Alle wetboeken › Ger.W.

DEEL II Rechterlijke organisatie (art. 58–555/16)

TITEL III - (Gerechtspersoneel).

157–176

Art. 157

Aan ieder hof of rechtbank is een griffie verbonden. De Koning kan, op voorstel of na advies van de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank, eenzelfde griffie aan meerdere vredegerechten van eenzelfde arrondissement verbinden en bepalen waar deze griffie haar zetel houdt. Voor de vredegerechten en de politierechtbanken van het gerechtelijk arrondissement Brussel komt de bevoegdheid van de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank toe aan de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg. De voorzitter van de bevoegde rechtbank van eerste aanleg wordt bepaald overeenkomstig artikel 72bis, tweede tot vierde lid.

De griffies zijn open op de dagen en uren bij koninklijk besluit bepaald.

De Koning kan, op voorstel of na advies van de eerste voorzitter of voorzitter, eenzelfde griffie verbinden aan meerdere afdelingen van hetzelfde hof of dezelfde rechtbank en bepalen waar deze griffie haar zetel houdt.

Wanneer de Koning eenzelfde griffie aan meerdere vredegerechten of aan meerdere afdelingen van hetzelfde hof of dezelfde rechtbank verbindt, ziet Hij erop toe dat de toegang tot justitie voor de rechtzoekende en de kwaliteit van de dienstverlening gegarandeerd blijven.

Aan ieder parket is een secretariaat verbonden.

Art. 158

§ 1.De Koning kan in een hof, een rechtbank of een parket, op een gemotiveerd verzoek van de korpschef, een steundienst oprichten.

Deze steundienst is belast met het verlenen van advies aan en ondersteuning van de korpschefs in diverse domeinen, waaronder juridische bijstand, personeelsbeleid, gebouwen en materiële uitrusting, administratief beheer, alsmede informaticabeheer.

De personeelsleden van de steundienst staan onder gezag en toezicht van de korpschef van het hof, de rechtbank of het parket waaraan de steundienst is verbonden.

De Koning bepaalt, naar gelang van het geval, op advies van de korpschef van het hof, de rechtbank of het parket waar een steundienst wordt ingericht, de nadere regels inzake de werking en de organisatie van de steundienst en het aantal betrekkingen.

§ 2.Ingeval, overeenkomstig § 1, geen steundienst is opgericht, kan de korpschef in deze hoven, rechtbanken en parketten, een kabinetssecretariaat oprichten dat onder zijn gezag en toezicht staat. Hij kan een kabinetssecretaris kiezen uit het gerechtspersoneel van, naar gelang van het geval, de griffies of de parketsecretariaten.

Art. 159

De hiërarchische structuur van de griffie, het parketsecretariaat en in voorkomend geval de steundienst wordt in vier niveaus ingedeeld, namelijk niveau A, dat het hoger niveau is, en de niveaus B, C en D.

Het niveau wordt bepaald volgens de kwalificatie van de opleiding en de geschiktheid waarvan blijk moet worden gegeven om een betrekking te bekleden.

Onverminderd de artikelen 164 en 173 wordt het gerechtspersoneel van niveau A en B benoemd in een arrondissement. Het gerechtspersoneel van niveau C en D wordt benoemd in het arrondissement, dan wel in een of twee afdelingen indien de rechtbank uit meerdere afdelingen bestaat. In de vredegerechten wordt het gerechtspersoneel van niveau C en D benoemd in een of meerdere griffies van aan elkaar grenzende kantons van eenzelfde arrondissement. Door de benoeming in het arrondissement is het gerechtspersoneel van niveau A en B in de vredegerechten van rechtswege benoemd in alle kantons.

