Alle wetboeken › Bankwet

BOEK XI - HERSTEL EN AFWIKKELING VAN GROEPEN

TITEL III/1 - Financiële steun binnen een groep

438/1–438/12

Art. 438/1

§ 1.Belgische moederkrediet-instellingen, Belgische EER-moederkrediet-instellingen en entiteiten naar Belgisch recht bedoeld in artikel 424, 3° en 4°, evenals Belgische dochterondernemingen die kredietinstellingen of financiële instellingen zijn welke vallen onder het toezicht op geconsolideerde basis dat op de moederonderneming wordt uitgeoefend, kunnen partij zijn bij een overeenkomst voor het verlenen van financiële steun binnen de groep aan een andere partij bij de overeenkomst die voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 234, § 1 van deze wet of in artikel 27 van Richtlijn 2014/59/EU.

§ 2.Een overeenkomst voor het verlenen van financiële steun binnen de groep:

1°mag alleen worden gesloten op een ogenblik waarop geen van de partijen bij de overeenkomst voldoet aan de in artikel 234, § 1 of in artikel 27 van Richtlijn 2014/59/EU bedoelde voorwaarden;

2°mag niet verhinderen dat een groepsentiteit actief is in een lidstaat;

3°mag niet verhinderen dat van geval tot geval en conform het beleid van de groep financiële steun wordt verleend aan een groepsentiteit die in financiële problemen verkeert, als dit geen risico inhoudt voor de groep als geheel.

§ 3.De overeenkomst voor het verlenen van financiële steun binnen de groep kan:

1°op een of meer dochterondernemingen van de groep betrekking hebben en voorzien in financiële steun van de moederonderneming aan dochterondernemingen, van dochterondernemingen aan de moederonderneming, tussen dochterondernemingen van de groep die partij zijn bij de overeenkomst, of elke combinatie van deze groepsentiteiten;

2°voorzien in financiële steun in de vorm van een lening, de verlening van garanties, de verstrekking van activa die als zekerheid kunnen worden gebruikt, of elke combinatie van deze vormen van financiële steun bij een of meer transacties, onder meer tussen de begunstigde van de steun en een derde.

§ 4.Indien een groepsentiteit overeenkomstig de bepalingen van de overeenkomst akkoord gaat met de verlening van financiële steun aan een andere groepsentiteit, kan de overeenkomst een wederkerige overeenkomst bevatten van de groepsentiteit die de steun ontvangt, om financiële steun te verlenen aan de groepsentiteit die de steun verleent.

§ 5.De uit de overeenkomst voortvloeiende rechten, vorderingen en maatregelen kunnen alleen door de partijen bij de overeenkomst worden uitgeoefend, met uitsluiting van derden.

Art. 438/2

Een overeenkomst voor het verlenen van financiële steun binnen de groep beantwoordt minstens aan de volgende beginselen:

1°de overeenkomst bevat de basis voor de berekening van de vergoeding voor elke transactie die krachtens de overeenkomst plaatsvindt;

2°de vergoeding wordt vastgesteld op het tijdstip van verlening van de financiële steun;

3°bij toetreding tot de overeenkomst en bij het vaststellen van de vergoeding voor de verlening van financiële steun moet elke partij haar eigen belangen behartigen, hetgeen kan inhouden dat rekening wordt gehouden met eventuele directe of indirecte voordelen die voor een partij uit de verlening van de financiële steun kunnen voortvloeien;

4°elke partij die financiële steun verleent, moet volledig toegang hebben tot relevante informatie van elke partij die financiële steun ontvangt, voordat de vergoeding voor de verlening van financiële steun wordt vastgesteld en voordat een besluit tot verlening van financiële steun wordt genomen;

5°bij de vergoeding voor de verlening van financiële steun kan rekening worden gehouden met informatie die niet op de markt beschikbaar is en die in het bezit is van de partij die financiële steun verleent op grond van het feit dat zij deel uitmaakt van dezelfde groep als de partij die financiële steun ontvangt; en

6°in de beginselen voor het berekenen van de vergoeding voor de verlening van financiële steun hoeft geen rekening te worden gehouden met eventuele verwachte tijdelijke gevolgen voor de marktprijzen van gebeurtenissen buiten de groep om.

