Alle wetboeken › Grondwet

TITEL III - DE MACHTEN. › HOOFDSTUK IV - DE GEMEENSCHAPPEN EN DE GEWESTEN.

Afdeling II - De bevoegdheden.

127–140

Art. 127

§ 1.De (Parlementen) van de Vlaamse en de Franse Gemeenschap regelen, ieder wat hem betreft, bij decreet:

1°de culturele aangelegenheden;

2°het onderwijs, met uitsluiting van:

a)de bepaling van het begin en het einde van de leerplicht;

b)de minimale voorwaarden voor het uitreiken van de diploma's;

c)de pensioenregeling;

3°de samenwerking tussen de gemeenschappen, alsook de internationale samenwerking, met inbegrip van het sluiten van verdragen, voor de aangelegenheden bedoeld in 1° en 2°.

Een wet aangenomen met de in artikel 4, laatste lid, bepaalde meerderheid, stelt de in 1° vermelde culturele aangelegenheden, de in 3° vermelde vormen van samenwerking, alsook de nadere regelen voor het in 3° vermelde sluiten van verdragen vast.

§ 2.Deze decreten hebben kracht van wet respectievelijk in het Nederlandse taalgebied en in het Franse taalgebied, alsmede ten aanzien van de instellingen gevestigd in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad die, wegens hun activiteiten moeten worden beschouwd uitsluitend te behoren tot de ene of de andere gemeenschap.

Art. 128

§ 1.De (Parlementen) van de Vlaamse en de Franse Gemeenschap regelen, (elk voor zich), bij decreet, de persoonsgebonden aangelegenheden, alsook, voor deze aangelegenheden, de samenwerking tussen de gemeenschappen en de internationale samenwerking, met inbegrip van het sluiten van verdragen.

Een wet aangenomen met de in artikel 4, laatste lid, bepaalde meerderheid, stelt deze persoonsgebonden aangelegenheden vast, alsook de vormen van samenwerking en de nadere regelen voor het sluiten van verdragen.

§ 2.Deze decreten hebben kracht van wet respectievelijk in het Nederlandse taalgebied en in het Franse taalgebied, alsmede, tenzij wanneer een wet aangenomen met de in artikel 4, laatste lid, bepaalde meerderheid er anders over beschikt, ten aanzien van de instellingen gevestigd in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad die, wegens hun organisatie, moeten worden beschouwd uitsluitend te behoren tot de ene of de andere gemeenschap.

Art. 129

§ 1.De (Parlementen) van de Vlaamse en de Franse Gemeenschap regelen, bij uitsluiting van de federale wetgever, (elk voor zich), bij decreet, het gebruik van de talen voor:

1°de bestuurszaken;

2°het onderwijs in de door de overheid opgerichte, gesubsidieerde of erkende instellingen;

3°de sociale betrekkingen tussen de werkgevers en hun personeel, alsmede de door de wet en de verordeningen voorgeschreven akten en bescheiden van de ondernemingen.

§ 2.Deze decreten hebben kracht van wet, respectievelijk in het Nederlandse taalgebied en in het Franse taalgebied, uitgezonderd wat betreft:

-de gemeenten of groepen van gemeenten palend aan een ander taalgebied en waar de wet het gebruik van een andere taal dan die van het gebied waarin zij gelegen zijn, voorschrijft of toelaat. Voor deze gemeenten kan in de bepalingen betreffende het gebruik van de talen voor de aangelegenheden bedoeld in § 1 geen verandering worden aangebracht dan bij een wet aangenomen met de in artikel 4, laatste lid, bepaalde meerderheid;

-de diensten waarvan de werkkring verder reikt dan het taalgebied waarin zij gevestigd zijn;

-de door de wet aangewezen federale en internationale instellingen waarvan de werking gemeen is aan meer dan één gemeenschap.

Art. 130

§ 1.(Het Parlement) van de Duitstalige Gemeenschap regelt bij decreet:

1°de culturele aangelegenheden;

2°de persoonsgebonden aangelegenheden;

3°het onderwijs, binnen de grenzen bepaald in artikel 127, § 1, eerste lid, 2°;

4°de samenwerking tussen de gemeenschappen, alsmede de internationale samenwerking, daarin begrepen het sluiten van verdragen, voor de in 1°, 2° en 3° bedoelde aangelegenheden.

(5° het gebruik van de talen voor het onderwijs in de door de overheid opgerichte, gesubsidieerde of erkende instellingen.)

