Alle wetboeken › WER

BOEK IV - Bescherming van de mededinging › TITEL 3 - Handhaving van het mededingingsrecht › HOOFDSTUK 1 - Procedures en beslissingen

Afdeling 2 - Bijzondere onderzoeksregels inzake inbreuken op het mededingingsrecht en niet-naleving van beslissingen

IV.43–IV.47

Art. IV.43

De klachten alsmede de verzoeken en injuncties tot het openen van een onderzoek betreffende de inbreuken op het mededingingsrecht en het niet-naleven van beslissingen genomen krachtens de artikelen IV.10, § 6, IV.44, § 1, 2°, IV.45, eerste lid, 2°, IV.46, § 2, 1°, IV.52, IV.66, IV.69, IV.71 of IV.73 worden ingediend bij de auditeur-generaal.

Art. IV.44

§ 1.De auditeur kan, na advies van de auditeur-adviseur, een klacht, verzoek of injunctie bij gemotiveerde beslissing seponeren:

1°ingeval hij tot het besluit komt dat de klacht, het verzoek of de injunctie, betreffende de inbreuk op het mededingingsrecht of de niet-naleving van een beslissing die er het voorwerp van is niet ontvankelijk, ongegrond of verjaard is;

2°ingeval hij, na de marktdeelnemers op formele of informele wijze te hebben geraadpleegd, tot het besluit komt dat de door de betrokken partij aangeboden toezeggingen, die hij verbindend verklaart, tegemoetkomen aan zijn bezorgdheden. Een dergelijke beslissing kan voor een bepaalde periode worden vastgesteld. Ze laat de mogelijkheid voor de auditeur-generaal onverlet om het onderzoek opnieuw op te starten ten aanzien van die betrokken partij op grond van nieuwe elementen of ontwikkelingen;

3°ingeval de zaak geen handhavingsprioriteit vormt of geen onderzoek rechtvaardigt gelet op de beschikbare middelen.

Een sepotbeslissing laat de bevoegdheid van de rechterlijke instanties om het bestaan van inbreuken op het mededingingsrecht voor het verleden vast te stellen onverlet. De toezeggingen houden geen nadelige erkenning in door de betrokken partij.

De auditeur geeft kennis van de sepotbeslissing aan de indiener van de klacht, het verzoek of de injunctie, alsmede aan de betrokken partijen. Hij vermeldt dat zij de documenten en gegevens uit het onderzoeksdossier waarop de auditeur steunt in zijn sepotbeslissing op het secretariaat kunnen raadplegen, tegen betaling een elektronische kopie ervan kunnen ontvangen en tegen de sepotbeslissing beroep kunnen instellen bij de voorzitter.

§ 2.Het beroep tegen sepotbeslissingen wordt, op straffe van niet ontvankelijkheid, ingesteld door middel van een gemotiveerd en ondertekend verzoekschrift dat wordt ingediend bij het secretariaat binnen een termijn van één maand na de kennisgeving van de beslissing. Het verzoekschrift beantwoordt, op straffe van nietigheid, aan de vereisten van artikel IV.90, § 5, tweede en derde lid.

§ 3.De voorzitter stelt het Mededingingscollege samen dat het beroep zal behandelen.

De voorzitter van het Mededingingscollege stelt de termijnen vast waarbinnen de betrokken partijen, de klager, de verzoeker of injunctiegever schriftelijke opmerkingen kunnen neerleggen. Hij spreekt zich in voorkomend geval uit over de vertrouwelijkheid van de documenten en gegevens.

In geval van een sepotbeslissing op grond van het prioriteitenbeleid of de beschikbare middelen kan de voorzitter van het Mededingingscollege, op vraag van de appellerende partij, en mits daartoe ernstige redenen worden aangevoerd, beslissen dat de auditeur zijn motivering dient te verduidelijken alvorens het Mededingingscollege uitspraak doet over het beroep.

Het Mededingingscollege doet uitspraak op stukken, tenzij de voorzitter van het Mededingingscollege beslist de partijen te horen. Ingeval het Mededingingscollege het beroep gegrond acht, wordt het dossier teruggezonden aan de auditeur.

