Alle wetboeken › WER

BOEK IV - Bescherming van de mededinging › TITEL 3 - Handhaving van het mededingingsrecht › HOOFDSTUK 1 - Procedures en beslissingen

Afdeling 9 - Voorlopige maatregelen

IV.71–IV.73

Art. IV.71

Het Mededingingscollege kan voorlopige maatregelen nemen teneinde inbreuken op het mededingingsrecht, die het voorwerp van een onderzoek uitmaken, te schorsen, indien dringend een toestand moet worden vermeden die een ernstig, onmiddellijk en moeilijk herstelbaar nadeel kan veroorzaken voor de ondernemingen waarvan de belangen aangetast worden door deze inbreuken of die schadelijk kan zijn voor het algemeen economisch belang.

Art. IV.72

§ 1.Gemotiveerde verzoeken om voorlopige maatregelen worden, samen met de daarop betrekking hebbende stukken door een klager, de auditeur-generaal, de minister of de minister bevoegd voor de betrokken sector, ingediend bij de voorzitter.

Op straffe van nietigheid stuurt de verzoeker op de dag van indiening een kopie van zijn verzoek en de bijhorende stukken bij aangetekende zending met ontvangstbewijs aan de ondernemingen of ondernemingsverenigingen jegens wie voorlopige maatregelen worden gevraagd.

§ 2.Het secretariaat bezorgt de auditeur-generaal een kopie van het verzoek en van de bijhorende stukken alsmede van de latere procedurestukken indien hij niet de verzoeker is. Het bezorgt tevens, op verzoek van de voorzitter van het Mededingingscollege, het verzoek en de stukken geheel of gedeeltelijk aan derden die betrokken zijn bij de inbreuk of die een belang kunnen hebben bij de voorlopige maatregelen.

§ 3.De voorzitter stelt zonder verwijl het Mededingingscollege samen dat over het verzoek zal beslissen en legt het verzoek en de bijhorende stukken voor.

De voorzitter van het Mededingingscollege stelt de datum vast van de zitting van het Mededingingscollege die zal plaats hebben niet vroeger dan twee weken en niet later dan een maand na het indienen van het verzoek.

Het secretariaat brengt de verzoeker, de ondernemingen of ondernemingsverenigingen jegens wie voorlopige maatregelen worden gevraagd, de auditeur-generaal en de minister op de hoogte van deze beslissing en van de samenstelling van het Mededingingscollege.

§ 4.De auditeur-generaal, of de auditeur indien de auditeur-generaal niet de verzoeker is, iedere derde die een voldoende belang doet blijken en gevraagd heeft om te worden gehoord door het Mededingingscollege, alsmede iedere derde die het Mededingingscollege wenst te horen, dienen eventuele schriftelijke opmerkingen en stukken in uiterlijk zes werkdagen voor de dag van de zitting. De minister wordt geacht een voldoende belang te hebben.

De ondernemingen of ondernemingsverenigingen jegens wie voorlopige maatregelen worden gevraagd, dienen hun eventuele schriftelijke opmerkingen en stukken in uiterlijk twee werkdagen voor de dag van de zitting.

De verzoeker kan geen andere schriftelijke opmerkingen of stukken neerleggen of ter zitting inroepen dan de stukken gevoegd bij zijn verzoekschrift, behoudens in geval van toepassing van paragraaf 6, tweede lid.

Schriftelijke opmerkingen en stukken worden ingediend bij het secretariaat. De partij die schriftelijke opmerkingen en stukken indient moet op straffe van nietigheid op de dag van indiening een kopie per e-mail met ontvangstmelding toesturen aan alle andere partijen in de procedure.

§ 5.Op de zitting worden de verzoeker en de ondernemingen of ondernemingsverenigingen jegens wie voorlopige maatregelen worden gevraagd, gehoord, alsmede op hun verzoek de auditeur-generaal, de auditeur, de directeur economische zaken, de directeur juridische zaken en de derden die een voldoende belang doen blijken.

Het niet verschijnen van de in het eerste lid bedoelde partijen of personen, of hun mandatarissen, doet geen afbreuk aan de geldigheid van de procedure.

