§ 1.De (Parlementen) van de Vlaamse en de Franse Gemeenschap regelen, ieder wat hem betreft, bij decreet:
1°de culturele aangelegenheden;
2°het onderwijs, met uitsluiting van:
a)de bepaling van het begin en het einde van de leerplicht;
b)de minimale voorwaarden voor het uitreiken van de diploma's;
c)de pensioenregeling;
3°de samenwerking tussen de gemeenschappen, alsook de internationale samenwerking, met inbegrip van het sluiten van verdragen, voor de aangelegenheden bedoeld in 1° en 2°.
Een wet aangenomen met de in artikel 4, laatste lid, bepaalde meerderheid, stelt de in 1° vermelde culturele aangelegenheden, de in 3° vermelde vormen van samenwerking, alsook de nadere regelen voor het in 3° vermelde sluiten van verdragen vast.
§ 2.Deze decreten hebben kracht van wet respectievelijk in het Nederlandse taalgebied en in het Franse taalgebied, alsmede ten aanzien van de instellingen gevestigd in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad die, wegens hun activiteiten moeten worden beschouwd uitsluitend te behoren tot de ene of de andere gemeenschap.