De beslissing van het Mededingingscollege is niet vatbaar voor beroep.

Art. IV.45

De auditeur kan, na advies van de auditeur-adviseur, beslissen dat een ambtshalve onderzoek geheel of gedeeltelijk wordt stopgezet ten aanzien van bepaalde of alle betrokken partijen:

1°ingeval hij tot het besluit komt dat de resultaten van het ambtshalve gevoerd onderzoek niet volstaan om op afdoende wijze het bestaan van een vermeende inbreuk op het mededingingsrecht of niet-naleving van een beslissing vast te stellen;

2°ingeval hij, na de marktdeelnemers op formele of informele wijze te hebben geraadpleegd, tot het besluit komt dat de door een betrokken partij aangeboden toezeggingen, die hij bindend verklaart, tegemoetkomen aan zijn bezorgdheden. Een dergelijke beslissing kan voor een bepaalde periode worden vastgesteld;

3°ingeval de zaak geen handhavingsprioriteit vormt of geen onderzoek rechtvaardigt gelet op de beschikbare middelen.

De auditeur-generaal kan het onderzoek opnieuw opstarten ten aanzien van een betrokken partij op grond van nieuwe elementen of ontwikkelingen.

De beslissing tot stopzetten van het ambtshalve onderzoek laat de bevoegdheid van de rechterlijke instanties om het bestaan van inbreuken op het mededingingsrecht voor het verleden vast te stellen onverlet. De toezeggingen houden geen nadelige erkenning in door de betrokken partij.

De beslissing tot stopzetting van het ambtshalve onderzoek is niet vatbaar voor beroep.

Art. IV.46

§ 1.Ingeval de auditeur de klacht, het verzoek, de injunctie, of het ambtshalve onderzoek, gegrond acht, deelt hij, na advies van de auditeur-adviseur, de betrokken partijen mee welke gemotiveerde grieven hij jegens hen aanhoudt en brengt hen ter kennis dat zij op het secretariaat inzage kunnen nemen van het onderzoeksdossier zoals het is samengesteld op het ogenblik van de mededeling van de grieven en tegen betaling een elektronische kopie ervan kunnen krijgen. Hij geeft hun een termijn van ten minste twee maanden om op de grieven te antwoorden en hun stukken in te dienen bij het secretariaat. De auditeur kan deze termijn verlengen op gemotiveerd verzoek van een betrokken partij.

...

De grieven jegens een betrokken partij kunnen niet steunen op documenten en gegevens die ten aanzien van haar vertrouwelijk zijn.

Een betrokken partij kan binnen de in het eerste lid bedoelde antwoordtermijn toezeggingen aanbieden.

§ 2.De auditeur kan binnen een termijn van twee maanden vanaf het verstrijken van de in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde antwoordtermijn, na advies van de auditeur-adviseur beslissen het onderzoek geheel of gedeeltelijk stop te zetten ten aanzien van een betrokken partij:

1°ingeval hij na de marktdeelnemers op formele of informele wijze te hebben geraadpleegd, tot het besluit komt dat de door de betrokken partij aangeboden toezeggingen, die hij bindend verklaart, tegemoetkomen aan de grieven. Een dergelijke beslissing kan voor een bepaalde periode worden vastgesteld;

2°ingeval hij na kennisname van het verweer, tot het besluit komt dat de grieven ten aanzien van een betrokken partij niet langer stand houden;

3°ingeval de zaak geen handhavingsprioriteit meer vormt of geen onderzoek rechtvaardigt gelet op de beschikbare middelen.

In geval van toepassing van het eerste lid, 1°, wordt de termijn van twee maanden bedoeld in het eerste lid verlengd met twee maanden. Wanneer de beslissing die de auditeur overweegt de raadpleging van de Europese Commissie vereist met toepassing van artikel IV.78/1, derde lid, wordt de termijn geschorst vanaf de dag van het versturen van het ontwerp van beslissing tot op de dag waarop de Belgische Mededingingsautoriteit de opmerkingen van de Europese Commissie ontvangt.

