Alle wetboeken › WER

Boek XI - Intellectuele eigendom en bedrijfsgeheimen › Titel 5 - Auteursrecht en naburige rechten › HOOFDSTUK 9 - Collectief beheer van het auteursrecht en de naburige rechten

Afdeling 3 Interacties met de rechthebbenden en organisatie

XI.248–XI.248/12

Art. XI.248

De beheersvennootschappen beheren de rechten in het belang van de rechthebbenden. Dit beheer moet worden uitgevoerd op billijke, zorgvuldige, doeltreffende en niet-discriminatoire wijze.

De beheersvennootschappen leggen aan de rechthebbenden geen verplichtingen op die objectief beschouwd niet noodzakelijk zijn voor de bescherming van hun rechten en belangen of voor dit doeltreffende beheer van hun rechten.

Art. XI.248/1

§ 1.De vennoten van de beheersvennootschappen moeten rechthebbenden zijn of entiteiten die rechthebbenden vertegenwoordigen, waaronder andere beheersvennootschappen of collectieve beheerorganisaties of verenigingen van rechthebbenden, die voldoen aan de lidmaatschapsvoorwaarden van de beheersvennootschap en die door de beheersvennootschap aanvaard zijn.

De statuten van de beheersvennootschappen verlenen aan de personen beoogd in het eerste lid waarvan zij de rechten beheren, het recht om hun vennoot te worden, op grond van de lidmaatschapsvoorwaarden.

Onverminderd de artikelen XI.229, vijfde lid, XI.239, achtste lid, XI.242, derde lid, XI.244, vierde lid, en XI.248/2, § 2, kan een beheersvennootschap de aanvaarding van individuele rechthebbenden als vennoten niet weigeren.

De lidmaatschapsvoorwaarden berusten op objectieve, transparante en niet-discriminatoire criteria. Ze zijn opgenomen in de statuten of de lidmaatschapsvoorwaarden van de beheersvennootschap en worden openbaar gemaakt. Ze worden op niet-discriminatoire wijze toegepast.

In gevallen waarin een beheersvennootschap een aanvraag tot lidmaatschap weigert, verstrekt deze de rechthebbende een duidelijke uitleg over de gronden waarop zij deze beslissing heeft genomen.

§ 2.De statuten van de beheersvennootschap voorzien in passende en doeltreffende mechanismen voor deelname van de vennoten aan haar besluitvormingsproces. De vertegenwoordiging van de verschillende categorieën vennoten in het besluitvormingsproces is billijk en evenwichtig.

§ 3.Onverminderd andere wettelijke bepalingen voldoen de beheersvennootschappen aan de voorschriften van de artikelen XI.267, XI.273/1 en XI.273/8, § 2 met betrekking tot rechthebbenden die bij wet of door middel van overdracht, licentieverlening of een andere contractuele regeling een rechtstreekse juridische band met hen hebben, maar niet hun vennoten zijn.

§ 4.De beheersvennootschappen houden een register van hun vennoten en rechthebbenden die bij wet of door middel van overdracht, licentieverlening of een andere contractuele regeling een rechtstreekse juridische band met hen hebben en actualiseren dat regelmatig.

§ 5.De beheersvennootschappen stellen hun vennoten, onder meer ten behoeve van de uitoefening van hun lidmaatschapsrechten alsook de rechthebbenden die bij wet of door middel van overdracht, licentieverlening of een andere contractuele regeling een rechtstreekse juridische band met hen hebben, in de gelegenheid op elektronische wijze met hen te communiceren.

Art. XI.248/2

§ 1.De statuten of de lidmaatschapsvoorwaarden van de beheersvennootschap leggen de rechten bepaald in §§ 2 tot 6 en in artikel XI.248/3 vast.

§ 2.Rechthebbenden hebben het recht om een beheersvennootschap of een collectieve beheerorganisatie van hun keuze te machtigen de rechten, rechtencategorieën of soorten werken en prestaties van hun keuze te beheren voor de grondgebieden van hun keuze, ongeacht de lidstaat van nationaliteit, verblijf of vestiging van de beheersvennootschap, de collectieve beheerorganisatie of de rechthebbende. Tenzij de beheersvennootschap of de collectieve beheerorganisatie objectief gerechtvaardigde redenen heeft om het beheer te weigeren, is de vennootschap of de organisatie verplicht dergelijke rechten, rechtencategorieën of soorten werken en prestaties te beheren, mits het beheer daarvan binnen hun werkterrein valt.

