Alle wetboeken › WER

BOEK IV - Bescherming van de mededinging › TITEL 3 - Handhaving van het mededingingsrecht

HOOFDSTUK 2

IV.75–IV.79

Art. IV.75

§ 1.Op initiatief van de auditeur-generaal wordt de aanmelding van een concentratie bij uittreksel bekendgemaakt op de website van de Belgische Mededingingsautoriteit. Het uittreksel vermeldt de namen van de ondernemingen die betrokken zijn bij de concentratie en de economische sectoren die mogelijk betrokken zijn. De bekendmaking geeft aan of de toepassing van de vereenvoudigde procedure wordt gevraagd.

§ 2.De beslissingen van het Mededingingscollege, de schikkingsbeslissingen, de beslissingen inzake vereenvoudigde procedure bij concentraties alsmede de berichten dat bij ontstentenis van een beslissing een concentratie wordt geacht toegelaten te zijn of een verzoek om voorlopige maatregelen geacht te zijn verworpen, worden bekendgemaakt op de website van de Belgische Mededingingsautoriteit, rekening houdend met het rechtmatig belang van de ondernemingen dat hun zakengeheimen en andere vertrouwelijke gegevens niet bekend worden gemaakt. Deze beslissingen worden, in de vorm bestemd voor de bekendmaking op de website van de Belgische Mededingingsautoriteit, onmiddellijk aan de Bijzondere raadgevende commissie Mededinging overgemaakt.

De sepotbeslissingen en de beslissingen tot stopzetten van een onderzoek worden bekendgemaakt overeenkomstig het eerste lid, behoudens andersluidende beslissing van de auditeur-generaal.

§ 3.De beslissingen van het Marktenhof en van het Hof van Cassatie, die toepassing maken van dit boek of uitgesproken worden in beroep tegen beslissingen krachtens dit boek, worden bekendgemaakt op de website van de Belgische Mededingingsautoriteit, rekening houdend met het rechtmatig belang van de ondernemingen dat hun zakengeheimen en andere vertrouwelijke gegevens niet bekend worden gemaakt.

§ 4.De richtsnoeren en bekendmakingen bedoeld in artikel IV.25, 2°, worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en op de website van de Belgische Mededingingsautoriteit.

§ 5.Het jaarlijks activiteitenverslag bedoeld in artikel IV.25, 5°, wordt meegedeeld aan de minister en wordt bekendgemaakt op de website van de Belgische Mededingingsautoriteit.

Art. IV.76

Ingeval de Belgische Mededingingsautoriteit zich, bij toepassing van artikel 104 VWEU, uitspreekt over de toelaatbaarheid van afspraken of over het misbruik maken van een machtspositie op de interne markt, wordt de beslissing genomen in overeenstemming met de artikelen 101, lid 1, en 102 VWEU, volgens de procedure en de sancties bepaald in dit boek.

Ingeval de Belgische Mededingingsautoriteit zich, met toepassing van verordeningen of richtlijnen genomen op basis van artikel 103 VWEU, uitspreekt over de toepassing van de beginselen neergelegd in de artikelen 101 en 102 VWEU, wordt de beslissing genomen in overeenstemming met deze verordeningen of richtlijnen, volgens de procedure en de sancties bepaald in dit boek.

Art. IV.77

De daartoe door de auditeur-generaal aangeduide personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit worden, met toepassing van de artikelen 20, lid 5, en 22 van Verordening (EG) nr. 1/2003, belast met het vervullen bij de ondernemingen, ondernemingsverenigingen en natuurlijke personen van bijstands-, verificatie- of andere opdrachten in het kader van het toezicht op de naleving van de mededingingsregels van de verdragen van de Europese Unie, die zij ambtshalve, op verzoek van de Europese Commissie, of op verzoek van een nationale mededingingsautoriteit uitvoeren.

