Alle wetboeken › Hypotheekwet

HOOFDSTUK III _ Hypotheken.

41–48

Art. 41

(2114). Hypotheek is een zakelijk recht op onroerende goederen, die verbonden zijn ter voldoening van een verbintenis.

Zij is uit haar aard ondeelbaar en blijft voor het geheel bestaan op al de verbonden onroerende goederen, op elk van die goederen en op ieder gedeelte ervan.

Zij volgt die goederen, in welke handen zij ook overgaan.

Art. 42

(2115). Hypotheek komt slechts tot stand in de gevallen en overeenkomstig de vormen bij de wet toegelaten.

Art. 43

(2116). Er zijn wettelijke hypotheken, bedongen hypotheken en testamentaire hypotheken.

Art. 44

(2117). De wettelijke hypotheek is de hypotheek die uit de wet ontstaat.

De bedongen hypotheek is de hypotheek die afhankelijk is van overeenkomsten en van de uiterlijke vorm van akten en contracten.

De testamentaire hypotheek is de hypotheek die door een erflater wordt gevestigd op een of meer onroerende goederen, bepaaldelijk aangewezen in het testament, tot waarborg van de door hem gemaakte legaten.

Art. 45

(2118). Voor hypotheek zijn alleen vatbaar:

1°Onroerende goederen die in de handel zijn;

2°De rechten van vruchtgebruik, erfpacht en opstal, gevestigd op dezelfde goederen, zolang die rechten duren.

De verkregen hypotheek strekt zich uit tot het toebehoren dat als onroerend goed beschouwd wordt, en tot de verbeteringen die aan het met hypotheek bezwaard onroerend goed worden aangebracht.

Niettemin is de hypothecaire schuldeiser gehouden de verkoop te eerbiedigen van de gewone kappingen van schaarhout en van hoogstammig hout, die te goeder trouw volgens plaatselijk gebruik zijn gedaan, onverminderd de uitoefening van zijn recht op de niet betaalde prijs.

Verhuringen, te goeder trouw toegestaan na de vestiging van de hypotheek, worden eveneens geëerbiedigd; evenwel, indien zij voor langer dan negen jaren zijn aangegaan, wordt de huurtijd verminderd overeenkomstig (artikel in artikel 3.31 van het Burgerlijk Wetboek van het Burgerlijk Wetboek).

Art. 45bis

Hypotheek kan gevestigd worden op gebouwen waarvan de oprichting begonnen of zelfs nog maar ontworpen is, mits hij die de hypotheek verleent, een reeds bestaand recht heeft, op grond waarvan hij te zijnen behoeve vermag te bouwen.

Art. 46

(2119). Roerende goederen kunnen niet worden gevolgd krachtens hypotheek.

Art. 47

(2121). De rechten en schuldvorderingen waaraan een wettelijke hypotheek is toegekend, zijn: (...) die van minderjarigen en onbekwaamverklaarden, op de goederen van hun voogd; ((...)); die van de Staat, de provincies, de gemeenten en de openbare instellingen, op de goederen van de ontvangers en beheerders die rekenplichtig zijn.

(Ten voordele doch op kosten van het Fonds ter voorkoming en vergoeding van schade veroorzaakt door het winnen en pompen van grondwater wordt een wettelijke hypotheek toegekend op de onroerende goederen waarvoor het Fonds een voorschot heeft uitgekeerd overeenkomstig de wetgeving betreffende de schadeloosstelling veroorzaakt door het winnen en pompen van grondwater.)

(Ten voordele van het Hulpfonds tot financieel herstel van de gemeenten wordt een wettelijke hypotheek toegekend op de onroerende goederen van de gemeenten die een tegemoetkoming van het Fonds genieten.) <KBN 208, 23-09-1983, art. 11> (Bevestiging) <Zie DCVR 24-01-1984, art. 23, inwerkingtreding is onbepaald>

Art. 47

Waals Gewest

(2121). De rechten en schuldvorderingen waaraan een wettelijke hypotheek is toegekend, zijn: (...) die van minderjarigen en onbekwaamverklaarden, op de goederen van hun voogd; ((...)); die van de Staat, de provincies, de gemeenten en de openbare instellingen, op de goederen van de ontvangers en beheerders die rekenplichtig zijn.

(Ten voordele doch op kosten van het Fonds ter voorkoming en vergoeding van schade veroorzaakt door het winnen en pompen van grondwater wordt een wettelijke hypotheek toegekend op de onroerende goederen waarvoor het Fonds een voorschot heeft uitgekeerd overeenkomstig de wetgeving betreffende de schadeloosstelling veroorzaakt door het winnen en pompen van grondwater.)

Ten voordele van het Hulpfonds tot financieel herstel van de gemeenten wordt een wettelijke hypotheek toegekend op de onroerende goederen van de gemeenten die een tegemoetkoming van het Fonds genieten. <KBN 208, 23-09-1983, art. 11> (Bevestiging) <Zie DCW 11-10-1985, art. 11, inwerkingtreding is onbepaald>

Ten voordele doch op kosten van het Waalse Gewest wordt een wettelijke hypotheek op de zakelijke rechten toegekend aan de eigenaars aan wie het Waalse Gewest voorschotten voor die rechten heeft gestort overeenkomstig artikel D.325 van het Waterwetboek gecoördineerd bij het besluit van de Waalse Regering van 3 maart 2005 betreffende Boek II van het Milieuwetboek.

Ten voordele doch op kosten van het Waalse Gewest wordt een wettelijke hypotheek op de zakelijke rechten toegekend aan de eigenaars aan wie het Waalse Gewest voorschotten voor die rechten heeft gestort overeenkomstig artikel D. 325 van het Waterwetboek gecoördineerd bij het besluit van de Waalse Regering van 3 maart 2005 betreffende Boek II van het Milieuwetboek.

Ten voordele doch op kosten van het Waalse Gewest wordt een wettelijke hypotheek op de zakelijke rechten toegekend aan de eigenaars aan wie het Waalse Gewest voorschotten voor die rechten heeft gestort overeenkomstig artikel D. 325 van het Waterwetboek gecoördineerd bij het besluit van de Waalse Regering van 3 maart 2005 betreffende Boek II van het Milieuwetboek.

Ten voordele doch op kosten van het Waalse Gewest wordt een wettelijke hypotheek op de zakelijke rechten toegekend aan de eigenaars aan wie het Waalse Gewest voorschotten voor die rechten heeft gestort overeenkomstig artikel D.325 van het Waterwetboek gecoördineerd bij het besluit van de Waalse Regering van 3 maart 2005 betreffende Boek II van het Milieuwetboek.

Ten voordele doch op kosten van het Waalse Gewest wordt een wettelijke hypotheek op de zakelijke rechten toegekend aan de eigenaars aan wie het Waalse Gewest voorschotten voor die rechten heeft gestort overeenkomstig artikel D.289 van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt.

Art. 48

(2122). De wettelijke hypotheek van de Staat, de provincies, de gemeenten en de openbare instellingen strekt zich uit tot de tegenwoordige en toekomstige goederen van de rekenplichtige en tot de toekomstige goederen (van zijn echtgenoot of echtgenote, tenzij deze die goederen door erfenis of schenking, of onder bezwarende titel met zijn of haar eigen penningen), verkregen heeft.