Alle wetboeken › Hypotheekwet

Inleidende bepalingen Overdracht van zakelijke rechten.

1–6

Art. 1

<Opgeheven bij W 2020-02-04/16, art. 29,3°, 068; Inwerkingtreding: 01-09-2021>

Art. 2

<Opgeheven bij W 2020-02-04/16, art. 29,3°, 068; Inwerkingtreding: 01-09-2021>

Art. 2bis

<Opgeheven bij W 2013-12-21/26, art. 64, 044; Inwerkingtreding: 01-04-2014>

Art. 3

<Opgeheven bij W 2020-02-04/16, art. 29,3°, 068; Inwerkingtreding: 01-09-2021>

Art. 4

<Opgeheven bij W 2020-02-04/16, art. 29,3°, 068; Inwerkingtreding: 01-09-2021>

Art. 5

Op de overdracht van een ingeschreven bevoorrechte of hypothecaire schuldvordering, of op de indeplaatsstelling in een zodanig recht, kan men zich tegen derden alleen beroepen indien zij voortvloeien uit akten in artikel 3.31 van het Burgerlijk Wetboek genoemd en indien de dagtekening en de aard van de titel van de overnemer op de kant der inschrijving zijn vermeld, met opgave van de namen, de voornamen, het beroep en de woonplaats van de partijen.

(Hetzelfde geldt voor de afstand van de rang van een hypotheek, alsook voor de inpandgeving van een ingeschreven bevoorrechte of hypothecaire schuldvordering.)

De Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie vermeldt, onderaan op het borderel, de in haar registers aangebrachte wijziging.

In geval van overdracht van een niet ingeschreven bevoorrechte of hypothecaire schuldvordering, of van indeplaatsstelling in een zodanig recht, zal de overnemer de hypotheek of het voorrecht door inschrijving niet kunnen bewaren dan voor zover de akte van overdracht verleden is in de vorm die voor de ingeschreven schuldvorderingen vereist is.

Art. 6

Ieder tegen wie een hypothecaire inschrijving bestaat, genomen tot waarborg van een vaststaande en zekere schuldvordering, kan, zelfs voordat de schuld vervalt, door de overnemer van de schuldvordering gedagvaard worden vóór de rechtbank van eerste aanleg van zijn woonplaats, ten einde de verklaring af te leggen die bij artikel 1452 van het Gerechtelijk Wetboek is voorgeschreven.

De gedaagde is gehouden zich naar de bepalingen van de artikelen 1452 en volgende van het genoemde wetboek te gedragen, zoniet kan hij eenvoudig schuldenaar worden verklaard, zoals bepaald is in artikel 1542 van het voormelde wetboek.