Alle wetboeken › Sw. 2024

Boek II De gemeenrechtelijke misdrijven en hun straffen › Titel 6 Misdrijven tegen het vermogen › Hoofdstuk 1 Misdrijven met betrekking tot de onrechtmatige toe-eigening van goederen

Afdeling 2 Bedrog

475–500

Art. 475

Misbruik van vertrouwen

Misbruik van vertrouwen is het met bedrieglijk opzet en ten nadele van een andere persoon verduisteren of verspillen van een roerend goed met economische waarde dat hem overhandigd is onder verplichting om het terug te geven of het voor een bepaald doel te gebruiken of aan te wenden.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.

Art. 476

Misbruik van vennootschapsgoederen

Misbruik van vennootschapsgoederen is het met bedrieglijk opzet, door een bestuurder, in feite of in rechte, van een privaatrechtelijke rechtspersoon, rechtstreeks of onrechtstreeks gebruik maken van de goederen of van het krediet van de rechtspersoon voor persoonlijke doeleinden, hoewel de dader wist dat dit op betekenisvolle wijze in het nadeel was van de vermogensbelangen van die rechtspersoon en van die van zijn schuldeisers of vennoten.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.

Art. 477

Misbruik van andermans kwetsbare toestand om een nadelige akte te doen tekenen

Misbruik van de kwetsbare toestand om een nadelige akte te doen tekenen, is het opzettelijk misbruik maken van de behoeften, de zwakheden, de hartstochten of de onwetendheid van een minderjarige of van een persoon in een kwetsbare toestand om hem enige vorm van juridische verbintenis of schuldbevrijding te doen tekenen die voor hem nadelig is, ongeacht de wijze waarop de onderhandeling ook verricht of vermomd mag zijn.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.

Art. 478

Woeker

Woeker is het opzettelijk doen beloven, voor zichzelf of voor een ander, wegens een op gelijk welke wijze aangegane geldlening, van een interest of andere voordelen die de normale interest en de dekking van het risico van die lening manifest overschrijden, door misbruik te maken van de zwakheden, de hartstochten, de behoeften of de onwetendheid van de lener.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.

In de gevallen bedoeld in dit artikel vermindert de rechter, op vordering van een benadeelde partij, haar verplichtingen overeenkomstig artikel 1907ter van het oud Burgerlijk Wetboek.

Art. 479

Oplichting

Oplichting is het met bedrieglijk opzet beogen te verwerven van een onrechtmatig economisch voordeel voor zichzelf of voor een ander, hetzij door gebruik te maken van valse namen of valse hoedanigheden, hetzij door listige kunstgrepen aan te wenden om andermans vertrouwen op slinkse wijze te winnen.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.

Art. 480

Verzwaarde oplichting

Indien zij gepleegd wordt ten nadele van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand, wordt oplichting bestraft met een straf van niveau 4.

Art. 481

Bedriegerij omtrent de waarde van de munt

Bedriegerij omtrent de waarde van de munt is het opzettelijk:

-aan een munt het voorkomen geven van een munt van grotere waarde;

-munten uitgeven waaraan het voorkomen is gegeven van munten van grotere waarde, of dergelijke munten in het land invoeren met het doel die daar in omloop te brengen;

-zich aanschaffen of ontvangen van munten waaraan het voorkomen is gegeven van munten van grotere waarde, met het doel die in omloop te brengen.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.

Art. 482

Bedriegerij omtrent het verkochte goed

Bedriegerij omtrent het verkochte goed is:

-het met bedrieglijk opzet misleiden van de koper omtrent de identiteit van het verkochte goed, door een ander goed te leveren dan het bepaalde voorwerp waarop de overeenkomst betrekking had;

-het met bedrieglijk opzet misleiden van de koper omtrent de aard of de oorsprong van het verkochte goed, door een goed te verkopen of te leveren dat in voorkomen gelijkaardig is aan dat welke hij heeft gekocht of heeft gemeend te kopen;

-het met bedrieglijk opzet misleiden van de koper of de verkoper omtrent de hoeveelheid van de verkochte goederen, door het gebruiken van listige kunstgrepen.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1.

