Alle wetboeken › Sw. 2024

Boek II De gemeenrechtelijke misdrijven en hun straffen › Titel 8 Misdrijven tegen de Staat en zijn functioneren

Hoofdstuk 4 Ambtsmisdrijven

625–643

Art. 625

Het verzuim om op te treden tegen een wederrechtelijke vrijheidsberoving

Het verzuim om op te reden tegen een wederrechtelijke vrijheidsberoving is het opzettelijk nalaten of weigeren een wederrechtelijke vrijheidsberoving vast te stellen, aan te geven of te beëindigen door een persoon met een openbare functie.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.

Art. 626

De willekeurige inbreuk op de grondrechten

De willekeurige inbreuk op de grondrechten is elke opzettelijk gepleegde daad van willekeur door een persoon met een openbare functie die een inbreuk maakt op de door de grondwet of door België geratificeerde verdragen gewaarborgde rechten en vrijheden en die niet strafbaar is onder een andere bepaling van dit Wetboek.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.

Art. 627

Beramen van maatregelen in strijd met de geldende normen

Het beramen van maatregelen in strijd met de geldende normen is het beramen van maatregelen in strijd met de vigerende wetten of uitvoeringsbesluiten door een persoon met een openbare functie, hetzij op bijeenkomsten, hetzij via onderlinge communicatie, met kwaad opzet of met het oogmerk de openbare dienst te ontwrichten door de normale werking ervan lam te leggen.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.

Art. 628

Verhinderen van de uitvoering van de geldende normen

Het verhinderen van de uitvoering van de geldende normen is het beramen van maatregelen tegen de uitvoering van een wet of een uitvoeringsbesluit door personen met een openbare functie, hetzij op bijeenkomsten, hetzij via onderlinge communicatie, met kwaad opzet of met het oogmerk de openbare dienst te ontwrichten door de normale werking ervan lam te leggen.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.

Art. 629

Aanmatiging van macht door magistraten of leden van de politiediensten

De aanmatiging van macht door magistraten of leden van de politiediensten is de opzettelijk gepleegde wederrechtelijke inmenging door een magistraat of een lid van een politiedienst in de uitoefening van de wetgevende macht, hetzij door wetten te maken of de uitvoering ervan te stuiten of te schorsen, en in de uitvoerende macht, hetzij door verordeningen te maken, hetzij door de uitvoering van de administratieve bevelen te verbieden.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.

Art. 630

Aanmatiging van macht door leden van de lokale uitvoerende macht of van bestuurslichamen

De aanmatiging van macht door leden van de lokale uitvoerende macht of van bestuurslichamen is de opzettelijk gepleegde wederrechtelijke inmenging door een provinciegouverneur, arrondissementscommissaris, burgemeester of lid van een bestuurslichaam in de uitoefening van de wetgevende macht, hetzij door wetten te maken, hetzij door de uitvoering ervan te stuiten of te schorsen, dan wel door zich aan te matigen besluiten te nemen die ertoe strekken een bevel of verbod aan de hoven of rechtbanken uit te vaardigen.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.

Art. 631

Onwettig vorderen of bevelen van de openbare macht

§ 1.Het onwettig vorderen of bevelen van de openbare macht is het opzettelijk vorderen of bevelen door een persoon met een openbare functie van het optreden van de openbare macht, tegen de uitvoering van een wet of van een uitvoeringsbesluit, tegen de inning van een wettelijk ingevoerde belasting of tegen de uitvoering van een rechterlijke beschikking of bevel, of van enig ander bevel van de overheid.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.

§ 2.Indien de bevelen of vorderingen de rechtstreekse oorzaak zijn van andere misdrijven, strafbaar met een straf van een zwaarder strafniveau dan het niveau bedoeld in paragraaf 1, wordt dat zwaarder strafniveau toegepast.

Art. 632

Gevolg geven aan een onwettige vordering of bevel

§ 1.Het gevolg geven aan een onwettige vordering of bevel is het opzettelijk gevolg geven aan de onwettige vordering of bevel van de openbare macht door een persoon met een openbare functie tegen de uitvoering van een wet of van een uitvoeringsbesluit, tegen de inning van een wettelijk ingevoerde belasting of tegen de uitvoering van een rechterlijke beschikking of bevel, of van enig ander bevel van de overheid.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.

§ 2.Indien de bevelen of vorderingen de rechtstreekse oorzaak zijn van andere misdrijven, strafbaar met een straf van een zwaarder strafniveau dan het niveau bedoeld in paragraaf 1, wordt dat zwaarder strafniveau toegepast.

Art. 633

Rechtsweigering

Rechtsweigering is het opzettelijk weigeren door een rechter, raadsheer of enige andere persoon belast met een rechtsprekende functie om onder enig voorwendsel het aan de partijen verschuldigde recht te spreken.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1.

Art. 634

Verduistering door een persoon met een openbare functie

Verduistering is het zich door een persoon met een openbare functie met het oog op het verschaffen voor zichzelf of voor een ander van een onrechtmatig voordeel, wederrechtelijk toe-eigenen van lichamelijke of onlichamelijke roerende goederen die aan hem zijn toevertrouwd of waartoe hij uit hoofde van zijn functie toegang heeft gehad.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.

Art. 635

Vernietigen of wegmaken van officiële akten, stukken of voorwerpen

Het vernietigen of wegmaken van officiële akten, stukken of voorwerpen is het door een persoon met een openbare functie met bedrieglijk opzet vernietigen of wegmaken van akten, stukken of voorwerpen waarvan hij in de hoedanigheid van zijn functie de bewaarder was, die hem zijn bezorgd of waartoe hij uit hoofde van zijn functie toegang heeft gehad.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.

