(2101). De schuldvorderingen, bevoorrecht op alle roerende goederen, worden hierna opgesomd en zij worden in de volgende orde verhaald:
1°De gerechtskosten die in het gemeenschappelijk belang van de schuldeisers zijn gemaakt;
2°De begrafeniskosten in verhouding tot de stand en het vermogen van de overledene;
3°De kosten van laatste ziekte gedurende een jaar;
3°bis. De onderhoudsschulden zonder dat het bedrag daarvan 15 000 euro mag te boven gaan;
3°ter (voor de werknemers bedoeld in artikel 1 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, het loon zoals bepaald in artikel 2 van genoemde wet, vooraleer de in artikel 23 van genoemde wet bedoelde inhoudingen in mindering zijn gebracht, zonder dat het bedrag daarvan 7.500 euro mag te boven gaan; deze beperking wordt niet toegepast op de vergoedingen die in het loon begrepen zijn en die verschuldigd zijn aan dezelfde personen wegens beëindiging van hun dienstbetrekking.
Het hierboven bepaalde bedrag wordt om de twee jaar aangepast door de Koning, na advies van de Nationale Arbeidsraad.
-De schuldvorderingen van het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers gegrond:
a)op artikel 61, § 1, 2° en 4°, § 2, 2° en 4°..., van de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van de ondernemingen, voor de bedragen die het heeft betaald in toepassing van de artikelen 35 en 51 van dezelfde wet;
b)op artikel 62, 1° en 2°, van dezelfde wet voor de inhoudingen die het heeft gedaan op de in a) bedoelde bedragen en die het heeft betaald in toepassing van artikel 67, § 1, 1°, van dezelfde wet.
-De sommen uitgeleend in het kader van een investeringsspaarplan bedoeld in hoofdstuk IV van de wet van 22 mei 2001 betreffende de werknemersparticipatie in het kapitaal van de vennootschappen en tot instelling van een winstpremie voor de werknemers.
-Voor dezelfde werknemers, de aanvullende vergoeding waarop zij ten laste van de werkgever recht hebben krachtens de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 afgesloten binnen de Nationale Arbeidsraad, die de toekenning voorziet van een aanvullende vergoeding aan bepaalde oudere werknemers in geval van ontslag, of krachtens een collectieve arbeidsovereenkomst afgesloten in het paritair comité, paritair subcomité of in de onderneming, die gelijkaardige voordelen voorziet als die voorzien door de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 17 van de Nationale Arbeidsraad. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, en rekening houdende met het maandbedrag van de aanvullende vergoeding, de berekeningswijze vaststellen van het bedrag van de bevoorrechte schuldvordering van deze oudere werknemer.
-De inschakelingsvergoeding bedoeld in de wet van 23 december 2005 betreffende het Generatiepact.)
3°ter. De schadevergoeding die de veroordeelde overeenkomstig een in kracht van gewijsde gegane beslissing aan het slachtoffer dat een natuurlijke persoon is en zijn rechtverkrijgenden tot en met de tweede graad verschuldigd is als vergoeding voor de lichamelijke of psychische schade als rechtstreeks gevolg van een opzettelijke gewelddaad die een strafbaar feit vormt. Dit voorrecht komt de wettelijk gesubrogeerde niet toe;
4°(de schuldvorderingen van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering en deze van de verzekeringsinstellingen bepaald bij artikel 2 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, voor de ten onrechte uitbetaalde prestaties van de verzekering voor geneeskundige verzorging, de uitkeringsverzekering of de moederschapsverzekering.) <Opgeheven bij W 12-04-1965, art. 49, 2°, en hersteld bij W 2002-01-14/39, art. 27, 020; Inwerkingtreding: 22-02-2002>
(De bedragen die uit kracht van de besluitwet betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers als vakantiebijdrage of als vakantiegeld verschuldigd zijn voor het verlopen dienstjaar en voor het lopende dienstjaar;) <BESLW 03-01-1946, art. 14>
4°bis. (de schuldvordering van Fedris voor de uitkeringen, bedragen en kapitalen die bedoeld worden in artikel 60, eerste lid, van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971.)
