Alle wetboeken › WER

BOEK I - Definities › Titel 2 - Definities eigen aan bepaalde boeken

HOOFDSTUK 9 - Definities eigen aan boek XI

I.13–I.17/1

Art. I.13

Voor de toepassing van boek XI gelden de volgende definities:

1°Verdrag van Parijs: het Verdrag tot bescherming van de industriële eigendom ondertekend te Parijs op 20 maart 1883 en goedgekeurd bij de wet van 5 juli 1884, inbegrepen iedere herzieningsakte die door België werd bekrachtigd;

2°Berner Conventie: de Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst van 9 september 1886, aangevuld te Parijs op 4 mei 1896, herzien te Berlijn op 13 november 1908, aangevuld te Bern op 20 maart 1914, herzien te Rome op 2 juni 1928, te Brussel op 26 juni 1948, te Stockholm op 14 juli 1967 en te Parijs op 24 juli 1971, gedaan te Parijs op 24 juli 1971;

3°TRIPs-Overeenkomst: de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom, opgenomen als Annex 1C bij het Akkoord tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie, ondertekend te Marrakesh op 15 april 1994 en goedgekeurd bij de wet van 23 december 1994;

4°Wereldhandelsorganisatie: de organisatie opgericht door het Akkoord tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie, ondertekend op 15 april 1994 te Marrakesh en goedgekeurd bij wet van 23 december 1994;

5°Dienst: de Dienst voor de Intellectuele Eigendom bij de Federale Overheidsdienst Economie;

6°databank: een verzameling van werken, gegevens of andere zelfstandige elementen, systematisch of methodisch geordend, en afzonderlijk met elektronische middelen of anderszins toegankelijk;

7°technische voorzieningen: technologie, inrichtingen of onderdelen die in het kader van hun normale werking dienen voor het voorkomen of beperken van handelingen ten aanzien van werken of prestaties of databanken, die door de houders van auteursrechten of naburige rechten of producenten van databanken niet zijn toegestaan;

8°Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie: Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie ingesteld door artikel 2 van Verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake het Uniemerk;

9°onderzoeksorganisatie: een universiteit, inclusief de bibliotheken ervan, een onderzoeksinstelling of een andere entiteit die hoofdzakelijk tot doel heeft wetenschappelijk onderzoek te verrichten of onderwijsactiviteiten te verrichten die ook de verrichting van wetenschappelijk onderzoek omvatten:

a)zonder winstoogmerk of door herinvestering van alle winst in haar wetenschappelijk onderzoek, of

b)op grond van een door een lidstaat erkende taak van algemeen belang;

op zodanige wijze dat de toegang tot de door zulk wetenschappelijk onderzoek voortgebrachte resultaten niet op preferentiële basis kan worden aangewend door een onderneming die een beslissende invloed heeft op dit soort organisatie;

10°tekst- en datamining: een geautomatiseerde analysetechniek die gericht is op de ontleding van tekst en gegevens in digitale vorm om informatie te genereren zoals, maar niet uitsluitend, patronen, trends en onderlinge verbanden;

11°werken of prestaties die permanent deel uitmaken van de collectie van een voor het publiek toegankelijke bibliotheek of een voor het publiek toegankelijk museum, een archief of een instelling voor cinematografisch of audio(visueel) erfgoed: werken, prestaties, of hun kopieën, die eigendom of permanent in het bezit zijn van de desbetreffende voor het publiek toegankelijke bibliotheek, van het desbetreffend voor het publiek toegankelijk museum of van het desbetreffend archief of instelling voor cinematografisch of audio(visueel) erfgoed;

12°werken of prestaties die niet of niet meer in de handel zijn: een werk of een prestatie waarvan te goeder trouw kan worden aangenomen dat het hele werk of de hele prestatie niet beschikbaar is voor het publiek via de gebruikelijke handelskanalen, nadat een redelijke inspanning is geleverd om te controleren of het beschikbaar is voor het publiek.

