Boek II De gemeenrechtelijke misdrijven en hun straffen › Titel 6 Misdrijven tegen het vermogen
Hoofdstuk 2 Misdrijven met betrekking tot de beschadiging en vernieling van goederen
505–523
Art. 505
Brandstichting
Brandstichting is het opzettelijk stichten van brand op enig goed waardoor schade aan een ander wordt veroorzaakt of een maatschappelijk gevaar ontstaat.
Met brandstichting wordt gelijkgesteld het in brand steken van enig goed, zodanig geplaatst dat de brand zal overslaan op het goed dat men wil beschadigen.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.
Art. 506
Brandstichting met ernstige schade tot gevolg
Brandstichting met ernstige schade tot gevolg wordt bestraft met een straf van niveau 3.
Art. 507
Brandstichting van een goed met een bijzonder belang
Brandstichting van een goed met een bijzonder belang is de brandstichting van een gebouw, maatschappelijke infrastructuur, vervoermiddel, één of meer bomen, een bos, een natuurgebied, een boomgaard of een akker.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.
Indien het misdrijf ernstige schade tot gevolg heeft, wordt het bestraft met een straf van niveau 4.
Art. 508
Brandstichting indien de dader moest vermoeden dat zich aldaar op het ogenblik van de brand een of meer personen bevonden
Brandstichting indien de dader moest vermoeden dat zich aldaar op het ogenblik van de brand een of meer personen bevonden, wordt bestraft met een straf van niveau 5.
Art. 509
Brandstichting met een integriteitsaantasting van de derde graad of de dood tot gevolg
Indien de brandstichting een integriteitsaantasting van de derde graad of de dood tot gevolg heeft zonder dat de dader het oogmerk had te doden, wordt de straf in de vorige artikelen vermeld met één niveau verhoogd zonder dat evenwel een zwaardere straf dan een straf van niveau 6 kan worden opgelegd.
Art. 510
Brandstichting bij nacht
Indien de brandstichting bij nacht is gepleegd, wordt de straf in de vorige artikelen vermeld met één niveau verhoogd zonder dat evenwel een zwaardere straf dan een straf van niveau 6 kan worden opgelegd.
Art. 511
Verzwarende factoren
Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor een misdrijf omschreven in de artikelen van deze afdeling neemt de rechter in overweging dat:
1°...
2°het slachtoffer een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand is;
3°het misdrijf met twee of meer personen is gepleegd;
4°het slachtoffer een persoon is met een openbare functie naar aanleiding van de uitoefening van deze functie.
Art. 512
Veroorzaken van brand door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid
Het op eender welke wijze veroorzaken van brand door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid wordt bestraft met een straf van niveau 1.
Art. 513
Vernieling door ontploffing of overstroming
Vernieling door ontploffing of overstroming is het opzettelijk of het door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid veroorzaken van een ontploffing of een overstroming waardoor schade wordt veroorzaakt of een maatschappelijk gevaar ontstaat.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf als bedoeld in de artikelen 505 tot 511 indien het misdrijf opzettelijk wordt gepleegd.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf als bedoeld in het artikel 512 indien het misdrijf wordt gepleegd door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid.
Art. 514
Definitie van vandalisme
Vandalisme is alle opzettelijk op enig goed dat aan een ander toebehoort gestelde gedraging die bestaat in het vernielen, het beschadigen, het onbruikbaar maken of het aanbrengen van graffiti zonder toestemming.
Art. 515
Vandalisme
Vandalisme wordt bestraft met een straf van niveau 1.
Art. 516
Vandalisme met ernstige schade tot gevolg
Vandalisme met ernstige schade tot gevolg wordt bestraft met een straf van niveau 2.
Art. 517
Vandalisme aan een goed met een bijzonder belang
Vandalisme aan een goed met een bijzonder belang is het vandalisme aan een gebouw, maatschappelijke infrastructuur, een vervoermiddel, één of meer bomen, een bos, een natuurgebied, een boomgaard of een akker.
Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.
Indien het misdrijf ernstige schade tot gevolg heeft, wordt het bestraft met een straf van niveau 3.
Art. 518
Vandalisme met geweld of bedreiging
Vandalisme met geweld of bedreiging wordt als volgt bestraft:
1°vandalisme wordt bestraft met een straf van niveau 2;
2°vandalisme met ernstige schade tot gevolg wordt bestraft met een straf van niveau 3.
Art. 519
Vandalisme met geweld of bedreiging aan of in een bewoond huis of de aanhorigheden ervan
Vandalisme met geweld of bedreiging aan of in een bewoond huis of de aanhorigheden ervan wordt bestraft met een straf van niveau 4.
Art. 520
Vandalisme gepaard gaande met gewelddaden met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg
Vandalisme gepaard gaande met gewelddaden met een integriteitsaantasting van de derde graad wordt bestraft met een straf van niveau 4.
Art. 521
Vandalisme gepaard gaande met gewelddaden met de dood tot gevolg
Vandalisme gepaard gaande met gewelddaden met de dood tot gevolg zonder dat de dader het oogmerk had te doden wordt bestraft met een straf van niveau 5.
Art. 522
Vernietiging van authentieke akten, overeenkomsten of overheidsdocumenten
Vernietiging van authentieke akten, overeenkomsten of overheidsdocumenten is het kwaadwillig of met bedrieglijk opzet vernietigen van registers, minuten of originele akten van het openbaar gezag, authentieke akten of enig document dat een verbintenis, beschikking of schuldbevrijding inhoudt of teweegbrengt.
Dit misdrijf wordt bestraft overeenkomstig de bepalingen van de eerste afdeling van het eerste hoofdstuk van deze titel.
Art. 523
Verzwarende factoren
Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor een misdrijf omschreven in deze afdeling neemt de rechter in overweging dat:
1°...
2°het slachtoffer een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand is;
3°het misdrijf bij nacht werd gepleegd;
4°het misdrijf met twee of meer personen is gepleegd;
5°het slachtoffer een persoon is met een openbare functie naar aanleiding van de uitoefening van deze functie.