Na ontvangst van het voorstel van beslissing stelt de voorzitter zonder verwijl het Mededingingscollege samen dat de zaak zal behandelen. Hij bezorgt het Mededingingscollege het voorstel van beslissing alsmede, na het verstrijken van de in artikel IV.49, § 5, eerste lid, bedoelde termijn en in voorkomend geval rekening houdend met de beslissing bedoeld in artikel IV.49, § 5, tweede lid, het proceduredossier.
BOEK IV - Bescherming van de mededinging › TITEL 3 - Handhaving van het mededingingsrecht › HOOFDSTUK 1 - Procedures en beslissingen
Afdeling 3 - Beslissing inzake inbreuken op het mededingingsrecht en niet-naleving van beslissingen
IV.48–IV.53
Art. IV.49
§ 1.Op dezelfde dag als het indienen van het voorstel van beslissing brengt de auditeur de betrokken partijen hiervan op de hoogte en stuurt hun een kopie van het voorstel van beslissing. Hij brengt hen ter kennis dat zij op het secretariaat inzage kunnen nemen van het onderzoeksdossier en het proceduredossier en tegen betaling een elektronische kopie ervan kunnen krijgen.
Het secretariaat brengt de klager, de verzoeker of de minister op de hoogte van het indienen van het voorstel van beslissing.
§ 2.Zo de voorzitter van het Mededingingscollege dit nodig acht, krijgen de klager en de derden die het Mededingingscollege zal horen een niet-vertrouwelijke versie van het voorstel van beslissing of van een uittreksel daarvan.
De auditeur nodigt de betrokken partijen uit om de in het voorstel van beslissing opgenomen vertrouwelijke passages aan te stippen met het oog op het toezenden van een niet-vertrouwelijke versie van het voorstel of een uittreksel daarvan aan de klager en de derden die het Mededingingscollege zal horen. De auditeur stelt vervolgens de niet-vertrouwelijke versie vast. Zijn beslissing is niet vatbaar voor afzonderlijk beroep.
De klager en de derden die het Mededingingscollege zal horen, hebben geen toegang tot het onderzoeksdossier en het proceduredossier, tenzij de voorzitter van het Mededingingscollege hiertoe betreffende het proceduredossier een andersluidende beslissing neemt voor de stukken van het proceduredossier die hij aanduidt, onverminderd de artikelen XVII.77, XVII.78 en XVII.79.
§ 3.De betrokken partijen beschikken over een termijn van één maand vanaf de dag van de verzending van een kopie van het voorstel van beslissing om hun schriftelijke opmerkingen en de stukken die zij aan het proceduredossier wensen toe te voegen, in te dienen op het secretariaat, met mededeling aan de auditeur op dezelfde dag.
...
De voorzitter van het Mededingingscollege verlengt de in het eerste lid bedoelde termijn op gemotiveerde vraag van een betrokken partij of de auditeur ingeval hij dit nodig acht en voor een termijn die niet langer is dan de gevraagde termijn.
Ingeval een betrokken partij een stuk indient dat zij niet had neergelegd tijdens het onderzoek, stelt de voorzitter van het Mededingingscollege een termijn vast waarbinnen de auditeur schriftelijke opmerkingen kan indienen betreffende dat stuk alsmede een termijn waarbinnen de betrokken partij kan antwoorden op deze schriftelijke opmerkingen. De auditeur kan toepassing maken van artikel IV.40, bij de voorbereiding van zijn schriftelijke opmerkingen.
§ 4.De voorzitter van het Mededingingscollege beslist over de toegang die een betrokken partij vraagt tot de schriftelijke opmerkingen en de bijkomende stukken die werden ingediend door een andere betrokken partij. Hij bepaalt de termijn waarbinnen de andere betrokken partij een schriftelijke repliek kan indienen op dit verzoek. Hij spreekt zich in zijn gemotiveerde beslissing uit over de vertrouwelijkheid van gegevens in de schriftelijke opmerkingen en van de stukken van de andere betrokken partij. Zijn beslissing is niet vatbaar voor afzonderlijk beroep.
