Alle wetboeken › Sw. 2024

Boek 1 Algemene regels van het strafrecht › Hoofdstuk 4 Straffen

Afdeling 11 Straftoemeting

60–63

Art. 60

Herhaling

Indien de dader wordt vervolgd voor een misdrijf waarop door de wet een straf van niveau 1, 2, 3, 4, 5 of 6 is gesteld, kan deze straf worden verhoogd naar een straf van het onmiddellijk hogere niveau indien op het ogenblik van het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren verlopen waren te rekenen vanaf de dag waarop een vorige veroordeling in kracht van gewijsde is getreden. De termijn van vijf jaar wordt evenwel verlengd met de tijd waarin de gevangenisstraf of behandeling onder vrijheidsberoving wordt uitgevoerd, met uitzondering van de periode gedurende dewelke de straf wordt uitgevoerd onder de modaliteit van het elektronisch toezicht en de periodes van voorwaardelijke invrijheidsstelling, voorlopige invrijheidsstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied of met het oog op overlevering en de invrijheidsstelling onder toezicht.

Indien de dader wordt vervolgd voor een misdrijf waarop door de wet een straf van niveau 7 is gesteld en de dader reeds eerder werd veroordeeld tot een straf van niveau 7 of 8, wordt de minimumstraf gebracht op een gevangenisstraf van tweeëntwintig jaar of een behandeling onder vrijheidsberoving van zeventien jaar voor natuurlijke personen en op een geldboete van 2.080.000 euro voor rechtspersonen.

Art. 61

Eendaadse samenloop

Wanneer eenzelfde feit verscheidene misdrijven oplevert, wordt de hoofdstraf opgelegd binnen het zwaarste strafniveau. De bijkomende straffen worden cumulatief opgelegd binnen de grenzen bepaald door de wet.

Art. 62

Meerdaadse samenloop

§ 1.Er is meerdaadse samenloop wanneer iemand schuldig wordt bevonden aan verscheidene misdrijven die ieder het gevolg zijn van een verschillend feit en die zijn gepleegd op een ogenblik waarop voor geen van deze feiten een veroordeling is tussengekomen die in kracht van gewijsde is getreden.

§ 2.Indien de rechter oordeelt dat de misdrijven die de samenloop uitmaken met een straf van niveau 7 of 8 moet worden bestraft, wordt alleen de zwaarste straf uitgesproken. De andere hoofdstraffen worden opgeslorpt door deze straf. De bijkomende straffen worden cumulatief opgelegd binnen de grenzen bepaald door de wet.

§ 3.In de andere gevallen wordt, wanneer de feiten gelijktijdig worden berecht, de hoofdstraf opgelegd binnen het zwaarste strafniveau. De hoofdstraf kan evenwel worden verhoogd naar een hoofdstraf van het onmiddellijk hoger niveau. Strafverhoging is niet mogelijk in de hypothese van strafniveau 6 of 1. Indien het toepasselijke strafniveau het niveau 1 is, kunnen de verscheidene hoofdstraffen cumulatief worden opgelegd. In geen geval mag de opgelegde straf hoger zijn dan het maximale cumulatieve straftotaal dat bij een niet-gelijktijdige berechting kan worden opgelegd.

In geval van niet-gelijktijdige berechting houdt de laatst optredende feitenrechter rekening met de eerst uitgesproken straf. De straf die hij oplegt mag de zwaarste hoofdstraf binnen het huidig strafniveau niet te boven gaan. In geen geval mogen de eerst uitgesproken straf en de later uitgesproken straf samen de bovengrens zoals bepaald in de hypothese van gelijktijdige berechting te boven gaan.

De bijkomende straffen worden cumulatief opgelegd binnen de grenzen bepaald door de wet.

§ 4.Wanneer de rechter bij wie een zaak laatst is aangebracht, uitspraak doet zonder kennis van de samenloop, vermindert de strafuitvoeringsrechtbank het straftotaal volgens de voorgaande regels.

Art. 63

Toerekening van de hechtenis voor de einduitspraak

Wanneer de rechter een andere straf dan een gevangenisstraf uitspreekt, houdt hij bij de keuze van de straf en de bepaling van de strafmaat rekening met de hechtenis die vóór het definitief worden van de veroordeling is ondergaan of de duur van de voorlopige plaatsingsmaatregel in een gesloten opvoedingsafdeling ten aanzien van een minderjarige die een als misdrijf omschreven feit heeft gepleegd.