Art. 483

Bedriegerij omtrent de huur van werk

Bedriegerij omtrent de huur van werk is het met bedrieglijk opzet en door het aanwenden van listige kunstgrepen misleiden van de partijen verbonden door een contract van huur van werk, of een van hen, hetzij omtrent de hoeveelheid, hetzij omtrent de hoedanigheid van het geleverde werk indien in dit tweede geval de bepaling van de hoedanigheid van het werk moet dienen om het bedrag van het loon vast te stellen.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1.

Art. 484

Vervalsing van voedingsmiddelen

§ 1.Vervalsing van voedingsmiddelen is het opzettelijk vervalsen van voedingsmiddelen of dranken die bestemd zijn om te worden verkocht of aan het publiek ter beschikking te worden gesteld.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1. Daarenboven kan de rechter de bekendmaking van de beslissing houdende veroordeling bevelen als bijkomende straf.

§ 2.De straffen bedoeld in paragraaf 1 zijn eveneens van toepassing op de persoon die door aanplakbiljetten of door berichten, al dan niet gedrukt, kwaadwillig of met bedrieglijk opzet het procedé om voedingsmiddelen of dranken te vervalsen, verspreidt of bekendmaakt.

Art. 485

Te koop aanbieden van vervalste voedingsmiddelen

Te koop aanbieden van vervalste voedingsmiddelen is het opzettelijk in bezit houden met het oog op verkoop, het verkopen of het te koop aanbieden van vervalste voedingsmiddelen.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1. Daarenboven kan de rechter de bekendmaking van de beslissing houdende veroordeling bevelen als bijkomende straf.

Art. 486

Bedrieglijke aantasting van handelsgoederen

De bedrieglijke aantasting van handelsgoederen is het kwaadwillig of met bedrieglijk opzet veranderen of beschadigen van productiegoederen of -grondstoffen.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1.

Art. 487

Actieve en passieve private omkoping

§ 1.Passieve private omkoping is het opzettelijk, door een bestuurder of zaakvoerder van een rechtspersoon of door een lasthebber of aangestelde van een rechtspersoon of van een natuurlijke persoon, rechtstreeks of door tussenpersonen, voor zichzelf of voor een derde, vragen, aannemen of ontvangen van een aanbod, een belofte of een voordeel van welke aard dan ook, om zonder medeweten en zonder machtiging van, naar gelang van het geval, de raad van bestuur of de algemene vergadering, de lastgever of de werkgever, een handeling van zijn functie of een door zijn functie vergemakkelijkte handeling te verrichten of na te laten.

§ 2.Actieve private omkoping is het opzettelijk, rechtstreeks of door tussenpersonen, voorstellen aan een bestuurder of zaakvoerder van een rechtspersoon of aan een lasthebber of aangestelde van een rechtspersoon of van een natuurlijke persoon, van een aanbod, een belofte of een voordeel van welke aard dan ook voor zichzelf of voor een derde, om zonder medeweten en zonder machtiging van, naar gelang van het geval, de raad van bestuur of de algemene vergadering, de lastgever of de werkgever, een handeling van zijn functie of een door zijn functie vergemakkelijkte handeling te verrichten of na te laten.

§ 3.Actieve of passieve private omkoping wordt bestraft met een straf van niveau 2.

Art. 488

Informaticabedrog

Informaticabedrog is het met bedrieglijk opzet beogen te verwerven van een onrechtmatig economisch voordeel voor zichzelf of voor een ander, door het invoeren, wijzigen of wissen van gegevens die zijn opgeslagen, verwerkt of overgedragen in of door een informaticasysteem, of door met enig ander technologisch middel de normale aanwending van gegevens in een informaticasysteem te veranderen.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.

Art. 489

Staat van faillissement

De strafvordering wegens bankbreuk wordt gevoerd los van enige vordering die bij de ondernemingsrechtbank mocht zijn ingesteld. De staat van faillissement kan evenwel niet worden betwist voor de strafrechter indien deze is vastgesteld bij een in kracht van gewijsde getreden beslissing van de ondernemingsrechtbank of van het hof van beroep aan het einde van een procedure waarbij de beklaagde partij was, hetzij persoonlijk, hetzij als vertegenwoordiger van de gefailleerde onderneming.

