Alle wetboeken › WER

BOEK IV - Bescherming van de mededinging

TITEL 2 - Bevoegde instellingen

IV.16–IV.38

Art. IV.16

§ 1.De Belgische Mededingingsautoriteit is een overheidsdienst met rechtspersoonlijkheid en beheersautonomie zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, 3°, en tweede lid, b), van de wet van 22 mei 2003 houdende de organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de Federale Staat.

§ 1/1.De Belgische Mededingingsautoriteit is de mededingingsautoriteit in de zin van artikel 35 van Verordening (EG) nr. 1/2003, de bevoegde autoriteit in de zin van Verordening (EG) nr. 139/2004 en de bevoegde autoriteit die de in artikel 1, lid 6, van Verordening (EU) 2022/1925 bedoelde regels handhaaft.

§ 2.De Belgische Mededingingsautoriteit is samengesteld uit:

1°de voorzitter en de dienst van de voorzitter;

2°het Mededingingscollege;

3°het directiecomité;

4°het auditoraat onder leiding van de auditeur-generaal.

§ 2/1.De Belgische Mededingingsautoriteit oefent haar taken en bevoegdheden die haar door dit boek worden toegekend uit in volle onafhankelijkheid en in volle onpartijdigheid, zonder enige politieke of andere externe inmenging, in het belang van een doeltreffende toepassing van de artikelen IV.1, IV.2 en IV.2/1, de artikelen 101 en 102 VWEU en Verordening (EU) 2022/1925, onder voorbehoud van haar evenredige ver-antwoordingsverplichtingen en onverminderd de nauwe samenwerking tussen de mededingingsautoriteiten in het Europees netwerk van mededingingsautoriteiten.

De voorzitter, de assessor-voorzitter, de voor een zaak aangeduide assessoren, de auditeur-generaal, de auditeurs en de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit mogen geen instructies vragen, noch ontvangen van een regering of enige andere publieke of private entiteiten bij de uitoefening van de taken en bevoegdheden die hen bij dit boek worden toegekend, onverminderd de mogelijkheid voor de minister om algemene beleidslijnen vast te leggen die geen verband houden met sectorale onderzoeken of specifieke procedures.

§ 3.De Belgische mededingingsautoriteit oefent haar taken en bevoegdheden, die haar door dit boek worden toegekend, uit in overeenstemming met de algemene beginselen van het Unierecht en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

§ 4.De Koning bepaalt welke logistieke en materiële middelen de FOD Economie ter beschikking stelt van de Belgische Mededingingsautoriteit. Daartoe wordt een dienstverleningsovereenkomst gesloten tussen de Belgische Mededingingsautoriteit en de FOD Economie.

§ 5.De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad het administratief en geldelijk statuut van de voorzitter, de assessor-ondervoorzitter en assessoren die zetelen in het Mededingingscollege, de auditeur-generaal, de directeur economische zaken, de directeur juridische zaken en de directeur planning en budget van de Belgische Mededingingsautoriteit.

De wetten op de pensioenregeling voor de leden van het Rijkspersoneel zijn van toepassing op de voorzitter, de auditeur-generaal, de directeur economische zaken, de directeur juridische zaken en de directeur planning en budget van de Belgische Mededingingsautoriteit en op hun rechthebbenden.

De Staatskas draagt de lasten van de rust- en overlevingspensioenen die zijn toegekend aan de in het tweede lid bedoelde leden van de Belgische Mededingingsautoriteit en hun rechthebbenden, enkel voor de jaren die bij de Belgische Mededingingsautoriteit zijn gepresteerd.

Voor de opvorderbaarheid van het recht op de in deze paragraaf bedoelde pensioenen en de berekening ervan, komen enkel de gepresteerde diensten als lid van de Belgische Mededingingsautoriteit in aanmerking.

§ 6.De personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit worden ter beschikking gesteld door de FOD Economie. De Koning stelt, na advies van de Belgische Mededingingsautoriteit, de regels van deze terbeschikkingstelling vast, alsmede de voorwaarden ervan.

§ 7.De Koning bepaalt de wijze waarop het personeelsplan van de Belgische Mededingingsautoriteit wordt aangenomen.

§ 8.De Belgische Mededingingsautoriteit is een instelling zoals bedoeld in de artikelen 6 (1)(e) en 23 (1) (h) van de Verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG.

