(176)Het Instituut en de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering beschikken ieder over hun eigen personeel.
TITEL VIII - Gemeenschappelijke bepalingen ter zake van het Instituut, van de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering en van de (Kas der geneeskundige verzorging van N.M.B.S. Holding).
176–190bis
Art. 176bis
In het kader van een wettelijke opdracht kan het Instituut voor functies van medisch- wetenschappelijke aard personeelsleden bij arbeidsovereenkomst aanwerven en binnen de perken van de personeelsenveloppe bezoldigen in een hogere weddenschaal dan die welke aan de Rijksambtenaren bij zijn aanwerving wordt toegekend.
De Koning bepaalt het statuut en de aanwervingsprocedure van de in het eerste lid bedoelde personeelsleden.
Art. 177
(177)(Het personeel van het Instituut staat onder de leiding van de Administrateur-generaal, bijgestaan door de adjunct-administrateur-generaal.)
Zij worden in hun opdrachten terzijde gestaan door een directeur-generaal van de Dienst voor geneeskundige verzorging, een directeur-generaal van de Dienst voor uitkeringen en een adviseur-generaal van het Fonds voor de Medische Ongevallen alsmede door een arts-directeur-generaa van de (Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle) en een directeur generaal van de Dienst voor administratieve controle. Deze ambtenaren voeren de titel van leidend ambtenaar. Onder het gezag van de administrateur-generaal alsmede van de adjunct administrateur-generaal oefenen zij de leiding uit van de betrokken diensten.
(De Koning stelt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de houders van de managementfuncties aan die belast zijn met de leiding van het Instituut.
De Koning stelt de houders van de managementfuncties aan die de leiding uitoefenen van de in het tweede lid bedoelde diensten en desgevallend de andere houders van de managementfuncties, op voorstel van de minister en van het Algemeen Comité, na voordracht van de administrateur-generaal.
De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het statuut en de procedure van aanstelling van de houders van de managementfuncties.)
Art. 178
(178)(opgeheven)
Art. 179
(179)(opgeheven)
Art. 180
Het personeel van de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering staat onder leiding van de houder van de managementfunctie belast met het dagelijks beheer van de instelling, bijgestaan door een adjunct.
De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het statuut en de procedure van aanstelling van de in dit artikel vermelde ambtenaren.
Art. 181
(181)De administrateur-generaal, bijgestaan door de adjunct-administrateur-generaal, oefent de bevoegdheden inzake dagelijks beheer uit die hem door het Algemeen Comité en de beheersorganen van de bijzondere diensten in hun huishoudelijk reglement werden toevertrouwd.
De administrateur-generaal en de adjunct-administrateurgeneraal wonen ambtshalve de vergaderingen bij van de beheersorganen van het Instituut en van de raden, colleges commissies en comités die werkzaam zijn in de schoot van het Instituut.
De administrateur-generaal van het Instituut is belast met de uitvoering van de beslissingen van het Algemeen Comité en van de andere beheersorganen van de bijzondere diensten.
Hij staat in voor het secretariaat van het Algemeen Comité.
De administrateur-generaal vertegenwoordigt het Instituut in de gerechtelijke en buitengerechtelijke handelingen, en treedt rechtsgeldig in haar naam en voor haar rekening op, zonder dat hij zulks door een beslissing van een comité of een raad moet staven.
Ingeval de administrateur-generaal verhinderd is worden zijn bevoegdheden uitgeoefend door de adjunctadministrateur-generaal en ingeval deze verhinderd is door een door het Algemeen Comité aangewezen ambtenaar van het Instituut.
Voor een vlotte afhandeling van de zaken kunnen de beheersorganen (van de bijzondere diensten), onder de voorwaarden die zij vaststellen, de administrateur-generaal machtigen een gedeelte van zijn bevoegdheden over te dragen aan de ambtenaren bedoeld in artikel 177, tweede lid.