De daartoe gemachtigde personeelsleden hebben dezelfde bevoegdheden en verplichtingen als die van de in de artikelen IV.40, IV.40/1 en IV.40/2, bedoelde auditeur en gemandateerde personeelsleden wanneer zij optreden op verzoek van een nationale mededingingsautoriteit, en als die van de in artikel 20, lid 2, van Verordening (EG) nr. 1/2003 bedoelde gemandateerde personeelsleden wanneer zij optreden op verzoek van de Europese Commissie.

De ambtenaren en andere door de nationale mededingingsautoriteit of door de Europese Commissie gemachtigde of aangewezen begeleidende personen, zijn gemachtigd om bijstand te verlenen bij de opdrachten uitgeoefend met toepassing van het eerste lid door de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit.

De in het eerste lid bedoelde personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit mogen de artikelen IV.40 tot IV.40/2 eveneens toepassen namens en voor rekening van een nationale mededingingsautoriteit teneinde vast te stellen of een onderneming of ondernemingsvereniging geen gevolg heeft gegeven aan onderzoeksmaatregelen en beslissingen van deze nationale mededingingsautoriteit. De Belgische Mededingingsautoriteit en de nationale mededingingsautoriteit kunnen voor dit doel informatie uitwisselen en deze als bewijsmateriaal gebruiken, mits aan de in artikel 12 van Verordening (EG) nr. 1/2003 vermelde waarborgen wordt voldaan.

Op verzoek van de auditeur-generaal draagt de nationale mededingingsautoriteit alle redelijke bijkomende kosten, met inbegrip van de vertalingskosten, arbeidskosten en administratieve kosten, in verband met de krachtens dit artikel genomen maatregelen.

Art. IV.78

Voor de toepassing van de artikelen 101 en 102 VWEU, van Verordening (EG) nr. 1/2003 en van Verordening (EG) nr. 139/2004, hebben de voorzitter, de auditeur-generaal en de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit de bevoegdheid om alle gegevens, zowel van feitelijke als van juridische aard, met inbegrip van vertrouwelijke inlichtingen, mee te delen aan de Europese Commissie en aan de nationale mededingingsautoriteiten, alsook in voorkomend geval zulke informatie die werd verkregen van de Europese Commissie of van de nationale mededingingsautoriteiten als bewijsmiddel te gebruiken, onder voorbehoud van de waarborgen bepaald in artikel 12 van Verordening (EG) nr. 1/2003.

Met toepassing van het eerste lid, kunnen de clementieverklaringen die bij de Belgische Mededingingsautoriteit zijn ingediend worden overgemaakt aan de Europese Commissie en aan de nationale mededingingsautoriteiten, onder de volgende voorwaarden:

1°ofwel met de toestemming van de verzoeker;

2°ofwel indien de nationale mededingingsautoriteit, bestemmeling van de clementieverklaring, van dezelfde verzoeker eveneens een clementieverzoek met betrekking tot dezelfde inbreuk heeft ontvangen als de Belgische Mededingingsautoriteit, op voorwaarde dat er op het tijdstip van overmaking van de clementieverklaring voor de verzoeker geen mogelijkheid bestaat om de informatie terug in te trekken die hij heeft meegedeeld aan de nationale mededingingsautoriteit, bestemmeling van de clementieverklaring.

De Belgische Mededingingsautoriteit kan samenwerkingsakkoorden met betrekking tot het uitwisselen van informatie en het gebruik ervan als bewijsmiddel sluiten met mededingingsautoriteiten uit derde landen, onder voorbehoud van de voorwaarden bedoeld in het tweede lid. Deze samenwerkingsakkoorden krijgen slechts uitwerking na goedkeuring door de Koning.