De Belgische Mededingingsautoriteit kan als verwerkingsverantwoordelijke gegevens verwerken in de zin van deze Verordening voor de doeleinden en met de waarborgen bepaald in de titels 2 tot 4 van dit boek, en met name gelet op de bepalingen van artikel IV.32. Zij kan deze gegevens opslaan voor de duur die vereist is voor haar onderzoeken en procedures of is opgelegd door de algemene archiveringsregels van de Staat. Natuurlijke personen kunnen toegang krijgen tot hun eigen persoonsgegevens.

§ 9.De Belgische Mededingingsautoriteit is een administratieve overheid belast met het vrijwaren van een belangrijk economisch belang van de Europese Unie of van België bedoeld in artikel 127/1, § 2, 7°, van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie.

Art. IV.17

§ 1.De voorzitter wordt door de Koning benoemd, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, voor een mandaat van zes jaar dat eenmaal kan worden hernieuwd.

De voorzitter vervult de opdrachten die hem door dit boek zijn opgedragen. Hij kan taken delegeren aan de assessor-ondervoorzitter ingeval het taken betreft die hij uitoefent als lid van het Mededingingscollege en, ingeval het andere taken betreft, aan de directeur economische zaken, aan de directeur juridische zaken en aan personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit.

§ 2.In geval van gemotiveerde onbeschikbaarheid worden de taken van de voorzitter waargenomen door het directiecomité. In voorkomend geval worden de taken van de voorzitter van het Mededingingscollege waargenomen door de assessor-ondervoorzitter.

§ 3.Om tot voorzitter te kunnen worden benoemd, moet de kandidaat slagen voor het examen inzake beroepsbekwaamheid. Dat examen is bedoeld om de kennis en maturiteit te evalueren die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van het betrokken ambt. De nadere regels en het programma van het examen worden door de Koning bepaald. De kandidaat brengt verder het bewijs van een nuttige ervaring voor de uitoefening van de functie. Hij moet houder zijn van een diploma van master of licentiaat en een functionele kennis van het Nederlands, het Frans en het Engels bewijzen.

In voorkomend geval wordt de uitoefening van de functie van voorzitter beschouwd als een opdracht in de zin van artikel 323bis, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek.

§ 4.De voorzitter wordt bij koninklijk besluit op rust gesteld ingeval hij wegens een ernstig en permanent gebrek zijn ambt niet meer behoorlijk kan uitoefenen, en dit overeenkomstig artikel 117 van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel.

Art. IV.18

De voorzitter mag geen enkele instructie ontvangen wat betreft de beslissingen die hij neemt in uitvoering van zijn opdrachten krachtens dit boek, en de standpunten die hij inneemt in mededingingszaken van de Europese Commissie betreffende de toepassing van de artikelen 101 en 102 VWEU en Verordening (EG) nr. 139/2004. De personen aan wie de voorzitter taken heeft gedelegeerd mogen betreffende deze taken alleen instructies ontvangen van de voorzitter.

Art. IV.19

§ 1.De voorzitter is onder meer belast met de volgende opdrachten:

1°het vertegenwoordigen van België in de Europese en internationale mededingingsinstellingen voor alle besprekingen die de bevoegdheden van de Belgische Mededingingsautoriteit betreffen; hij neemt deel aan andere besprekingen in Europese en internationale instellingen over wet- en regelgeving die het mededingingsbeleid betreffen, onverminderd de bevoegdheden ter zake van de minister en andere overheden;

2°het bijdragen ten behoeve van de FOD Economie, het Parlement, de regering of andere instanties tot het voorbereiden en evalueren van het mededingingsbeleid in België, het bijdragen tot een betere kennis van dit beleid en het leiden van studies;

3°het bijdragen tot de voorbereiding van de Belgische wetgeving en reglementering met betrekking tot de mededingingsregels en het mededingingsbeleid;

4°het vertegenwoordigen van de Belgische Mededingingsautoriteit in de procedures bedoeld in de artikelen IV.86 tot IV.90, onder voorbehoud van de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de auditeur-generaal bedoeld in artikel IV.26, § 3, 8°;

5°het afleveren van informele zienswijzen aangaande de toepassing van de regels betreffende inbreuken op het mededingingsrecht op een voorgenomen praktijk, voor zover eenzelfde, gelijkaardige of verwante vraag niet het voorwerp is van een procedure bij de Europese Commissie, het auditoraat of het Mededingingscollege of van een procedure voor een nationale rechterlijke instantie of een rechtscollege van de Europese Unie.