Op het ogenblik dat de Koning bij toepassing van artikel 157, eerste lid, tweede zin, eenzelfde griffie verbindt aan meerdere vredegerechten van eenzelfde arrondissement worden de personeelsleden van niveau C en D die vast benoemd zijn in de betrokken kantons of griffies ambtshalve herbenoemd in deze nieuwe griffie, zonder toepassing van artikel 287sexies en zonder nieuwe eedaflegging. De hoofdgriffier van de vredegerechten en de politierechtbank van het arrondissement kan een personeelslid van het niveau A of B van de vredegerechten van het arrondissement, met zijn instemming, aanwijzen in een politierechtbank van het arrondissement, of een personeelslid van niveau A of B van de politierechtbank aanwijzen in een vredegerecht van het arrondissement. Voor de vredegerechten en de politierechtbanken van het gerechtelijk arrondissement Brussel komt deze bevoegdheid toe aan de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg. De voorzitter van de bevoegde rechtbank van eerste aanleg wordt bepaald overeenkomstig artikel 186bis, tweede tot zevende lid.

De hoofdgriffier van de ondernemingsrechtbank en de arbeidsrechtbank kan een personeelslid van niveau A en B met zijn instemming aanwijzen in een ander arrondissement.

De hoofdgriffier kan een personeelslid van niveau C of D met zijn instemming aanwijzen in een andere afdeling. De hoofdgriffier van de vredegerechten en de politierechtbank van het arrondissement kan een personeelslid van niveau C of D, met zijn instemming, aanwijzen in een griffie van het arrondissement of in een afdeling van de politierechtbank. Voor de vredegerechten en de politierechtbanken van het gerechtelijk arrondissement Brussel komt deze bevoegdheid toe aan de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg. De voorzitter van de bevoegde rechtbank van eerste aanleg wordt bepaald overeenkomstig artikel 186bis, tweede tot zevende lid.

Op het ogenblik dat de Koning bij toepassing van artikel 157, derde lid, eenzelfde griffie verbindt aan meerdere afdelingen van een hof of een rechtbank, worden de personeelsleden van niveau C en D die vast benoemd zijn in de betrokken afdelingen ambtshalve herbenoemd in deze nieuwe griffie, zonder toepassing van artikel 287sexies en zonder nieuwe eedaflegging.

Art. 160

§ 1.Niveau A bevat vijf klassen, genummerd van A1 tot A5 die de hoogste is.

Een klasse groepeert de functies van vergelijkbare complexiteit, technische expertise en verantwoordelijkheden.

De functie wijst het geheel van taken en verantwoordelijkheden aan die een personeelslid op zich dient te nemen.

Vierde lid opgeheven.

...

§ 2.....

§ 3.De functies maken het voorwerp uit van een weging, op basis van een wegingsmatrix, uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het rijkspersoneel.

De weging van de functies wordt uitgevoerd door een wegingscomité, opgericht door de minister van Justitie....

Derde lid opgeheven.

§ 3/1.De Koning classificeert de functies van niveau A op basis van hun weging overeenkomstig § 3.

In afwijking van het eerste lid kan de Koning functies classificeren overeenkomstig de classificatie van toepassing op het personeel van het niveau A bij de federale overheidsdiensten

§ 4.Het wegingscomité is, paritair per taalrol voor de vertegenwoordigers in het... 2° en 3° bedoeld, samengesteld uit:

1°...;

2°vier vertegenwoordigers van het gerechtspersoneel van niveau A, aangewezen door de minister van Justitie, waarvan twee op voorstel van het College van het openbaar ministerie en twee op voorstel van het College van de hoven en rechtbanken;

3°twee vertegenwoordigers van niveau A van de federale overheidsdienst Justitie, aangewezen door de minister van Justitie, een vertegenwoordiger van niveau A van de Federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning, aangewezen door de minister die de ambtenarenzaken onder zijn bevoegdheid heeft en een vertegenwoordiger van niveau A van de Federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning, aangewezen door de minister die de begroting onder zijn bevoegdheid heeft;

4°een externe deskundige aangewezen door de minister van Justitie.

De plaatsvervangende leden worden op dezelfde manier aangewezen als de vaste leden. Om aangewezen te worden moeten de vaste en de plaatsvervangende leden vooraf een opleiding tot de wegingsmethode met vrucht hebben gevolgd.