Art. 636

Knevelarij

Knevelarij is het opzettelijk door een persoon met een openbare functie bevel geven om rechten of gelden te innen of die te vorderen of te ontvangen wetende dat zij niet verschuldigd zijn of het verschuldigde te boven gaan.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.

Art. 637

Belangenneming

§ 1.Belangenneming is het opzettelijk door een persoon met een openbare functie hetzij rechtstreeks, hetzij door tussenpersonen of door schijnhandelingen enig belang nemen of aanvaarden in de verrichtingen, aanbestedingen, aannemingen of werken in regie waarover hij ten tijde van de handeling geheel of deels het beheer of het toezicht had of het, belast met het bevel of de machtiging tot betaling of de vereffening van de zaak, daarin enig belang nemen.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.

§ 2.Deze bepaling is niet van toepassing op de dader die, hoewel hij in het kader van zijn functie zijn private belangen heeft bevorderd, openlijk handelde en volgens de publieke belangen die hij diende te beschermen en waarbij hij aan deze publieke belangen op geen enkele manier afbreuk deed.

Art. 638

Publieke omkoping

§ 1.Publieke omkoping is het opzettelijk

1°door een persoon met een openbare functie rechtstreeks of door tussenpersonen, voor zichzelf of voor een derde een aanbod, een belofte of een voordeel van welke aard dan ook vragen, aannemen of ontvangen, of;

2°rechtstreeks of door tussenpersonen aan een persoon met een openbare functie een aanbod, een belofte of een voordeel van welke aard dan ook voor zichzelf of voor een derde doen.

§ 2.Deze gedraging is strafbaar indien zij wordt gesteld met als doel een persoon met een openbare functie:

1°een rechtmatige maar niet aan betaling onderworpen handeling van zijn functie te laten verrichten;

2°de echte of vermeende invloed waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikt om een handeling van een openbare overheid of een openbaar bestuur of het nalaten van die handeling te verkrijgen te laten misbruiken;

3°een onrechtmatige handeling naar aanleiding van de uitoefening van zijn functie of het nalaten van een handeling die tot zijn ambtsplichten behoort, te laten verrichten;

4°een misdrijf naar aanleiding van de uitoefening van zijn functie te laten plegen.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.

§ 3.Voor de toepassing van deze bepaling wordt gelijkgesteld met een persoon met een openbare functie:

1°een persoon met een openbare functie in een vreemde Staat of in een internationale publiekrechtelijke organisatie;

2°elke persoon die zich kandidaat heeft gesteld voor een dergelijke functie, die doet geloven een dergelijke functie te zullen uitoefenen of die, door gebruik te maken van valse hoedanigheden, doet geloven een dergelijke functie uit te oefenen;

3°een arbiter.

Art. 639

Bijkomende straf

In afwijking van artikel 52 is het maximumbedrag van de geldboete:

-voor de feiten bedoeld in artikel 638, § 2, eerste lid, 1° en 2°: 80.000 euro;

-voor de feiten bedoeld in artikel 638, § 2, eerste lid, 3°: 400.000 euro;

-voor de feiten bedoeld in artikel 638, § 2, eerste lid, 4°: 600.000 euro.

Het maximumbedrag van de geldboete wordt verder verhoogd indien de persoon met een openbare functie:

1°de invloed waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikte, effectief heeft aangewend;

2°de onrechtmatige handeling heeft verricht of nagelaten heeft een handeling te verrichten die tot zijn ambtsplichten behoort;

3°een lid van de politiediensten, een magistraat, een juridisch medewerker van een rechtscollege of het openbaar ministerie of een jurylid is;

4°een persoon met een openbare functie in een vreemde Staat of in een internationale publiekrechtelijke organisatie is.

In deze gevallen is het maximumbedrag van de geldboete:

-voor de feiten bedoeld in artikel 638, § 2, eerste lid, 1° en 2°: 200.000 euro;

-voor de feiten bedoeld in artikel 638, § 2, eerste lid, 3°: 600.000 euro;

-voor de feiten bedoeld onder artikel 638, § 2, eerste lid, 4°: 800.000 euro.

Art. 640

Inbreuk op de formele verplichtingen van de ambtenaar van de burgerlijke stand

De inbreuk op de formele verplichtingen van de ambtenaar van de burgerlijke stand is elke opzettelijk gepleegde overtreding van een van de bepalingen van titel 2 van boek I van het oud Burgerlijk Wetboek door een ambtenaar van de burgerlijke stand.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1.

Art. 641

Voltrekking van een huwelijk zonder voorafgaande toestemming

De voltrekking van een huwelijk zonder voorafgaande toestemming is het opzettelijk voltrekken van een huwelijk door een ambtenaar van de burgerlijke stand, zonder dat deze zich voorafgaand vergewist heeft van de vereiste toestemming.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1.

Art. 642

Voltrekking van het religieuze huwelijk of van het niet-confessionele huwelijk vóór de voltrekking van het burgerlijk huwelijk

De voltrekking van het religieuze huwelijk of van het niet-confessionele huwelijk vóór de voltrekking van het burgerlijk huwelijk bestaat erin dat een bedienaar van de erediensten of een afgevaardigde die morele diensten verleent op basis van een niet-confessionele levensbeschouwing het religieuze huwelijk of het niet-confessionele huwelijk opzettelijk voltrekt vóór de voltrekking van het burgerlijk huwelijk.

Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1.

Art. 643

Strafuitsluitende verschoningsgrond

De gedragingen in dit hoofdstuk worden niet bestraft indien de persoon met een openbare functie die een niet-manifest onrechtmatig bevel uitvoert, heeft gehandeld op bevel van zijn meerderen, in zaken die tot hun bevoegdheid behoren en waarin hij zijn meerderen als ondergeschikte gehoorzaamheid verschuldigd was.