Art. IV.78/1

§ 1.Wanneer een onderzoeksprocedure, geopend krachtens artikel IV.39, betrekking heeft op de toepassing van artikel 101 of 102 VWEU, stelt de auditeur belast met het onderzoek de Europese Commissie hiervan in kennis overeenkomstig artikel 11, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1/2003, ten laatste onverwijld na het begin van de eerste daad van onderzoek. Hij stelt de Europese Commissie eveneens in kennis van de kennisgeving van deze eerste onderzoeksdaad en van zijn eventuele latere beslissing tot stopzetting van het onderzoek met toepassing van de artikelen IV.44, § 1, eerste lid, 1° of 3°, IV.45, eerste lid, 1° of 3°, of IV.46, § 2, eerste lid, 2° of 3°.

Wanneer een beslissing bedoeld in artikel IV.52, § 1, eerste lid, 1°, 3°, 4° of 8°, betrekking heeft op de toepassing van artikel 101 of 102 VWEU, dan stelt het Mededingingscollege de Europese Commissie hiervan in kennis.

Wanneer een beslissing bedoeld in de artikelen IV.44, § 1, eerste lid, 2°, IV.45, eerste lid, 2°, IV.46, § 2, eerste lid, 1°, IV.52, § 1, eerste lid, 2°, 6° of 7°, of IV.57 betrekking heeft op de toepassing van artikel 101 of 102 VWEU, legt het Mededingingscollege of de auditeur-generaal, naargelang het geval, het ontwerp van beslissing voor aan de Europese Commissie overeenkomstig artikel 11, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1/2003.

De informatie bedoeld in het eerste tot het derde lid kan ter beschikking worden gesteld van de nationale mededingingsautoriteiten.

Wanneer de beslissing waarbij voorlopige maatregelen bedoeld in artikel IV.73 worden opgelegd betrekking heeft op de toepassing van artikel 101 of artikel 102 VWEU, brengt het Mededingingscollege de mededingingsautoriteiten van het Europees netwerk van me-dedingingsautoriteiten hiervan op de hoogte.

§ 2.De auditeur-generaal, de auditeur of het Mededingingscollege doet, naargelang het geval, de kennisgevingen bedoeld in artikel 38, leden 2 en 3, van Verordening (EU) 2022/1925.

Art. IV.78/2

§ 1.De auditeur-generaal stelt, op verzoek en in naam van een andere nationale mededingingsautoriteit, een betrokken onderneming, ondernemingsvereniging of natuurlijke persoon in kennis van iedere procedurele handeling of beslissingshandeling met betrekking tot de toepassing van artikel 101 of 102 VWEU van deze autoriteit.

§ 2.Het verzoek tot kennisgeving wordt zonder onnodige vertraging uitgevoerd, uitsluitend en alleen door middel van het uniforme instrument, opgesteld overeenkomstig artikel IV.78/6, § 1.

§ 3.De auditeur-generaal contacteert de nationale mededingingsautoriteit indien hij voornemens is een verzoek tot kennisgeving te verwerpen of bijkomende informatie wenst te verkrijgen.

De auditeur-generaal kan beslissen om het verzoek tot kennisgeving niet uit te voeren indien het verzoek niet voldoet aan de voorschriften van dit artikel en van artikel IV.78/6, § 1, of indien hij op redelijke wijze aantoont dat deze uitvoering in strijd zou zijn met de openbare orde.

§ 4.De in de paragraaf 1 bedoelde kennisgeving wordt door het secretariaat bij aangetekende zending met ontvangstbewijs aan de betrokken onderneming, ondernemingsvereniging of natuurlijke persoon gedaan.

§ 5.Op verzoek van de auditeur-generaal draagt de nationale mededingingsautoriteit alle redelijke bijkomende kosten, met inbegrip van de vertalingskosten, arbeidskosten en administratieve kosten, in verband met de krachtens dit artikel genomen maatregelen.

Art. IV.78/3

§ 1.De auditeur die belast is met de dagelijkse leiding van het onderzoek van een zaak kan een andere nationale mededingingsautoriteit verzoeken om in naam van de Belgische Mededingingsautoriteit een betrokken onderneming, ondernemingsvereniging of natuurlijke persoon in kennis te stellen van iedere procedurele of beslissingshandeling met betrekking tot de toepassing van artikel 101 of 102 VWEU.