Art. 490

Eenvoudige bankbreuk

Eenvoudige bankbreuk is het door een onderneming bedoeld in artikel I.1, eerste lid, 1°, van het Wetboek van economisch recht of door een bestuurder, in rechte of in feite, van een vennootschap of van een rechtspersoon in staat van faillissement:

1°opzettelijk, ten behoeve van derden en zonder voldoende tegenprestatie, aangaan van al te aanzienlijke verbintenissen gelet op de financiële toestand van de onderneming;

2°opzettelijk, zonder wettelijk verhinderd te zijn, verzuimen de verplichtingen vastgelegd bij artikel XX.146 van het Wetboek van economisch recht na te leven;

3°doen van aankopen tot wederverkoop beneden de koers of toestemmen in leningen, effectencirculaties en andere al te kostelijke middelen om zich geld te verschaffen, met het oogmerk om de faillietverklaring uit te stellen;

4°opzettelijk verhullen van uitgaven of verliezen of geen verantwoording afleggen over het bestaan of over de aanwending van de activa of een deel ervan, zoals zij uit de boekhoudkundige stukken blijken op de datum van staking van betaling, en van alle goederen van welke aard ook, die zij naderhand zouden hebben verkregen;

5°betalen of bevoordelen van een schuldeiser ten nadele van de boedel met het oogmerk de faillietverklaring uit te stellen;

6°verzuimen om binnen de termijn gesteld bij artikel XX.102 van het Wetboek van economisch recht aangifte te doen van het faillissement, met het oogmerk de faillietverklaring uit te stellen;

7°opzettelijk verzuimen om, naar aanleiding van de aangifte van het faillissement, de inlichtingen vereist bij artikel XX.103 van hetzelfde Wetboek, te verstrekken;

8°opzettelijk verstrekken van onjuiste inlichtingen naar aanleiding van de aangifte van het faillissement of naderhand in antwoord op de vragen van de rechter-commissaris of van de curators.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1.

De poging tot het misdrijf bedoeld in dit artikel is niet strafbaar.

Art. 491

Bedrieglijke bankbreuk

Bedrieglijke bankbreuk is door een onderneming bedoeld in artikel I.1, eerste lid, 1°, van het Wetboek van economisch recht of door een bestuurder, in rechte of in feite, van een vennootschap of van een rechtspersoon in staat van faillissement, het, met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden:

1°verduisteren of verbergen van een gedeelte van de activa;

2°geheel of gedeeltelijk doen verdwijnen van de boeken of bescheiden, bedoeld in hoofdstuk 2 van titel 3 van boek III van het Wetboek van economisch recht.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.

Art. 492

Bedrieglijke aantasting van de activa of passiva van een gefailleerde persoon

Bedrieglijke aantasting van de activa of passiva van een gefailleerde persoon is het met bedrieglijk opzet door een derde:

1°geheel of ten dele wegnemen, verbergen of helen van de activa in het belang van de gefailleerde onderneming, zelfs zonder de medewerking van deze onderneming of van de bestuurders, in rechte of in feite, van die vennootschap of rechtspersoon;

2°indienen of bevestigen, in eigen naam of door tussenpersonen, van verhulde of overdreven schuldvorderingen bij het faillissement.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.

De poging tot het misdrijf bedoeld in dit artikel is niet strafbaar.

Art. 493

Ontrouw in het beheer van het faillissement

Ontrouw in het beheer van het faillissement is het, met bedrieglijk opzet, aantasten van de belangen die door het instituut van het faillissement moeten worden beschermd door een curator in het kader van de uitoefening van deze functie.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.

De curator wordt daarenboven veroordeeld tot teruggave en schadeloosstelling die aan de boedel zijn verschuldigd.

Art. 494

Schending van de procedure van gerechtelijke reorganisatie door een schuldenaar

Schending van de procedure van gerechtelijke reorganisatie door een schuldenaar is het door een schuldenaar, met het oogmerk de procedure van gerechtelijke reorganisatie te verkrijgen of te vergemakkelijken:

1°verbergen van een gedeelte van zijn activa of passiva, de activa overdrijven of de passiva minimaliseren, op welke manier ook;

2°doen of laten optreden bij de beraadslagingen van een of meer vermeende schuldeisers of schuldeisers waarvan de schuldvorderingen overdreven zijn;

3°weglaten van een of meer schuldeisers uit de lijst van schuldeisers;

4°doen of laten doen van onjuiste of onvolledige verklaringen aan de rechtbank of aan een gerechtsmandataris over de staat van zijn zaken of de vooruitzichten van reorganisatie.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.