(Lid 8 opgeheven)
Art. 181bis
(Opgeheven)
Art. 182
(182)§ 1. (De directeur-generaal van de Dienst voor uitkeringen bedoeld in artikel 177, tweede lid, is belast met de uitvoering van de beslissingen van het Beheerscomité van de Dienst voor uitkeringen..., waartoe hij overeenkomstig artikel 181, zevende lid, werd gemachtigd.)
(Hij woont de vergaderingen van het Beheerscomité van de Dienst voor uitkeringen... bij en staat in voor het secretariaat ervan.)
Hij woont ambtshalve de vergaderingen bij van de raden en commissies die werkzaam zijn in de schoot van de Dienst of kan zich daarop doen vertegenwoordigen door de ambtenaar die hij aanwijst.
Ingeval bovenvermelde directeur-generaal van de Dienst voor uitkeringen verhinderd is, worden zijn bevoegdheden uitgeoefend door een door het Algemeen comité aangewezen ambtenaar van genoemde dienst.
§ 2.De directeur-generaal van de Dienst voor geneeskundige verzorging bedoeld in artikel 177, tweede lid, is belast met de uitvoering van de beslissingen van de Algemene Raad en van het Verzekeringscomité van de Dienst voor geneeskundige verzorging waartoe hij overeenkomstig artikel 181, zevende lid, werd gemachtigd.
Hij woont de vergaderingen van de Algemene Raad en van het Verzekeringscomité bij en staat in voor het secretariaat ervan.
Hij woont ambtshalve de vergaderingen bij van de raden, de colleges, commissies en comités die werkzaam zijn in de schoot van de Dienst of kan zich daarop doen vertegenwoordigen door de ambtenaar die hij aanwijst.
Ingeval bovenvermelde directeur-generaal van de Dienst voor geneeskundige verzorging verhinderd is, worden zijn bevoegdheden uitgeoefend door een door het Algemeen Comité aangewezen ambtenaar van genoemde dienst.
§ 3.De directeur-generaal van de Dienst voor uitkeringen en die van de Dienst voor geneeskundige verzorging, vermeld in §§ 1 en 2 alsmede de in § 4 vermelde adviseur-generaal van het Fonds voor de Medische Ongevallen wonen de vergaderingen van het Algemeen Comité bij.
§ 4.De adviseur-generaal van het in artikel 177, tweede lid, bedoelde Fonds, wordt belast met de uitvoering van de beslissingen van het Beheerscomité van de dienst van het Fonds voor de Medische Ongevallen, waartoe hij overeenkomstig artikel 181, zevende lid, is gemachtigd.
Hij woont de vergaderingen van het Beheerscomité van de dienst van het Fonds voor de Medische Ongevallen bij en neemt het secretariaat ervan waar.
Hij woont ambtshalve de vergaderingen bij van de raden en commissies die in de dienst werkzaam zijn of kan zich daarop laten vertegenwoordigen door de ambtenaar die hij aanwijst.
Ingeval bovenvermelde adviseur-generaal van het Fonds voor de Medische Ongevallen verhinderd is, worden zijn bevoegdheden uitgeoefend door een door het Algemeen Comité aangewezen ambtenaar.
Art. 183
(183)De arts-directeur-generaal van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle is belast met de uitvoering van de beslissingen van zijn Comité overeenkomstig de bevoegdheid die hem werd toegekend krachtens het artikel 181, zevende lid. Hij woont de zittingen van dit Comité bij en verzekert het secretariaat.
De directeur-generaal van de Dienst voor administratieve controle is belast met de uitvoering van de beslissingen van het Algemeen beheerscomité, genomen ter uitvoering van het artikel 12, 8° en 9°, overeenkomstig de bevoegdheid die hem werd toegekend krachtens het artikel 181, zevende lid.
Ingeval bovenvermelde arts-directeur-generaal en de directeurgeneraal verhinderd zijn, worden hun bevoegdheden uitgeoefend door een door het Algemeen Comité aangewezen ambtenaar van de betrokken dienst.