§ 2.Het verzoek tot kennisgeving wordt aan de nationale mededingingsautoriteit gericht door middel van een uniform instrument, opgesteld overeenkomstig artikel IV.78/6, § 1.

Tegelijkertijd geeft de auditeur aan de betrokken onderneming, ondernemingsvereniging of natuurlijke persoon kennis van het uniform instrument.

§ 3.De in de eerste paragraaf bedoelde auditeur verschaft de nationale mededingingsautoriteit bijkomende informatie indien zij hierom verzoekt.

§ 4.De Belgische Mededingingsautoriteit draagt op verzoek van de nationale mededingingsautoriteit alle redelijke bijkomende kosten, met inbegrip van vertalingskosten, arbeidskosten en administratieve kosten, in verband met de genomen maatregelen.

Art. IV.78/4

§ 1.Op verzoek van een nationale mededingingsautoriteit voert de auditeur-generaal de beslissingen van deze nationale mededingingsautoriteit tot oplegging van geldboeten en dwangsommen voor een inbreuk op artikel 101 of 102 VWEU en/of op een bepaling uit haar overeenstemmende nationale wetgeving uit, wanneer:

1°de beslissing op grond van gangbare rechtsmiddelen niet of niet langer het voorwerp kan uitmaken van een beroep; en

2°de nationale mededingingsautoriteit, na redelijke inspanningen op haar grondgebied te hebben geleverd, heeft vastgesteld dat de onderneming of de ondernemingsvereniging ten overstaan van wie de geldboete of de dwangsom het voorwerp kan uitmaken van een gedwongen tenuitvoerlegging niet over voldoende activa beschikt in de lidstaat van deze nationale mededingingsautoriteit om de invordering van de geldboete of de dwangsom mogelijk te maken.

De auditeur-generaal kan eveneens de beslissingen bedoeld in het eerste lid uitvoeren, op verzoek van de nationale mededingingsautoriteit, in andere gevallen dan deze bedoeld in het eerste lid, 2°, met name wanneer de onderneming of de ondernemingsvereniging ten overstaan van wie de geldboete of de dwangsom het voorwerp uitmaakt van een gedwongen tenuitvoerlegging niet ge-vestigd is in de lidstaat van de nationale mededingingsautoriteit.

§ 2.Het verzoek tot tenuitvoerlegging van een in paragraaf 1 bedoelde beslissing wordt zonder onnodige vertraging uitgevoerd, uitsluitend en alleen door middel van het uniforme instrument, opgesteld overeenkomstig artikel IV.78/6.

§ 3.De auditeur-generaal contacteert de nationale mededingingsautoriteit indien hij voornemens is een verzoek tot tenuitvoerlegging van een beslissing te verwerpen of indien hij bijkomende informatie wenst te verkrijgen.

Hij kan beslissen om het verzoek tot tenuitvoerlegging van een beslissing bedoeld in paragraaf 1 niet uit te voeren indien het verzoek niet voldoet aan de voorschriften van dit artikel en van artikel IV.78/6 of indien hij op redelijke wijze aantoont dat deze uitvoering in strijd zou zijn met de openbare orde.

§ 4.De auditeur-generaal zendt de verzoeken tot tenuitvoerlegging van beslissingen bedoeld in paragraaf 1 toe aan de FOD Financiën met het oog op de inning van het verschuldigde bedrag. Deze vordert de bedragen in overeenkomstig de artike-len 3 en volgende van de domaniale wet van 22 december 1949 voor de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen.

§ 5.De verjaringstermijnen van toepassing op de tenuitvoerlegging van de beslissingen bedoeld in paragraaf 1 worden beheerst door het nationale recht van de lidstaat van de nationale mededingingsautoriteit die het verzoek heeft ingediend.