§ 5.Ingeval de auditeur de vertrouwelijkheid van een document of gegeven ten aanzien van een betrokken partij heeft aanvaard, kan die partij, indien zij zich geschaad acht in haar recht van verdediging, tegen de beslissing betreffende de vertrouwelijkheid van de auditeur beroep instellen bij de voorzitter van het Mededingingscollege. Het beroep wordt gebracht binnen vijf werkdagen nadat de betrokken partij toegang heeft gekregen tot het onderzoeksdossier en het proceduredossier, in voorkomend geval de elektronische kopie daarvan.
De voorzitter van het Mededingingscollege wijst, zonder kennis te nemen van het betrokken document of gegeven noch van de gronden van het beroep, een assessor aan die geen deel uitmaakt van het Mededingingscollege. De aangewezen assessor hoort de verzoeker, de auditeur en de persoon van of bij wie het document of het gegeven is verkregen. Hij spreekt zich uit bij gemotiveerde beslissing binnen tien werkdagen na het indienen van het beroep. De assessor vernietigt de beslissing van de auditeur geheel of gedeeltelijk ingeval de kennisneming door het Mededingingscollege of bepaalde betrokken partijen de rechten van verdediging van de andere betrokken partij, die het beroep heeft gebracht, in het gedrang zou brengen. In dat geval wordt het betrokken document of gegeven verwijderd uit het onderzoeksdossier en het proceduredossier en vervangen door de niet-vertrouwelijke versie of samenvatting ervan, tenzij de persoon van of bij wie het document of het gegeven is verkregen afstand doet van de vertrouwelijkheid.
De beslissing van de assessor is niet vatbaar voor afzonderlijk beroep.
§ 6.De voorzitter van het Mededingingscollege kan een termijn, binnen de in paragraaf 3 bedoelde termijn, bepalen waarbinnen de klager of derden die het Mededingingscollege zal horen, schriftelijke opmerkingen en stukken kunnen indienen. De voorzitter van het Mededingingscollege bepaalt tevens een termijn waarbinnen de auditeur en de betrokken partijen een schriftelijke repliek kunnen indienen.
Ingeval de klager en derden die het Mededingingscollege zal horen vertrouwelijke documenten en gegevens aan het Mededingingscollege wensen mee te delen, wijst de voorzitter van het Mededingingscollege een assessor aan die geen deel uitmaakt van het Mededingingscollege en die zich uitspreekt over de vertrouwelijkheid bij overeenkomstige toepassing van de procedure bedoeld in artikel IV.41, §§ 1 tot 4. Ingeval de kennisneming door het Mededingingscollege of een betrokken partij de rechten van verdediging van een andere betrokken partij in het gedrang zou brengen, beslist de assessor dat het betrokken document of gegeven niet wordt opgenomen in het proceduredossier en wordt vervangen door de niet-vertrouwelijke versie of samenvatting. De beslissing van de assessor is niet vatbaar voor afzonderlijk beroep.
§ 7.De betrokken partijen, de klager, de derden die het Mededingingscollege zal horen alsmede de auditeur doen mekaar rechtstreeks mededeling per e-mail van hun schriftelijke opmerkingen en stukken, op dezelfde dag als de indiening ervan op het secretariaat.
Art. IV.50
§ 1.Na ontvangst van de schriftelijke opmerkingen en stukken of het verstrijken van de termijn waarin schriftelijke opmerkingen en stukken kunnen worden neergelegd, verklaart de voorzitter van het Mededingingscollege de schriftelijke procedure gesloten en organiseert hij zonder verwijl een zitting van het Mededingingscollege. Deze zitting vindt plaats ten minste twee weken en ten hoogste twee maanden na het sluiten van de schriftelijke procedure.
§ 2.Het Mededingingscollege behandelt elke zaak ter zitting. Het hoort de auditeur-generaal en/of de auditeur, de betrokken partijen, alsook de klager en belanghebbende derden ingeval deze erom vragen.
Ingeval het Mededingingscollege het nodig acht, hoort het elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die het oproept.
