Alle wetboeken › WER

Boek XI - Intellectuele eigendom en bedrijfsgeheimen

Titel 6 - Computerprogramma's

XI.293/1–XI.304

Art. XI.293/1

Deze titel voorziet in de omzetting van volgende richtlijnen:

1°Richtlijn 2009/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's;

2°Richtlijn (EU) 2019/790 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake auteursrechten en naburige rechten in de digitale eengemaakte markt en tot wijziging van Richtlijnen 96/9/EG en 2001/29/EG.

Art. XI.294

Computerprogramma's, het voorbereidend materiaal daaronder begrepen, worden auteursrechtelijk beschermd en gelijkgesteld met werken van letterkunde in de zin van de Berner Conventie.

Art. XI.295

Een computerprogramma geniet bescherming indien het oorspronkelijk is in die zin, dat het een eigen intellectuele schepping van de auteur is. Om te bepalen of het programma voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt, mogen geen andere criteria worden aangelegd.

De bescherming overeenkomstig deze titel wordt verleend aan de uitdrukkingswijze, in welke vorm ook, van een computerprogramma. De ideeën en beginselen die aan enig element van een computerprogramma ten grondslag liggen, met inbegrip van de ideeën en beginselen die aan de interfaces daarvan ten grondslag liggen, worden niet auteursrechtelijk beschermd.

Art. XI.295/1

De artikelen XI.167/1 tot XI.167/6 zijn niet van toepassing op de computerprogramma's.

Art. XI.296

Tenzij bij overeenkomst of statutair anders is bepaald, wordt alleen de werkgever geacht verkrijger te zijn van de vermogensrechten met betrekking tot computerprogramma's die zijn gemaakt door een of meer werknemers of beambten bij de uitoefening van hun taken of in opdracht van hun werkgever.

Art. XI.297

Het morele recht wordt geregeld overeenkomstig artikel 6bis, 1, van de Berner Conventie.

Art. XI.298

Onverminderd de artikelen XI.299 en XI.300, omvatten de vermogensrechten:

a)de permanente of tijdelijke reproductie van een deel of het geheel van een computerprogramma, ongeacht op welke wijze en in welke vorm. Voor zover voor het laden of in beeld brengen, of de uitvoering, transmissie of opslag van een computerprogramma deze reproductie van het programma noodzakelijk is, is voor deze handelingen toestemming van de rechthebbende vereist;

b)het vertalen, bewerken, arrangeren of anderszins veranderen van een programma, en de reproductie van het resultaat daarvan, onverminderd de rechten van degene die het programma verandert;

c)elke vorm van distributie, met inbegrip van het verhuren en uitlenen, van een oorspronkelijk computerprogramma of kopieën daarvan onder het publiek. De eerste verkoop in de Europese Unie van een kopie van een programma door de rechthebbende of met diens toestemming leidt tot uitputting van het recht om controle uit te oefenen op de distributie van die kopie in de Europese Unie, met uitzondering van het recht om controle uit te oefenen op het verder verhuren en het uitlenen van het programma of een kopie daarvan.

Art. XI.299

§ 1.Tenzij bij overeenkomst uitdrukkelijk anders is bepaald, is voor de in artikel XI.298, a) en b), genoemde handelingen, geen toestemming van de rechthebbende vereist wanneer deze handelingen voor de rechtmatige gebruiker noodzakelijk zijn om het computerprogramma te kunnen gebruiken voor het beoogde doel, met inbegrip van het verbeteren van fouten.

§ 2.De reproductie in de vorm van een reservekopie door de rechtmatige gebruiker van het computerprogramma mag niet worden verboden, voor zover die kopie noodzakelijk is om het programma te kunnen gebruiken.

§ 3.De rechtmatige gebruiker van een kopie van een computerprogramma is gemachtigd om zonder toestemming van de rechthebbende de werking van het programma te observeren, te bestuderen en uit te testen, ten einde vast te stellen welke ideeën en beginselen aan een element van het programma ten grondslag liggen, indien hij dit doet bij het rechtmatig laden of in beeld brengen, de uitvoering, transmissie of opslag van het computerprogramma.