Art. 438/3

Een groepsentiteit naar Belgisch recht mag slechts financiële steun verlenen overeenkomstig artikel 438/1 als aan elk van de volgende voorwaarden wordt voldaan:

1°het verlenen van financiële steun heeft tot doel de financiële stabiliteit van de groep als geheel of van een van de groepsentiteiten te vrijwaren of te herstellen;

2°er is een redelijk vooruitzicht dat de verleende steun de financiële moeilijkheden van de groepsentiteit die de steun ontvangt, in wezenlijke mate oplost;

3°het verlenen van financiële steun is in het belang van de groepsentiteit die de steun verleent;

4°de financiële steun wordt verleend onder voorwaarden, waaronder een vergoeding als bedoeld in artikel 438/2;

5°op basis van de informatie waarover het wettelijk bestuursorgaan van de groepsentiteit die financiële steun verleent, beschikt op het moment dat het besluit tot verlenen van financiële steun wordt genomen, is er een redelijk vooruitzicht dat de groepsentiteit die de steun ontvangt de vergoeding voor de steun zal betalen en dat deze, indien de steun in de vorm van een lening wordt verstrekt, de lening zal terugbetalen. Indien de steun wordt verstrekt in de vorm van een garantie of andere zekerheid, geldt voor de daaruit voortvloeiende verplichting voor de ontvangende entiteit dezelfde voorwaarde als de garantie of zekerheid wordt afgedwongen;

6°de verlening van de financiële steun brengt de liquiditeit of de solvabiliteit van de groepsentiteit die de steun verleent, niet in gevaar;

7°de verlening van de financiële steun houdt geen bedreiging in voor de financiële stabiliteit in België;

8°op het ogenblik waarop de steun wordt verleend, voldoet de groepsentiteit die de steun verleent aan de vereisten van deze wet met betrekking tot kapitaal of liquiditeit en aan alle op grond van de artikelen 149 en 150 opgelegde vereisten, en het verlenen van financiële steun leidt er niet toe dat deze groepsentiteit die vereisten overtreedt, tenzij dit wordt toegestaan door de toezichthouder;

9°op het ogenblik waarop de steun wordt verleend, voldoet de groepsentiteit die de steun verleent aan de vereisten inzake grote risicoblootstellingen zoals vastgelegd in Verordening nr. 575/2013, in de toepasselijke wet- en regelgeving en in de reglementen die met toepassing van artikel 98 zijn vastgesteld, en het verlenen van financiële steun leidt er niet toe dat de groepsentiteit die vereisten overtreedt, tenzij zulks wordt toegestaan door de toezichthouder;

10°de verlening van de financiële steun brengt de afwikkelbaarheid van de groepsentiteit die de steun verleent, niet in gevaar.

Art. 438/4

§ 1.De Belgische EER-moederkredietinstelling vraagt toestemming aan de toezichthouder, in zijn hoedanigheid van consoliderende toezichthouder, om een overeenkomstig artikel 438/1 voorgenomen overeenkomst te mogen sluiten of om wijzigingen aan te brengen in een overeenkomst waarvoor de toezichthouder toestemming heeft verleend. Het verzoek om toestemming vermeldt de groepsentiteiten die als partijen worden voorgesteld. De toezichthouder, in zijn hoedanigheid van consoliderende toezichthouder, stuurt het verzoek onverwijld door naar de bevoegde autoriteiten van elke dochteronderneming die voornemens is partij te zijn bij de overeenkomst.

