De gerechtskosten gaan boven alle schuldvorderingen ten behoeve waarvan zij zijn gemaakt.
§ III RANG VAN DE VOORRECHTEN OP ROERENDE GOEDEREN IN GEVAL VAN SAMENLOOP VAN DIE VOORRECHTEN.
21–40
Art. 22
De kosten die tot behoud van de zaak gemaakt zijn, gaan boven de vroegere voorrechten.
Zij gaan, in alle gevallen, zelfs boven het voorrecht van de laatste drie nummers van artikel 19.
Art. 23
De vervoerder heeft de voorrang boven de verkoper van het roerend goed dat tot pand strekt, behalve indien hij bij de ontvangst wist dat de prijs ervan nog verschuldigd was.
Het voorrecht van de verkoper wordt pas uitgeoefend na dat van de eigenaar van het huis of van de hoeve, tenzij de verkoper ten tijde dat de roerende goederen in de verhuurde plaatsen werden gebracht, de verhuurder heeft gewaarschuwd dat de prijs ervan niet betaald was.
Art. 24
<Opgeheven bij W 2013-07-11/19, art. 100, 055; Inwerkingtreding: 01-01-2018>
Art. 25
Het voorrecht van de begrafeniskosten gaat boven alle andere voorrechten, met uitzondering van het voorrecht van de gerechtskosten, het voorrecht van de naderhand tot behoud van de zaak gemaakte kosten, en het voorrecht van de vervoerder, voor zover de verkoper van de in pand gegeven zaak boven hem geen voorrang heeft.
Art. 25bis
<Opgeheven bij W 2013-07-11/19, art. 100, 055; Inwerkingtreding: 01-01-2018>
Art. 26
De bijzondere voorrechten hebben de voorrang boven de overige algemene voorrechten.
Art. 27
(2103). De schuldeisers, op onroerende goederen bevoorrecht, zijn:
1°De verkoper, op het verkochte onroerend goed, voor de betaling van de prijs;
2°De ruilers, op de wederkerig geruilde onroerende goederen, voor de betaling van de opleg en de vergoeding van de overwaarde, en ook voor de vaste som die bij de akte mocht zijn bepaald als schadeloosstelling van het geval van uitwinning;
3°De schenker, op het geschonken onroerend goed, voor de geldelijke lasten of andere begrote prestaties die aan de begiftigde zijn opgelegd;
4°De medeërfgenamen of deelgenoten, en wel:
Voor de betaling van de opleg of de vergoeding van de overwaarde, op al de onroerende goederen begrepen in de kavel die met opleg bezwaard is, tenzij het voorrecht door de akte van verdeling tot een of meer van die onroerende goederen is beperkt;
Voor de betaling van de prijs der veiling, op het geveilde goed;
Voor de bij artikel 884 van het Burgerlijk Wetboek bepaalde vrijwaring, op al de onroerende goederen die begrepen zijn in de kavel van de garanten, tenzij de akte van verdeling het voorrecht beperkt tot een deel van die onroerende goederen. Dit voorrecht bestaat slechts voor zover in de akte van verdeling een vaste som voor het geval van uitwinning bedongen is;
5°(De aannemers, architecten, metselaars en andere werklieden, die gebezigd worden voor het ontginnen van land of het droogleggen van moerassen, voor het bouwen, herbouwen of herstellen van gebouwen, kanalen of welke andere werken ook, mits echter door een deskundige, op verzoekschrift benoemd door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van het rechtsgebied waarbinnen de goederen gelegen zijn, vooraf een proces-verbaal is opgemaakt, de ingeschreven schuldeisers behoorlijk opgeroepen zijnde, ten einde de gesteldheid van de plaats te bepalen, met betrekking tot de werken die de eigenaar verklaart te willen uitvoeren, en mits de werken, ten laatste binnen zes maanden na hun voltooiing, door een eveneens op verzoekschrift benoemde deskundige zijn in ontvangst genomen.
Het bedrag van het voorrecht mag echter de waarde die door het tweede proces-verbaal is vastgesteld, niet overschrijden, en blijft beperkt tot de meerwaarde die ten tijde van de vervreemding van het onroerende goed bestaat en uit de daaraan verrichte werken voortkomt.)
5°bis. Het slachtoffer dat een natuurlijke persoon is en zijn rechtverkrijgenden tot en met de tweede graad, op de onroerende goederen van de veroordeelde, voor de schadevergoeding die de veroordeelde overeenkomstig een in kracht van gewijde gegane beslissing verschuldigd is als vergoeding voor de lichamelijke of psychische schade als rechtstreeks gevolg van een opzettelijke gewelddaad die een strafbaar feit vormt. Dit voorrecht bestaat slechts bij inschrijving binnen twee maanden na het tijdstip waarop de beslissing in kracht van gewijsde gaat en komt de wettelijk gesubrogeerde niet toe.