De voorzitter van het wegingscomité wordt onder de leden aangewezen door de minister van Justitie.

§ 5.Gedurende het gehele wegingsproces worden de representatieve vakorganisaties van elke taalrol ingelicht over het gehanteerde wegingssysteem en wordt de transparantie bij de classificatie van de functies gewaarborgd.

§ 6.Er wordt een raadgevende commissie voor de weging opgericht, paritair samengesteld uit een vertegenwoordiger per representatieve vakorganisatie... en een gelijk aantal leden van het wegingscomité aangewezen door de voorzitter.

Elk effectief lid mag vergezeld zijn van een plaatsvervanger. Deze heeft enkel in afwezigheid van het effectief lid raadgevende stem.

Het voorzitterschap van de raadgevende commissie voor de weging wordt uitgeoefend door de voorzitter van het wegingscomité.

Deskundigen kunnen op vraag van een lid uitgenodigd worden door de voorzitter.

De raadgevende commissie voor de weging wordt op de hoogte gehouden en brengt aan de minister van Justitie adviezen uit, hetzij eenparig, hetzij afwijkend, over elke vraag die betrekking heeft op de weging van de functies en de classificatie van alle functies alsook op de organisatie van de weging en de classificatie.

§ 7.De andere functies dan deze bedoeld in § 1 worden door het wegingscomité geclassificeerd op basis van een classificatiematrix. Het wegingscomité deelt aan de minister van Justitie een voorstel mee, aangenomen bij meerderheid over de classificatie van elke functie.

Een classificatiematrix is het geheel van competenties, zoals vermeld in artikel 20ter, § 1, van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het rijkspersoneel, gemeenschappelijk aan de functie van een klasse.

§ 8.Elke functie ingedeeld in niveau A, wordt door de Koning in een klasse ingedeeld.

Het gerechtspersoneel van niveau A wordt door de Koning in een klasse benoemd of aangewezen.

De functie en de daarmee overeenstemmende weging die werd bepaald krachtens paragraaf 3 die toegekend wordt aan de titels van hoofdgriffier en hoofdsecretaris wordt bepaald op basis van de personeelsformatie van de griffie of het parketsecretariaat.

De hoofdgriffier en de hoofdsecretaris die een griffie of een parketsecretariaat leiden waarvan de personeelsformatie meer dan honderd personeelsleden telt, worden aangewezen voor een hernieuwbaar mandaat van vijf jaar. De aanwijzing tot deze functie leidt van rechtswege tot de vacature van het ambt uitgeoefend op het tijdstip van de aanwijzing.

De mandaathouder kan vragen dat een einde wordt gesteld aan zijn aanwijzing, mits een opzeggingstermijn van zes maanden. Indien de korpschef bedoeld in artikel 58bis, 2°, akkoord gaat, kan deze termijn worden ingekort.

Op het einde van de periode van aanwijzing wordt de mandaathouder ter beschikking gesteld van zijn gerecht, parket of dienst van oorsprong, in voorkomend geval in overtal. Hij krijgt overeenkomstig artikel 372quinquies de bezoldiging terug die verbonden is aan de laatste functie waarin hij werd benoemd. Indien hij als hoofdgriffier of hoofdsecretaris was benoemd, is hij gemachtigd ten persoonlijken titel de titel verbonden aan die functie te dragen, en dit tot de dag van zijn inrustestelling, zijn ontslag, zijn afzetting of, in voorkomend geval, zijn benoeming in een ander ambt of functie.

Art. 160bis

De hoofdgriffiers van de rechtbanken van eerste aanleg en de hoofdsecretarissen van het openbaar ministerie moeten een opleiding inzake budgettair beheer en gerechtskosten volgen binnen de twee jaren die volgen op het jaar van hun benoeming of hun aanwijzing.

Art. 161

In de niveaus B, C en D wordt het gerechtspersoneel in graden benoemd. Met uitzondering van de griffiers en secretarissen wordt het gerechtspersoneel benoemd door de minister van Justitie. De griffiers en secretarissen worden door de Koning benoemd.