Art. I.14

Voor de toepassing van boek XI, titels 1 en 2, gelden de volgende definities:

1°Samenwerkingsverdrag: het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien, opgemaakt te Washington op 19 juni 1970 en goedgekeurd door de wet van 8 juli 1977;

2°Europees Octrooiverdrag: het Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien, opgemaakt te München op 5 oktober 1973, goedgekeurd bij de wet van 8 juli 1977, zoals gewijzigd door de Akte tot herziening van het Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien, aangenomen te München op 29 november 2000 en goedgekeurd bij wet van 21 april 2007;

3°wet van 10 januari 1955: de wet betreffende de bekendmaking en de toepassing der uitvindingen en fabrieksgeheimen die de verdediging van het grondgebied of de veiligheid van de Staat aangaan;

4°Europees Octrooibureau: het Europees Octrooibureau ingesteld door het Europees Octrooiverdrag;

5°register: het register van de uitvindingsoctrooien en van de aanvullende beschermingscertificaten;

6°verzameling: de Verzameling van de uitvindingsoctrooien en van de aanvullende beschermingscertificaten;

7°biologisch materiaal: materiaal dat genetische informatie bevat en zichzelf kan repliceren of in een biologisch systeem kan worden gerepliceerd;

8°microbiologische werkwijze: iedere werkwijze waarbij microbiologisch materiaal wordt gebruikt, die op microbiologisch materiaal ingrijpt of die microbiologisch materiaal als resultaat heeft;

9°werkwijze van wezenlijk biologische aard voor de voortbrenging van planten of dieren: werkwijze voor de voortbrenging van planten of dieren die geheel bestaat uit natuurlijke verschijnselen zoals kruisingen of selecties;

10°geschrift: een opeenvolging van duidelijke, gehandtekende en toegankelijke tekens die nadien geraadpleegd kunnen worden ongeacht hun drager en hun wijze van overdracht;

11°handtekening: een geschreven of elektronische handtekening. Wanneer de handtekening elektronisch is, bepaalt de Koning de techniek(en) die toelaten te veronderstellen dat de identiteit van de ondertekenaar en de integriteit van zijn akte zijn gegarandeerd;

12°verordening 1257/2012: De Verordening nr. 1257/2012 van 17 december 2012 van het Europees Parlement en de Raad tot het uitvoering geven aan een nauwere samenwerking op het gebied van de instelling van eenheidsoctrooibescherming;

13°het Europees octrooi: een octrooi dat door het Europees Octrooibureau ("EOB") volgens de regels en procedures zoals vastgelegd in het Europees Octrooiverdrag is verleend, onafhankelijk van het feit of het Europees octrooi eenheidswerking geniet krachtens de verordening 1257/2012.

14°het Europees octrooi met eenheidswerking: het Europees octrooi dat eenheidswerking geniet krachtens de verordening 1257/2012;

15°het Europees octrooi zonder eenheidswerking: het Europees octrooi dat geen eenheidswerking heeft krachtens de Verordening 1257/2012;

16°het eengemaakt octrooigerecht: het gerecht gemeenschappelijk aan de overeenkomstsluitende lidstaten dat werd ingesteld door de Overeenkomst betreffende de oprichting van een eengemaakt octrooigerecht, ondertekend op 19 februari 2013;

17°octrooigemachtigde: de natuurlijke persoon die beroepshalve adviestaken inzake uitvindingsoctrooien uitoefent en derden vertegenwoordigt voor de Dienst, met uitzondering van de werknemers bedoeld in artikel XI.62, § 6, en de advocaten bedoeld in artikel XI.64/2.

Art. I.15

Voor de toepassing van boek XI, titel 3, gelden de volgende definities:

1°ras: een plantengroep van een botanische taxon van de laagst bekende rang die, ongeacht of volledig wordt voldaan aan de voorwaarden voor het verlenen van een kwekersrecht, kan worden:

-gedefinieerd aan de hand van de expressie van de eigenschappen die het resultaat is van een bepaald genotype of van een bepaalde combinatie van genotypen,

-onderscheiden van elke andere plantengroep op grond van de expressie van ten minste één van die eigenschappen, en

-beschouwd als een eenheid, gezien zijn geschiktheid om onveranderd te worden vermeerderd;

2°rascomponenten: de volledige planten of plantendelen, voor zover die delen volledige planten kunnen voortbrengen;

3°geschrift: een opeenvolging van duidelijke, gehandtekende en toegankelijke tekens die nadien geraadpleegd kunnen worden ongeacht hun drager en hun wijze van overdracht.