§ 3.Ondanks de handeling waarbij de rechthebbende het beheer van zijn rechten toevertrouwt aan de beheersvennootschap, heeft de rechthebbende het recht om licenties te verlenen voor niet-commercieel gebruik van alle rechten, categorieën van rechten of soorten werken en prestaties die hij kiest.

Om te garanderen en te vergemakkelijken dat de rechthebbende het in het eerste lid voorziene recht kan uitoefenen om licenties te verlenen voor niet-commercieel gebruik, stellen de beheersvennootschappen in hun statuten de voorwaarden met betrekking tot die uitoefening vast. Deze voorwaarden moeten billijk, niet-discriminatoir en evenredig zijn.

§ 4.In gevallen waarin een rechthebbende een beheersvennootschap of een collectieve beheerorganisatie machtigt om zijn rechten te beheren, verleent hij specifiek toestemming voor elk recht of elke categorie rechten of soort werken en prestaties. Elke toestemming daartoe moet schriftelijk worden bewezen.

§ 5.Rechthebbenden hebben het recht om de, door hen aan een beheersvennootschap verleende machtiging voor het beheer van rechten, categorieën van rechten of soorten werk en prestaties te beëindigen, of uit een collectieve beheerorganisatie elk van de rechten, categorieën van rechten of soorten werk en prestaties van hun keuze, volgens de voorwaarden en nadere regels bepaald in artikel XI.248/3, terug te trekken.

§ 6.Wanneer een rechthebbende een beheersvennootschap machtigt om zijn rechten te beheren, is de beheersvennootschap verplicht de rechthebbende informatie te verschaffen over beheerkosten en andere inhoudingen op de rechteninkomsten en op inkomsten uit de belegging van rechteninkomsten, alvorens zijn toestemming te verkrijgen om zijn rechten te beheren.

§ 7.De beheersvennootschappen informeren de rechthebbenden over hun rechten op grond van de paragrafen 1 tot 6 en van artikel XI.248/3, alsook over de voorwaarden bedoeld in § 3, alvorens hun toestemming te verkrijgen om een recht of rechtencategorie of soort werk of prestatie te beheren.

Art. XI.248/3

§ 1.Niettegenstaande ieder andersluidend beding, kunnen de statuten, reglementen of overeenkomsten van de vennootschappen een rechthebbende niet beletten het beheer van de rechten die betrekking hebben op een of meer categorieën van rechten, op een of meer categorieën van werken of prestaties van zijn repertoire, of op een of meer grondgebieden, toe te vertrouwen aan een andere vennootschap van zijn keuze of om het beheer zelf uit te oefenen.

Voor zover de rechthebbende een opzegging van zes maanden voor het einde van het boekjaar geeft, tenzij een kortere termijn voorzien wordt in de overeenkomst met de rechthebbende, zal de beëindiging of terugtrekking van de rechten uitwerking hebben de eerste dag van het volgende boekjaar. Indien de opzegging van de beëindiging of terugtrekking minder dan zes maanden voor het einde van het boekjaar wordt gegeven of minder dan de termijn die voorzien wordt in de overeenkomst met de rechthebbende indien deze korter is dan zes maanden, heeft de terugtrekking uitwerking de eerste dag van het boekjaar dat volgt op het daarop volgende boekjaar.

§ 2.De beëindiging of de terugtrekking van de rechten gebeurt zonder afbreuk te doen aan de rechtshandelingen die voordien door de vennootschap zijn gesteld.

Als er aan een rechthebbende inkomsten uit rechten verschuldigd zijn voor exploitatiehandelingen die hebben plaatsgevonden voordat de machtiging is beëindigd of de terugtrekking van rechten van kracht werd, of op grond van een licentie die is verleend voordat de beëindiging of terugtrekking van kracht werd, behoudt de rechthebbende zijn rechten op grond van de artikelen XI.249, § 2, XI.252, XI.254, XI.256, XI.258, XI.267, XI.269, XI.273/1 en XI.273/7.