De graad is de titel die het personeelslid machtigt tot het bekleden van een van de betrekkingen welke met die graad overeenstemmen.

....

....

Naargelang van het geval, kan de minister bevoegd voor Justitie op verzoek van het College van het openbaar ministerie of van het College van de hoven en rechtbanken, aan de wegingscomités bedoeld in artikel 160, § 3, de opdracht geven een functie van het niveau B te wegen.

Art. 162

§ 1.Er kunnen personeelsleden worden benoemd in niveau A die de titel dragen van referendaris of parketjurist.

De referendarissen staan de magistraten van de hoven van beroep, de arbeidshoven en de rechtbanken bij. De parketjuristen staan de magistraten van het openbaar ministerie bij.

§ 2.Zij bereiden het werk van de magistraten op juridisch vlak voor, onder hun gezag en volgens hun aanwijzingen, met uitsluiting van de aan de griffiers of aan de secretarissen overeenkomstig dit wetboek opgedragen taken.

Zij staan onder gezag en toezicht van de korpschef van het hof, de rechtbank of het parket waaraan zij zijn toegewezen. De korpschef staat in voor de toewijzing van hun opdrachten.

Bij een met redenen omklede individuele beschikking en na positief advies van de bevoegde procureur-generaal, kan de korpschef de uitoefening van alle bevoegdheden van het openbaar ministerie delen met de bij het parket-generaal, het auditoraat-generaal, het federaal parket, het parket voor de verkeersveiligheid, het parket of het arbeidsauditoraat aangewezen vastbenoemde parketjuristen, voor zover deze over een anciënniteit van ten minste twee jaar als jurist binnen de rechterlijke orde beschikken.

De in het derde lid bedoelde parketjuristen kunnen de strafvordering voor de politierechtbank uitoefenen, behoudens wat inbreuken op artikelen 107 en 107/1 van het Strafwetboek betreft.

Uitgesloten zijn:

-de bevoegdheid van het uitoefenen van de strafvordering voor de hoven van assisen, voor de kamers voor correctionele zaken van de hoven van beroep en voor de correctionele rechtbanken;

-de bevoegdheden van het openbaar ministerie in het kader van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis;

-het vorderingsrecht tot het opleggen van maatregelen op grond van als misdrijf omschreven feiten voor de jeugdkamers van de hoven van beroep of de jeugdrechtbank.

De bevoegdheden die enkel parketmagistraten die daartoe een bijzondere, door de wet voorgeschreven opleiding hebben gevolgd, kunnen uitoefenen, kunnen de parketjuristen enkel uitoefenen mits eenzelfde opleiding gevolgd te hebben.

De werkelijk gepresteerde diensten in de hoedanigheid van contractueel jurist worden in aanmerking genomen voor de berekening van de vereiste anciënniteit. Deze toekenning van bevoegdheden kan op elk ogenblik door de korpschef worden ingetrokken. De parketjurist staat onder het gezag en toezicht van zijn korpschef en oefent de hem toegekende bevoegdheden uit onder de verantwoordelijkheid van een of meerdere magistraten.

§ 3.Zij worden door de Koning benoemd per rechtsgebied van een hof van beroep, bij het federaal parket of bij het parket voor de verkeersveiligheid. Met uitzondering van de parketjuristen benoemd bij het federaal parket en het parket voor de verkeersveiligheid, worden zij door de minister bevoegd voor Justitie aangewezen om hun ambt, volgens de behoeften van de dienst, uit te oefenen binnen dit rechtsgebied. Die aanwijzing kan ofwel plaatsvinden bij het hof van beroep, het arbeidshof of het parket-generaal, ofwel bij een rechtbank of een parket uit het rechtsgebied van dat hof van beroep.

Hun aantal wordt bepaald volgens de behoeften van de dienst waarover de minister bevoegd voor Justitie het gemotiveerd advies inwint van het College van de hoven en rechtbanken wat de referendarissen betreft en van het College van het openbaar ministerie wat de parketjuristen betreft.