§ 2.In de Belgische Mededingingsautoriteit wordt een dienst van de voorzitter opgericht. Deze dienst wordt geleid door de voorzitter en bestaat uit de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit die door het directiecomité aan deze dienst worden toegewezen. Voor de tenuitvoerlegging van de opdrachten bedoeld in paragraaf 1, kan de voorzitter ook een beroep doen op personeelsleden van het auditoraat ten belope van een door het directiecomité te bepalen percentage van hun tijd.

Art. IV.20

De voorzitter stelt per zaak het Mededingingscollege samen overeenkomstig artikel IV.21 voor het nemen van de in hoofdstuk 1 van titel 3 bedoelde beslissingen.

Art. IV.21

§ 1.Het Mededingingscollege bestaat uit:

1°de voorzitter;

2°twee assessoren aangewezen op de alfabetische lijsten van assessoren.

De aanwijzing van de assessoren gebeurt in alfabetische orde op de lijsten bedoeld in artikel IV.22, § 1, tweede lid, bij toerbeurt gelet op de proceduretaal.

In het Mededingingscollege dient ten minste één houder van een diploma van master of licentiaat in de rechten zitting te hebben.

Ingeval de assessoren niet kunnen worden aangewezen overeenkomstig de proceduretaal zonder een belangenconflict te veroorzaken, wordt de aanwijzing verricht op basis van de lijst van assessoren van de andere taalgroep.

§ 2.In geval van een belangenconflict of gemotiveerde onbeschikbaarheid van de voorzitter wordt het Mededingingscollege samengesteld en voorgezeten door de assessor-ondervoorzitter.

In geval van een belangenconflict of gemotiveerde onbeschikbaarheid van zowel de voorzitter als de assessor-ondervoorzitter, wordt het Mededingingscollege samengesteld en voorgezeten door de oudste onder de assessoren rekening houdend met de proceduretaal.

§ 3.Ingeval een belangenconflict of gemotiveerde onbeschikbaarheid wordt vastgesteld na het samenstellen van het Mededingingscollege wordt de betrokkene vervangen bij toepassing van paragraaf 1 en, in voorkomend geval, van paragraaf 2. De hoorzitting vindt plaats voor het nieuw samengestelde Mededingingscollege.

Art. IV.22

§ 1.De assessor-ondervoorzitter, die tot een andere taalgroep behoort dan de voorzitter, en de assessoren, samen ten beloop van maximum 20, worden door de Koning benoemd bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad voor een hernieuwbaar mandaat van zes jaar.

Zij worden ingedeeld in twee gelijke lijsten, in alfabetische volgorde, volgens de Nederlandstalige of Franstalige taalgroep waartoe zij behoren, bepaald door de taal van het diploma van master of licentiaat.

Op elke lijst zal van iedere assessor het diploma vermeld worden.

§ 2.Om tot assessor-ondervoorzitter of assessor te worden benoemd, dient de kandidaat te voldoen aan de benoemingsvoorwaarden gesteld voor de voorzitter, bepaald in artikel IV.17, § 3.

De assessor-ondervoorzitter en de assessoren worden bij koninklijk besluit op rust gesteld ingeval zij wegens een ernstig en permanent gebrek hun ambt niet meer behoorlijk kunnen uitoefenen, en dit overeenkomstig artikel 117 van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel.

§ 3.De assessor-ondervoorzitter en de assessoren die in een zaak zitting hebben, mogen betreffende die zaak geen enkele instructie ontvangen wat betreft de beslissingen die zij nemen in uitvoering van de opdrachten die dit boek hun geeft.

§ 4.De voorzitter, de assessor-ondervoorzitter en de assessoren stellen, onder voorzitterschap van de voorzitter, het huishoudelijk reglement vast van het Mededingingscollege.

Art. IV.23

Het directiecomité is belast met de leiding van de Belgische Mededingingsautoriteit.

Art. IV.24

§ 1.Het directiecomité is samengesteld uit:

1°de voorzitter;

2°de auditeur-generaal;

3°de directeur economische zaken;

4°de directeur juridische zaken;

5°de directeur planning en budget.

Minstens twee van de vijf leden van het directiecomité behoren tot dezelfde taalrol.

In geval van gemotiveerde onbeschikbaarheid van de voorzitter wordt het directiecomité voorgezeten door het oudste aanwezige lid.