Het hoort tevens de derden die een voldoende belang doen blijken en vragen om gehoord te worden. Voor de economische sectoren die onder de controle of het toezicht van een geëigende openbare instelling of ander overheidslichaam zijn geplaatst, worden deze instellingen of overheidslichamen geacht een voldoende belang te hebben. De minister wordt geacht een voldoende belang te hebben.
De directeur juridische zaken en de directeur economische zaken worden op hun verzoek gehoord.
Het niet verschijnen van de opgeroepen partijen of personen, of van hun mandataris, doet geen afbreuk aan de geldigheid van de procedure.
§ 3.De voorzitter van het Mededingingscollege kan beslissen meer dan één zitting te organiseren binnen de maximumtermijn bedoeld in paragraaf 1. Ingeval een bijkomende zitting alsnog overbodig blijkt, kan het Mededingingscollege in zijn beslissing het sluiten van de debatten vaststellen.
§ 4.Een betrokken partij kan toezeggingen aanbieden om tegemoet te komen aan de bezorgdheden van het Mededingingscollege, uiterlijk de derde werkdag na de eerste zitting. In voorkomend geval, vraagt het Mededingingscollege de auditeur om op formele of informele wijze de marktdeelnemers te raadplegen en eventueel schriftelijke opmerkingen in te dienen betreffende de aangeboden toezeggingen. In dat geval kan de betrokken partij schriftelijk antwoorden op deze schriftelijke opmerkingen.
De auditeur kan toepassing maken van artikel IV.40 bij de voorbereiding van zijn schriftelijke opmerkingen.
Het Mededingingscollege bepaalt de termijnen voor het indienen van de schriftelijke opmerkingen en van het antwoord.
Het Mededingingscollege kan beslissen de betrokken partij en de auditeur te horen.
Ingeval van toepassing van het eerste lid kan de voorzitter van het Mededingingscollege de maximumtermijn van twee maanden bedoeld in paragraaf 1 verlengen met ten hoogste twee maanden.
Art. IV.51
Het Mededingingscollege neemt zijn beslissing binnen een termijn van één maand na het sluiten van de debatten.
Ingeval met toepassing van artikel IV.78/1, derde lid, de voorgenomen beslissing de raadpleging vereist van de Europese Commissie wordt de in het eerste lid bedoelde termijn geschorst, vanaf het versturen van het ontwerp van beslissing tot op de dag waarop de Belgische Mededingingsautoriteit de opmerkingen van de Europese Commissie ontvangt.
Art. IV.52
§ 1.Het Mededingingscollege kan bij een gemotiveerde beslissing:
1°verklaren dat, op grond van de gegevens die het Mededingingscollege bekend zijn, er voor het Mededingingscollege geen reden bestaat om op te treden;
2°vaststellen dat er een inbreuk op het mededingingsrecht en in voorkomend geval een inbreuk op artikel IV.1, § 4, bestaat, bevelen dat deze beëindigd wordt, desgevallend volgens de door het Mededingingscollege voorgeschreven modaliteiten, en in voorkomend geval een boete opleggen;
2°/1 vaststellen dat een inbreuk op het mededingingsrecht in het verleden is begaan en in voorkomend geval een geldboete opleggen;
3°vaststellen dat er geen inbreuk op het mededingingsrecht bestaat, voor zover er geen enkele beïnvloeding van de handel tussen de lidstaten van de Europese Unie bestaat;
4°vaststellen dat de overeenkomst tussen ondernemingen, het besluit van de ondernemingsvereniging of de onderling afgestemde feitelijke gedraging, waarop het onderzoek betrekking had, het voorwerp uitmaakt van een verordening van de Raad van de Europese Unie of een verordening van de Europese Commissie waarbij artikel 101, § 1, VWEU buiten toepassing is verklaard of van een koninklijk besluit in de zin van artikel IV.5 en beslissen tot seponering;
5°vaststellen dat de werking van artikel IV.3, tweede lid, of de werking van een koninklijk besluit in de zin van de artikelen IV.4 en IV.5 in een individueel geval vervalt, ingeval de betrokken inbreuk op het mededingingsrecht met artikel IV.1, § 3, onverenigbare gevolgen heeft;