De in de voorgaande leden vermelde arts-directeur-generaal van de Dienst voor Geneeskundige Evaluatie en Controle en de directeur-generaal van de Dienst voor Administratieve Controle wonen de vergaderingen van het Algemeen comité bij.
Art. 184
(184)De (houder van een management functie) van de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering is belast met de uitvoering van de beslissingen van het Beheerscomité van de Hulpkas.
Hij woont de vergaderingen van het Beheerscomité van de Hulpkas bij en staat in voor het secretariaat ervan.
Hij oefent de machten uit inzake dagelijks beheer welke door het Beheerscomité van de Hulpkas zijn omschreven in zijn huishoudelijk reglement.
De leidend ambtenaar van de Hulpkas vertegenwoordigt die Hulpkas in de gerechtelijke en buitengerechtelijke handelingen. Hij gaat geen persoonlijke verbintenissen aan en is enkel verantwoordelijk voor de uitvoering van zijn opdracht.
Ingeval de leidend ambtenaar verhinderd is, worden zijn machten uitgeoefend door de (adjunct) en, ingeval deze verhinderd is, door een door het Beheerscomité aangewezen personeelslid van de Hulpkas.
Voor een vlottere afhandeling van de zaken, kan het Beheerscomité, onder de voorwaarden welke het vaststelt, de leidend ambtenaar machtigen een gedeelte van zijn machten op te dragen aan personeelsleden van de Hulpkas.
Art. 185
(185)§ 1. De personeelsleden van de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering worden aangeworven, benoemd, voor de dienst aangewezen, bevorderd, ontslagen en afgezet door het Beheerscomité van de Hulpkas.
Niettegenstaande de bepalingen van het personeelsstatuut van de Hulpkas, mag het Beheerscomité de adviserend artsen van die instelling ontslaan of afzetten zonder andere voorwaarde dan de intrekking van hun erkenning door het Comité van de Dienst voor geneeskundige controle.
§ 2.In afwijking van artikel 12, 3°, worden het inspecterend personeel zoals bedoeld in artikel 146, § 1, tweede lid en de sociaal inspecteurs en controleurs bedoeld in artikel 162 benoemd door de Koning op voorstel van de Directieraad van het Instituut. Zij worden teruggezet in graad, van ambtswege ontslagen of afgezet door de Koning.
Art. 186
(186)De personeelsleden van het Instituut, aangewezen voor de algemene diensten en voor de bijzondere diensten van dat Instituut, mogen mededingen voor benoemingen, dienstaanwijzingen en bevorderingen in een of andere van die diensten.
(In geval van overdrachten naar het Instituut die aanleiding geven tot de opstelling van afzonderlijke personeelsformaties en taalkaders, kan de Koning evenwel voor een duur die Hij bepaalt, tussen die formaties en kaders als overgangsmaatregel een afsluiting instellen in verband met overplaatsing, graadverandering en bevordering.)
(In het organiek kader van het Instituut worden de betrekkingen van het administratief personeel van de niveaus 2 en 3 tot 31 december 2002 als evenwaardig beschouwd voor de vaststelling van de wervingsmachtigingen van niveau 2.)
(Lid 4 ingetrokken)
Art. 187
(187)De Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen stelt voor de (Kas der geneeskundige verzorging van Kas voor geneeskundige verzorging van de N.M.B.S. Holding) (...) het personeel beschikbaar dat nodig is om haar opdracht uit te voeren.
Het personeelsstatuut van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen blijft van toepassing op dat personeel.
Art. 188
(188)De in de artikelen 5, 6, 11, 79, 86 en 140 bedoelde regeringscommissarissen beschikken over de macht welke hun is toegekend bij de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut.
Op hun verzoek worden zij gehoord en zij hebben een onbeperkt recht van toezicht en controle op alle activiteiten van de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, van de Kas der geneeskundige verzorging van HR Rail en van het Instituut.
Te dien einde mogen zij, te allen tijde, ter plaatse inzage nemen van alle stukken en geschriften die in het bezit zijn van de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, van de Kas der geneeskundige verzorging van HR Rail en van het Instituut.