De wet stelt de in 1° en 2° vermelde culturele en persoonsgebonden aangelegenheden vast, alsook de in 4° vermelde vormen van samenwerking en de wijze waarop de verdragen worden gesloten.

§ 2.Deze decreten hebben kracht van wet in het Duitse taalgebied.

Art. 131

De wet stelt de regelen vast ter voorkoming van elke discriminatie om ideologische en filosofische redenen.

Art. 132

Het recht van initiatief berust bij de Gemeenschapsregering en bij de leden van (het Gemeenschapsparlement).

Art. 133

Alleen het decreet kan een authentieke uitlegging van de decreten geven.

Art. 134

Wetten ter uitvoering van artikel 39 bepalen de rechtskracht van de regelen die de organen, welke zij oprichten, uitvaardigen in de aangelegenheden, welke zij aanduiden.

Zij kunnen aan deze organen de bevoegdheid toekennen om decreten met kracht van wet uit te vaardigen op het gebied en op de wijze die zij bepalen.

Art. 135

Een wet aangenomen met de in artikel 4, laatste lid, bepaalde meerderheid wijst de overheden aan die voor het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad de bevoegdheden uitoefenen die niet zijn toegewezen aan de gemeenschappen voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 128, § 1.

Art. 135bis

Een wet aangenomen met de in artikel 4, laatste lid, bepaalde meerderheid kan, voor het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, aan het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest bevoegdheden toewijzen die niet zijn toegewezen aan de gemeenschappen voor de aangelegenheden bedoeld in artikel 127, § 1, eerste lid, 1°, en, voor wat deze aangelegenheden betreft, 3°.

Art. 136

Er bestaan taalgroepen in (het Parlement) van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, en Colleges, bevoegd voor de gemeenschapsaangelegenheden; hun samenstelling, werking, bevoegdheden en, onverminderd artikel 175, hun financiering worden geregeld door een wet, aangenomen met de in artikel 4, laatste lid, bepaalde meerderheid.

De Colleges vormen samen het Verenigd College, dat fungeert als overleg- en coördinatieorgaan tussen de beide gemeenschappen.

Art. 137

Met het oog op de toepassing van artikel 39 kunnen (het Parlement) van de Vlaamse Gemeenschap en (het Parlement) van de Franse Gemeenschap en hun Regeringen de bevoegdheden uitoefenen van respectievelijk het Vlaamse en het Waalse Gewest, onder de voorwaarden en op de wijze die de wet bepaalt. Deze wet moet worden aangenomen met de meerderheid bepaald in artikel 4, laatste lid.

Art. 138

(het Parlement) van de Franse Gemeenschap enerzijds en (het Parlement) van het Waalse Gewest en de Franse taalgroep van (het Parlement) van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest anderzijds kunnen in onderlinge overeenstemming en elk bij decreet beslissen dat (het Parlement) van het Waalse Gewest en zijn Regering in het Franse taalgebied en de Franse taalgroep van de Raad van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en zijn College in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad geheel of gedeeltelijk bevoegdheden van de Franse Gemeenschap uitoefenen.

Deze decreten worden aangenomen met een meerderheid van twee derden van de uitgebrachte stemmen in (het Parlement) van de Franse Gemeenschap en met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen in (het Parlement) van het Waalse Gewest en in de Franse taalgroep van (het Parlement) van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, op voorwaarde dat de meerderheid van de leden van (het betrokken Parlement of de betrokken taalgroep) aanwezig is. Zij kunnen de financiering van de bevoegdheden die zij aanduiden, regelen, alsook de overdracht van het personeel, de goederen, rechten en verplichtingen die erop betrekking hebben.

Deze bevoegdheden worden, naar gelang van het geval, uitgeoefend bij wege van decreten, besluiten of verordeningen.

Art. 139

Op voorstel van hun respectieve Regeringen kunnen (het Parlement) van de Duitstalige Gemeenschap en (het Parlement) van het Waalse Gewest in onderlinge overeenstemming en elk bij decreet beslissen dat (het Parlement) en de Regering van de Duitstalige Gemeenschap in het Duitse taalgebied geheel of gedeeltelijk bevoegdheden van het Waalse Gewest uitoefenen.

Deze bevoegdheden worden, naar gelang van het geval, uitgeoefend bij wege van decreten, besluiten of verordeningen.

Art. 140

(Het Parlement) en de Regering van de Duitstalige Gemeenschap oefenen, bij wege van besluiten en verordeningen, elke andere bevoegdheid uit die de wet hun toekent.

Artikel 159 is van toepassing op deze besluiten en verordeningen.