Alle wetboeken › KB ZIV

TITEL I - Het Algemeen comité.

1–4

Art. 1

Het Algemeen comité is samengesteld uit:

1°één voorzitter,

2°twee ondervoorzitters, die benoemd worden uit de in 3°, 4° en 5° hierna bedoelde leden,

3°vijf werkende en vijf plaatsvervangende leden, benoemd uit kandidaten die, in dubbel aantal van dat der toe te wijzen mandaten worden voorgedragen door de representatieve werkgeversorganisaties en door de representatieve organisaties van de zelfstandigen

4°vijf werkende en vijf plaatsvervangende leden, benoemd uit kandidaten die, in dubbel aantal van dat der toe te wijzen mandaten worden voorgedragen door de representatieve werknemersorganisaties,

5°vijf werkende en vijf plaatsvervangende leden, benoemd uit kandidaten die, in dubbel aantal van dat der toe te wijzen mandaten worden voorgedragen door de verzekeringsinstellingen.

Indien de voorzitter niet uit de leden bedoeld in het eerste lid, 3°, 4° en 5° wordt benoemd, is hij niet stemgerechtigd.

De voorzitter, de ondervoorzitters en de leden worden benoemd voor een termijn van zes jaar. Hun mandaat kan worden hernieuwd.

Er wordt onverwijld in de vervanging voorzien van elk lid dat voor de normale verstrijkingsdatum van zijn mandaat ophoudt lid te zijn van het Algemeen comité. Het nieuwe lid dat hiertoe wordt aangesteld, voltooit het mandaat van degene die hij vervangt.

Een plaatsvervangend lid heeft enkel zitting bij afwezigheid van een werkend lid van zijn groep.

Art. 2

Het Algemeen comité wordt in vergadering bijeengeroepen door zijn voorzitter, hetzij op zijn initiatief, hetzij op verzoek van de Minister die de Sociale zaken onder zijn bevoegdheid heeft, hierna de Minister genoemd, hetzij op vraag van ten minste drie leden, welke schriftelijk wordt geformuleerd en het onderwerp van de vergadering vermeldt; de bijeenroeping vermeldt in elk geval het onderwerp van de vergadering.

Wanneer het Algemeen comité in vergadering wordt bijeengeroepen op verzoek van de Minister, heeft de vergadering plaats binnen acht dagen na het verzoek.

Art. 3

Het Algemeen comité houdt deugdelijk zitting indien ten minste de helft van zijn leden aanwezig is.

De beslissingen worden genomen bij gewone meerderheid van de leden die aan de stemming deelnemen, waarbij geen rekening wordt gehouden met de onthoudingen. Bij staking van stemmen is het voorstel afgewezen.

Art. 4

De voorzitter en de ondervoorzitters van het Algemeen comité zijn gemachtigd om, de ene of de andere, samen met de Administrateurgeneraal van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, hierna het Instituut genoemd, of zijn plaatsvervanger, de akten te ondertekenen welke het Instituut verbinden buiten die welke betrekking hebben op het dagelijks beheer of uitgaan van bijzondere lasthebbers.