§ 3.Een beheersvennootschap mag de uitoefening van de in paragraaf 2 en in artikel XI.248/2, § 5, vervatte rechten niet beperken door, als voorwaarde voor de uitoefening van die rechten, te eisen dat het beheer van rechten of rechtencategorieën of soorten werken en prestaties die het voorwerp zijn van de beëindiging of terugtrekking, wordt toevertrouwd aan een andere beheersvennootschap.

Art. XI.248/4

§ 1.De algemene vergadering beslist over de lidmaatschapsvoorwaarden.

§ 2.De algemene vergadering beslist over de benoeming of het ontslag van de bestuurders of zaakvoerders, ziet toe op hun algemene prestaties en keurt hun beloning en andere emolumenten, zoals geldelijke of niet-geldelijke voordelen, pensioenrechten en -toekenningen, rechten op andere toekenningen en rechten op ontslagvergoedingen goed.

Overeenkomstig artikel 524bis van het Wetboek van Vennootschappen beslist de algemene ledenvergadering in een beheersvennootschap met een dualistische bestuursstructuur niet over de benoeming of het ontslag van leden van het directiecomité en keurt zij evenmin hun beloning en andere emolumenten goed wanneer de bevoegdheid tot het nemen van dergelijke besluiten aan de raad van bestuur is gedelegeerd.

§ 3.De algemene vergadering beslist ten minste over de volgende zaken:

1°het algemene beleid inzake de verdeling van aan rechthebbenden verschuldigde bedragen;

2°het algemene beleid inzake de verdeling van bedragen die niet-verdeelbaar zijn, overeenkomstig artikel XI.254;

3°het algemene beleggingsbeleid ten aanzien van rechteninkomsten en inkomsten uit de belegging van rechteninkomsten, overeenkomstig artikel XI.250;

4°het algemene beleid betreffende inhoudingen op rechteninkomsten en op inkomsten uit de belegging van rechteninkomsten;

5°het algemene beleid inzake de bestemming van rechten voor sociale, culturele of educatieve doeleinden overeenkomstig artikel XI.258;

6°het risicobeheerbeleid;

7°de goedkeuring van iedere verwerving, verkoop of verhypothekeren van onroerend goed;

8°de goedkeuring van fusies en samenwerkingsverbanden, de oprichting van dochtermaatschappijen, de overname van andere entiteiten en de verwerving van aandelen of rechten in andere entiteiten;

9°de goedkeuring voor het opnemen van leningen, het verstrekken van leningen of het verstrekken van zekerheden voor leningen, onverminderd artikel XI.257.

§ 4.De algemene vergadering kan de in paragraaf 3, 6°, 7°, 8° en 9°, opgesomde bevoegdheden bij besluit of door middel van een bepaling in de statuten delegeren aan de raad van bestuur.

De raad van bestuur geeft in zijn bestuursverslag de beslissingen aan die genomen werden in het raam van de aan hem krachtens het eerste lid gedelegeerde bevoegdheden.

§ 5.De beheersvennootschappen mogen voorzien dat het recht van de vennoten om hun stemrecht uit te oefenen tijdens de algemene vergadering wordt beperkt op grond van een of beide van de volgende criteria:

1°duur van de handeling waardoor de rechthebbende het beheer van zijn rechten aan de beheersvennootschap heeft toevertrouwd;

2°ontvangen bedragen of aan een rechthebbende verschuldigde bedragen, mits deze criteria worden vastgesteld en worden toegepast op een billijke en evenredige wijze.

De in het eerste lid, 1° en 2° bepaalde criteria worden opgenomen in de statuten of de lidmaatschapsvoorwaarden van de beheersvennootschap en worden openbaar gemaakt overeenkomstig de artikelen XI.266 en XI.270.