De auditeur geeft kennis van de stopzettingsbeslissing aan de indiener van de klacht, het verzoek of de injunctie, alsmede aan de betrokken partijen. Hij vermeldt dat zij de documenten en gegevens uit het onderzoeksdossier waarop de auditeur steunt in zijn stopzettingsbeslissing op het secretariaat kunnen raadplegen, tegen betaling een elektronische kopie ervan kunnen ontvangen en tegen de stopzettingsbeslissing beroep kunnen instellen bij de voorzitter.

Het beroep tegen stopzettingsbeslissingen wordt, op straffe van niet ontvankelijkheid, ingesteld door middel van een gemotiveerd en ondertekend verzoekschrift dat wordt ingediend bij het secretariaat binnen een termijn van één maand na de kennisgeving van de beslissing. Het verzoekschrift beantwoordt, op straffe van nietigheid, aan de vereisten van artikel IV.90, § 5, tweede en derde lid.

De voorzitter stelt het Mededingingscollege samen dat het beroep zal behandelen.

De voorzitter van het Mededingingscollege stelt de termijnen vast waarbinnen de betrokken partijen, de klager, de verzoeker of injunctiegever schriftelijke opmerkingen kunnen neerleggen. Hij spreekt zich in voorkomend geval uit over de vertrouwelijkheid van de documenten en gegevens.

Het Mededingingscollege doet uitspraak op stukken, tenzij de voorzitter van het Mededingingscollege beslist de partijen te horen. Ingeval het Mededingingscollege het beroep gegrond acht, wordt het dossier teruggezonden aan de auditeur.

De beslissing van het Mededingingscollege is niet vatbaar voor beroep.

De beslissing tot stopzetten van het onderzoek laat de bevoegdheid van de rechterlijke instanties om het bestaan van inbreuken op het mededingingsrecht voor het verleden vast te stellen onverlet. De toezeggingen houden geen nadelige erkenning in door de betrokken partij.

De auditeur-generaal kan het onderzoek ambtshalve opnieuw opstarten ten aanzien van een betrokken partij op grond van nieuwe elementen of ontwikkelingen.

§ 3.De auditeur kan binnen een termijn van twee maanden vanaf het verstrijken van de in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde antwoordtermijn, beslissen nieuwe grieven te brengen of de eerder gebrachte grieven te herkwalificeren. In dat geval wordt opnieuw toepassing gemaakt van paragraaf 1 en, in voorkomend geval, paragraaf 2.

§ 4.Binnen een termijn van twee maanden vanaf het verstrijken van de in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde antwoordtermijn legt de auditeur na advies van de auditeur-adviseur, op straffe van verval, een gemotiveerd voorstel van beslissing neer bij de voorzitter, behoudens toepassing van paragrafen 2 of 3. Het voorstel van beslissing heeft enkel betrekking op grieven die het voorwerp waren van de mededeling van grieven.

Het voorstel van beslissing is vergezeld van het proceduredossier.

De termijn bedoeld in het eerste lid wordt geschorst ingeval binnen die termijn een schikkingsprocedure wordt ingezet of toezeggingen worden aangeboden, tot op de dag van de beslissing van de auditeur-generaal dat de schikkingsprocedure of de gesprekken met betrekking tot toezeggingen worden stopgezet.

Art. IV.47

Het directiecomité kan op verzoek van de voorzitter, van de minister of van de minister die de betrokken sector onder zijn bevoegdheid heeft, beslissen dat de voorzitter een algemeen of sectoraal onderzoek voert ingeval er aanwijzingen zijn van marktverstoringen. In voorkomend geval kan de voorzitter de auditeur-generaal vragen dat het auditoraat zijn medewerking verleent aan een algemeen of sectoraal onderzoek. De bepalingen van artikel IV.40, artikel IV.40/1 en van artikel IV.41 zijn van overeenkomstige toepassing op het onderzoek.