Het aantal referendarissen, kan per rechtsgebied van het hof van beroep en het arbeidshof niet meer bedragen dan 45 % van het aantal magistraten van de zetel, Hof van Cassatie uitgezonderd, en op het nationaal niveau niet meer bedragen dan 35 % van het totaal aantal magistraten van de zetel van het Koninkrijk, Hof van Cassatie uitgezonderd. Het aantal parketjuristen, met inbegrip van diegenen die benoemd zijn bij het federaal parket en bij het parket voor de verkeersveiligheid, kan per rechtsgebied van het hof van beroep of het arbeidshof niet meer bedragen dan 50 % van het aantal magistraten van het openbaar ministerie, Hof van Cassatie uitgezonderd, en op het nationaal niveau niet meer bedragen dan 40 % van het totaal aantal magistraten van het openbaar ministerie van het Koninkrijk, Hof van Cassatie uitgezonderd.

§ 4.In afwijking van paragraaf 3, tweede lid, wordt het aantal parketjuristen binnen het parket voor de verkeersveiligheid opgenomen in een personeelsplan dat jaarlijks wordt opgesteld door het directiecomité en ter goedkeuring aan het College van het openbaar ministerie wordt voorgelegd.

Het personeelsplan beschrijft, voor het jaar waarop het betrekking heeft, de gewenste eindprojectie van de personeelsleden uitgedrukt in voltijdse equivalenten en hun budgettaire last uitgaande van de initiële voltijdse equivalenten en hun budgettaire last. Het omvat een synthese van de beoogde evolutie van de human resources, van hun budgettaire lasten alsook een raming van de budgettaire marges.

Art. 162/1

§ 1.Er kunnen personeelsleden worden benoemd in niveau A die de titel dragen van criminoloog.

De criminologen verlenen bijstand aan de magistraten vanuit een specifieke ondersteuning die gebaseerd is op hun multidisciplinaire opleiding.

Zij staan onder gezag en toezicht van de korpschef van het hof, de rechtbank of het parket waaraan zij zijn toegewezen. De korpschef staat in voor de toewijzing van hun opdrachten.

De criminologen verbonden aan het parket van de procureur-generaal die, overeenkomstig artikel 143bis, § 5, vierde lid, binnen het College van procureurs-generaal instaat voor de specifieke taken op het gebied van jeugdbescherming, staan in voor het verzekeren van de coördinatie van het team van criminologen die de magistraten bedoeld in artikel 151, tweede lid, bijstaan.

§ 2.De in paragraaf 1 bedoelde personeelsleden worden door de Koning benoemd per rechtsgebied van een hof van beroep, bij het federaal parket of bij het parket voor de verkeersveiligheid. Met uitzondering van de criminologen benoemd bij het federaal parket en het parket voor de verkeersveiligheid, worden zij door de minister bevoegd voor Justitie aangewezen om hun ambt, volgens de behoeften van de dienst, uit te oefenen binnen dit rechtsgebied. Die aanwijzing kan ofwel plaatsvinden bij een hof, een rechtbank of een parket uit het rechtsgebied van dat hof van beroep, het Hof van Cassatie uitgezonderd.

Binnen de budgettaire mogelijkheden wordt hun aantal bepaald volgens de behoeften van de dienst waarover de minister bevoegd voor Justitie het gemotiveerd advies inwint van het College van de hoven en rechtbanken voor wat de criminologen aangewezen bij de hoven en rechtbanken betreft en van het College van het openbaar ministerie voor wat de criminologen aangewezen bij het openbaar ministerie betreft.

§ 3.In afwijking van paragraaf 2, tweede lid, wordt het aantal criminologen, binnen het parket voor de verkeersveiligheid opgenomen in het personeelsplan bedoeld in artikel 162, § 4.

Art. 163

Aan de griffie zijn leden verbonden die kunnen worden benoemd of aangewezen in twee niveaus, namelijk de niveaus A of B.