§ 6.Iedere vennoot van een beheersvennootschap heeft het recht om een andere persoon of entiteit als gevolmachtigde aan te wijzen om namens hem deel te nemen aan en zijn stem uit te brengen tijdens de algemene vergadering, mits deze aanwijzing geen belangenconflict tot gevolg heeft, wat bijvoorbeeld kan gebeuren wanneer de aanwijzende vennoot en de gevolmachtigde binnen de beheersvennootschap tot verschillende categorieën rechthebbenden behoren.

De Koning kan voorwaarden opleggen betreffende de aanwijzing van gevolmachtigden en de uitoefening van het stemrecht van de vennoten die zij vertegenwoordigen indien dergelijke voorwaarden geen afbreuk doen aan de passende en doeltreffende deelname van de vennoten aan het besluitvormingsproces van een beheersvennootschap.

Elke volmacht geldt voor één algemene vergadering. De gevolmachtigde geniet op de algemene vergadering dezelfde rechten als deze waarop de aanwijzende vennoot aanspraak zou kunnen maken. De gevolmachtigde brengt zijn stem uit overeenkomstig de instructies van de aanwijzende vennoot.

Art. XI.248/5

De personen die het beheer of de administratie van een beheersvennootschap waarnemen, doen dit op rationele, prudente en passende wijze met behulp van de administratieve en boekhoudkundige procedures en interne controlemechanismen ingesteld overeenkomstig de artikelen XI.248/8 tot XI.248/12.

De personen die het beheer of de administratie van een beheersvennootschap waarnemen, zijn onderworpen aan het bepaalde in de artikelen 527 en 528 van het Wetboek van Vennootschappen, waarbij een overtreding van hoofdstuk 9 van deze titel en van de uitvoeringsbesluiten ervan, wordt gelijkgesteld met een overtreding van het Wetboek van Vennootschappen.

Art. XI.248/6

§ 1.Ongeacht de rechtsvorm of de grootte van de beheersvennootschap stellen de bestuurders of zaakvoerders van de beheersvennootschappen een jaarverslag op waarin zij rekenschap geven van hun beleid. Dit jaarverslag bevat de in artikel 96 van het Wetboek van Vennootschappen bepaalde elementen, alsook alle gegevens die volgens deze titel in het jaarverslag moeten worden opgenomen.

Het eerste lid geldt ook voor de collectieve beheerorganisaties voor wat hun in België gevestigde bijkantoren betreft. Het jaarverslag wordt opgesteld door de persoon die in België met het bestuur van een bijkantoor van een collectieve beheerorganisatie is belast.

§ 2.Onverminderd de artikelen 95, 96 en 119 van het Wetboek van Vennootschappen worden in het jaarverslag van de beheersvennootschap volgende gegevens opgenomen:

1°informatie over weigeringen om een licentie te verlenen op grond van artikel XI.262, § 2;

2°een beschrijving van de wettelijke en bestuurlijke structuur van de beheersvennootschap;

3°informatie over entiteiten die direct of indirect eigendom zijn, of geheel of gedeeltelijk onder toezicht staan van de beheersvennootschap;

4°informatie over het totale beloningsbedrag dat in het afgelopen boekjaar aan de personen die de activiteiten van de beheersvennootschap beheren, is betaald, alsmede over andere aan hen verleende voordelen;

5°wanneer een beheersvennootschap de verdeling en de betalingen niet uitgevoerd heeft binnen de termijn vastgesteld in artikel XI.252 § 1, tweede lid, de redenen van deze vertraging;

6°het totaal van de niet-verdeelbare bedragen bedoeld in artikel XI.254, met een toelichting van het gebruik dat ervan gemaakt wordt;

7°informatie over de betrekkingen met andere beheersvennootschappen of collectieve beheerorganisaties;

8°elke andere informatie als bepaald door de Koning.

§ 3.De beheersvennootschappen delen voor elk boekjaar, binnen de acht maanden die volgen op de laatste dag van het betrokken boekjaar, een kopie van hun jaarverslag, bedoeld in paragraaf 1, mee aan de Controledienst.

Binnen dezelfde termijn en voor een minimale duur van vijf jaar, wordt de informatie bedoeld in paragraaf 2 bovendien opgenomen op de internetpagina van de beheersvennootschap op een duidelijk leesbare plaats en met duidelijke verwijzing in het hoofdmenu van de internetpagina.