De schuldvorderingen van het Nationaal Pensioenfonds voor mijnwerkers) ten opzichte van de werkgevers;
4°ter. (De bijdragen en bijdrageopslagen verschuldigd aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid en die waarvan hij de inning verzekert,... de bijdragen en bijdrageopslagen verschuldigd... aan het Fonds voor bestaanszekerheid en aan het Sociaal Fonds voor de diamantarbeiders, evenals de vorderingen verschuldigd aan de pensioeninstellingen en aan de rechtspersonen belast met de organisatie van de solidariteitsregeling, zoals bedoeld in de programmawet van 24 december 2002, en aan Fedris en de vorderingen van het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers, op basis van artikel 62, 2° van de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van ondernemingen.
(de schuldvorderingen van het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers gegrond op artikel 62, 2° van de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van de ondernemingen evenals de schuldvorderingen van het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers tegenover de werkgevers, de curatoren en de vereffenaars gegrond op artikel 67, § 1, 2°, van deze zelfde wet, in zover die schuldvorderingen niet meer bij wettelijke in de plaatsstelling ingevorderd kunnen worden, en de schuldvorderingen van ditzelfde Fonds, gegrond op de artikelen 61, § 1, 1° en 3°, en § 2, 1° en 3°, en 64, § 1, van dezelfde wet.)
De administratieve geldboeten, de bijdragen en bijdrageopslagen verschuldigd aan de sociale verzekeringsfondsen voor zelfstandigen en aan de Nationale Hulpkas voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen, met toepassing van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, van Hoofdstuk III van Titel III van de wet van 26 juni 1992 houdende sociale en diverse bepalingen en van Hoofdstuk II van Titel III van de wet van 30 december 1992 houdende sociale en diverse bepalingen.)
De bijdragen en verhogingen verschuldigd aan het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen in toepassing van afdeling 2 van hoofdstuk 1 van titel 6 van de programmawet van 22 juni 2012.
4°quater. De betaling van de hoofdbijdragen en van de aanvullende bijdragen, verschuldigd door de wekgevers ondeworpen aan de wet op kinderbijslagen;
4°quinquies. (...)
4°sexies. (...)
4°septies. (De betaling van de bijdragen, bedoeld in de artikelen 15 en 16 van de wet van 28 juni 1966 betreffende de schadeloosstelling van de werknemers die ontslagen worden bij sluiting van ondernemingen en in artikel 10 van de wet van 30 juni 1967 tot verruiming van de opdracht van het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers;)
4°octies. (De betaling van de bijdragen van, de bijdrageopslag en van de eventuele interest voorzien bij de wet tot oprichting van een Nationale Sociale Commissie voor de kleine ondernemingen).)
4°nonies. (De schuldvorderingen van de verzekeraar in geval van betaling van vergoedingen en renten wegens arbeidsongeval tijdens de schorsing (van de waarborg) van het verzekeringscontract.)
4°nonies. (De betaling door een onderneming van de sommen en verzuimsrente bedoeld in de artikelen 24 en 25 van de wet op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging.)
(4°decies. De vorderingen van de auteurs, zoals omschreven in de wet van 30 juni 1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten.)
5°De leveringen van levensmiddelen aan de schuldenaar en zijn familie gedaan gedurende zes maanden.
(6°: de schuldvorderingen van het Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten tot betaling van de verplichte bijdragen in toepassing van de wet van 23 maart 1998 betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de gezondheid en de kwaliteit van de dieren en de dierlijke producten, en van het Begrotingsfonds voor de productie en de bescherming van planten en plantaardige producten tot betaling van de verplichte bijdragen in toepassing van de wet van 17 maart 1993 betreffende de oprichting van een Begrotingsfonds voor de productie en de bescherming van planten en plantaardige producten;)
De termijnen, in de drie vorige paragrafen bepaald, zijn die, welke aan de dood, de ontneming van het bezit of de inbeslagneming van de roerende goederen voorafgaan.
Wanneer niet de gehele waarde van de onroerende goederen is opgebruikt voor de bevoorrechte of hypothecaire schuldvorderingen, wordt het nog verschuldigde gedeelte van de prijs bij voorrang aangewend tot voldoening van de in dit artikel vermelde schuldvorderingen.