Alle wetboeken › WER

Boek XI - Intellectuele eigendom en bedrijfsgeheimen › Titel 5 - Auteursrecht en naburige rechten

HOOFDSTUK 4.2 - Gebruik van geluids- en/of audiovisuele werken door bepaalde dienstverleners van de informatiemaatschappij.

XI.228/10–XI.228/11

Art. XI.228/10

Dit hoofdstuk is van toepassing op dienstverleners van de informatiemaatschappij die als belangrijkste of een van de belangrijkste doelstellingen hebben het aanbieden van een grote hoeveelheid door het auteursrecht of de naburige rechten beschermde geluids- en/of audiovisuele werken met een winstoogmerk, en waarbij:

1°gebruikers tegen een wederkerende betaling in geld of zonder een dergelijke betaling, het recht hebben op toegang tot de aangeboden geluids- en/of audiovisuele werken;

2°gebruikers geen permanente reproductie van het geraadpleegde werk kunnen verwerven;

3°gebruikers op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegang hebben tot de aangeboden geluids- en/of audiovisuele werken; en

4°de dienstverlener de redactionele verantwoordelijkheid heeft voor het aanbod en de organisatie van die dienst, waaronder de ordening, rangschikking en promotie van de geluids- en/of audiovisuele werken.

Art. XI.228/11

§ 1.Wanneer een auteur of een uitvoerend kunstenaar van een geluids- of audiovisueel werk zijn recht om de mededeling aan het publiek, met inbegrip van de beschikbaarstelling aan het publiek, door een dienstverlener van de informatiemaatschappij bedoeld in artikel XI.228/10, toe te staan of te verbieden, heeft overgedragen of in licentie heeft gegeven aan een producent of uitgever, behoudt hij het recht op een vergoeding voor de mededeling aan het publiek door een dienstverlener van de informatiemaatschappij bedoeld in artikel XI.228/10.

§ 2.Het recht op een vergoeding zoals bedoeld in paragraaf 1, is onoverdraagbaar en niet vatbaar voor afstand door de auteurs of uitvoerende kunstenaars.

§ 3.Bij gebrek aan toepasselijke collectieve overeenkomst, zoals bepaald in artikel XI.167/5, kan het beheer van het recht op een vergoeding van de auteurs van een geluids- of audiovisueel werk, bedoeld in paragraaf 1, uitsluitend worden uitgeoefend door beheersvennootschappen en/of collectieve beheerorganisaties die auteurs vertegenwoordigen.

Bij gebrek aan toepasselijke collectieve overeenkomst, zoals bepaald in artikel XI.205/5, kan het beheer van het recht op een vergoeding, bedoeld in paragraaf 1, van de uitvoerende kunstenaars van een geluids- of audiovisueel werk, uitsluitend worden uitgeoefend door beheersvennootschappen en/of collectieve beheerorganisaties die uitvoerende kunstenaars vertegenwoordigen.

§ 4.De bepalingen van paragrafen 1 tot 3 zijn van dwingend recht.