De leden van de griffie die benoemd -1 of aangewezen worden in het niveau A dragen de titel van hoofdgriffier of griffier-hoofd van dienst.

De leden van de griffie die worden benoemd in het niveau B dragen de graad van griffier.

Art. 164

Er is een hoofdgriffier in elk hof of elke rechtbank en, met uitzondering in Brussel en Eupen in elk arrondissement voor de politierechtbank en vredegerechten.

Onverminderd de taken en bijstand bedoeld in artikel 168, is de hoofdgriffier belast met de leiding van de griffie en staat daarbij onder gezag en toezicht van de korpschef, bedoeld in artikel 58bis, 2°,... waarmede hij regelmatig overleg pleegt. Hij verdeelt de taken onder de leden en het personeel van de griffie en wijst de griffiers aan die de magistraten bijstaan.

In het arrondissement Brussel is er een hoofdgriffier, in elk vredegerecht en in elke politierechtbank. Wanneer ingevolge artikel 157, eerste lid, door de verbinding van eenzelfde griffie aan meerdere vredegerechten, meerdere hoofdgriffiers titularis worden van deze eenzelfde griffie, dan zijn deze hoofdgriffiers bevoegd voor de volledige rechtsgebieden van de kantons waaraan deze eenzelfde griffie verbonden is. De verdeling van de dienst en de leiding berust bij de hoofdgriffier die daarmee instemt en daartoe werd aangewezen door de overeenkomstig artikel 72bis, tweede tot vierde lid, bevoegde voorzitter of voorzitters van de rechtbank van eerste aanleg. Wanneer ingevolge ambtsbeëindigingen één hoofdgriffier overblijft wordt deze, zonder dat artikel 287sexies van toepassing is, titularis van deze griffie zonder nieuwe eedaflegging.

In het arrondissement Eupen oefent de hoofdgriffier van de rechtbank van eerste aanleg de bevoegdheden uit van hoofdgriffier bij de arbeidsrechtbank, de ondernemingsrechtbank, de politierechtbank en de vredegerechten.

Art. 164/1

De hoofdgriffiers van de hoven en rechtbanken, het Hof van Cassatie uitgezonderd, vormen samen een raad, raad van hoofdgriffiers genaamd.

De raad van hoofdgriffiers heeft tot taak het College van de hoven en rechtbanken ambtshalve of op diens verzoek te adviseren over zaken en vragen die betrekking hebben op de organisatie, de werking en het beheer van de griffies alsook op het statuut, de loopbaan, de evaluatie en de bezoldigingsregeling van het gerechtspersoneel.

De raad wijst, telkenmale voor de duur van een gerechtelijk jaar, onder zijn leden een voorzitter en een ondervoorzitter aan die tot een ander taalstelsel behoort, die de voorzitter in geval van afwezigheid of verhindering vervangt.

De raad vergadert op eigen initiatief of op verzoek van het College van de hoven en rechtbanken en minstens eenmaal per trimester.

Art. 165

De hoofdgriffier staat in voor de voorwerpen onder zijn bewaring of bewaking en is tegenover partijen verantwoordelijk voor de overgelegde stukken.

Art. 166

De hoofdgriffier wordt bijgestaan door griffiers-hoofden van dienst en griffiers.

Art. 167

Onverminderd de taken en bijstand bedoeld in artikel 168 neemt de griffier-hoofd van dienst, onder het gezag en toezicht van de hoofdgriffier, deel aan de leiding van de griffie. De hoofdgriffier kan een of meer griffiers-hoofden van dienst aanwijzen als afdelingsgriffier om hem bij te staan bij de leiding van een afdeling, onverminderd de taken en bijstand bedoeld in artikel 168.

Art. 168

De griffier oefent een gerechtelijke functie uit. Hij vervult de griffietaken en staat de magistraat bij als griffier in alle verrichtingen van diens ambt.

Op deze regel wordt slechts een uitzondering gemaakt wanneer om dringende redenen zijn aanwezigheid niet kon worden gevorderd.