Voor alle aangelegenheden die betrekking hebben op de toepassing van de mededingingsregels zoals onder meer bepaald in artikel IV.25, 2° en 4°, hebben enkel de voorzitter, de auditeur-generaal, de directeur economische zaken en de directeur juridische zaken stemrecht. Bij staking van stemming in deze aangelegenheden heeft de voorzitter de beslissende stem. In geval van gemotiveerde onbeschikbaarheid van de voorzitter wordt het directiecomité voor deze aangelegenheden voorgezeten door de oudst aanwezige onder de auditeur-generaal, de directeur economische zaken en de directeur juridische zaken.

§ 2.De Koning benoemt de directeur economische zaken, de directeur juridische zaken en de directeur planning en budget voor een hernieuwbaar mandaat van zes jaar bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, na een examen inzake beroepsbekwaamheid, bedoeld in artikel IV.17, § 3.

§ 3.De directeur economische zaken, de directeur juridische zaken en de directeur planning en budget worden bij koninklijk besluit op rust gesteld ingeval zij wegens een ernstig en permanent gebrek hun ambt niet meer behoorlijk kunnen uitoefenen, en dit overeenkomstig artikel 117 van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel.

Art. IV.25

Het directiecomité is onder meer belast met:

1°het organiseren en samenstellen van de dienst van de voorzitter, het auditoraat en het secretariaat;

2°het vaststellen van richtsnoeren en bekendmakingen met betrekking tot de toepassing van de mededingingsregels en dit boek;

3°het opstellen van een jaarlijkse nota waarin de beleidsprioriteiten van de Belgische Mededingingsautoriteit worden vastgesteld, na advies van de minister;

4°het uitoefenen van de bevoegdheden die door de artikelen IV.5, § 1, IV.7, § 2, IV.10, § 3, IV.15, IV.16, §§ 4 en 6, IV.69, § 2, vierde lid en IV.88 aan de Belgische Mededingingsautoriteit worden opgedragen;

5°het opstellen van het jaarlijks activiteitenverslag, dat aan de Kamer van volksvertegenwoordigers wordt medegedeeld.

Art. IV.26

§ 1.De Koning benoemt de auditeur-generaal bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad voor een mandaat van zes jaar dat eenmaal kan worden hernieuwd.

Om tot auditeur-generaal te worden benoemd, dient de kandidaat te voldoen aan de benoemingsvoorwaarden gesteld voor de voorzitter, bepaald in art. IV.17, § 3.

In voorkomend geval wordt de uitoefening van de functie van auditeur-generaal beschouwd als een opdracht in de zin van artikel 323bis, § 1, van het Gerechtelijk Wetboek.

§ 2.De auditeur-generaal wordt bij koninklijk besluit op rust gesteld ingeval hij wegens een ernstig en permanent gebrek zijn ambt niet meer behoorlijk kan uitoefenen, en dit overeenkomstig artikel 117 van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel.

§ 3.De auditeur-generaal is onder meer belast met de volgende opdrachten:

1°het leiden van het auditoraat;

2°het ontvangen van de klachten, de verzoeken en de injuncties betreffende de inbreuken op het mededingingsrecht;

3°het openen van het onderzoek in de gevallen bedoeld in artikel IV.39 en het bepalen van de volgorde waarin deze zaken worden onderzocht, na advies van de directeur economische zaken;

3°/1 het openen van een onderzoek zoals bedoeld in artikel 38, lid 7, van Verordening (EU) 2022/1925;

4°het ontvangen van de aanmeldingen van concentraties;

5°het geven van algemene leiding aan het onderzoek door de auditeur en, in geval van tijdelijke gemotiveerde onbeschikbaarheid van de auditeur, tijdelijk de taak van auditeur vervullen in een zaak;

6°het afgeven van opdrachtbevelen ingeval de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit de ambtenaren van de Europese Commissie bijstaan voor een door de Europese Commissie bevolen inspectie met toepassing van artikel 20 van Verordening (EG) nr. 1/2003 en ingeval de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit een inspectie verrichten namens en voor rekening van de mededingingsautoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie krachtens artikel 22 van Verordening (EG) nr. 1/2003;

7°het toezien op de uitvoering van de door het Mededingingscollege, de auditeur en het Marktenhof genomen beslissingen inzake de mededingingsregels;

8°het vertegenwoordigen van de Belgische Mededingingsautoriteit in de procedures bedoeld in artikel IV.90, ingeval beroep wordt gebracht tegen een beslissing van de auditeur-generaal of de auditeur; de auditeur-generaal kan de vertegenwoordiging in een zaak delegeren aan de directeur juridische zaken, de auditeur of een personeelslid van het auditoraat;