Dat voorrecht wordt pas uitgeoefend na de wettelijke en bedongen hypotheken die voor het tijdstip waarop de beslissing in kracht van gewijsde is gegaan bij het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie werden ingeschreven;
6°(De Staat, op de gezond te maken steenkolenvestigingen, ten belope van de onkosten door hem uitbetaald bij gelegenheid van de saneringswerken, uitgevoerd overeenkomstig artikel 4 van het koninklijk besluit van 18 april 1967 betreffende de gezondmaking van de steenkolenvestigingen die aan hun eerste bestemming zijn onttrokken.) <KBN 2, 18-04-1967, art. 12>
7°De vereniging van mede-eigenaars, op de kavel in een gebouw of groep van gebouwen voor de bijdragen verschuldigd met betrekking tot deze kavel. Dit voorrecht is beperkt tot de bijdragen van het lopende boekjaar en het eraan voorafgaande boekjaar. Het neemt rang in na het voorrecht van de gerechtskosten bepaald in artikel 17, het voorrecht bepaald in artikel 114 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen en de eerder ingeschreven voorrechten.
Art. 28
De rechtsvordering van artikel 1654 van het Burgerlijk Wetboek tot ontbinding van de koop, en de rechtsvordering van artikel 1705 tot terugvordering van de geruilde zaak, kunnen niet worden ingesteld ten nadele van de ingeschreven schuldeiser, noch ten nadele van de onderverkrijger, noch ten nadele van derden, verkrijgers van zakelijke rechten, nadat het voorrecht bij het vorige artikel verleend, is teniet gegaan of vervallen.
Dezelfde regel geldt voor de rechtsvordering tot herroeping, gegrond op niet-nakoming van voorwaarden die door het voorrecht mochten zijn gewaarborgd.
Ingeval de verkoper, de ruiler of de schenker de rechtsvordering tot ontbinding instelt, kunnen derden de gevolgen daarvan altijd tegenhouden, mits zij aan de eiser het kapitaal uitkeren, samen met het toebehoren dat, overeenkomstig artikel 87 van deze wet, door de inschrijving van het voorrecht is bewaard.
De sommen, tot terugbetaling waarvan de verkoper of de ruiler mocht worden veroordeeld ingevolge de rechtsvordering tot ontbinding of tot terugvordering, worden aangewend tot voldoening van de bevoorrechte of hypothecaire schuldvorderingen, die deze eigenschap ten gevolge van een van die rechtsvorderingen zouden verliezen, en wel volgens de rang van die schuldvorderingen op het ogenblik van de ontbinding van de koop of van de ruil.
Art. 29
(2106). Tussen de schuldeisers hebben de voorrechten slechts gevolg ten aanzien van de onroerende goederen, voor zover zij zijn openbaar gemaakt door inschrijving in de registers van de hypothecaire openbaarmaking, met uitzondering van de voorrechten der gerechtskosten en van het voorrecht bedoeld in artikel 27, 7°..
Art. 30
De verkoper bewaart zijn voorrecht door de overschrijving van de titel waarbij de eigendom is overgedragen en waarbij wordt vastgesteld dat de koopprijs hem geheel of ten dele verschuldigd is.
Art. 31
De ruilers bewaren wederzijds hun voorrecht op de geruilde onroerende goederen, door de overschrijving van het ruilcontract, waarbij wordt vastgesteld dat hun een opleg, een vergoeding van de overwaarde of een vaste som als schadeloosstelling voor het geval van uitwinning verschuldigd is.
Art. 32
De schenker bewaart zijn voorrecht, voor de geldelijke lasten of de andere begrote prestaties die aan de begiftigde zijn opgelegd, door de overschrijving van de akte van schenking, waarbij die lasten en prestaties worden vastgesteld.
Art. 33
De medeërfgenaam of deelgenoot bewaart zijn voorrecht door de overschrijving van de akte van verdeling of van de akte van veiling.
Art. 34
De overschrijving, bij de vier vorige artikelen voorgeschreven, geldt als inschrijving voor de verkoper, de ruiler, de schenker, de erfgenaam of de deelgenoot en voor de wettelijk in hun plaats gestelde uitlener.
Hetzelfde geldt voor de overschrijving die op verzoek van de laatstgenoemde gedaan wordt.
Art. 35
Op straffe van vergoeding van alle schade jegens derden moet er, op het ogenblik van de overschrijving ambtshalve in het register een inschrijving worden gedaan:
1°Van de schuldvorderingen die voortvloeien uit de akte van eigendomsoverdracht;
2°Van iedere opleg of vergoeding van de overwaarde, die voortvloeit uit de akte van ruiling.