§ 6.De Belgische Mededingingsautoriteit en de FOD Financiën kunnen de volledige kosten, met inbegrip van de vertalingskosten, arbeidskosten en administratieve kosten, van de maatregelen genomen krachtens dit artikel recupereren:

1°uit de opbrengst van de geldboeten of dwangsommen die zij namens de nationale mededingingsautoriteit hebben geïnd; of

2°door zich te richten tot de onderneming of de ondernemingsvereniging ten overstaan van wie de geldboete of dwangsom het voorwerp van een tenuitvoerlegging kan uitmaken.

Zelfs indien de Belgische Mededingingsautoriteit en de FOD Financiën er niet in slagen om de geldboeten en dwangsommen te innen, kunnen zij de nationale mededingingsautoriteit verzoeken de gemaakte kosten te dragen.

De verschuldigde bedragen worden geïnd in euro.

§ 7.De Belgische Mededingingsautoriteit geeft de betrokken onderneming of ondernemingsvereniging zonder verwijl kennis van de door haar in toepassing van dit artikel genomen tenuitvoerleggingsmaatregelen.

Art. IV.78/5

§ 1.De auditeur-generaal kan een andere nationale mededingingsautoriteit verzoeken de beslissingen van de Belgische Mededingingsautoriteit tot oplegging van geldboeten en dwangsommen voor een inbreuk op het mededingingsrecht uit te voeren, wanneer:

1°de beslissing op grond van gangbare rechtsmiddelen niet of niet langer het voorwerp kan uitmaken van een beroep; en

2°hij, na redelijke inspanningen op het Belgisch grondgebied te hebben geleverd, heeft vastgesteld dat de onderneming of de ondernemingsvereniging ten overstaan van wie de geldboete of de dwangsom het voorwerp kan uitmaken van een gedwongen tenuitvoerlegging niet over voldoende activa beschikt in België om de invordering van de geldboete of de dwangsom mogelijk te maken.

De auditeur-generaal kan eveneens verzoeken aan de nationale mededingingsautoriteit om de in het eerste lid bedoelde beslissingen uit te voeren in andere gevallen dan deze bedoeld in het eerste lid, 2°, met name wanneer de onderneming of de ondernemings-vereniging ten overstaan van wie de geldboete of de dwangsom het voorwerp uitmaakt van een gedwongen tenuitvoerlegging niet gevestigd is in België.

§ 2.Het verzoek tot tenuitvoerlegging van een in paragraaf 1 bedoelde beslissing wordt aan de nationale mededingingsautoriteit gericht door middel van een uniform instrument, opgesteld overeenkomstig artikel IV.78/6.

Tegelijkertijd geeft de auditeur-generaal aan de betrokken onderneming of ondernemingsvereniging kennis van het uniform instrument.

§ 3.De auditeur-generaal verschaft de nationale mededingingsautoriteit bijkomende informatie indien zij hierom verzoekt.

§ 4.De Belgische Mededingingsautoriteit draagt op verzoek van de nationale mededingingsautoriteit de volledige gemaakte kosten, met inbegrip van de vertalingskosten, arbeidskosten en administratieve kosten, van de genomen maatregelen.

Zelfs indien de nationale mededingingsautoriteit er niet in slaagt om de geldboeten en dwangsommen te innen, kan zij de Belgische Mededingingsautoriteit verzoeken de gemaakte kosten te dragen.

Art. IV.78/6

§ 1.Verzoeken als bedoeld in de artikelen IV.78/2 tot IV.78/5 worden uitgevoerd door middel van een uniform instrument dat vergezeld gaat van een afschrift van de handeling die ter kennis moet worden gebracht of ten uitvoer moet worden gelegd. Een dergelijk uniform instrument bevat:

a)de naam, het bekende adres van de adressaat en alle andere relevante informatie voor de identificatie van de adressaat;

b)een samenvatting van de relevante feiten en omstandigheden;

c)een samenvatting van het aangehechte afschrift van de handeling die ter kennis moet worden gebracht of ten uitvoer moet worden gelegd;

d)de naam, het adres en de andere contactgegevens van de nationale mededingingsautoriteit die de bestemmeling van het verzoek is; en

e)de termijn waarbinnen de kennisgeving of tenuitvoerlegging moeten worden verricht, zoals de wettelijke termijnen of verjaringstermijnen.