§ 2.De toezichthouder, in zijn hoedanigheid van consoliderende toezichthouder, verleent volgens de procedure bedoeld in artikel 438/5 toestemming indien de voorwaarden van de voorgenomen overeenkomst stroken met de in artikel 438/3 vastgestelde voorwaarden voor het verlenen van financiële steun. Hij kan de sluiting van de voorgenomen overeenkomst verbieden indien deze geacht wordt niet te stroken met de voorwaarden bedoeld in artikel 438/3.

Art. 438/5

§ 1.De toezichthouder, in zijn hoedanigheid van consoliderende toezichthouder, stelt alles in het werk om samen met de andere bevoegde autoriteiten een gezamenlijk besluit te nemen binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag bedoeld in artikel 438/4, § 1, over de vraag of de voorwaarden van de voorgenomen overeenkomst of de voorgenomen wijzigingen stroken met de in artikel 438/3 vastgestelde voorwaarden voor het verlenen van financiële steun. Zij houden daarbij rekening met het mogelijke effect van de uitvoering van de overeenkomst in alle lidstaten waar de groep actief is, met inbegrip van gevolgen voor de begroting van de betrokken lidstaten. Het gezamenlijke besluit wordt in een volledig gemotiveerd document opgenomen en door de toezichthouder, in zijn hoedanigheid van consoliderende toezichthouder, aan de aanvrager verstrekt.

De toezichthouder, in zijn hoedanigheid van consoliderende toezichthouder, kan de EBA krachtens artikel 31, onder c) van Verordening nr. 1093/2010 verzoeken om bijstand bij het bereiken van een gezamenlijk besluit.

§ 2.Als de toezichthouder, in zijn hoedanigheid van consoliderende toezichthouder, en de andere bevoegde autoriteiten niet binnen de termijn bedoeld in paragraaf 1 tot een gezamenlijk besluit komen, is het volgende van toepassing:

1°de toezichthouder, in zijn hoedanigheid van consoliderende toezichthouder, neemt een volledig gemotiveerd schriftelijk besluit over de aanvraag. Dat besluit houdt rekening met de standpunten en voorbehouden die gedurende de periode van vier maanden door de andere bevoegde autoriteiten kenbaar zijn gemaakt. De toezichthouder stelt de aanvrager en de andere bevoegde autoriteiten van zijn besluit in kennis;

2°indien een andere bevoegde autoriteit binnen de in paragraaf 1 bedoelde termijn de zaak overeenkomstig artikel 19 van Verordening nr. 1093/2010 aan de EBA heeft voorgelegd, stelt de toezichthouder zijn besluit uit in afwachting van een eventueel door de EBA genomen besluit. Hij neemt zijn besluit in overeenstemming met het besluit van de EBA.

Art. 438/6

De toezichthouder, in zijn hoedanigheid van consoliderende toezichthouder, zendt de overeenkomsten voor financiële steun binnen de groep waarvoor hij toestemming heeft verleend, en alle wijzigingen daarvan, onverwijld toe aan de betrokken afwikkelingsautoriteiten.

Art. 438/7

§ 1.Indien de toezichthouder, in zijn hoedanigheid van bevoegde autoriteit voor het toezicht op een Belgische kredietinstelling die een dochteronderneming is van een EER-moederonderneming in een andere lidstaat, een kennisgeving ontvangt als bedoeld in artikel 20, lid 2 van Richtlijn 2014/59/EU, stelt hij alles in het werk om samen met de consoliderende toezichthouder en de andere bevoegde autoriteiten tot een gezamenlijk besluit te komen als bedoeld in artikel 20, lid 5 van Richtlijn 2014/59/EU.

De toezichthouder kan de EBA krachtens artikel 31, onder c) van Verordening nr. 1093/2010 verzoeken om bijstand bij het bereiken van een gezamenlijk besluit.

