Alle wetboeken › KB ZIV

TITEL IV - Gemeenschappelijke bepalingen. › HOOFDSTUK II - Voorwaarden tot toekenning van de prestaties.

Afdeling I - Regelen ter zake van inschrijving en aansluiting bij een verzekeringsinstelling.

252–254

Art. 252

Om een verzekeringsinstelling te kiezen, geven de in artikel 32, eerste lid, (1° tot 16°, 18°, 20° tot 22°) en 24° van de gecoördineerde wet vermelde rechthebbenden, aan een ziekenfonds, aan een Gewestelijke dienst van de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering of aan de Kas der geneeskundige verzorging van HR Rail een aanvraag om inschrijving naar model in bijlage II bij dit besluit af welke een bulletin bevat met de samenstelling van het gezin. De authenticiteit van de daarop vermelde inlichtingen wordt nagegaan door de afgevaardigde van de verzekeringsinstelling.

In afwijking op het vorig lid, wanneer een kind zoals bedoeld in het artikel 123, eerste lid, 3, a), in een ziekenhuis geboren wordt, niet ingeschreven is bij een verzekeringsinstelling 45 dagen na zijn geboorte, schrijft het ziekenfonds uiterlijk binnen een termijn van 20 dagen na ontvangst van het formulier, waarvan het model vervat is in bijlage III, opgesteld en meegedeeld door het ziekenhuis aan het ziekenfonds van de persoon die het kind ter wereld bracht, het kind ambtshalve in ten laste van de persoon aangeduid in het formulier. Het ziekenfonds schrijft het kind in na verificatie van de afstamming volgens de informatie bedoeld in artikel 3, eerste lid, 16° van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen en mits de gerechtigde effectief recht heeft op geneeskundige verzorging.

De verzekeringsinstelling moet de rechthebbende ontvangst berichten van elke aanvraag om inschrijving en hem binnen één maand kennis geven van haar afwijzing of haar aanvaarding. Onverminderd de bepalingen van de artikelen 255 tot 274, moet de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering iedere rechthebbende inschrijven die erom verzoekt. Gerechtigden bedoeld in artikel 32, eerste lid, 24°, van de gecoördineerde wet die niet zijn ingeschreven bij een ziekenfonds of als vreemdeling niet zijn toegelaten of gemachtigd tot een verblijf van meer dan drie maanden in het Rijk, zijn van rechtswege ingeschreven bij de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering.

De rechthebbenden van de sociale werken van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen die geen andere hoedanigheid kunnen inroepen, zijn van rechtswege ingeschreven bij de Kas der geneeskundige verzorging van N.M.B.S. Holding.

De rechthebbenden die echter nog een andere hoedanigheid hebben, kiezen bij welke verzekeringsinstelling zij willen ingeschreven of aangesloten worden.

(Zo de verzekeringsinstelling aanvaardt, heeft de inschrijving van de gerechtigde uitwerking op de eerste dag van het kwartaal waarin de hoedanigheid van gerechtigde als bedoeld in artikel 32, eerste lid van de gecoördineerde wet verworven werd, en heeft de inschrijving van de persoon ten laste uitwerking op de dag dat de hoedanigheid van persoon ten laste verworven werd.) De aanvaarding heeft evenwel slechts uitwerking op voorwaarde dat de gerechtigde één der in artikel 276, §2, bedoelde documenten afgeeft of op voorwaarde dat de in die dokumenten bedoelde gegevens op electronische wijze aan de verzekeringsinstelling werden meegedeeld; de persoon ten laste dient te voldoen aan de voorwaarden bepaald in de artikelen 123 tot 126.

In afwijking op het vorige lid, heeft de inschrijving van de in (artikel 32, eerste lid, 12°, 14°, 15°, 21° en 22°) van de gecoördineerde wet bedoelde gerechtigden, echter slechts uitwerking vanaf de eerste dag van het kwartaal waarin de aanvraag om inschrijving wordt gedaan. De Leidend ambtenaar van de Dienst voor administratieve controle of een door hem gedelegeerde ambtenaar kan op voorstel van de verzekeringsinstelling en voor de behartigenswaardige gevallen welke door hem en door die instelling als zodanig worden erkend, beslissen dat de gerechtigde zich met terugwerkende kracht mag laten inschrijven of zich met terugwerkende kracht mag laten aansluiten, en de datum bepalen waarop die inschrijving of aansluiting uitwerking heeft. Eveneens in afwijking op het vorige lid, heeft de inschrijving van de in artikel 32, eerste lid, 13° van de voormelde gecoördineerde wet bedoelde gerechtigde, ten vroegste uitwerking op de eerste dag van het kwartaal waarin de aanvraag ingediend werd bedoeld bij artikel 128ter, bedoeld bij artikel 8, §1 van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten, of bedoeld bij artikel 5 van het koninklijk besluit van 3 mei 1991 tot uitvoering van de artikelen 47, 56septies, 62, §3 en 63 van de samengeordende wetten op de kinderbijslag voor loonarbeiders en van artikel 96 van de wet van 29 december 1990 houdende sociale bepalingen.