9°het vragen van de verwijzing van een concentratie naar de Belgische Mededingingsautoriteit met toepassing van de artikelen 4 en 9 van Verordening (EG) nr. 139/2004, of het verwijzen van een concentratie naar de Europese Commissie met toepassing van artikel 22 van dezelfde Verordening;

10°het starten en stopzetten van de schikkingsprocedure;

11°het beëindigen van gesprekken met betrekking tot toezeggingen die worden aangeboden door een betrokken partij;

12°het verzoeken van voorlopige maatregelen;

13°het organiseren in het kader van de onderzoeken van een tegensprekelijke procedure waarbij een personeelslid van het auditoraat, dat niet behoort tot het onderzoeksteam, beslist of de documenten en de gegevens die zijn verkregen of gekopieerd in het kader van een huiszoeking:

a)beschermd zijn ingevolge de bescherming van briefwisseling met en consultatie van advocaten of de confidentialiteit van adviezen van bedrijfsjuristen krachtens artikel 5 van de wet van 1 maart 2000 tot oprichting van een Instituut voor Bedrijfsjuristen;

b)vallen binnen het toepassingsgebied van het opdrachtbevel tot huiszoeking.

§ 4.In geval van belangenconflict of gemotiveerde onbeschikbaarheid wordt de auditeur-generaal vervangen door het personeelslid van het auditoraat dat hij aanduidt of, bij gebreke daarvan, dat wordt aangeduid door het directiecomité.

§ 5.De auditeur-generaal mag geen enkele instructie ontvangen wat betreft de beslissingen die hij neemt in uitvoering van de opdrachten die hem door dit boek zijn opgedragen.

§ 6.De auditeur-generaal kan taken die behoren tot de opdrachten die hem door dit boek worden opgedragen, delegeren aan de auditeur.

Art. IV.27

§ 1.Een auditoraat wordt opgericht bij de Belgische Mededingingsautoriteit.

Het auditoraat bestaat uit de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit die door het directiecomité aan deze dienst worden toegewezen.

§ 2.De auditeur-generaal wijst voor elke zaak een personeelslid van het auditoraat aan dat als auditeur met de dagelijkse leiding van het onderzoek wordt belast.

De auditeur mag betreffende het onderzoek enkel instructies ontvangen van de auditeur-generaal.

§ 3.De auditeur-generaal stelt voor elke zaak een team van personeelsleden van het auditoraat samen dat met het onderzoek is belast onder zijn algemene leiding en de dagelijkse leiding van de auditeur.

De leden van het onderzoeksteam kunnen betreffende dat onderzoek enkel instructies ontvangen van de auditeur-generaal en de auditeur.

§ 4.De auditeur-generaal wijst voor elke zaak een personeelslid van het auditoraat aan dat als auditeur-adviseur advies verleent aan de auditeur telkens wanneer de bepalingen van hoofdstuk 1 van titel 3 van dit boek voorzien in dergelijk advies.

De auditeur-adviseur kan geen lid zijn of geweest zijn van het onderzoeksteam in de zaak en kan slechts worden vervangen in geval van belangenconflict of gemotiveerde onbeschikbaarheid.

Art. IV.28

De auditeur is onder meer belast met:

1°het dagelijks leiden en organiseren van het onderzoek;

2°het nemen van de beslissingen in de concentratiezaken die het voorwerp zijn van een vereenvoudigde procedure;

3°het zich uitspreken op verzoek van de belanghebbende natuurlijke persoon of rechtspersoon of op eigen initiatief, over het vertrouwelijk karakter van de documenten en de gegevens die in de loop van het onderzoek aan de Belgische Mededingingsautoriteit zijn overgezonden of ter kennis gekomen;

4°het afgeven van de opdrachtbevelen, met inbegrip van de opdrachtbevelen inzake huiszoeking, beslaglegging of verzegeling, behalve ingeval de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit de ambtenaren van de Europese Commissie bijstaan voor een door de Europese Commissie bevolen inspectie bij toepassing van Verordening (EG) 1/2003;

5°het seponeren van klachten, verzoeken en injuncties;

6°het stopzetten van het onderzoek;

7°het nemen van schikkingsbeslissingen;

8°het vaststellen van de grieven in zaken betreffende inbreuken op het mededingingsrecht;

9°het vaststellen van een voorstel van beslissing in zaken betreffende inbreuken op het mededingingsrecht en in concentratiezaken;

10°het verzoeken bij de bevoegde onderzoeksrechter van een voorafgaande machtiging tot huiszoeking.