§ 2.Bij ontstentenis van een gezamenlijk besluit als bedoeld in paragraaf 1, is het volgende van toepassing:

1°de toezichthouder maakt aan de consoliderende toezichthouder zijn standpunten en voorbehouden over betreffende het besluit dat de consoliderende toezichthouder zal nemen krachtens artikel 20, lid 6 van Richtlijn 2014/59/EU;

2°de toezichthouder kan tot aan het einde van de termijn bedoeld in artikel 20, lid 7 van Richtlijn 2014/59/EU en zolang geen gezamenlijk besluit is genomen, de zaak overeenkomstig artikel 19 van Verordening nr. 1093/2010 aan de EBA voorleggen.

Art. 438/8

§ 1.Elke voorgenomen overeenkomst of wijziging waarvoor de bevoegde autoriteiten toestemming hebben verleend, wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de aandeelhouders van elke groepsentiteit die de overeenkomst wil aangaan. De overeenkomst is alleen geldig en uitvoerbaar voor de partijen waarvan de aandeelhouders de overeenkomst hebben goedgekeurd, en dit zolang die goedkeuring niet is ingetrokken.

Een overeenkomst voor het verlenen van financiële steun binnen de groep geldt alleen voor een groepsentiteit indien haar aandeelhouders het wettelijk bestuursorgaan hebben toegestaan het besluit te nemen dat de groepsentiteit onder de voorwaarden van de overeenkomst en in overeenstemming met de voorwaarden bedoeld in deze titel steun verleent of ontvangt, en indien de aandeelhouders die toestemming niet hebben ingetrokken.

§ 2.Het wettelijk bestuursorgaan van elke entiteit die partij is bij de overeenkomst, brengt jaarlijks aan de aandeelhouders verslag uit over de uitvoering van de overeenkomst en van alle op grond van de overeenkomst genomen besluiten.

Art. 438/9

Het wettelijk bestuursorgaan van de groepsentiteit naar Belgisch recht die financiële steun verleent, neemt het besluit om op grond van de overeenkomst financiële steun binnen de groep te verlenen. Dat besluit wordt gemotiveerd, vermeldt het doel van de voorgenomen financiële steun en hoe met de verlening van de financiële steun aan de in artikel 438/3 vastgestelde voorwaarden wordt voldaan.

Het wettelijk bestuursorgaan van de groepsentiteit naar Belgisch recht die financiële steun ontvangt, neemt het besluit om op grond van de overeenkomst financiële steun binnen de groep te aanvaarden.

Art. 438/10

§ 1.Voordat er op grond van een overeenkomst voor het verlenen van financiële steun binnen de groep effectief steun wordt verstrekt, brengt het wettelijk bestuursorgaan van een groepsentiteit naar Belgisch recht die voornemens is financiële steun te verlenen, dit ter kennis van:

1°de toezichthouder;

2°in voorkomend geval, de consoliderende toezichthouder;

3°de bevoegde autoriteit van de groepsentiteit die de steun ontvangt; en

4°de EBA.

De kennisgeving omvat het gemotiveerde besluit van het wettelijk bestuursorgaan, bedoeld in artikel 438/9 en nadere gegevens over de voorgenomen financiële steun, samen met een kopie van de overeenkomst voor het verlenen van financiële steun binnen de groep.

§ 2.Binnen vijf werkdagen na de datum van ontvangst van een volledige kennisgeving als bedoeld in paragraaf 1 kan de toezichthouder de verlening van financiële steun goedkeuren, dan wel bij gemotiveerd besluit verbieden of beperken indien hij oordeelt dat niet aan de bij artikel 438/3 vastgestelde voorwaarden is voldaan.

Het besluit wordt onverwijld ter kennis gebracht van:

1°de consoliderende toezichthouder, indien deze verschilt van de toezichthouder;

2°de bevoegde autoriteit van de groepsentiteit die de steun ontvangt; en

3°de EBA.