Ook mogen ze de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering, de Kas der geneeskundige verzorging van HR Rail en het Instituut verzoeken onderzoekingen te doen instellen telkens als zij zulks nodig achten.
Ter benoeming van de regeringscommissarissen kunnen de in de artikelen 5, 6, 11, 79, 86 en 140 bedoelde ministers dezelfde personen voordragen voor de verschillende in deze wet bedoelde instellingen en diensten.
Dit artikel is eveneens van toepassing op de regeringscommissarissen die bij het Instituut rechtstreeks krachtens de voornoemde wet van 16 maart 1954, worden aangewezen.
Art. 189
(189)De Minister die de Sociale Zaken onder zijn bevoegdheid heeft en de Minister die de Begroting onder zijn bevoegdheid heeft, wijzen, in onderlinge overeenstemming, (bij het Instituut en bij de Hulpkas voor ziekte- en invaliditeitsverzekering) revisoren aan die over de bevoegdheid beschikken welke hun is toegekend bij de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut.
Art. 190
(190)Zonder dat wordt afgeweken van de bevoegdheid van de bestaande controleorganen, kunnen de Minister die de Sociale Zaken onder zijn bevoegdheid heeft en de Minister die de Begroting onder zijn bevoegdheid heeft bij het Instituut een afgevaardigde aanwijzen die voltijds met de functies van begrotings- en financieel adviseur is belast.
Deze Adviseur brengt aan deze Ministers verslag uit over het beheer van de instelling, alsook over de ontvangsten en uitgaven, in het bijzonder over de vooruitzichten ter zake en over de verschillende aspecten van hun evolutie.
Te dien einde onderzoekt hij ter plaatse, zonder zich in te laten met het beheer, alle verrichtingen die een financiële of begrotingsweerslag hebben. Hij beschikt over de meest uitgebreide onderzoeksbevoegdheden, heeft inzage van alle dossiers en alle archieven, ontvangt van de diensten alle inlichtingen welke hij vraagt en woont de vergaderingen bij van de beheersorganen van het in artikel 140 bedoelde comité, de in het artikel 161 bedoelde Technische commissie alsook van de bij titel III, hoofdstuk I, afdeling VIII, bedoelde commissies.
Het statuut en de duur van het mandaat van die adviseur worden door de Koning vastgesteld.
Indien periodes gedurende welke betrokkene de functie van begrotings- en financieel adviseur heeft uitgeoefend, in de periode vallen die in aanmerking komt voor het vaststellen van het gemiddelde der wedde, op grond waarvan een pensioen ten laste van de Schatkist wordt berekend, wordt voor die periodes rekening gehouden met de als wedde geldende toelage verbonden aan voormelde functie.
Art. 190bis
Zonder dat wordt afgeweken van enige bevoegdheid van de bestaande organen voorzien in deze wet, benoemt de Koning bij het Instituut een voorzitter die voltijds belast is met de organisatie van de coördinatie van de aansturing van de Commissie voor gezondheidszorgdoelstellingen.
Deze voorzitter brengt de ministers bevoegd voor Sociale Zaken en Volksgezondheid alsook de voor Gezondheid bevoegde ministers van de in artikel 128, 130, 135 en 138 van de Grondwet bedoelde overheden voorafgaandelijk op de hoogte van elke bijeenkomst van de Commissie, en is verantwoordelijk voor het uitvoeren van de in artikel 18/2, § 2, bedoelde taak.
De voorzitter kan de vergaderingen bijwonen van het Verzekeringscomité, de Algemene Raad, en van de bij titel III, hoofdstuk I, afdeling VIII, bedoelde overeenkomsten- en akkoordencommissies.
Het statuut van de voorzitter wordt door de Koning vastgesteld.
De voorzitter wordt in de uitoefening van zijn opdracht bijgestaan door een secretariaat waarvan de samenstelling en de werkwijze worden vastgesteld door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.