Tot de taken van de griffier behoren:

1°hij stelt de griffie voor het publiek toegankelijk;

2°hij voert de boekhouding van de griffie;

3°hij verlijdt de akten waarmee hij belast is, bewaart de minuten, registers en alle akten van het gerecht waarbij hij is aangesteld en geeft daarvan uitgiften, uittreksels of afschriften af;

4°hij bewaart de rechtsdocumentatie inzake wetgeving, rechtspraak en rechtsleer ten behoeve van de rechters;

5°hij maakt de tabellen, statistieken en andere documenten op, waarmee hij bij wet of besluit belast is; hij houdt de registers en repertoria bij;

6°hij zorgt voor de bewaring van de waarden, documenten en voorwerpen die krachtens de wet ter griffie zijn neergelegd;

7°hij neemt de passende maatregelen om alle archiefbescheiden die hij onder zijn beheer heeft in goede staat te bewaren, om ze te ordenen en te inventariseren, ongeacht hun vorm, structuur en inhoud;

8°hij antwoordt op alle verzoeken van de rechtszoekenden om hen algemene informatie van louter procedurele aard te verstrekken met betrekking tot hun dossier, onverminderd artikel 297;

9°hij verleent technische bijstand aan de rechtszoekenden in het gebruik van de hardware en software die voor het publiek ter beschikking staat in de hoven en rechtbanken en in hun griffies.

De griffier verleent bijstand aan de magistraat:

1°hij bereidt de taken van de magistraat voor;

2°hij is aanwezig op de terechtzitting;

3°hij notuleert het verloop van de rechtszaken en de uitspraken;

4°hij geeft akte van de verschillende formaliteiten waarvan de vervulling moet worden vastgesteld en verleent er authenticiteit aan;

5°hij stelt de dossiers van de rechtspleging op en ziet, in het kader van zijn bevoegdheid, toe op de naleving van de geldende regelgeving.

De Koning stelt nadere regels voor de toepassing van dit artikel. Voor de toepassing van het derde lid, 7°, wordt het advies van de Algemeen Rijksarchivaris ingewonnen.

Art. 169

De griffier houdt een repertorium van de akten van de magistraat en een repertorium van de griffieakten overeenkomstig de verordeningen die de Koning vaststelt.

Art. 170

De hoofdgriffier van de rechtbank van eerste aanleg of de door hem aangewezen griffier verricht de dienst in de arrondissementsrechtbank.

Art. 171

De functie van griffier van het hof van assisen wordt uitgeoefend door een griffier van de rechtbank van eerste aanleg in wier zetel de assisen worden gehouden. Hij wordt aangewezen door de hoofdgriffier.

Wanneer de rechtspleging voor het hof van assisen van de provincie Luik in het Duits wordt gevoerd, wordt het ambt van griffier uitgeoefend door de hoofdgriffier van de rechtbank van eerste aanleg te Eupen of door een door hem aangewezen griffier.

Art. 172

Aan het parketsecretariaat zijn leden verbonden die kunnen worden benoemd of aangewezen in twee niveaus, namelijk de niveaus A of B.

De leden van het parketsecretariaat die worden benoemd of aangewezen in niveau A dragen de titel van hoofdsecretaris of secretaris-hoofd van dienst.

De leden van het parketsecretariaat die worden benoemd in niveau B dragen de graad van secretaris.

De Koning bepaalt het aantal betrekkingen.

In afwijking van het vierde lid wordt het aantal betrekkingen binnen het parket voor de verkeersveiligheid opgenomen in het personeelsplan bedoeld in artikel 162, § 4. Het personeelsplan voorziet minstens in één hoofdsecretaris en twee secretarissen-hoofd van dienst die tot een verschillende taalrol behoren.