Art. I.16

§ 1.Voor de toepassing van boek XI, titel 5, gelden de volgende definities:

1°Controledienst: de controledienst van de vennootschappen voor het beheer van auteursrechten en naburige rechten bij de Federale Overheidsdienst Economie;

2°rechtmatig gebruiker: eenieder die handelingen verricht welke door de auteur of bij wet zijn toegestaan;

3°doorgifte via de kabel: de gelijktijdige, ongewijzigde en integrale doorgifte, door middel van een kabel- of microgolfsysteem, aan het publiek, van een eerste uitzending, al dan niet via de ether, ook per satelliet, van televisie- of radioprogramma's die voor ontvangst door het publiek bestemd zijn, ongeacht de wijze waarop de exploitant van doorgiftediensten via de kabel de programmadragende signalen van de omroeporganisatie met het oog op doorgifte verkrijgt;

3°/1 doorgifte: de gelijktijdige, ongewijzigde en integrale doorgifte, anders dan de doorgifte via de kabel, die bedoeld is voor ontvangst door het publiek, van een eerste uitzending van televisie- of radioprogramma's die voor ontvangst door het publiek zijn bedoeld, wanneer deze eerste uitzending wordt verricht per draad of via de ether, met inbegrip van satellietuitzending, maar niet via online-uitzending, mits:

a)de doorgifte wordt verricht door een andere partij dan de omroeporganisatie die de eerste uitzending heeft gedaan of onder controle of verantwoordelijkheid waarvan die eerste uitzending plaatsvond, ongeacht de wijze waarop de partij die de doorgifte verricht de programmadragende signalen van de omroeporganisatie met het oog op doorgifte verkrijgt; en

b)indien de doorgifte via een internettoegangsdienst als gedefinieerd in artikel 2, tweede alinea, punt 2, van Verordening (EU) 2015/2120 geschiedt, zij in een beheerde omgeving wordt verricht.

Een beheerde omgeving is een omgeving waarin een exploitant van een doorgiftedienst een beveiligde doorgifte verricht aan bevoegde gebruikers;

4°beheersvennootschap: iedere in België gevestigde vennootschap die bij wet of door middel van overdracht, licentieverlening of een andere contractuele regeling gemachtigd is om, als haar enig doel of een van hoofddoelen, auteursrechten of naburige rechten te beheren namens meer dan één rechthebbende en in het gezamenlijk belang van die rechthebbenden, en die eigendom is of onder zeggenschap staat van haar leden;

5°collectieve beheerorganisatie: iedere organisatie die gevestigd is in een andere lidstaat van de Europese Unie die bij wet of door middel van overdracht, licentieverlening of een andere contractuele regeling gemachtigd is om, als haar enig doel of hoofddoel, auteursrechten of naburige rechten te beheren namens meer dan één rechthebbende en in het gezamenlijk belang van die rechthebbenden en die aan één of beide van de onderstaande criteria voldoet:

a)ze is eigendom van of staat onder zeggenschap van haar leden;

b)ze treedt op zonder winstoogmerk;

6°onafhankelijke beheerentiteit: een organisatie gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie die bij wet of door middel van overdracht, licentieverlening of een andere contractuele regeling is gemachtigd om, als haar enig doel of hoofddoel, auteursrechten of naburige rechten te beheren namens meer dan één rechthebbende en in het gezamenlijk belang van die rechthebbenden en die direct noch indirect, geheel noch gedeeltelijk eigendom is van, noch onder zeggenschap staat van rechthebbenden, en die met winstoogmerk optreedt.