Indien de toezichthouder optreedt in zijn hoedanigheid van consoliderende toezichthouder, stelt hij onverwijld de andere leden van het college van bevoegde autoriteiten en de leden van het afwikkelingscollege in kennis.

§ 3.Indien de toezichthouder de financiële steun niet binnen de in paragraaf 2 bedoelde termijn verbiedt of beperkt, of die steun voor het einde van die termijn heeft goedgekeurd, kan er financiële steun worden verleend in overeenstemming met de voorwaarden die aan de toezichthouder zijn voorgelegd.

§ 4.Het besluit van het wettelijk bestuursorgaan van de groepsentiteit naar Belgisch recht, om financiële steun te verlenen, wordt toegezonden aan:

1°de toezichthouder;

2°in voorkomend geval, de consoliderende toezichthouder;

3°de bevoegde autoriteit van de groepsentiteit die de steun ontvangt; en

4°de EBA.

Indien de toezichthouder optreedt in zijn hoedanigheid van consoliderende toezichthouder stelt hij onverwijld de andere leden van het college van bevoegde autoriteiten en de leden van het afwikkelingscollege in kennis.

§ 5.De toezichthouder, in zijn hoedanigheid van consoliderende toezichthouder, kan het initiatief nemen tot een herbeoordeling van het groepsherstelplan overeenkomstig artikel 434 of, indien er een herstelplan op individuele basis is opgesteld, de groepsentiteit krachtens artikel 114 verzoeken een herzien herstelplan in te dienen, indien:

1°de toezichthouder de financiële steun van de groep overeenkomstig paragraaf 2 van dit artikel beperkt of verbiedt; en

2°het groepsherstelplan overeenkomstig artikel 425, § 2 financiële steun binnen de groep vermeldt; en

3°de toezichthouder van de groepsentiteit ten aanzien waarvan de steun wordt beperkt of verboden, de toezichthouder, in zijn hoedanigheid van consoliderende toezichthouder, hierom verzoekt.

Art. 438/11

§ 1.Indien de toezichthouder in zijn hoedanigheid van autoriteit die bevoegd is voor een groepsentiteit naar Belgisch recht die de steun ontvangt, een kennisgeving ontvangt als bedoeld in artikel 25, lid 3 van Richtlijn 2014/59/EU en bezwaren heeft met betrekking tot het besluit van de bevoegde autoriteit om financiële steun te verbieden of beperken, kan hij de zaak binnen twee dagen aan de EBA voorleggen en verzoeken om bijstand krachtens artikel 31, onder c) van Verordening nr. 1093/2010.

§ 2.Indien de bevoegde autoriteit financiële steun van de groep voor een groepsentiteit naar Belgisch recht beperkt of verbiedt overeenkomstig artikel 25, lid 2 van Richtlijn 2014/59/EU, en indien het groepsherstelplan financiële steun binnen de groep vermeldt, kan de toezichthouder, in zijn hoedanigheid van autoriteit die bevoegd is voor de groepsentiteit naar Belgisch recht die de steun ontvangt:

1°de consoliderende toezichthouder verzoeken het initiatief te nemen tot een herbeoordeling van het groepsherstelplan als bedoeld in artikel 8 van Richtlijn 2014/59/EU; of

2°indien er een herstelplan op individuele basis is opgesteld, de betrokken groepsentiteit verzoeken een herzien herstelplan in te dienen krachtens artikel 114.

Art. 438/12

Groepsentiteiten maken openbaar of zij al dan niet overeenkomstig artikel 438/1 een overeenkomst voor het verlenen van financiële steun binnen de groep zijn aangegaan. Dit bevat een beschrijving van de algemene voorwaarden van een eventuele dergelijke overeenkomst en de namen van de groepsentiteiten die partij zijn bij de overeenkomst. Deze informatie wordt ten minste eenmaal per jaar bijgewerkt. De artikelen 431 tot en met 434 van Verordening nr. 575/2013 zijn van toepassing.