De voorzitter van het Mededingingscollege kan beslissen meer dan één zitting te organiseren binnen de in paragraaf 3, tweede lid, bedoelde maximumtermijn. Ingeval een bijkomende zitting alsnog overbodig blijkt, kan het Mededingingscollege in zijn beslissing het sluiten van de debatten vaststellen.

§ 6.De voorzitter van het Mededingingscollege kan de in de paragraaf 3, tweede lid, bedoelde maximumtermijn verlengen met ten hoogste twee weken.

Ingeval de termijn wordt verlengd om de verzoeker in staat te stellen om schriftelijk te antwoorden op de schriftelijke opmerkingen en de stukken die werden ingediend, krijgen de ondernemingen of ondernemingsverenigingen jegens wie voorlopige maatregelen worden gevraagd eenzelfde termijn als de verzoeker om te repliceren, binnen de bijkomende termijn van twee weken.

§ 7.De partijen die schriftelijke opmerkingen en stukken indienen kunnen de passages aanduiden die zij vertrouwelijk achten, mits zij het vertrouwelijk karakter motiveren en een niet-vertrouwelijke samenvatting of versie indienen. De voorzitter van het Mededingingscollege of de assessor, die hij aanduidt beslist over de vertrouwelijkheid van de betrokken passages. De beslissing betreffende de vertrouwelijkheid is niet vatbaar voor afzonderlijk beroep.

Art. IV.73

§ 1.Het Mededingingscollege oordeelt bij gemotiveerde beslissing binnen een termijn van één maand na de zitting. Bij ontstentenis van een beslissing binnen de termijn wordt het verzoek om voorlopige maatregelen geacht te zijn verworpen.

Ingeval het Mededingingscollege het noodzakelijk acht om voorlopige maatregelen op te leggen, deelt het de maatregelen mee die het overweegt te nemen. De verzoeker, de auditeur indien de auditeur-generaal niet de verzoeker is, en de ondernemingen of ondernemings-verenigingen jegens wie voorlopige maatregelen worden gevraagd krijgen vijf werkdagen, te rekenen vanaf de eerste werkdag na deze mededeling, om hierover schriftelijke opmerkingen in te dienen. De ondernemingen of ondernemingsverenigingen jegens wie voorlopige maatregelen worden gevraagd, krijgen een bijkomende termijn van drie werkdagen, te rekenen vanaf de eerste werkdag na de indiening van schriftelijke opmerkingen door de verzoeker en de auditeur, om hierop schriftelijk te antwoorden.

De in het eerste lid bedoelde beslissingstermijn wordt geschorst vanaf de mededeling door het Mededingingscollege van de overwogen voorlopige maatregelen tot de eerste werkdag na het verstrijken van de laatste termijn bedoeld in het tweede lid.

Het tweede en derde lid vinden geen toepassing ingeval de voorlopige maatregelen die het Mededingingscollege overweegt op te leggen, behoren tot de voorlopige maatregelen die waren vermeld in het verzoekschrift bedoeld in artikel IV.72, § 1.

De motivering van de beslissing van het Mededingingscollege is uitdrukkelijk en afdoende.

§ 2.Het Mededingingscollege kan, gelet op het algemeen belang bij de goede werking van de markt, het ernstig, onmiddellijk en moeilijk herstelbaar nadeel van de verzoeker afwegen tegen het nadeel van de onderneming of ondernemingsvereniging jegens wie voorlopige maatregelen worden gevraagd en van belanghebbende derden, in geval naderhand de inbreuk ten gronde niet zou worden vastgesteld.

§ 3.De beslissing van het Mededingingscollege kan niet steunen op documenten en gegevens waarvan de ondernemingen en ondernemingsverenigingen jegens wie voorlopige maatregelen worden genomen, geen kennis hebben kunnen nemen.

§ 4.De beslissing bedoeld in paragraaf 1 is evenredig en van toepassing hetzij gedurende een bepaalde tijdspanne, die kan worden verlengd voor zover dat nodig en passend is, hetzij totdat de beslissing van het Mededingingscollege bedoeld in artikel IV.52, § 1, of de beslissing van de auditeur bedoeld in artikel IV.44, § 1, eerste lid, in artikel IV.45, eerste lid, of in artikel IV.59, § 1, niet meer vatbaar is voor beroep op grond van gewone rechtsmiddelen.