§ 4.Na overleg met de Commissie voor de Boekhoudkundige Normen, het Instituut van de Bedrijfsrevisoren en de beheersvennootschappen die zetelen in het overlegcomité ingesteld door artikel XI.282, kan de Koning nadere regels bepalen betreffende de wijze waarop de in paragraaf 2 vermelde gegevens worden weergegeven.

Art. XI.248/7

De personen die onderworpen zijn aan een gerechtelijk verbod als bedoeld door de artikelen 1 tot 3, 3bis, §§ 1 en 3, en 3ter van het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 betreffende het rechterlijk verbod aan bepaalde veroordeelden en gefailleerden om bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te oefenen, mogen binnen een beheersvennootschap feitelijk en/of juridisch geen functie van zaakvoerder, bestuurder, persoon die in België met het bestuur van een bijkantoor van een collectieve beheersorganisatie is belast of directeur uitoefenen, noch vennootschappen vertegenwoordigen die dergelijke functies uitoefenen.

De in het eerste lid opgesomde functies mogen evenmin worden uitgeoefend door:

1°personen die werden veroordeeld tot een gevangenisstraf van minder dan drie maanden of een geldboete voor een misdrijf bedoeld in voornoemd koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934;

2°personen die strafrechtelijk werden veroordeeld wegens overtreding van:

a)de artikelen 148 en 149 van de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen;

b)de artikelen 104 en 105 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen;

c)de artikelen 38, vierde lid, en 42 tot 45 van het koninklijk besluit nr. 185 van 9 juli 1935 op de bankcontrole en het uitgifteregime voor titels en effecten;

d)de artikelen 31 tot 35 van de bepalingen betreffende de private spaarkassen, gecoördineerd op 23 juni 1962;

e)de artikelen 13 tot 16 van de wet van 10 juni 1964 op het openbaar aantrekken van spaargelden;

f)de artikelen 110 tot 112ter van titel V van boek I van het Wetboek van Koophandel of de artikelen 75, 76, 78, 150, 175, 176, 213 en 214 van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten;

g)artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 41 van 15 december 1934 tot bescherming van het gespaard vermogen door reglementering van de verkoop, op afbetaling, van premie-effecten;

h)de artikelen 18 tot 23 van het koninklijk besluit nr. 43 van 15 december 1934 betreffende de controle op de kapitalisatieondernemingen;

i)de artikelen 200 tot 209 van de wetten op de handelsvennootschappen, gecoördineerd op 30 november 1935;

j)de artikelen 67 tot 72 van het koninklijk besluit nr. 225 van 7 januari 1936 tot reglementering van de hypothecaire leningen en tot inrichting van de controle op de ondernemingen van hypothecaire leningen of artikel 34 van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet;

k)de artikelen 4 en 5 van het koninklijk besluit nr. 71 van 30 november 1939 betreffende het leuren met roerende waarden en demarchage met roerende waarden en goederen of eetwaren;

l)artikel 31 van het koninklijk besluit nr. 72 van 30 november 1939 tot regeling van de beurzen voor de termijnhandel in goederen en waren, van het beroep van de makelaars en tussenpersonen die zich met deze termijnhandel inlaten en van het regime van de exceptie van spel;

m)artikel 29 van de wet van 9 juli 1957 tot regeling van de verkoop op afbetaling en van zijn financiering of de artikelen 101 en 102 van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet;

n)artikel 11 van het koninklijk besluit nr. 64 van 10 november 1967 tot regeling van het statuut van de portefeuillemaatschappijen;

o)de artikelen 53 tot 57 van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen;

p)de artikelen 11, 15, § 4, en 18 van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen;

q)artikel 139 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst;

r)artikel XI.293, XI.303 en XI.304;

3°personen die werden veroordeeld door een buitenlandse rechtbank voor een van de misdrijven als bepaald in 1° en 2°; in deze gevallen is artikel 2 van voormeld koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 van toepassing.

De Koning kan de bepalingen van dit artikel aanpassen om ze in overeenstemming te brengen met de wetten die de erin opgesomde teksten wijzigen.