Deze inschrijving omvat de som die als schadevergoeding voor het geval van uitwinning bedongen is;
3°Van de geldelijke lasten en de andere begrote prestaties die voortvloeien uit de akte van schenking;
4°Van iedere opleg en vergoeding van de overwaarde, die voortvloeit uit de akte van verdeling of van veiling.
Deze inschrijving vermeldt de bedingen betreffende de vrijwaring wegens uitwinning, indien zodanige bedingen zijn gemaakt.
Art. 36
De verkoper, de ruilers, de schenker, de medeërfgenamen of deelgenoten kunnen, door een uitdrukkelijk beding in de akte, de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie ontslaan van de ambtshalve te nemen inschrijving.
In dat geval verliezen zij het voorrecht en het recht om een vordering tot ontbinding of tot terugvordering in te stellen, maar zij kunnen, krachtens hun titel, een hypothecaire inschrijving nemen, waarvan echter de rang zal worden bepaald door haar dagtekening.
Art. 37
De bij de vorige artikelen voorgeschreven inschrijvingen moeten door de schuldeisers vernieuwd worden overeenkomstig artikel 90. Bij gebreke van vernieuwing hebben dezen nog slechts een hypotheek, waarvan de rang zal worden bepaald door de dagtekening van haar inschrijving.
Art. 38
(2110). Door 1° de inschrijving van het proces-verbaal, die gedaan is voor de aanvang van de werken en waaruit de gesteldheid van de plaats blijkt; en 2° de inschrijving van het tweede proces-verbaal binnen vijftien dagen nadat de werken in ontvangst zijn genomen; bewaren de aannemers, architecten, metselaars en andere werklieden, gebezigd om de werken uit te voeren waarvan sprake in artikel 27, hun voorrecht op de dag van het eerste proces-verbaal.
Na het verstrijken van die laatste termijn hebben zij nog slechts een hypotheek, waarvan de rang wordt bepaald door de dagtekening van haar inschrijving, en alleen voor de meerwaarde.
Art. 38/1
Het voorrecht waarin artikel 27, 5° bis, voorziet, wordt behouden door de inschrijving binnen twee maanden nadat de beslissing in kracht van gewijsde is gegaan. In geval van een laattijdige inschrijving neemt het voorrecht pas rang op de dag waarop het wordt ingeschreven.
Art. 38bis
<KBN2 18-04-1967, art. 12> De Staat behoudt het voorrecht, voorzien bij artikel 27, 6°, door inschrijving gedaan, vóór de aanvang der werken, van het proces-verbaal, dat de plaatsbeschrijving vaststelt en van het verslag, opgesteld door het Aankoopcomité, overeenkomstig artikel 7 van het koninklijk besluit van 18 april 1967 betreffende de gezondmaking van de steenkolenvestigingen, die aan hun eerste bestemming zijn onttrokken en door de inschrijving, gedaan na het einde van de werken, van het proces-verbaal, dat de plaatsbeschrijving vaststelt en de eindafrekening van de uitgevoerde werken bevat.
Het voorrecht wordt behouden van de eerste inschrijving af, voor zover dat de tweede inschrijving wordt gedaan binnen de drie maanden van de definitieve oplevering der werken.
Eens deze termijn overschreden, zal het voorrecht slechts van de tweede inschrijving af zijn plaats innemen.
Indien de door het Aankoopcomité gedane schattingen worden betwist, wordt de melding van de rechtsvordering door het Aankoopcomité ingevoerd, overeenkomstig de laatste alinea van artikel 7 van het voormeld besluit, gedaan naast de inschrijving van het betwist proces-verbaal en verslag. De definitieve uitspraak over deze rechtsvordering gedaan, wordt ingeschreven.
Art. 39
De schuldeisers en legatarissen, die volgens artikel 878 van het Burgerlijk Wetboek het recht hebben om de afscheiding van de boedels te vragen, bewaren dit recht met betrekking tot de onroerende goederen der nalatenschap ten opzichte van de schuldeisers van de erfgenamen of vertegenwoordigers van de overledene, door inschrijving te nemen op elk van die onroerende goederen binnen zes maanden na het openvallen van de erfenis.
Totdat deze termijn verstreken is, kan geen hypotheek op die goederen worden gevestigd en kan geen vervreemding ervan worden toegestaan door de erfgenamen of vertegenwoordigers van de overledene, ten nadele van de schuldeisers en legatarissen.
Art. 40
De overnemers van die verschillende bevoorrechte schuldvorderingen oefenen dezelfde rechten uit als de overdragers in wier plaats zij treden, mits zij zich gedragen naar de bepalingen van artikel 5 van deze wet.