BOEK III — TITELS I EN II Wijze van eigendomsverkrijging (art. 711–1100) › TITEL I › HOOFDSTUK VI
AFDELING IV
883–886
Art. 883
opgeheven
Ieder medeërfgenaam wordt geacht alleen en onmiddellijk te zijn opgevolgd in alle goederen die in zijn kavel zijn begrepen of die hem bij veiling ten deel zijn gevallen, en nooit de eigendom van de andere goederen van de nalatenschap hebben gehad.
Opgeheven met ingang van 1 juli 2022 door de wet 2022-01-19/18, die titel 3 van boek 2 en boek 4 in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 30 juni 2022. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.
Art. 884
opgeheven
De medeërfgenamen moeten elkaar alleen voor die stoornissen en uitwinningen vrijwaren, waarvan de oorzaak vóór de verdeling bestond.
Vrijwaring vindt niet plaats, wanneer de ondergane uitwinning bepaaldelijk is uitgezonderd door een bijzonder en uitdrukkelijk beding van de akte van verdeling; zij houdt op wanneer de medeërfgenaam door eigen schuld uitwinning ondergaat.
Opgeheven met ingang van 1 juli 2022 door de wet 2022-01-19/18, die titel 3 van boek 2 en boek 4 in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 30 juni 2022. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.
Art. 885
opgeheven
Ieder medeërfgenaam is persoonlijk gehouden, naar evenredigheid van zijn erfdeel, zijn medeërfgenaam schadeloos te stellen voor het verlies dat de uitwinning hem heeft veroorzaakt.
Indien een van de medeërfgenamen onvermogend is, wordt het door hem verschuldigde aandeel gelijkelijk omgeslagen over de gevrijwaarde en alle erfgenamen die in staat zijn te betalen.
Opgeheven met ingang van 1 juli 2022 door de wet 2022-01-19/18, die titel 3 van boek 2 en boek 4 in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 30 juni 2022. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.
Art. 886
opgeheven
De vordering tot vrijwaring tegen het onvermogen van de schuldenaar van een rente kan slechts worden ingesteld binnen vijf jaren na de verdeling. Er bestaat geen grond tot vrijwaring wegens het onvermogen van de schuldenaar, wanneer dit pas na het voltrekken van de verdeling is ontstaan.
Opgeheven met ingang van 1 juli 2022 door de wet 2022-01-19/18, die titel 3 van boek 2 en boek 4 in het nieuwe Burgerlijk Wetboek invoerde. Hierboven staat de tekst zoals die gold tot en met 30 juni 2022. Of hij op een bepaalde situatie nog van toepassing is, hangt af van het overgangsrecht van dat boek.