7°directe injectie: een technisch proces waarin een omroeporganisatie haar programmadragende signalen overbrengt aan een distributeur van signalen, op zodanige wijze dat de programmadragende signalen tijdens die overbrenging niet toegankelijk zijn voor het publiek;

8°ondersteunende onlinedienst: een onlinedienst bestaande in het aanbieden aan het publiek, door of onder controle en verantwoordelijkheid van een omroeporganisatie, van televisie- of radioprogramma's gelijktijdig met of voor een bepaalde periode na de uitzending ervan door de omroeporganisatie, alsmede van materiaal dat een ondersteuning vormt voor die uitzending.

§ 1/1.Voor de toepassing van boek XI, titel 5, hoofdstuk 2, artikelen XI.190, 18° en 19°, XI.217, 17° en 18°, en hoofdstuk 8/2, evenals titel 6, artikel XI.299, § 4, en titel 7, hoofdstuk 3, artikel XI.310, § 2, gelden de volgende definities:

1°werk of prestatie: een werk in de vorm van een boek, dagblad, krant, tijdschrift of ander soort geschrift, notaties met inbegrip van bladmuziek en daarmee samenhangende illustraties, op om het even welke drager, met inbegrip van audioformaten, zoals luisterboeken, en digitale formaten, dat wordt beschermd door het auteursrecht of naburige rechten en dat is gepubliceerd of op een andere geoorloofde wijze algemeen beschikbaar is gesteld;

2°begunstigde: onverminderd andere handicaps, een persoon:

a)die blind is;

b)met een visuele handicap die niet zodanig kan worden verbeterd dat de persoon het gezichtsvermogen krijgt dat wezenlijk gelijkwaardig is aan dat van een persoon zonder een dergelijke handicap en die ten gevolge daarvan niet in staat is in wezenlijk dezelfde mate als een persoon zonder een dergelijke handicap gedrukte werken te lezen;

c)met een waarnemings- of leeshandicap en die ten gevolge daarvan niet in staat is in wezenlijk dezelfde mate als een persoon zonder een dergelijke handicap gedrukte werken te lezen; of

d)die, ten gevolge van een fysieke handicap, niet in staat is een boek vast te houden of te hanteren, dan wel scherp te zien of zijn ogen te bewegen in een mate die gewoonlijk voor het lezen aanvaardbaar wordt geacht;

3°exemplaar in toegankelijke vorm: een exemplaar van een werk of prestatie in een alternatieve vorm waarmee dat werk of die prestatie voor een begunstigde toegankelijk wordt, onder meer om de toegang tot het werk voor die begunstigde even eenvoudig en gemakkelijk te maken als voor een persoon zonder een van de onder 2° bedoelde handicaps;

4°toegelaten entiteit: een entiteit die door een lidstaat van de Europese Unie is gemachtigd of erkend om zonder winstoogmerk onderwijs, opleiding, aangepast lezen of toegang tot informatie aan begunstigden te bieden. Deze term omvat tevens openbare instellingen of organisaties zonder winstoogmerk die begunstigden dezelfde diensten aanbieden als een van hun hoofdactiviteiten, institutionele verplichtingen of in het kader van hun taken van openbaar belang.

§ 2.De volgende definities zijn toepasselijk op § 1, 4°, 5° en 6°, en op boek XI, titel 5, hoofdstuk 9:

1°rechthebbende: iedere persoon of entiteit, anders dan een beheersvennootschap of een collectieve beheerorganisatie, die houder is van een auteursrecht of naburig recht of krachtens een overeenkomst voor de exploitatie van rechten of bij wet aanspraak kan maken op een aandeel in de rechteninkomsten;

2°vennoot: een rechthebbende of een entiteit die rechthebbenden vertegenwoordigt, met inbegrip van andere beheersvennootschappen, collectieve beheerorganisaties en verenigingen van rechthebbenden, die voldoet aan de voorwaarden tot lidmaatschap van de beheersvennootschap en door deze beheersvennootschap is toegelaten;

3°lid: een rechthebbende of een entiteit die rechthebbenden vertegenwoordigt, met inbegrip van andere beheersvennootschappen, collectieve beheerorganisaties en verenigingen van rechthebbenden, die voldoet aan de voorwaarden tot lidmaatschap van de collectieve beheerorganisatie en door deze collectieve beheerorganisatie is toegelaten;