De auditeur kan alle handelingen verrichten ter volbrenging van zijn opdrachten, behalve wanneer dit boek deze handelingen aan de auditeur-generaal voorbehoudt.

Art. IV.29

Het secretariaat staat, onder leiding en toezicht van de auditeur-generaal, het auditoraat bij.

Het secretariaat is tevens belast met het uitvoeren, onder leiding en toezicht van de voorzitter, van de taken van een griffie voor de procedures voor het Mededingingscollege.

Art. IV.30

De voorzitter, de assessor-ondervoorzitter, de voor een zaak aangeduide assessoren, de auditeur-generaal en de auditeur kunnen worden gewraakt om de redenen vermeld in artikel 828 van het Gerechtelijk Wetboek.

De persoon die weet dat er een reden van wraking tegen hem bestaat, onthoudt zich.

De wraking wordt ingediend door middel van een gemotiveerd verzoekschrift dat bij het secretariaat wordt ingediend. Het bevat de middelen en is ondertekend door de verzoekende partij of door haar bijzondere gemachtigde, in welk geval de bijzondere volmacht bij het verzoekschrift wordt gevoegd.

Het verzoekschrift tot wraking wordt binnen vierentwintig uur door het secretariaat aan de gewraakte persoon overhandigd.

Deze laatste geeft binnen twee dagen onderaan het verzoekschrift zijn schriftelijke verklaring met ofwel zijn instemming met de wraking ofwel zijn weigering zich te onthouden, met zijn antwoorden op de wrakingsmiddelen.

In geval van weigering zich te onthouden, doet het Marktenhof er uitspraak over op verzoek van de wrakende partij. De wrakende partij dient haar gemotiveerd verzoek in op de griffie van het Hof van beroep te Brussel binnen twee werkdagen na de kennisgeving door het secretariaat van de schriftelijke verklaring van de gewraakte persoon. De wrakende partij en de gewraakte persoon worden gehoord. Het Marktenhof oordeelt volgens de procedure zoals in kortgeding en met voorrang boven alle andere zaken. Tegen dit arrest staat geen afzonderlijk cassatieberoep open.

De procedure en de termijnen worden geschorst vanaf de indiening van het verzoekschrift tot wraking bij het secretariaat tot op de dag waarop de gewraakte persoon meedeelt zich te onthouden of waarop hij bevestigd of vervangen wordt na arrest van het Marktenhof.

Art. IV.31

Het Marktenhof kan op vordering van de procureur-generaal bij het hof van beroep te Brussel, op gemotiveerde wijze aan de voorzitter, de assessor-ondervoorzitter, de assessoren, de auditeur-generaal, de directeur economische zaken, de directeur juridische zaken en de directeur planning en budget een terechtwijzing, een blaam of een inhouding van wedde als tuchtrechtelijke sanctie opleggen. Het hof kan hen ook vervallen verklaren van hun ambt of hen schorsen.

Art. IV.32

§ 1.De voorzitter, de assessor-ondervoorzitter, de assessoren, de auditeur-generaal, de directeur economische zaken, de directeur juridische zaken, de directeur planning en budget en de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit, alsmede iedereen die onder hun gezag werkt, zijn gebonden door het beroepsgeheim en mogen, onder voorbehoud van artikel IV.26, § 3, 9°, de bepalingen van de afdelingen 1 en 11 van hoofdstuk 1 van titel 3, van titel 4 en van de koninklijke besluiten uitgevaardigd met toepassing van artikel IV.94, de vertrouwelijke gegevens en informatie waarvan zij wegens hun functie kennis hebben gekregen aan geen enkele persoon of autoriteit bekendmaken, behalve wanneer zij worden opgeroepen om in rechte te getuigen of om bewijsmateriaal over te leggen overeenkomstig de bepalingen van boek XVII, titel 3, hoofdstuk 3.

Zij mogen deze gegevens en informatie enkel gebruiken voor het doel waarvoor deze gegevens en informatie werden ingewonnen.

De auditeur-generaal kan, in afwijking van het eerste en tweede lid, ingeval het openbaar belang dit vereist, informatie mededelen aangaande lopende onderzoeken. Hij waakt over de inachtneming van het vermoeden van onschuld, de rechten van verdediging van de betrokken partijen, het privéleven en de waardigheid van personen. Voor zover als mogelijk wordt de identiteit van de betrokken partijen niet bekendgemaakt.