De inschrijving van de in (artikel 32, eerste lid, 12°, 14°, 15° en 21°) bedoelde gerechtigden, is slechts geldig, indien uiterlijk op de laatste dag van het kwartaal, volgend op het kwartaal waarin de inschrijving werd gevraagd, het bedrag van een trimestriële bijdrage wordt betaald. De inschrijving van de gerechtigde die is opgesloten in de gevangenis of geplaatst in een inrichting zoals bedoeld in artikel 3, 4°, a), b) en d) van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering, en waarvoor de aanvraag niet wordt gedaan tijdens het kwartaal waarin de opsluiting of plaatsing aanvangt, heeft uitwerking vanaf de dag van de opsluiting of plaatsing.

In afwijking van het vijfde lid heeft, voor de sector geneeskundige verzorging, de inschrijving van de gerechtigden bedoeld in artikel 32, eerste lid, 1° bis, van de gecoördineerde wet, uitwerking vanaf de eerste dag van het kwartaal waarin de hoedanigheid werd verworven, onder de opschortende voorwaarde van hetzij de betaling van de eerste sociale kwartaalbijdrage die verschuldigd is krachtens artikel 13bis van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, hetzij de verkrijging van een vrijstelling van bijdrage voor die eerste sociale kwartaalbijdrage, in toepassing van artikel 17 van hetzelfde besluit.

In afwijking van het vijfde lid heeft de inschrijving van de gerechtigden bedoeld in artikel 32, eerste lid, 24°, van de gecoördineerde wet, uitwerking vanaf de eerste dag waarin de hoedanigheid werd verworven.

Wanneer een rechthebbende reeds ingeschreven is in de hoedanigheid van persoon ten laste bij een verzekeringsinstelling en deze over de in het artikel 276, § 2, bedoelde gegevens beschikt, wordt zijn instemming om daar als gerechtigde te worden ingeschreven verondersteld indien hij niet uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op het verzoek van zijn verzekeringsinstelling zijn weigering meedeelt om als gerechtigde te worden ingeschreven. Het verzoek van de verzekeringsinstelling wordt binnen 60 kalenderdagen na ontvangst van de gegevens bedoeld in artikel 276, § 2, naar de rechthebbende gestuurd. Dit lid is eveneens van toepassing wanneer de minimumwaarde van de bijdragebescheiden bedoeld in artikel 286 bereikt is op basis van de gegevens waarover de verzekeringsinstelling beschikt. Dit lid is eveneens van toepassing op de personen in behoud van recht bedoeld in artikel 127. Dit lid is niet van toepassing op de werknemers en de rechthebbenden van de Kas der geneeskundige verzorging van HR Rail. Het is evenmin van toepassing op de situaties die binnen het toepassingsgebied vallen van de rechtstreeks toepasselijke regels van Europees recht ter zake. Het lid is evenmin van toepassing op personen ten laste die de hoedanigheid van gerechtigde als bedoeld in artikel 32, eerste lid, 3°, van de gecoördineerde wet hebben en voor wie is vastgesteld dat de minimumwaarde van de bijdragebescheiden bedoeld in artikel 286 niet is bereikt..

Zowel voor de inschrijving als voor de latere wijzigingen in de samenstelling van het gezin is de gerechtigde verplicht de bewijzen te leveren op grond waarvan kan worden verantwoord dat de personen ten laste voldoen aan de in de artikelen 123 en 124 gestelde voorwaarden. Ingeval van wijzigingen in de samenstelling van het gezin is de gerechtigde evenwel vrijgesteld van het voorleggen van het attest uitgaande van de gemeente.

De overgelegde bewijsstukken worden bewaard in het dossier voorgeschreven in artikel 254.