4°rechteninkomsten: door een beheersvennootschap of een collectieve beheerorganisatie namens rechthebbenden geïnde inkomsten, hetzij voortvloeiend uit een exclusief recht, een recht op vergoeding of een recht op schadeloosstelling;

5°beheerkosten: de bedragen die door een beheersvennootschap of een collectieve beheerorganisatie in rekening worden gebracht of op de rechteninkomsten of inkomsten uit de belegging van rechteninkomsten ingehouden of verrekend worden om de kosten te dekken van haar beheer van auteursrechten en naburige rechten;

6°vertegenwoordigingsovereenkomst: iedere overeenkomst tussen beheersvennootschappen en/of collectieve beheerorganisaties waarbij één beheersvennootschap en/of collectieve beheerorganisatie een andere beheersvennootschap of collectieve beheerorganisatie belast met het beheer van de rechten die zij vertegenwoordigt, met inbegrip van overeenkomsten die worden gesloten krachtens de artikelen XI.273/8 en XI.273/9;

7°repertoire: de werken en/of prestaties waarvoor een beheersvennootschap of een collectieve beheerorganisatie rechten beheert;

8°multiterritoriale licentie: een licentie die geldt voor het grondgebied van meer dan één lidstaat;

9°onlinerechten inzake muziekwerken: elk van de rechten van een auteur inzake een muziekwerk waarin artikel XI.165 voorziet en die zijn voorgeschreven voor de verstrekking van een onlinedienst;

10°de voorwaarden tot lidmaatschap: de voorwaarden die toepasselijk zijn op de handeling waarbij de rechthebbende het beheer van zijn rechten toevertrouwt aan de beheersvennootschap of de collectieve beheerorganisatie alsook de handeling waarbij de rechthebbende vennoot van de beheersvennootschap of lid van de collectieve beheerorganisatie kan worden.

Art. I.17

Voor de toepassing van boek XI, titel 7, gelden de volgende definities:

1°rechtmatig gebruiker: de persoon die opvragingen verricht en/of de databank hergebruikt op een wijze die door de producent van de databank of bij wet is toegestaan;

2°producent van een databank: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die het initiatief neemt tot en het risico draagt van de investeringen waardoor de databank ontstaan is;

3°opvraging: de permanente of tijdelijke overbrenging van de inhoud van een databank of van een substantieel deel ervan op een andere drager, ongeacht op welke wijze en in welke vorm. Openbare uitlening wordt niet als opvraging beschouwd;

4°hergebruik: elke vorm van het aan het publiek ter beschikking stellen van de inhoud van een databank of van een substantieel deel ervan, door verspreiding van kopieën, verhuur, on line transmissie of in een andere vorm. Openbare uitlening wordt niet als hergebruik beschouwd.

Art. I.17/1

Voor de toepassing van boek XI, titels 8/1, 9/1 en 10, hoofdstuk 4/1, gelden de volgende definities:

1°bedrijfsgeheim: informatie die aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoet:

a)ze is geheim in die zin dat zij, in haar geheel dan wel in de juiste samenstelling en ordening van haar bestanddelen, niet algemeen bekend is bij of gemakkelijk toegankelijk is voor personen binnen de kringen die zich gewoonlijk bezighouden met de desbetreffende soort informatie;

b)ze bezit handelswaarde omdat zij geheim is;

c)ze is door de persoon die rechtmatig daarover beschikt onderworpen aan redelijke maatregelen, gezien de omstandigheden, om deze geheim te houden;

2°houder van het bedrijfsgeheim: iedere natuurlijke of rechtspersoon die rechtmatig over een bedrijfsgeheim beschikt;

3°inbreukmaker: iedere natuurlijke of rechtspersoon die een bedrijfsgeheim onrechtmatig heeft verkregen, gebruikt of openbaar gemaakt;

4°inbreukmakende goederen: goederen waarvan het ontwerp, de kenmerken, de werking, het productieproces of het in de handel brengen aanzienlijk baat hebben bij bedrijfsgeheimen die onrechtmatig zijn verkregen, gebruikt of openbaar gemaakt.