§ 4.Er is geen toestemming van de rechthebbende vereist voor:

1°een handeling die noodzakelijk is voor de vervaardiging van een exemplaar in toegankelijke vorm van een werk of prestatie waartoe de begunstigde rechtmatige toegang heeft, door een begunstigde of een namens hem optredende persoon, voor exclusief gebruik door de begunstigde, voor zover hierdoor geen afbreuk wordt gedaan aan de normale exploitatie van het computerprogramma en geen onredelijke schade wordt berokkend aan de wettige belangen van de rechthebbende. Een in België gevestigde begunstigde kan een exemplaar in toegankelijke vorm verkrijgen van of er toegang toe hebben bij een toegelaten entiteit die in een lidstaat van de Europese Unie gevestigd is;

2°een handeling die noodzakelijk is voor de vervaardiging, de mededeling, de beschikbaarstelling of de distributie van een exemplaar in toegankelijke vorm van een werk of prestatie waartoe zij rechtmatige toegang heeft, door een in België gevestigde toegelaten entiteit aan een begunstigde of een andere toegelaten entiteit gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie. Een in België gevestigde toegelaten entiteit kan eveneens een exemplaar in toegankelijke vorm verkrijgen van of er toegang toe hebben bij een toegelaten entiteit die in een lidstaat van de Europese Unie gevestigd is. De in de twee voorgaande zinnen bedoelde handelingen worden uitgevoerd zonder winstoogmerk, met het oog op exclusief gebruik door een begunstigde, voor zover hierdoor geen afbreuk wordt gedaan aan de normale exploitatie van het computerprogramma en geen onredelijke schade wordt berokkend aan de wettige belangen van de rechthebbende.

De bepalingen van titel 5, hoofdstuk 8/2, zijn mutatis mutandis van toepassing op de bepalingen onder 1° en 2°.

§ 5.Er is geen toestemming van de rechthebbende vereist voor reproducties in de zin van artikel XI.298, a) en b), van rechtmatig toegankelijke werken met het oog op tekst- en datamining, op voorwaarde dat het gebruik van die werken door de rechthebbende ervan niet op passende wijze uitdrukkelijk is voorbehouden.

Bij content die online voor het publiek beschikbaar wordt gesteld, wordt het voorbehoud enkel als passend beschouwd indien hierbij machinaal leesbare middelen worden gebruikt.

Deze reproducties mogen worden bewaard zolang dit nodig is voor tekst- en datamining.

§ 6.Er is geen toestemming van de rechthebbende vereist voor de handelingen bedoeld in artikel XI.298 wanneer deze handelingen plaatsvinden in het kader van het digitaal gebruik van werken ter illustratie bij onderwijs, voor zover het gebruik verantwoord is door de nagestreefde, niet-winstgevende doelstelling en op voorwaarde dat het gebruik:

a)plaatsvindt onder de verantwoordelijkheid van een onderwijsinstelling, in haar gebouwen of elders, of door middel van een beveiligde elektronische omgeving die alleen toegankelijk is voor de leerlingen of studenten en het onderwijzend personeel van de onderwijsinstelling; en

b)vergezeld gaat van de vermelding van de bron, tenzij dit niet mogelijk blijkt.

Het in het eerste lid bedoelde gebruik van werken ter illustratie bij onderwijs via beveiligde elektronische omgevingen, wordt geacht uitsluitend plaats te vinden in de lidstaat waar de onderwijsinstelling is gevestigd.

§ 7.Er is geen toestemming van de rechthebbende vereist voor de handelingen bedoeld in artikel XI.298, a), wanneer deze handelingen, in welke vorm of welk medium ook, worden uitgevoerd door voor het publiek toegankelijke bibliotheken, door voor het publiek toegankelijke musea, door archieven of door instellingen voor cinematografisch of audio(visueel) erfgoed met betrekking tot werken die permanent deel uitmaken van hun collecties en wanneer de handelingen plaatsvinden met het oog op het behoud van dergelijke werken en voor zover de handeling noodzakelijk is voor dergelijk behoud.

Art. XI.299/1

§ 1.Behoudens in het geval bedoeld in paragraaf 2, kan de rechthebbende van een computerprogramma zich niet verzetten tegen de reproductie of mededeling aan het publiek voor niet-commerciële doeleinden door een voor het publiek toegankelijke bibliotheek of een voor het publiek toegankelijk museum, een archief of een instelling voor cinematografisch of audio(visueel) erfgoed, van een computerprogramma dat niet of niet meer in de handel is en dat permanent deel uitmaakt van hun collecties, op voorwaarde dat:

1°de overeenkomstig artikel XI.245/7/2, § 2, aangeduide representatieve beheersvennootschap niet is aangeduid voor de betrokken rechten;

2°de computerprogramma's beschikbaar worden gesteld op niet-commerciële websites; en

3°de bron en de naam van de identificeerbare rechthebben de worden vermeld, tenzij dit niet mogelijk blijkt.

§ 2.Een rechthebbende kan overeenkomstig artikel XI.245/7/3 te allen tijde, gemakkelijk en effectief, zijn werken uitsluiten van de rechten van reproductie en mededeling aan het publiek, bedoeld in paragraaf 1, hetzij in het algemeen, hetzij in specifieke gevallen, inclusief na het begin van het gebruik in kwestie door een voor het publiek toegankelijke bibliotheek of een voor het publiek toegankelijk museum, een archief of een instelling voor cinematografisch of audio(visueel) erfgoed.