6°vaststellen dat de werking van een verordening in de zin van artikel IV.3, eerste lid, in een individueel geval vervalt, ingeval de betrokken inbreuk op het mededingingsrecht met artikel 101, § 3, VWEU onverenigbare gevolgen heeft op het nationale grondgebied of een gedeelte daarvan, welk gebied alle kenmerken vertoont van een afzonderlijke geografische markt;
7°de aangeboden toezeggingen verbindend verklaren en vaststellen dat er niet langer gronden bestaan voor een optreden van de Belgische Mededingingsautoriteit. Een dergelijke beslissing kan voor een bepaalde periode worden vastgesteld. Ze laat de bevoegdheid van de rechterlijke instanties om het bestaan van inbreuken op het mededingingsrecht voor het verleden vast te stellen, onverlet. De toezeggingen houden geen nadelige erkenning in door de betrokken partij;
8°vaststellen dat een beslissing genomen krachtens de artikelen IV.10, § 6, IV.44, § 1, 2°, IV.45, eerste lid, 2°, IV.46, § 2,1°, IV.52, IV.66, IV.69, IV.71 of IV.73 al of niet werd nageleefd en in voorkomend geval bevelen dat de betrokken beslissing, eventueel zoals gewijzigd door het Mededingingscollege, moet worden nageleefd volgens de door het Mededingingscollege voorgeschreven modaliteiten en een boete opleggen. In geval van het niet-naleven van een krachtens artikel IV.69, § 1, opgelegde voorwaarde, waarvan in de betrokken beslissing was gesteld dat bij ontbreken van die voorwaarde de concentratie niet toelaatbaar zou zijn, kan het Mededingingscollege met het oog op het herstellen van een daadwerkelijke mededinging tevens de splitsing van de gegroepeerde ondernemingen of activa, het stopzetten van de gemeenschappelijke controle of elke andere geëigende maatregel opleggen.
De motivering van de beslissing van het Mededingingscollege is uitdrukkelijk en afdoende.
§ 1/1.Wanneer het Mededingingscollege een beslissing neemt als bedoeld in de eerste paragraaf, eerste lid, 2°, kan het alle corrigerende structurele of gedragsmaatregelen opleggen die evenredig zijn aan de inbreuk op het mededingingsrecht, en noodzakelijk zijn om hieraan daadwerkelijk een einde te maken. Wanneer het Mededingingscollege de keuze heeft tussen verschillende even effectieve corrigerende maatregelen, geeft het de voorkeur aan de corrigerende maatregel die, overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel, voor de onderneming of ondernemingsvereniging het minst belastend is.
Het Mededingingscollege kan, in geval van toepassing van het eerste lid, de auditeur vragen schriftelijke opmerkingen over de beoogde corrigerende maatregelen in te dienen. In dat geval kan de betrokken partij schriftelijk antwoorden op deze opmerkingen.
De auditeur kan toepassing maken van artikel IV.40, bij de voorbereiding van zijn schriftelijke opmerkingen.
Het Mededingingscollege bepaalt de termijnen voor het indienen van de schriftelijke opmerkingen en van het antwoord.
Het Mededingingscollege kan beslissen de betrokken partij en de auditeur te horen.
In geval van toepassing van deze paragraaf kan de voorzitter van het Mededingingscollege de maximumtermijn van twee maanden bedoeld in artikel IV.50, § 1, verlengen met ten hoogste twee maanden.
§ 2.De beslissing van het Mededingingscollege over de grond van de zaak kan ten aanzien van een betrokken partij niet steunen op documenten en gegevens die als vertrouwelijk werden erkend ten aanzien van die partij.
Art. IV.53
De auditeur-generaal kan de procedure van onderzoek en beslissing heropenen op verzoek of op eigen initiatief:
1°ingeval er een wezenlijke verandering optreedt in een van de feiten waarop de beslissing steunt;
2°ingeval de betrokken partijen in strijd met de door hen gedane toezeggingen handelen; of
3°ingeval de beslissing berust op onvolledige, onjuiste of verdraaide inlichtingen, die door de betrokken partijen werden verstrekt.