§ 2.Voor verzoeken als bedoeld in de artikelen IV.78/4 en IV.78/5 worden naast de vereisten in paragraaf 1 in het uniforme instrument de volgende gegevens vermeld:

a)informatie over de beslissing op basis waarvan tenuitvoerlegging in de lidstaat van de nationale mededingingsautoriteit, die het verzoek heeft gedaan, mogelijk is;

b)de datum waarop de beslissing definitief is geworden;

c)het bedrag van de geldboete of de dwangsom; en

d)informatie waaruit de redelijke inspanningen blijken die de nationale mededingingsautoriteit die het verzoek heeft gedaan, heeft geleverd om de beslissing op haar eigen grondgebied ten uitvoer te leggen. Deze vereiste geldt niet voor verzoeken op basis van de artikelen IV.78/4, § 1, tweede lid, en IV.78/5, § 1, tweede lid.

Art. IV.79

§ 1.Wanneer het Mededingingscollege een beslissing neemt zoals bedoeld in artikel IV.52, § 1, eerste lid, 2° of 2° /1, kan het aan elk van de betrokken ondernemingen en ondernemingsverenigingen geldboeten opleggen van maximaal 10 % van hun omzet, wanneer zij opzettelijk of uit onachtzaamheid een inbreuk op het mededingingsrecht begaan. Bovendien kan het ter naleving van zijn beslissing dwangsommen opleggen aan elk van de betrokken ondernemingen en ondernemingsverenigingen, tot beloop van 5 % van de gemid-delde dagelijkse omzet per dag vertraging te rekenen van de dag die het in de beslissing bepaalt.

Bij het bepalen van het bedrag van de geldboete bedoeld in het eerste lid, houdt het Mededingingscollege rekening met zowel de ernst als de duur van de inbreuk op het mededingingsrecht.

Het Mededingingscollege kan de in het eerste lid bedoelde geldboeten en dwangsommen tevens opleggen:

1°in geval van heropening van de procedure bij toepassing van artikel IV.53, 2° of 3°;

2°op verzoek van de auditeur, teneinde de in artikel IV.40, § 2, eerste lid, bedoelde beslissing van de auditeur tot het eisen van inlichtingen te doen naleven; de dwangsom kan worden opgelegd in de loop van het onderzoek.

§ 2.In afwijking van paragraaf 1 mag de in paragraaf 1 bedoelde geldboete, wanneer de beslissing of de procedure betrekking heeft op misbruik van een positie van economische afhankelijkheid in de zin van artikel IV.2/1, niet meer bedragen 2 % van de omzet van de betrokken onderneming of ondernemingsvereniging, en beloopt de in paragraaf 1 bedoelde dwangsom tot 2 % van de gemiddelde dagelijkse omzet per dag vertraging te rekenen vanaf de dag die door het Mededingingscollege wordt bepaald.

De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, en na raadpleging van de Belgische Mededingingsautoriteit en de Bijzondere raadgevende commissie Mededinging, bedoeld in artikel IV.37, het boeteplafond verhogen.

Om de drie jaar gaat de Belgische Mededingingsautoriteit over tot een toetsing van het boeteplafond ten einde na te gaan of dit toelaat voldoende afschrikwekkende boetes op te leggen.

§ 3.Het Mededingingscollege kan, bij de vaststelling van de boete, de vergoeding van schade toegebracht door de inbreuk die het voorwerp is van de beslissing, en die ingevolge een minnelijke schikking is betaald voorafgaand aan de beslissing, als een verzachtende omstandigheid in aanmerking nemen.

§ 4.Inbreuken op artikel IV.1, § 4, kunnen worden bestraft met een geldboete van 100 tot 10.000 euro.