§ 2.Het beroepsgeheim en de geheimhoudingsplicht bedoeld in paragraaf 1 gelden ook voor de vertegenwoordigers van de Belgische Mededingingsautoriteit en voor de deskundigen die deelnemen aan de vergaderingen van het adviescomité bedoeld in artikel 14 van Verordening (EG) nr. 1/2003, in artikel 19 van Verordening (EG) nr. 139/2004 en in artikel 50 van Verordening (EU) 2022/1925, alsook in de groep op hoog niveau bedoeld in artikel 40 van Verordening (EU) 2022/1925.

Art. IV.33

§ 1.Het is de Belgische Mededingingsautoriteit verboden gevolg te geven aan een bevel of verzoek van een rechter of rechtscollege tot overleggen van clementie- en immuniteitsverklaringen alsmede schikkingsverklaringen, onverminderd de artikelen XVII.77, XVII.78 en XVII.79. Een gerechtelijke instantie, met inbegrip van een onderzoeksrechter, kan geen bevel of verzoek in die zin richten tot de Belgische Mededingingsautoriteit.

Het eerste lid vindt geen toepassing in het geval van een strafrechtelijk onderzoek tegen personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit, leden van het directiecomité of assessoren.

§ 2.De partij die toegang heeft verkregen tot het onderzoeksdossier of proceduredossier van de Belgische Mededingingsautoriteit, mag de informatie verkregen uit clementieverklaringen en schikkingsverklaringen, uitsluitend gebruiken wanneer dat noodzakelijk is om haar rechten van verdediging uit te oefenen in procedures voor de nationale rechterlijke instanties, in zaken die rechtstreeks verband houden met de zaak waarvoor de toegang is verleend, en enkel wanneer dergelijke procedures betrekking hebben op:

1°de verdeling, tussen de deelnemers aan een kartel, van een door een nationale mededingingsautoriteit aan hen hoofdelijk opgelegde geldboete; of

2°het beroep tegen de beslissing van het Mededingingscollege bedoeld in artikel IV.52, § 1, 2°.

§ 3.De partij die in de loop van een procedure voor de Belgische Mededingingsautoriteit de volgende informatie heeft verkregen, mag deze niet gebruiken in een procedure voor de nationale rechterlijke instanties zolang de Belgische Mededingingsautoriteit haar procedure niet heeft beëindigd door de aanname van een beslissing of op een andere manier:

1°de informatie die door een natuurlijke persoon of rechtspersoon specifiek ten behoeve van de procedure van de Belgische Mededingingsautoriteit is voorbereid;

2°de informatie die door de Belgische Mededingingsautoriteit is opgesteld en in de loop van haar procedure aan de partijen is toegezonden; en

3°de schikkingsverklaringen die zijn ingetrokken.

Art. IV.34

De voorzitter, de assessor-ondervoorzitter, de assessoren die zetelen in een zaak, de auditeur-generaal, de directeur economische zaken, de directeur juridische zaken, de directeur planning en budget en de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit genieten bij de uitoefening van hun ambt van dezelfde immuniteiten als de rijksambtenaren.

Art. IV.35

§ 1.De functies van voorzitter, auditeur-generaal, directeur economische zaken, directeur juridische zaken, directeur planning en budget en personeelslid van de Belgische Mededingingsautoriteit zijn onverenigbaar met de gerechtelijke functies, met de uitoefening van een openbaar mandaat toegekend door verkiezing op een ander niveau dan het lokale of provinciale niveau, met elke bezoldigde functie of openbaar ambt van politieke of administratieve aard, met de ambten van notaris en gerechtsdeurwaarder, met het beroep van advocaat, met de militaire status en met de functie van bedienaar van een erkende eredienst.

§ 2.De functies van assessor-ondervoorzitter en assessor zijn onverenigbaar met de uitoefening van een openbaar mandaat toegekend door verkiezing op een ander niveau dan het lokale of provinciale niveau, met elke bezoldigde functie of openbaar ambt van politieke of administratieve aard, met uitzondering van ambten in instellingen van hoger onderwijs, met de ambten van notaris en gerechtsdeurwaarder, met de militaire status en met de functie van bedienaar van een erkende eredienst.

§ 3.Van de eerste paragraaf mag worden afgeweken ingeval het de uitoefening betreft van het ambt van professor, docent, lector of assistent in de instellingen voor hoger onderwijs, voor zover dat ambt niet wordt uitgeoefend gedurende meer dan twee halve dagen per week.