De poging tot het misdrijf bedoeld in dit artikel is niet strafbaar.

Art. 495

Bedrieglijke schending van de procedure van gerechtelijke reorganisatie door derden

Bedrieglijke schending van de procedure van gerechtelijke reorganisatie door derden is het met bedrieglijk opzet:

1°deelnemen aan de stemming bedoeld in artikel XX.78 of XX.83/14 van het Wetboek van economisch recht, zonder schuldeiser te zijn;

2°als schuldeiser zijn schuldvorderingen overdrijven;

3°hetzij met de schuldenaar, hetzij met enige andere persoon, bijzondere voordelen bedingen om de stemming over het reorganisatieplan in een bepaalde richting te sturen, of een bijzondere overeenkomst sluiten waaruit voor hen een voordeel zou voortvloeien ten laste van de activa van de schuldenaar.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.

De poging tot het misdrijf bedoeld in dit artikel is niet strafbaar.

Art. 496

Bedrieglijk bewerkstelligen van onvermogen

§ 1.Het bedrieglijk bewerkstelligen van onvermogen is het met bedrieglijk opzet bewerkstelligen van zijn onvermogen en het niet voldoen aan de op hem rustende verbintenissen.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.

§ 2.Dat de schuldenaar zijn onvermogen heeft bewerkstelligd, kan worden afgeleid uit elke omstandigheid waaruit blijkt dat hij zich onvermogend heeft willen maken.

§ 3.Poging tot het in dit artikel bedoelde misdrijf is niet strafbaar.

Art. 497

Strafuitsluitende verschoningsgrond

De derde die deelneemt aan het bedrieglijk bewerkstelligen van onvermogen wordt niet gestraft indien hij de hem overhandigde goederen teruggeeft.

Art. 498

Bedrieglijke verberging

Bedrieglijke verberging is het zich met bedrieglijk opzet toe-eigenen, door verberging of overdracht, van een roerend goed dat aan een ander toebehoort en dat door de dader is gevonden of bij toeval in zijn bezit is gekomen, alsook het zich met bedrieglijk opzet meester maken van het geheel van een schat die men heeft ontdekt op andermans grond.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.

Poging tot het in dit artikel bedoelde misdrijf is niet strafbaar.

Art. 499

Afzetterij

Afzetterij van dranken, voeding, logies of vervoer is het zich opzettelijk in een daartoe bestemde inrichting laten opdienen van dranken of voeding die men daar geheel of gedeeltelijk verbruikt, het verblijven in te betalen logies, het gebruik maken van een taxidienst of het huren van een huurrijtuig, wetende dat men in de volstrekte onmogelijkheid verkeert om te betalen.

Afzetterij van brandstof is het zich met bedrieglijk opzet onttrekken aan de onmiddellijke betaling van brandstof, energie of smeerolie na een voertuig daarvan te hebben laten voorzien.

Deze misdrijven worden bestraft met een straf van niveau 1.

Poging tot het in dit artikel bedoelde misdrijf is niet strafbaar.

Art. 500

Uitgifte van cheques zonder dekking

Uitgifte van cheques zonder dekking is een van de volgende gedragingen:

1°het opzettelijk uitgeven van een cheque of enig andere titel die gelijkgesteld is met een cheque, zonder toereikende en beschikbare dekking;

2°het opzettelijk overdragen van een van deze titels, wetende dat de dekking niet toereikend en beschikbaar is;

3°het, na een van deze titels te hebben uitgegeven, opzettelijk geheel of gedeeltelijk afhalen van hun dekking in de loop van de aanbiedingstermijn;

4°het, na een van deze titels te hebben uitgegeven, met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden, geheel of ten dele onbeschikbaar maken of afhalen van de dekking.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1.

Poging tot het in dit artikel bedoelde misdrijf is niet strafbaar.