Art. XI.248/8

§ 1.Elke beheersvennootschap beschikt over een toezichtfunctie voor permanent toezicht op de activiteiten en de taakuitvoering van de personen die leiding geven aan de activiteiten van de vennootschap.

De verschillende categorieën vennoten van de beheersvennootschap zijn billijk en evenwichtig vertegenwoordigd in het orgaan dat de toezichtfunctie uitoefent.

Elke persoon die de toezichtfunctie uitoefent, legt aan de algemene ledenvergadering jaarlijks een individuele verklaring inzake belangenconflicten af die de in artikel XI.248/10, § 2 bedoelde informatie bevat.

§ 2.Het orgaan dat de toezichtfunctie uitoefent, komt periodiek bijeen en heeft ten minste de bevoegdheid om:

1°de bevoegdheden uit te oefenen die het door de algemene ledenvergadering zijn gedelegeerd, met inbegrip van de bevoegdheden op grond van artikel XI.248/4, §§ 2 en 4;

2°toezicht te houden op de activiteiten en de taakuitvoering van de in artikel XI.248/5 bedoelde personen, met inbegrip van de uitvoering van de besluiten van de algemene vergadering, en in het bijzonder van de in artikel XI.248/4, § 3, 1° tot 4° vermelde algemene beleidslijnen.

Het orgaan dat de toezichtfunctie uitoefent, brengt ten minste eenmaal per jaar aan de algemene vergadering verslag uit over de uitoefening van zijn bevoegdheden.

Art. XI.248/9

§ 1.De beheersvennootschappen beschikken over een aan hun werkzaamheden aangepaste beleidsstructuur, administratieve en boekhoudkundige organisatie en interne controle.

§ 2.De beheersvennootschap maakt een onderscheid tussen enerzijds het vermogen dat gevormd wordt door de rechten die geïnd en beheerd worden voor rekening van de houders van de door deze titel erkende rechten, alsook door alle ontvangsten voortvloeiend uit de investering van de inkomsten gevormd door de rechten, en anderzijds haar eigen vermogen dat gevormd wordt door de vergoeding voor haar diensten van beheer en door de inkomsten van haar andere activiteiten of van haar eigen vermogen.

De sommen die geïnd en beheerd worden voor rekening van de houders van de door deze titel erkende rechten, en welke nog niet betaald werden aan de rechthebbende, worden voor rekening van de rechthebbenden, onder een afzonderlijke rubriek gestort op een bijzondere rekening bij een kredietinstelling ingeschreven op een van de lijsten bedoeld in de artikelen 14 en 312 van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen. Deze kredietinstelling dient daarbij vooraf te verzaken aan het principe van eenheid van rekeningen en aan de wettelijke en conventionele compensatie tussen de verschillende rekeningen van de beheersvennootschap.

§ 3.De beheersvennootschappen kunnen hun jaarrekening niet opmaken volgens het verkort schema bepaald in artikel 93 van het Wetboek van Vennootschappen.

Na overleg met de Commissie voor de Boekhoudkundige Normen, het Instituut van de Bedrijfsrevisoren en de beheersvennootschappen die zetelen in het overlegcomité ingesteld door artikel XI.282, past de Koning de regels vastgesteld bij toepassing van artikel III.84 en de regels vastgesteld bij toepassing van artikel 92 van het Wetboek van Vennootschappen aan en vervolledigt ze naar de vereisten van het wettelijk statuut van de beheersvennootschappen.

De Koning kan bij de vaststelling van de regels die Hij bepaalt, bij toepassing van het tweede lid, een onderscheid maken in functie van de betrokken rechten.

Art. XI.248/10

§ 1.De beheersvennootschappen voeren procedures in en passen deze procedures toe om belangenconflicten te vermijden en, daar waar die niet vermeden kunnen worden, om feitelijke of potentiële belangenconflicten te identificeren, te beheren, te bewaken en bekend te maken op een zodanige wijze dat voorkomen wordt dat deze de door de vennootschap vertegenwoordigde gezamenlijke belangen van de rechthebbenden schaden. Hiertoe werken zij regels uit met betrekking tot de verrichtingen die personeelsleden, het uitvoerend personeel en de vertegenwoordigers van de beheersvennootschap in het kader van hun functie uitvoeren en waarbij deze een manifest persoonlijk belang hebben.