(Een rechthebbende mag slechts aangesloten zijn bij één ziekenfonds of ingeschreven zijn bij één gewestelijke dienst van de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering of bij de Kas der Geneeskundige Verzorging van de NMBS Holding.)

De Dienst voor administratieve controle kan, in geval van dubbele inschrijving, hetzij uit eigen beweging, hetzij op verzoek van een verzekeringsinstelling, uitspraak doen over de regelmatigheid van de inschrijving.

De in dit artikel bedoelde inschrijving of aansluiting blijft behouden voor een termijn die loopt tot het einde van het tweede jaar dat verstreken is na het laatste jaar waarover de gerechtigde nog recht op geneeskundige verstrekkingen had. Tijdens de geldigheidsduur van de inschrijving of aansluiting, heeft het verwerven van een andere hoedanigheid van gerechtigde, geen nieuwe inschrijving of aansluiting tot gevolg. De in artikel 32, eerste lid, 3° van de gecoördineerde wet bedoelde gerechtigde, die recht heeft op de verhoogde verzekeringstegemoetkoming bedoeld in artikel 37, § 19, van de wet, en die deze hoedanigheid verliest krachtens de artikelen 63, § 2 en 114, § 1 en § 2/1 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, of krachtens de artikelen 209 en 212 van de programmawet van 18 juli 2025, wijzigt, indien aan de voorwaarden is voldaan, ambtshalve naar de hoedanigheid van gerechtigde, bedoeld in artikel 32, eerste lid, 15° van de gecoördineerde wet. Deze ambtshalve wijziging van hoedanigheid gebeurt op basis van een door de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening aan de verzekeringsinstellingen gestuurde geautomatiseerde informatiestroom zoals bedoeld in artikel 276, § 2. De inschrijving bij de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering van de gerechtigden bedoeld in artikel 32, eerste lid, 24°, van de gecoördineerde wet die als vreemdeling niet zijn toegelaten of gemachtigd tot een verblijf van meer dan drie maanden in het Rijk, verliest zijn geldigheid op de dag dat de hoedanigheid bedoeld in artikel 32, eerste lid, 24°, van de gecoördineerde wet wordt verloren.

Ingeval de gerechtigde een aanvraag om inschrijving indient nadat de geldigheid van de vorige inschrijving is vervallen, in toepassing van het vorige lid, zal deze nieuwe inschrijving, indien ze wordt aanvaard, beschouwd worden als een herinschrijving of heraansluiting. De herinschrijving of heraansluiting kan ten vroegste uitwerking hebben op de dag na de einddatum van de geldigheid van de vorige inschrijving. Op de herinschrijving of heraansluiting zijn voor het overige dezelfde regels van toepassing, als die welke gelden voor de inschrijving of aansluiting.

Art. 254

De verzekeringsinstelling legt op naam van ieder gerechtigde een dossier aan dat de aanvraag om inschrijving bevat alsook een kaart met volgende gegevens:

1.inschrijvingsdatum en -nummer van de gerechtigde, zijn identiteit en die van de personen te zijnen laste en hun adres alsmede hun identificatienummer in het Rijksregister;

2.elke wijziging van aantal en hoedanigheid van de personen ten laste;

3.de aard van de bijdragebescheiden, het type van gegevensoverdracht en de gegevens die erop voorkomen die de verzekerbaarheid aanbelangen.

4.bedrag en aard van de persoonlijke en aanvullende bijdragen, datum van de betaling ervan en tijdvak waarop zij betrekking hebben;

5.een opgave van de sancties die de gerechtigde en de personen te zijnen laste hebben opgelopen.

Dat dossier bevat ook alle bescheiden betreffende de hoedanigheid van rechthebbende van de gerechtigheid en van de personen ten zijnen laste. Het dossier wordt bewaard in het ziekenfonds of in de gewestelijke dienst.

Alle geneeskundige inlichtingen met betrekking tot de gerechtigde en personen te zijnen laste worden door de adviserend arts in een bijzonder dossier bewaard.

De verzekeringsinstelling moet uiterlijk op (1 december) van elk jaar, aan de gerechtigden die niet voldoen aan de bepalingen om vanaf (1 januari) verder recht te hebben op de prestaties van de verzekering voor geneeskundige verzorging, een formulier richten waarop melding wordt gemaakt van de ontbrekende bijdragebescheiden en/of de achterstallige persoonlijke bijdragen.

Een kopie van dit formulier wordt bewaard in het dossier van de gerechtigde.