Art. 173

Er is een hoofdsecretaris in elk parketsecretariaat. Onverminderd de taken en de bijstand bedoeld in artikel 176, is de hoofdsecretaris van het parket belast met de leiding van de administratieve diensten en staat daarbij onder gezag en toezicht van de procureur-generaal, van de federale procureur, van de procureur voor de verkeersveiligheid, van de procureur des Konings of van de arbeidsauditeur. Hij verdeelt de administratieve taken onder de leden en het personeel van het secretariaat.

In het arrondissement Eupen oefent de hoofdsecretaris van het parket bij de rechtbank van eerste aanleg de bevoegdheden uit van hoofdsecretaris bij het arbeidsauditoraat.

Art. 173/1

De hoofdsecretarissen van de parketten-generaal, het Hof van Cassatie uitgezonderd, van de auditoraten-generaal, van het federaal parket, van het parket voor de verkeersveiligheid, van de parketten van eerste aanleg en van de arbeidsauditoraten vormen samen een raad, raad van hoofdsecretarissen genaamd.

De raad van hoofdsecretarissen heeft tot taak het College van procureurs-generaal en het College van het openbaar ministerie ambtshalve of op diens verzoek te adviseren over zaken en vragen die betrekking hebben op de organisatie, de werking en het beheer van de parketsecretariaten alsook op het statuut, de loopbaan, de evaluatie en de bezoldigingsregeling van het gerechtspersoneel.

De raad wijst, telkenmale voor de duur van een gerechtelijk jaar, onder zijn leden een voorzitter en een ondervoorzitter aan die tot een ander taalstelsel behoort, die de voorzitter in geval van afwezigheid of verhindering vervangt.

De raad vergadert op eigen initiatief of op verzoek van het College van procureurs-generaal of het College van het openbaar ministerie en minstens eenmaal per trimester.

Art. 174

De hoofdsecretaris kan worden bijgestaan door secretarissen-hoofden van dienst en secretarissen.

Art. 174bis

(NOTA 1: het artikel 10 van de wet 2006-08-05/45 werd door het artikel 167 van de wet 2007-04-25/64 vervangen. Nu het artikel 10 invoegt het artikel 169bis in plaats van het artikel 174bis, Inwerkingtreding: onbepaald en uiterlijk op 01-01-2017 (zie W 2014-12-19/24, art. 21))

Art. 175

Onverminderd de taken en bijstand bedoeld in artikel 176, neemt de secretaris-hoofd van dienst, onder het gezag en toezicht van de hoofdsecretaris, deel aan de leiding van het parketsecretariaat. De hoofdsecretaris kan een of meer secretarissen-hoofden van dienst aanwijzen als afdelingssecretaris om hem bij te staan bij de leiding van een afdeling, onverminderd de taken en bijstand bedoeld in artikel 176.

Art. 176

De secretaris staat de procureur-generaal, de federale procureur, de procureur voor de verkeersveiligheid, de procureur des Konings of de arbeidsauditeur bij. Hij ondertekent de documenten die eigen zijn aan zijn functie en die welke hij in opdracht van het hoofd van het parket moet ondertekenen. Hij verleent bijstand aan de magistraten voor documentatie- en opzoekingswerk, voor het samenstellen van de dossiers en voor alle taken, met uitzondering van die welke uitdrukkelijk aan de magistraten zijn voorbehouden.

De secretaris bewaart alle archiefbescheiden die door het parket worden ontvangen of opgemaakt. Hij neemt de passende maatregelen om alle archiefbescheiden die hij onder zijn beheer heeft in goede staat te bewaren, om ze te ordenen en te inventariseren, ongeacht hun vorm, structuur en inhoud. De Koning stelt, na advies van de Algemeen Rijksarchivaris, nadere regels voor de toepassing van dit lid.

(NOTA: ingevoegd door W 2006-08-05/45, art. 11, 138; Inwerkingtreding: 01-01-2017 (zie W 2014-12-19/24, art. 21), gewijzigd door W 2014-05-08/02, art. 138, Inwerkingtreding: 24-05-2014, art. 11 opgeheven zichzelf door art. 177 van W 2016-12-25/14; Inwerkingtreding: 31-12-2016