Alle wetboeken › Sv.

BOEK II — TITEL VII Slotbepalingen (art. 589–648) › TITEL VII - ENIGE ZAKEN VAN OPENBAAR BELANG EN VAN ALGEMENE VEILIGHEID.

HOOFDSTUK III - MIDDELEN OM DE PERSOONLIJKE VRIJHEID TE VERZEKEREN TEGEN WEDERRECHTELIJKE VRIJHEIDSBEROVING OF ANDERE DADEN VAN WILLEKEUR.

615–618

Art. 615

(...) Ieder die ervan kennis draagt dat iemand gevangen gehouden wordt in een plaats welke niet bestemd is om tot huis van arrest, (...) of (strafinrichting) te dienen, is verplicht daarvan bericht te geven aan de (rechter in de politierechtbank), aan de procureur des Konings (...) of aan de onderzoeksrechter, of aan de procureur-generaal bij het hof van beroep.

Art. 616

Ieder (rechter in de politierechtbank), ieder ambtenaar belast met het openbaar ministerie, ieder onderzoeksrechter is gehouden, op straffe van te worden vervolgd als medeplichtig aan willekeurige vrijheidsberoving, zich ambtshalve of na ontvangen bericht dadelijk ter plaatse te begeven en de gevangen gehouden persoon in vrijheid te doen stellen, of, indien er een wettelijke grond tot hechtenis aangevoerd wordt, hem terstond voor de bevoegde magistraat te doen brengen.

Hij maakt van alles proces-verbaal op.

Art. 617

Desnoods geeft hij een beschikking in de vorm bij artikel 95 van dit wetboek voorgeschreven.

Ingeval hij weerstand ondervindt, kan hij zich door de nodige macht doen bijstaan en ieder die wordt opgevorderd, is verplicht hulp te bieden.

Art. 618

Als schuldig of deelnemer aan het misdrijf bedoeld in artikel 219 van het Strafwetboek wordt vervolgd ieder bewaarder die weigert hetzij, op de daartoe gedane vordering, de gevangene te vertonen aan de houder van het bevel van de burgerlijke officier die belast is met het toezicht op het huis van arrest, (...) of de gevangenis, hetzij het bevel te vertonen dat hem zulks verbiedt, hetzij aan de (rechter in de politierechtbank) zijn registers over te leggen of hem van een gedeelte van zijn registers zodanig afschrift te laten nemen als deze nodig oordeelt.