§ 2.De in de eerste paragraaf bedoelde procedures omvatten een jaarlijkse individuele verklaring van elk van de personen die de activiteiten van de beheersvennootschap beheren aan de algemene ledenvergadering, die de volgende informatie bevat:

1°ieder belang bij de beheersvennootschap;

2°iedere in het voorafgaande boekjaar van de beheersvennootschap ontvangen beloning, in de vorm van pensioenregelingen daaronder inbegrepen, voordelen in natura en andere soorten voordelen;

3°eventuele bedragen die zij in het voorafgaande boekjaar als rechthebbende van de beheersvennootschap hebben ontvangen;

4°een opgave aangaande ieder feitelijk of potentieel conflict tussen persoonlijke belangen en die van de beheersvennootschap of tussen verplichtingen die verschuldigd zijn aan de beheersvennootschap en verplichtingen die verschuldigd zijn aan een andere natuurlijke of rechtspersoon.

Art. XI.248/11

Na overleg met de Commissie voor Boekhoudkundige Normen, het Instituut van de Bedrijfsrevisoren en de beheersvennootschappen die zetelen in het overlegcomité opgericht door artikel XI.282, bepaalt de Koning de minimale eisen in verband met de boekhoudkundige organisatie en de interne controle van de beheersvennootschappen.

De Controledienst kan ten allen tijde de nodige gegevens opvragen inzake de beleidsstructuur, administratieve en boekhoudkundige organisatie en interne controle van een beheersvennootschap.

Indien de Controledienst ernstige of herhaalde inbreuken door een beheersvennootschap op de bepalingen van deze titel, van de uitvoeringsbesluiten ervan of van de bepalingen van haar statuten of reglementen vaststelt en hij op basis van de gegevens waarover hij beschikt duidelijke aanwijzingen heeft dat deze inbreuken een gevolg zijn van een niet aan haar werkzaamheden aangepaste beleidsstructuur of administratieve organisatie, zal de Controledienst aanbevelingen terzake kunnen doen aan de beheersvennootschap.

Binnen een termijn van drie maanden kan de beheersvennootschap besluiten deze aanbevelingen al dan niet op te volgen. Indien zij de aanbevelingen weigert op te volgen, dient zij de redenen hiervoor binnen dezelfde termijn op te geven aan de Controledienst.

Indien de Controledienst vaststelt, nadat de beheersvennootschap geweigerd heeft de aanbevelingen op te volgen, dat een ernstige of herhaaldelijke inbreuk op de bepalingen van deze titel, van de uitvoeringsbesluiten ervan of van de bepalingen van haar statuten of reglementen niet is verholpen of stopgezet, en aantoont dat dit te wijten is aan een niet aan haar werkzaamheden aangepaste beleidsstructuur of administratieve organisatie, zal hij de nodige maatregelen zoals voorzien in de artikelen XV.31/1, XV.62/1, XV.66/2 en XVII.21 kunnen nemen.

Art. XI.248/12

Als de beheersvennootschap nauwe banden heeft met andere natuurlijke of rechtspersonen, mogen die banden geen belemmering vormen voor een passend individueel of geconsolideerd toezicht op de beheersvennootschap.

Onder nauwe banden dient te worden verstaan:

1°een situatie waarin een deelnemingsverhouding bestaat of;

2°een situatie waarin vennootschappen verbonden vennootschappen zijn in de zin van het Wetboek van Vennootschappen;

3°een band van dezelfde aard als bedoeld in bovenstaande 1° en 2° tussen een natuurlijke persoon en een rechtspersoon;

Niettegenstaande het tweede lid, worden de volgende situaties vermoed nauwe banden te creëren: de bestuursorganen zijn voor ten minste de meerderheid uit dezelfde personen samengesteld, de zetel of de exploitatiezetel is op hetzelfde adres gevestigd, er bestaan duurzame en relevante, rechtstreekse of onrechtstreekse banden op het vlak van administratieve, financiële of logistieke bijstand, dan wel van bijstand inzake human resources of infrastructuur.