De Koning kan nadere regels bepalen inzake de wijze van uitoefening van de uitsluiting bedoeld in het eerste lid.

§ 3.Ten minste zes maanden voordat de reproductie en de mededeling aan het publiek door een voor het publiek toegankelijke bibliotheek of een voor het publiek toegankelijk museum, een archief of een instelling voor cinematografisch of audio(visueel) erfgoed, bedoeld in paragraaf 1, plaats heeft, moeten voornoemde instellingen, in een voor het publiek toegankelijke onlinedatabank, die overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake het Uniemerk door het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie wordt opgericht en beheerd, de volgende informatie kenbaar maken:

1°de identificatie van de computerprogramma's die niet of niet meer in de handel zijn; en

2°de mogelijkheid voor de rechthebbende om zijn rechten uit te sluiten van deze uitzondering, overeenkomstig artikel XI.245/7/3.

De Koning kan nadere regels bepalen in verband met de in het eerste lid bedoelde kenbaarmaking, alsook aanvullende passende publiciteitsmaatregelen bepalen indien dit noodzakelijk blijkt voor de algemene bewustwording van rechthebbenden.

§ 4.De reproductie en de mededeling aan het publiek door een voor het publiek toegankelijke bibliotheek of een voor het publiek toegankelijk museum, een archief of een instelling voor cinematografisch of audio(visueel) erfgoed, bedoeld in paragraaf 1, worden geacht uitsluitend plaats te vinden in de lidstaat waar de voornoemde instelling is gevestigd.

§ 5.De voor het publiek toegankelijke bibliotheken of de voor het publiek toegankelijke musea, de archieven of de instellingen voor cinematografisch of audio(visueel) erfgoed zijn de verantwoordelijken voor de verwerking van persoonsgegevens, elk voor de hen betreffende gegevensverwerkingen.

Art. XI.300

§ 1.Er is geen toestemming van de rechthebbende vereist wanneer de reproductie van de code en de vertaling van de codevorm in de zin van artikel XI.298, a) en b), onmisbaar zijn om de informatie te verkrijgen die nodig is om de compatibiliteit van een onafhankelijk gecreëerd computerprogramma met andere programma's tot stand te brengen, voor zover aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

a)de reproductie en de vertaling worden verricht door een persoon die het recht heeft om een kopie van het programma te gebruiken, of voor zijn rekening door een daartoe gemachtigd persoon;

b)de gegevens die nodig zijn om de compatibiliteit tot stand te brengen zijn nog niet eerder snel en gemakkelijk beschikbaar gesteld voor hem;

c)de reproductie en de vertaling blijven beperkt tot die onderdelen van het oorspronkelijke programma die voor het tot stand brengen van deze compatibiliteit noodzakelijk zijn.

§ 2.Het bepaalde in de vorige paragraaf biedt niet de mogelijkheid dat de op grond daarvan verkregen informatie:

a)voor een ander doel dan het tot stand brengen van de compatibiliteit van het onafhankelijk gecreëerde programma wordt gebruikt;

b)aan derden wordt meegedeeld, tenzij die mededeling noodzakelijk is met het oog op de compatibiliteit van het onafhankelijk gecreëerde programma;

c)of wordt gebruikt voor de ontwikkeling, productie of het in de handel brengen van een qua uitdrukkingswijze in wezen gelijk computerprogramma, of voor andere handelingen waarmee inbreuk op het auteursrecht wordt gepleegd.

§ 3.Dit artikel mag niet zodanig worden toegepast dat ongerechtvaardigd nadeel voor de rechtmatige belangen van de rechthebbende ontstaat of het normale gebruik van het computerprogramma belemmerd wordt.

Art. XI.301

De bepalingen van de artikelen XI.299, §§ 2 tot 7, XI.299/1 en XI.300 zijn van dwingend recht.

Art. XI.302

De termijn van bescherming van computerprogramma's door het auteursrecht wordt bepaald overeenkomstig artikel XI.166.

Art. XI.303

De inbreuken op het auteursrecht inzake een computerprogramma worden gesanctioneerd overeenkomstig de wet.

Art. XI.304

Hij die een kopie van een computerprogramma in het verkeer brengt of voor commerciële doeleinden bezit, terwijl hij weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat het een onrechtmatige kopie is, dan wel middelen in het verkeer brengt of voor commerciële doeleinden bezit die uitsluitend bestemd zijn om de ongeoorloofde verwijdering of ontwijking van de technische voorzieningen ter bescherming van het computerprogramma te vergemakkelijken, is schuldig aan het misdrijf van namaak.