Van de eerste en tweede paragraaf mag worden afgeweken:

1°ingeval het de uitoefening betreft van de functie van lid van een examencommissie;

2°ingeval het de deelname betreft aan een commissie, een raad of een adviescomité, voor zover het aantal opdrachten of functies beperkt is tot twee en het gaat om opdrachten of functies die onbezoldigd worden uitgeoefend;

3°ingeval het gaat om een bezoldigde functie of openbaar ambt van administratieve aard dat niet rechtstreeks of onrechtstreeks voordeel haalt uit de beslissingen en standpunten die de Belgische Mededingingsautoriteit kan innemen, voor zover dat die functie of dat ambt niet wordt uitgeoefend gedurende meer dan twee halve dagen per week.

De afwijkingen bedoeld in het eerste en tweede lid worden toegekend door de voorzitter, en ingeval het hem betreft, door de minister.

Art. IV.36

§ 1.De voorzitter, de assessor-ondervoorzitter of assessoren die zetelen in een zaak, de auditeur-generaal, de directeur economische zaken, de directeur juridische zaken, de directeur planning en budget en de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit, alsmede iedereen die onder hun gezag werkt, mogen mondeling noch schriftelijk de betrokkenen in een zaak verdedigen of bijstaan; zij mogen hen ook geen consult geven.

§ 2.De voorzitter, de auditeur-generaal, de directeur economische zaken, de directeur juridische zaken, de directeur planning en budget en de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit, alsmede iedereen die onder hun gezag werkt, mogen de volgende activiteiten niet uitoefenen:

1°bezoldigde arbitrage;

2°hetzij persoonlijk, hetzij via een tussenpersoon enige vorm van handel drijven, zaakwaarnemer zijn of deelnemen aan de leiding of het bestuur van of het toezicht op handelsvennootschappen of nijverheids- of handelsvestigingen.

§ 3.De voorzitter, de auditeur-generaal, de directeur economische zaken, de directeur juridische zaken, de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit en de zetelende assessoren mogen geen persoonlijk of financieel belang hebben in de betrokken ondernemingen en de ondernemingen actief in de betrokken markten, die zij onderzoeken of ten aanzien van wie zij beslissen of deelnemen aan beslissingen, ingeval dit belang hun onpartijdigheid in gevaar zou kunnen brengen. In voorkomend geval dient de betrokkene zich te onthouden van elke tussenkomst in de zaak.

Het eerste lid is tevens van toepassing ingeval van tewerkstelling, mandaat of andere opdracht bij of voor de betrokken ondernemingen en de ondernemingen actief in de betrokken markten, uitgevoerd gedurende een periode van een jaar voorafgaand aan de voorgenomen tussenkomst in de zaak.

Art. IV.36/1

De voorzitter, de assessor-ondervoorzitter, de assessoren die zetelen in een zaak, de auditeur-generaal, de directeur economische zaken, de directeur juridische zaken, de directeur planning en budget en de personeelsleden van de Belgische Mededingingsautoriteit, alsook elke persoon die onder hun gezag werkt, onthouden zich van elk optreden dat niet verenigbaar is met de uitvoering van hun taken of met de uitoefening van hun bevoegdheden voor de toepassing van dit boek en de artikelen 101 en 102 VWEU.

Na de beëindiging van hun taken bij de Belgische Mededingingsautoriteit, onthouden zij zich gedurende een redelijke periode van elke betrokkenheid bij procedures die aanhangig zijn bij de Belgische Mededingingsautoriteit die aanleiding zouden kunnen geven tot belangenconflicten.

Art. IV.37

Er wordt in de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven een paritaire raadgevende commissie opgericht die Bijzondere raadgevende commissie Mededinging wordt genoemd en die een adviserende bevoegdheid heeft voor alle algemene kwesties in verband met het mededingingsbeleid; zij oefent die bevoegdheid uit op eigen initiatief of op verzoek van de minister.

Art. IV.38

De Koning bepaalt de samenstelling en de werking van de Bijzondere raadgevende commissie Mededinging alsook van haar secretariaat.

De voorzitter, de werkende leden en hun plaatsvervangers worden benoemd door de minister.

De Koning bepaalt eveneens, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het bedrag van de vergoedingen toegekend aan de voorzitter en de leden van de Bijzondere raadgevende commissie Mededinging alsook aan elke persoon die met de Bijzondere raadgevende commissie Mededinging dient samen te werken.