§ 1.Wordt uitgewist na een termijn van drie jaar te rekenen van de dag van de definitieve rechterlijke beslissing waarbij zij zijn uitgesproken:
1°de geldboete tot ten hoogste 20.000 euro;
2°de werkstraf tot ten hoogste honderdtwintig uur;
3°de probatiestraf tot ten hoogste twaalf maanden;
4°de verbeurdverklaring;
5°de geldstraf vastgesteld op basis van het verwachte of behaalde voordeel uit het misdrijf;
6°de dienstverleningsstraf ten gunste van de gemeenschap, geraamd op een bedrag tot ten hoogste 20.000 euro;
7°behoudens bij een andersluidende, met bijzondere redenen omklede beslissing van de rechter, de veroordeling bij schuldigverklaring;
8°de als hoofdstraf uitgesproken bijkomende straf, behoudens wanneer de rechter in zijn beslissing uitdrukkelijk een kortere uitwissingstermijn bepaalt dewelke evenwel niet korter mag zijn dan de duur van de uitgesproken straf.
Wanneer de rechter een rechtspersoon veroordeelt tot twee hoofdstraffen, overeenkomstig artikel 38, zevende lid, 4°, van het Strafwetboek, worden de straffen elk afzonderlijk overeenkomstig dit artikel uitgewist.
De beslissing tot opschorting van de uitspraak van de veroordeling wordt uitgewist na het verstrijken van de proeftijd voor zover de opschorting niet werd herroepen.
§ 2.De uitwissing verhindert evenwel niet de invordering van de door de definitieve rechterlijke beslissing opgelegde geldboete of de geldstraf vastgesteld op basis van het verwachte of uit het misdrijf behaalde voordeel.
§ 3.Dit artikel is niet van toepassing op veroordelingen die een vervallenverklaring of ontzetting inhouden uitgesproken in het vonnis waarvan de gevolgen zich over meer dan drie jaar uitstrekken, tenzij het gaat om een verval van het recht tot sturen wegens lichamelijke ongeschiktheid, uitgesproken op grond van de bepalingen van de wet betreffende de politie over het wegverkeer.
§ 4.Beslissingen in strafzaken genomen door buitenlandse rechtscolleges zoals bedoeld in artikel 590, eerste lid, 16°, worden uitgewist zodra het Centraal Strafregister door de bevoegde buitenlandse instanties in kennis wordt gesteld van de uitwissing van de veroordeling of het herstel in eer en rechten ten aanzien van de veroordeelde persoon.