Alle wetboeken › Oud BW

INLEIDENDE TITEL EN BOEK I Personen (art. 1–515) › BOEK I - PERSONEN. › TITEL V - HET HUWELIJK.

HOOFDSTUK I - HOEDANIGHEDEN EN VOORWAARDEN VEREIST OM EEN HUWELIJK TE MOGEN AANGAAN.

143–164

Art. 143

Een huwelijk kan worden aangegaan door twee personen van verschillend of van hetzelfde geslacht.

Indien het huwelijk werd aangegaan tussen personen van hetzelfde geslacht, is artikel 315 niet van toepassing.

Art. 144

Niemand mag een huwelijk aangaan voor hij de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt.

Art. 145

Om gewichtige redenen kan de familierechtbank de in het vorige artikel vervatte verbodsbepaling opheffen. (De vordering wordt bij verzoekschrift ingediend, ofwel door beide ouders, ofwel door een van hen, ofwel door de voogd, ofwel door de minderjarige indien de ouders of de voogd niet in het huwelijk toestemmen.)

De procedure wordt ingeleid tegen een bepaalde dag. De rechtbank doet uitspraak binnen vijftien dagen, de ouders (of de voogd), de minderjarige en de aanstaande echtgenoot opgeroepen en de procureur des Konings gehoord.

Hoger beroep kan (binnen acht dagen na de kennisgeving per gerechtsbrief van het vonnis) worden ingesteld en de familiekamer van het hof van beroep doet uitspraak binnen vijftien dagen. (Het vonnis wordt eveneens door de griffier aan het bevoegde openbaar ministerie medegedeeld) Tegen het vonnis of arrest is geen verzet mogelijk.

Art. 145/1

De persoon die krachtens artikel 492/1, § 1, derde lid, 2°, uitdrukkelijk onbekwaam werd verklaard om een huwelijk aan te gaan, kan, op zijn verzoek, door de in artikel 628, 3°, van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde vrederechter alsnog worden gemachtigd een huwelijk aan te gaan.

De vrederechter oordeelt over de wilsbekwaamheid van de beschermde persoon.

...

Een eensluidend verklaard afschrift van de beschikking wordt eveneens overgezonden aan de in artikel 164/1 bedoelde ambtenaar van de burgerlijke stand.

De beschikking wordt als bijlage bij de huwelijksakte in de DABS opgenomen.

Art. 146

Er is geen huwelijk wanneer er geen toestemming is.

Art. 146bis

Er is geen huwelijk wanneer, ondanks de gegeven formele toestemmingen tot het huwelijk, uit een geheel van omstandigheden blijkt dat de intentie van minstens één van de echtgenoten kennelijk niet is gericht op het totstandbrengen van een duurzame levensgemeenschap, maar enkel op het bekomen van een verblijfsrechtelijk voordeel dat is verbonden aan de staat van gehuwde.

Art. 146ter

Er is evenmin een huwelijk wanneer het wordt aangegaan zonder vrije toestemming van beide echtgenoten of de toestemming van minstens een van de echtgenoten werd gegeven onder geweld of bedreiging.

Art. 147

Men mag geen huwelijk aangaan:

1°vóór de ontbinding van een bestaand huwelijk;

2°vóór de beëindiging van een bestaande wettelijke samenwoning, tenzij het dezelfde partijen betreft.

Art. 148

Zonder toestemming van zijn ouders mag een minderjarige geen huwelijk aangaan.

Die toestemming wordt vastgesteld door de familierechtbank waarbij de vordering tot ontheffing van het leeftijd vereiste aanhangig is gemaakt.

Ingeval de ouders weigeren hun toestemming te geven, kan de rechtbank toestemming tot het huwelijk verlenen als zij de weigering een misbruik acht te zijn.

Ingeval één van de ouders zijn toestemming weigert te geven, kan de rechtbank toestemming tot het huwelijk verlenen indien de weigering niet gegrond wordt geacht. De ouder die niet verschijnt, wordt geacht niet in het huwelijk toe te stemmen.

Ingeval één van de ouders in de onmogelijkheid verkeert zijn wil te kennen te geven of wilsonbekwaam is en de andere ouder zijn toestemming weigert, kan de rechtbank toestemming tot het huwelijk verlenen als zij de weigering een misbruik acht te zijn.

Ingeval beide ouders in de onmogelijkheid verkeren hun wil te kennen te geven of wilsonbekwaam zijn of ingeval zij niet verschijnen, kan de rechtbank toestemming tot het huwelijk verlenen.

Art. 149

(Opgeheven)

Art. 150

(Opgeheven)

Art. 151

(Opgeheven)

Art. 152

(Opgeheven)

Art. 153

(Opgeheven)

Art. 154

(Opgeheven)

Art. 155

(Opgeheven)

Art. 155bis

(Opgeheven)

Art. 156

(Opgeheven)

Art. 157

(Opgeheven)

Art. 158

(Opgeheven)

Art. 159

(Opgeheven)

Art. 160

(Opgeheven)

Art. 160bis

(Opgeheven)

Art. 161

Het huwelijk is verboden tussen alle (...) bloedverwanten in de rechte opgaande en nederdalende lijn en de aanverwanten in dezelfde lijn.

Art. 162

In de zijlijn is het huwelijk verboden tussen (broers, tussen zusters of tussen broer en zuster) (...).

(Lid opgeheven)

Art. 163

Het huwelijk is ook verboden tussen oom en nicht of neef, of tussen tante en nicht of neef.

Art. 164

De rechtbank kan, om gewichtige redenen, het in artikel 161 bedoelde verbod voor aanverwanten en het in artikel 163 bedoelde verbod opheffen.

De procedure wordt op eenzijdig verzoekschrift ingeleid door een van de toekomstige echtgenoten. De rechtbank doet uitspraak na de toekomstige echtgenoten te hebben opgeroepen en na het advies van de procureur des Konings ter zake te hebben ingewonnen.