennootschappen, respectievelijk bepaald in de artikelen XI.229, XI.235, XI.236, XI.240 en XI.243.

§ 5.Zijn niet begrepen in de in paragraaf 3 bepaalde berekeningsgrondslag, de rechten geïnd door beheersvennootschappen, collectieve beheerorganisaties of onafhankelijke beheerorganisaties bedoeld in § 2 voor zover:

1°die rechten uitsluitend betrekking hebben op exploitatiedaden verricht in het buitenland;

2°de rechten integraal moeten worden doorgestort, in voorkomend geval na inhouding van een commissie voor het beheer, door de beheersvennootschap, de collectieve beheerorganisatie bedoeld in artikel XI.246, § 1, tweede lid of de onafhankelijke beheerentiteit bedoeld in artikel XI.246, § 1, derde en vierde lid, naar één of meer beheervennootschappen, collectieve beheerorganisaties of onafhankelijke beheerentiteiten in het buitenland; en

3°enkel de beheersvennootschap of beheersvennootschappen, collectieve beheerorganisaties en onafhankelijke beheerentiteiten bedoeld in 2° die de zetel van hun economische bedrijvigheid in het buitenland hebben, voor de verdeling van deze rechten instaan.

§ 6.Het organieke fonds mag een debetstand vertonen mits deze debetstand nog in de loop van hetzelfde begrotingsjaar wordt aangezuiverd in functie van de verwezenlijkte ontvangsten zodat het begrotingsjaar met een positief saldo kan worden afgesloten.

§ 7.Onverminderd de andere sancties bepaald door dit Wetboek, kan de minister van Financiën op verzoek van de minister, de Federale Overheidsdienst Financiën belasten met de invordering van de onbetaald gebleven bijdragen.

Art. XI.288

Jaarlijks publiceert de FOD Economie een activiteitenverslag betreffende het auteursrecht en de naburige rechten. Dit verslag omvat een onderdeel "wetgeving", een onderdeel "controle",... en een onderdeel "economische analyse". Het verslag biedt een overzicht van de activiteiten die gedurende het jaar werden uitgeoefend door de FOD Economie.

Het onderdeel "controle" zal per categorie van werken en exploitatiewijzen een onderscheid maken tussen de vragen om inlichtingen, de klachten van debiteuren en van rechthebbenden en de ambtshalve tussenkomsten van de Controledienst alsmede hun resultaten. De gegronde klachten worden bekendgemaakt per beheersvennootschap. Het verslag geeft een getrouw beeld van de sector van het collectief beheer en zal verslag uitbrengen van de specifieke rol en de financiële toestand van de beheersvennootschappen alsook van de recente ontwikkelingen binnen deze sector.

Het verslag wordt meegedeeld aan de minister. Eveneens wordt het verslag op de website van de FOD Economie gepubliceerd.